Museum Slager in Den Bosch profileert zich als toonzaal van realistische kunst

’s-Hertogenbosch heeft onder meer Het Noordbrabants Museum en het Design Museum. Minder bekend is het kleine Museum Slager dat draait om de collectie van de schildersfamilie Slager. Door zich te profileren als museum voor realistische kunst hoopt het een groter publiek te bereiken. Momenteel is er werk van Ans Markus te zien.

door Emmanuel Naaijkens

Letterlijk in de schaduw van de imposante Sint-Janskathedraal bevindt zich aan Choorstraat in ’s-Hertogenbosch Museum Slager. Een klein museum dat figuurlijk in de schaduw staat van Het Noordbrabants Museum en het Designmuseum en daarom bij het kunstminnend publiek wat minder bekendheid geniet. Dat het in afmetingen een bescheiden museum is, valt al meteen op bij de entree. De ruimte met de balie waar de bezoeker wordt verwelkomd, beslaat slechts enkele vierkante meters. “Hier was ooit het caféetje de Vierkante Meter gevestigd”, vertelt Hans Oomen, hoofd coördinator van museum. “Waarschijnlijk het kleinste café van Den Bosch, uitgebaat door een weduwe die in de aansluitende ruimte ook haar bed had staan.”

Portretten van de schilderfamilie Slager, met tweede van links het portret van P.M. Slager in 1882 geschilderd door Pieter de Josselin de Jong.

Achter de balie hangen twee grote portretten van Hein Bergé en Suze Bergé-Slager, geschilderd door Jan Asselbergs (1937-2015) en een eerbetoon aan de oprichters van het museum. In 1974 namen zij het besluit om de omvangrijke collectie schilderijen van drie generaties Slager te ontsluiten voor het grote publiek. Dat deden zij in het pand van een vroegere verzekeringsmaatschappij, later de bibliotheek, aan de Choorstraat. Later kochten zij er enkele middeleeuwse pandjes bij.

Aanvankelijk was het museum alleen op afspraak open, maar in de loop van de decennia ontwikkelde het zich geleidelijk naar het meer professioneel geleid, maar nog altijd bescheiden museum dat het nu is. Er werken drie betaalde krachten als zzp’er in deeltijd, onder wie Oomen. Ondersteund door een vijftigtal enthousiaste vrijwilligers. Het museum is opgenomen in het landelijk register van musea en is daarmee officieel erkend.

Hoofdcoördinator Hans Oomen bij de ingang van Museum Slager aan de Choorstraat. In de ruimte waar ooit het cafeetje De Vierkante Meter was gevestigd bevindt zich nu de entree van het museum.

Schildersfamilie

Als schildersfamilie is Slager waarschijnlijk uniek in Nederland. Maar liefst acht telgen – inclusief aangetrouwden – legden zich sinds halverwege de negentiende eeuw toe op het beoefenen van de schilderkunst. ‘Pater familias in artes’ is Petrus Marinus (1841-1912), docent aan de Koninklijke School voor Nuttige en Beeldende Kunsten in ’s-Hertogenbosch, de tegenwoordige kunstacademie van Avans Hogeschool. Hij stond bekend als een bekwaam portretschilder en hij gaf les aan onder andere Pieter de Josselin de Jong, Antoon Derkinderen, Theo van Delft en Jan Sluijters. Vier van zijn kinderen traden in P.M., zoals hij werd genoemd, zijn voetsporen. Daarnaast namen twee schoondochters het penseel ter hand. En kleinkind Tom Slager (1918-1994) sluit vooralsnog de rij. Andere artistieke nazaten hebben zich nog niet aangediend. [Zie ook het kader hieronder.]

Dat ook twee vrouwen in de familie de kans kregen om hun artistieke talenten te ontplooien, is in het licht van de geschiedenis vrij bijzonder. “In de negentiende eeuw werden vrouwen niet toegelaten tot kunstopleidingen. Zij kregen les van hun vader of broer”, aldus Oomen. In diezelfde periode doorbrak in Rotterdam kunstenares Suze Robertson (1855-1922) op creatieve wijze het taboe op het tekenen en schilderen van naaktmodellen door vrouwen. Robertson, getrouwd met de Bossche kunstschilder Richard Bisschop, raakte na haar dood in de vergetelheid, maar wordt nu gezien als de vrouwelijke pendant van Breitner en zelfs Van Gogh.

Elke drie jaar wordt een groot deel van de vaste collectie van Museum Slager vervangen door andere werken uit het depot.

Wisseltentoonstellingen

De collectie van de kunstenaarsfamilie in bezit van of in bruikleen bij het museum omvat ongeveer 2300 werken. Niet alleen schilderijen, maar ook tekeningen, aquarellen, pastellen, etsen en andere kunstobjecten die, voor zover ze niet op zaal hangen, in een depot zijn opgeslagen.
De kunstwerken van de familie Slager vormen de basis van het museum. Het streven is om elke drie jaar een groot deel van deze schilderijen te vervangen door andere werken uit het depot. Daarnaast is een deel van het museum gereserveerd voor actuele, kortdurende wisseltentoonstellingen.

Dat is een bewuste keuze legt Oomen uit. Want met alleen een collectie Slager is er voor bezoekers onvoldoende aanleiding om binnen afzienbare tijd nog eens terug te keren naar de Choorstraat. Door regelmatig nieuwe tentoonstellingen in te richtingen met werk van andere kunstenaars wordt het museum voor een breder publiek aantrekkelijk. Maar dat moet wel altijd realistische kunst zijn, zo is bepaald in het testament van Hein en Suze Bergé, en bovendien moet er een relatie bestaan met Den Bosch of Noord-Brabant.

Ans Markus in haar atelier in Amsterdam bij haar honderdvijftig portretten, die nu ook te zien zijn in Museum Slager.

Met de voorwaarde van die band wordt creatief omgegaan, erkent hoofd coördinator Oomen, die eerder werkte in het uitvaartwezen en later de overstap maakte naar de museumwereld. Vorige maand richtte bijvoorbeeld Galerie Lieve Hemel uit Amsterdam een goed bezochte expositie in het museum in. De link met ’s-Hertogenbosch is dat de eigenaar van die galerie hier is geboren en met titel en werken aansloot op het thema van Bosch Parade. Tot en met 12 maart 2023 zijn onder de titel ‘Verbonden Vrijheid’ werken te zien van Ans Markus, geboren in het Noord-Hollandse Halfweg en al weer vele jaren woonachtig in Amsterdam. Haar connectie met Brabant? Markus woonde zeventien jaar in Tilburg en Udenhout, exposeerde hier voor het eerst en gaf er schilderles.

Marketing

Er was ook een marketingreden om het epitheton ‘museum voor realistische kunst’ aan de naam van het museum toe te voegen. “Sommige mensen dachten dat zij hier alles te weten konden komen over de geschiedenis van het slagersambacht”, vertelt Oomen met een lach. Het is niet zozeer de omvang van de collectie Slager die een eigen museum rechtvaardigt, maar de betekenis van de familie op de ontwikkeling van de schilderkunst in Noord-Brabant, in het bijzonder de eerste helft van de vorige eeuw. Bovendien geeft hun werk een aansprekend beeld van het culturele en sociale leven van ’s-Hertogenbosch en omgeving in de tweede helft van de negentiende en een groot deel van de twintigste eeuw.

Zoals in elke collectie zijn er kunstwerken die er uitspringen en andere die van mindere kwaliteit zijn. Wie van de schilders Slagers het meest talent had? Oomen noemt dat een vraag die niet is te beantwoorden. De artistieke prestaties moet je beoordelen in hun tijd en met inachtneming van de stijl waaraan de betreffende kunstenaar zich verwant voelde.

Bossche oorlogsveteranen die vochten in de Slag bij Waterloo, rond de buste van koning Willem II. Het schilderij van P.M. Slager is een van de topstukken van het museum.

Minder moeite heeft hij om topstukken in het museum aan te wijzen, zoals het grote schilderij De slag bij Waterloo, in 1875 geschilderd door P.M. Slager. Op dat doek staat centraal een buste van koning Willem II, omringd door Bossche oud-strijders die hebben deelgenomen aan de strijd tegen Napoleon. Dit schilderij wordt wel de Nachtwacht van Den Bosch genoemd. Een ander meesterwerk is juist een heel klein schilderij, niet veel groter dan een ansichtkaart. Het is een intiem portret van de vrouw van Petrus Marinus, getooid met een rood mutsje. Oud-politicus en kunstkenner Alexander Pechtold is lyrisch over dit kunstwerkje en in een video maakt hij zelfs een gewaagde vergelijking met het Meisje met de parel van Johannes Vermeer.

Portret van de echtgenote van P.M. Slager, in werkelijkheid niet veel groter dan een ansichtkaart.
Suze Maria Catharina Slager in de huiskamer, in 1933 geschilderd door Piet Slager jr.
Zicht op Sint Jan vanuit het Bossche Broek geschilderd door Frans Slager.

Vrijwilligers

Wie op de website van het museum op zoek gaat naar een digitaal overzicht van de collectie, of naar een selectie van kunstwerken, zal die niet aantreffen. Daar wordt wel aan gewerkt, maar dat is een flinke opgave voor een organisatie die voor een belangrijk deel op vrijwilligers draait. Dat geldt eveneens voor het omvangrijke papieren archief van de familie Slager dat moet worden omschreven en ontsloten. Een flinke klus die een half jaar geleden een vrijwilliger met archiefervaring op zich heeft genomen.

Het exploitatiebudget dat het bestuur van de Stichting P.M. Slager, opgericht in 1968, ter beschikking heeft, is bescheiden. De belangrijkste inkomstenbronnen zijn een subsidie van de gemeente ’s-Hertogenbosch, de huuropbrengst van appartementen uit de nalatenschap van het echtpaar Bergé en de verkoop van toegangskaarten. De coronacrisis heeft ook zijn sporen nagelaten, maar Museum Slager heeft de gedwongen perioden van sluiting financieel redelijk goed doorstaan. Het aantal bezoekers is echter nog niet op het oude niveau. In 2019 vonden dertienduizend bezoekers de weg naar het museum, in coronatijd zakte dat naar zesduizend en naar verwachting zijn het er dit jaar zo’n tienduizend.

Het museum heeft een honderdtal vrienden die het initiatief een warm hart toedragen en daarnaast zijn er concerten en lezingen om de betrokkenheid van kunstliefhebbers te stimuleren. Voor de jeugd is een educatief programma ontwikkeld. Ook haakt het museum met activiteiten aan bij evenementen in de stad, zoals Bosch Parade.

Uitgelichte foto boven: Ans Markus en Hans Oomen hoofdcoördinator Museum Slager. Foto > Margjen Hertzberger

www.museumslager.nl

Drie generaties Slager

Petrus Marinus (‘s-Hertogenbosch 1841-1912 ’s-Hertogenbosch),
vader van tien kinderen waarvan er vier in zijn voetsporen traden.
           |
Piet Slager (‘s-Hertogenbosch 1871-1938 ’s-Hertogenbosch).
Frans Slager (‘s-Hertogenbosch 1876-1953 Meerhout, België).
Jeanette Slager (‘s-Hertogenbosch 1881-1945 Vught).
Cory Slager (‘s-Hertogenbosch 1883-1927 Magelang, Nederlands-Indië).
Suze Slager-Velsen (Oostburg 1883-1964 ’s-Hertogenbosch), echtgenote van Piet.
Marie Slager-van Gilse (Baarle Hertog 1891-1968 Turnhout), echtgenote van Frans.
           |
Tom Slager (Weltevreden, Nederlands-Indië 1918-1994 Californië, VS), zoon van Hein Slager (niet-schilder).

Ans Markus in Museum Slager

In 2007 trok een grote overzichtstenstoonstelling van Ans Markus in Het Noordbrabants Museum bijna 65.000 bezoekers. De expositie van haar werk in Museum Slager, te zien tot en met 12 maart 2023, is bescheidener van opzet, maar geeft zowel een indruk van haar vroegere als van meer recente schilderijen. 

Ans Markus (Halfweg 1947) kon als kind al opvallend goed tekenen, maar het was in haar milieu niet vanzelfsprekend dat ze een kunstopleiding zou gaan volgen. Haar vader werd op zijn zestiende timmerman en ontwikkelde zich tot bedrijfsleider. Zijn dochter mocht wel naar het lyceum. Op haar zestiende verhuisde de familie van de Randstad naar Brabant. Ze was 21 jaar toen ze onvoorzien in verwachting raakte en ze trouwde met de vader. Het huwelijk hield geen stand. In Tilburg ontmoette ze kunstschilder Jan van den Berg waardoor ze in aanraking kwam met de lokale kunstwereld. Het bood haar de mogelijkheid om haar artistieke talenten te ontplooien, als autodidact. Ook dit huwelijk strandde en haar traumatische ervaringen verwerkte ze in haar schilderijen. Begin jaren tachtig werd ze bekend met haar schilderijen van vrouwen in windsels, ze stonden voor haar kwetsbaarheid en onzekerheid. Sommige van haar schilderijen werden gebruikt als cover voor bestsellers van schrijfster Marijke Höweler. 

Eind jaren tachtig verhuisde ze naar Amsterdam en ontwikkelde zich tot een succesvol kunstenaar, met exposities in binnen- en buitenland. Bij het grote publieke maakte ze naam door publicaties in populaire bladen. In 2009/2010 is ze verkozen tot kunstenaar van het jaar.

Realistisch
Haar werk wordt weleens vergeleken met dat van Carel Willink, maar volgens Markus onterecht. “Ik heb altijd met heel veel respect en bewondering gekeken naar wat hij deed, maar mijn verhaal is compleet anders. Hij was magisch realist, mijn werk vind ik niet magisch, wel realistisch”, vertelde ze in een interview. Ze is een bewonderaar van de kunstenaar Jean Rusting, die wel de Franse Francis Bacon is genoemd. Diens schilderijen van naakte mannen zijn soms shockerend. “Ik zou de neiging hebben om dingen mooier te maken, hij niet”, bekende ze in een interview met kunsthistoricus en publicist Koos de Wilt. 
In Amsterdam heeft Markus haar atelier op Prinseneiland, waar ze woont met haar huidige partner Wybe Tuinman. Hij gaf haar haar zelfvertrouwen terug, ‘toen heb ik die windsels afgelegd’. 

Ze is vooral geïnspireerd door het thema van onafhankelijk en vrijheid, maar ook verbondenheid met mensen en verdraagzaamheid. Ze gaf enkele jaren tekenles aan dak- en thuislozen bij het Leger des Heils, die ze ook portretteerde. In Museum Slager is een groot schilderij te zien dat bestaat uit olieverfportretten van honderdvijftig jonge vrouwen en mannen uit de serie ‘Verdraagzaamheid & Respect”. Ans Markus is zich afgelopen jaren ook gaan toeleggen op het maken van bronzen beelden. Na de inval van de Russen in Oekraine ontwierp ze vredesduiven in perspex. In 2020 is bij haar kanker geconstateerd waar ze na behandeling van is genezen. Sindsdien heeft ze niet meer haar kenmerkende lange zwarte haar, maar een grijs kort kapsel. (en)

ansmarkus.nl

© Brabant Cultureel 2022

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.