Kunstredacteur Rob Schoonen wilde kunst begrijpelijk maken voor de buurvrouw

Rob Schoonen nam onlangs afscheid als kunstredacteur van het Eindhovens Dagblad. Hij volgde ruim twintig jaar de ontwikkelingen op het gebied van beeldende kunst en design op de voet. Bij wijze van afscheid mocht hij een expositie samenstellen die te zien is bij Pennings Foundation in Eindhoven.

door Emmanuel Naaijkens

“Ik ben een heel gelukkig mens, dat meen ik echt.” Het komt zonder enige aarzeling uit de mond van Rob Schoonen (Breda 1956). Maar hij heeft dan ook het mooiste cadeau gekregen dat een kunstredacteur zich bij zijn afscheid kan wensen. Hij mocht in Pennings Foundation naar eigen inzicht een expositie inrichten met werken van beeldend kunstenaars uit Zuidoost-Brabant.

Rob Schoonen neemt bij de opening van zijn afscheidsexpositie in Pennings Foundation felicitaties in ontvangst. Foto > Emmanuel Naaijkens

Nog maar drie maanden geleden kwam dit genereuze aanbod van directeur Petra Cardinaal ter sprake. In een mum van tijd had Schoonen een lijst van vijftig, zestig kunstenaars en vormgevers klaar en begon het moeilijkste deel: namen schrappen. “Echt kill your darlings”, zegt de journalist, “er was immers slechts ruimte voor ongeveer dertig werken.” Binnen een dag zegden de benaderde kunstenaars en designers – die allemaal ooit door Schoonen zijn geïnterviewd – hun medewerking toe. “Ze reageerden zeer enthousiast, ik was aangenaam verrast.”

The artist at work. The artist at home. The artist asleep, luidt de titel van dit kunstwerk. Links de maker Henk Visch in gesprek met collega Helma Michiels. Foto > Paul Ceulemans

Rob Schoonen is in de wereld van de beeldende kunst in Zuidoostbrabant dan ook geen onbekende. Ruim twintig jaar werkte hij als kunstredacteur op de redactie van het Eindhovens Dagblad, waarvan de laatste acht jaar als chef van de kunstredactie. Schoonen staat bekend om zijn deskundig, fair oordeel. Positieve of negatieve kritieken van zijn hand zijn altijd goed onderbouwd. Daarmee dwong hij respect af bij kunstenaars, ook als zij het niet met zijn opvattingen eens waren. Ooit ééen keer uitgezonderd. Een kunstenaar was zo woedend over een kritische bespreking dat hij Schoonen fysiek bedreigde, waarna deze twee dagen politiebescherming kreeg.

Inspirerend

Toen hij na de middelbare school een opleiding moest kiezen, kwam journalistiek niet in hem op. Het werd eerst MTS bouwkunde en vervolgens de Academie voor Beeldende Vorming in Tilburg. Daar ging een wereld voor hem open. Hij ontmoette er inspirerende docenten als Van Kimmenade en Beljon en de legendarische Lambert Tegenbosch. Die genoot bekendheid als kunstrecensent, eerst van het Eindhovens Dagblad, later van de Volkskrant en ook als galeriehouder in Heusden. “Vooral van Lambert, docent kunstbeschouwing, heb ik ongelooflijk veel geleerd. We zijn ooit samen naar de Documenta geweest. Het was ontzettend leuk om met hem samen te werken.”

Van Lambert Tegenbosch heb ik geleerd kunst te beschouwen

Min of meer toevallig kwam Schoonen na de academie op het pad van de journalistiek. Hij las in dagblad De Stem in Breda een kunstrecensie en dacht ‘dat lijkt nergens op, dat kan beter’. Toenmalig chef van de kunstredactie Henk Egbers gaf hem een kans om zijn gelijk te bewijzen. Kort daarna was hij medewerker van de kunstredactie van De Stem en volgde de ene opdracht na de andere. Hij werkte jaren voor de Vlaamse dagbladen De Standaard en De Morgen en vakbladen als Artefactum en het Museumtijdschrift. Eind jaren tachtig trad hij in dienst van het Brabants Nieuwsblad in Roosendaal en was daar zeven jaar chef van de kunstredactie.

Kunststichting

Toen ontstond de behoefte om niet alleen over kunstenaars te schrijven, maar ook samen met hen dingen te doen. Als directeur van de Nieuwe Brabantse Kunststichting (NBKS, een voorloper van KunstLoc) kon hij aan die wens invulling geven. In 1998 overleed zijn echtgenote en trad hij terug als directeur van de NBKS om voor de kinderen te zorgen. Maar de kunstwereld bleef aan hem trekken en na anderhalf jaar werd hij gevraagd om het Actieprogramma Cultuurbereik in Rotterdam te begeleiden. “Dat was een fantastische tijd, echt tof. In die tijd was Rick van der Ploeg staatssecretaris voor cultuur en die wilde meer cultuur in de wijken. Ik doorkruiste anderhalf jaar lang op mijn fietsje Rotterdam op zoek naar plekken waar kunst een plekje kon krijgen.” Na een intermezzo als interim-directeur van Artotheek Rijnmond werd hij in 2001 redacteur kunst en design van het ED.

Veel kunstredacteuren hebben vanuit een algemeen journalistieke functie kunst als specialisme ontwikkeld. Anderen hebben een achtergrond als kunst- of cultuurhistoricus. Jij had een kunstopleiding gevolgd, best wel bijzonder voor een kunstredacteur.
“Ik vond en vind dat nog altijd een pré. Dat vonden kunstenaars trouwens ook. Ik weet bijvoorbeeld hoe je een penseel moet vasthouden, of hoe je een beeld hakt. Ik ken het vakmanschap en dat helpt enorm omdat je daardoor heel snel een band krijgt met een kunstenaar. En ik denk dat je daardoor hun werk beter kunt begrijpen.”

“Ik weet hoe je een penseel moet vasthouden, of hoe je een beeld hakt. Ik ken het vakmanschap en dat helpt enorm omdat je daardoor heel snel een band krijgt met een kunstenaar. En ik denk dat je daardoor hun werk beter kunt begrijpen.” Rechts in zwart shirt Rob Schoonen. Foto > Paul Ceulemans

“Het leuke was dat toen ik in Eindhoven begon, design in opkomst was. In 2001 was de eerste Dag van het Ontwerp, wat is uitgegroeid tot de Dutch Design Week. Ik heb dat allemaal van heel dichtbij meegemaakt. Dat was heerlijk. Ik ben in feite meegegroeid in de ontwikkelingen op designgebied in Eindhoven. Afgelopen weken heb ik mijn kasten met de kunstboeken opgeruimd. Een groot deel gaat over autonome beeldende kunst, maar een steeds groter deel werd design. Dat zegt wel iets hoe het zich ontwikkeld heeft. Eenentwintig jaar geleden, toen ik bij het ED begon, had ik amper boeken over design.”

Philips Design

Wat was volgens jou zo bepalend voor de opkomst van het autonoom design dat heeft geleid tot DDW? 
“Philips had hier toen een studio waar zo’n 250 vormgevers werkten aan het design van hardcore producten van noem maar scheerapparaten tot aan stofzuigers aan toe. Je had hier ook de Akademie voor Industriële Vormgeving, in 1997 omgedoopt in de Design Academy Eindhoven. Daarvan vond men dat die wel wat meer naar buiten mocht treden, want afgestudeerden trokken na het behalen van hun diploma onmiddellijk naar Amsterdam of Rotterdam. Als ze in Eindhoven bleven, gingen ze onder meer werken bij Philips Design, maar dat was een gesloten bolwerk.”

Miriam van der Lubbe (afgestudeerd aan de academie in 1995) nam samen met Eduard Sweep van Yksi Ontwerp, een studio in Eindhoven, het initiatief om autonoom design meer in de schijnwerpers te zetten. Dat resulteerde in de Dag van het Ontwerp die vanwege het succes al gauw een Week van het Ontwerp werd en nog later de Dutch Design Week. Het evenement heeft een breed draagvlak in de stad, ook vanuit het stadhuis. Maar volgens Schoonen mag de politiek wel ruimhartiger zijn in de steun aan de designsector: “Het begon heel kleinschalig met honderden bezoekers en dat zijn er nu 365.000 geworden. Dat is gigantisch. Sinds vorig jaar krijgt DDW ook landelijke steun; wordt het gezien als een landelijk festival. Dat zegt wel wat. Er is hier een vruchtbare voedingsbodem voor design.”

In deze ingenieuze machine van Gijs van Bon uit 2011 komen kunst, ambachtelijke en digitale techniek, en literatuur samen. Al rijdend ‘schrijft’ de machine met fijn zand teksten op de vloer. Foto > Emmanuel Naaijkens

Door dit succes is Eindhoven veel aantrekkelijker als vestigingsplaats voor jonge talenten. Het is ‘the place to be’ geworden met veel designers van naam. “De gemeenschap is enorm gegroeid. Ga maar eens kijken bij Sectie C, in dat complex zitten honderden ontwerpers. Het is gewoon een groot feest om daar doorheen te lopen. Daar wordt zoveel moois gemaakt, zoveel goede dingen.”

Toch moet Eindhoven op zijn tellen passen, waarschuwt Schoonen. Er is een grote behoefte aan betaalbare werkruimten voor jonge ontwerpers waar zij zich verder kunnen ontwikkelen en doorgroeien. De gemeente heeft daar onvoldoende oog voor.

Eindhoven moet oppassen dat ze designtalent niet kwijtraakt

“Als je als gemeente design hoog in het vaandel hebt staan – dat is hier de beroemde TDK: Technologie, Design, Kennis, al jarenlang het motto van Eindhoven – dan moet je daar in voorzien. Het is voor wat hoort wat. Die 365.000 mensen die naar de DDW komen, dat levert de stad elk jaar miljoenen euro’s op. Allemaal mensen die hier blijven, eten, slapen, dingen kopen en dergelijke meer. Mag de designwereld daar alstublieft iets voor terugkrijgen? Ik zou er niet van staan te kijken als over een paar jaar toch weer meer net afgestudeerden naar Amsterdam, Rotterdam of Brussel of waar dan ook vertrekken, omdat de condities daar gunstiger zijn.”

Kan het voor jou moeilijk zijn om iets over een kunstwerk te zeggen, dat je soms dacht wat moet ik daar nou van vinden?
“Nee, daar heb ik nooit moeite mee gehad. Ik kan goed kijken, dat is mijn vak. En dat omzetten in woorden die vervolgens ook mijn buurvrouw begrijpt, dat is het andere deel van dat vak. Die buurvrouw was een soort van metafoor, die had ik als lezer voor ogen. Bijvoorbeeld een quasi abstract werk zo te beschrijven dat ook mijn buurvouw het leuk vindt om het te gaan bekijken.”

Kun je kunst alleen begrijpen als je daar een bepaald denkniveau voor hebt?
“Nee, dat is flauwekul. Daar geloof ik helemaal niks van. Iedereen kan kijken. Iedereen kijkt op zijn manier, iedereen kan voor zichzelf duiden wat iets is.”

Bezoekster bekijkt houtskooltekeningen van Helma Michiels. Rob Schoonen stimuleerde de kunstenares om dit overzicht te maken. Foto > Paul Ceulemans

Valt er dan wel een discussie over kunst te voeren?
“Ik zeg altijd: kunst bestaat niet. Dan ben je ook gelijk van al het gezeik af. Het beleid van ED als het gaat om kunst en cultuur is datgene te beschrijven wat eigenlijk niet bestaat. Dat is misschien een beetje flauw, maar er zit een kern van waarheid in. Dan heb je het over beeldende kunst, of een prachtig muziekstuk, met lagen erin. Dát proberen te pakken te krijgen en daarover het verhaal te maken voor diezelfde buurvrouw. Dat is het doel van de kunstkritiek.”

Dans

Schoonen heeft zich altijd beperkt tot beeldende kunst en design, “want daar heb ik verstand van”. “Dans vind ik machtig mooi, maar ik vind het een van de moeilijkste disciplines. Met abstracte beeldende kunst heb ik geen moeite, met dans wel. Ja, dat is maf en ik weet ook niet precies waar dat aan ligt.”

Op pagina twee van het regiokatern had Schoonen jarenlang een column waarin hij ook veel over kunst en cultuur schreef, omdat daar de afgelopen jaren steeds minder ruimte voor was in de krant. Dat was heel anders toen hij eenentwintig jaar geleden in Eindhoven begon. Het ED had toen nog vijf kunstredacteuren en een stoet aan medewerkers, zegt Schoonen. “Ooit hadden we op elke donderdag een uitkatern van twaalf pagina’s, mind you, en op vrijdag een cultuurkatern van twaalf pagina’s. En dat waren grote pagina’s, dat was nog voor de invoer van het tabloidformaat.”

“Ooit hadden we op elke donderdag een uitkatern van twaalf pagina’s, mind you, en op vrijdag een cultuurkatern van twaalf pagina’s.”

In de loop van de tijd zijn kunst en cultuur, zoals bij zoveel kranten, naar de marge verdreven. ED heeft nu nog vier vaste kunstpagina’s en omgerekend twee pagina’s voor recensies en andersoortige cultuurverhalen. Op half krantenformaat. Schoonen was chef van een redactie van twee parttime redacteuren en een handvol medewerkers.

Hoe komt het dat kunst en cultuur in de kranten een ondergeschoven kindje zijn geworden?
“Mensen zijn steeds minder geïnteresseerd in kunst en cultuur. Voor mij is duidelijk wat de oorzaak daarvan is: het onderwijs. Dat is gedevalueerd als de pest en dat is echt een ramp. Een leerling op een middelbare school krijgt bijvoorbeeld helemaal geen goed muziekonderwijs meer. Beeldende kunst? Amper, behalve als hij of zij voor het vak ckv kiest. En eigenlijk moet goed kunstonderwijs al op de basisschool beginnen.”

Marketingjournalistiek

Online journalistiek is vrijwel zeker de redding geweest van de kranten, maar dat heeft ook een keerzijde, zegt Schoonen. De journalistiek is sterk veranderd. Online kun je precies zien hoeveel lezers een bepaald artikel trekt. Daar worden op de redactie elke dag lijstjes van gepubliceerd. Berichten over kunst en cultuur bungelden constant onder aan de ranglijst. “Dat werkt heel demotiverend, ik heb er mensen aan onderdoor zien gaan.” Er ontstond druk vanuit de leiding om die aantallen met een andere, populaire journalistieke aanpak op te krikken. “Ik noem dat marketing, het heeft niets meer met journalistiek te maken.”

Schoonen is trots op ‘zijn’ expositie TOT HIER…en verder bij Pennings Hij zou alle werken graag in zijn huiskamer willen hangen. “Ik heb ze hoog zitten, het zijn stuk voor stuk hele goede kunstenaars en vormgevers. Een groot aantal van die werken zitten soms al twaalf jaar in mijn kop geëtst. Vooral van René Daniels. Het schilderij La Muse Vénale, 1979 (collectie Van Abbe, zie foto hieronder) hing bij de burgemeester in de kamer. Ik vind het echt een meesterlijk werk. Ik zag het twaalf jaar geleden voor het eerst en ik was er ‘bam’ meteen door gegrepen, ook omdat ik de boodschap begreep.”

‘La Muse Vénale’ in de tentoonstelling ‘TOT HIER… en verder’. René Daniëls maakte het schilderij in 1979. Het werd in 1981 verworven door het Van Abbemuseum. Olieverf op doek, 200 x 300 centimeter. Foto > Emmanuel Naaijkens

Waarom spreekt het je zo aan?
“Het is heel punk, heel wild, rauw en direct. De verf is er bijna op gesmeten. Toen ik de voorstelling op het schilderij zag en de titel La Muse Vénale las, begreep ik onmiddellijk dat het ging om een gedicht van Baudelaire waarin hij spreekt over de muze en diens ingewikkelde verhouding met de kunstenaar. Er zit een sterk verhaal in dit werk. Het is lekker geschilderd, je ziet dat Daniëls dit met plezier gemaakt heeft.”

Thriller

Zijn liefde voor kunst beperkt zich niet tot de moderne tijd. Schoonen is ook geboeid door werken en kunstenaars van eeuwen geleden. Hij is een groot bewonderaar van de veertiende-eeuwse schilders Jan en Hubert Van Eyck, volgens Schoonen begiftigd met een ongeëvenaard talent. “Beter nog dan Rembrandt.” Hij heeft meer dan een meter aan kunstboeken over de twee gebroeders die bij het grote publiek vooral bekend zijn om het imposante werk Het Lam Gods dat zich bevindt in de Sint-Baafskathedraal in Gent. In 1934 werden twee panelen ervan gestolen. Het paneel ‘De rechtvaardige Rechters’ is nog steeds niet boven water. Dat gegeven inspireert Schoonen tot het schrijven van een kunstthriller. Maar het kan nog jaren duren voor die roman is voltooid. Hij heeft inmiddels ook de opdracht gekregen om een boek te schrijven over de Dutch Design Week en incidenteel schrijft hij ook voor het culturele tijdschrift Zout.

Het paneel ‘De rechtvaardige Rechters’ (links) is nog steeds niet boven water.

De expositie ‘TOT HIER…en verder’ met werk van: Maarten Baas, Joost van Bleiswijk, Gijs van Bon, René Daniels, Piet Hein Eek, Kiki van Eijk, Bart Hess, Hans van Hoek, John Körmeling, Aagje Linssen, Helma Michiels, Marc Mulders, Norbert van Onna, United Cowboys, Henk Visch en Jeroen Wand is te zien bij Pennings Foundation, Geldropseweg 63, Eindhoven. Tot en met zaterdag 20 augustus 2022.

Bij de expositie verscheen een boekje met artikelen die Rob Schoonen eerder schreef over de deelnemende kunstenaars.

Foto voorpagina > Paul Ceulemans

www.penningsfoundation.com

Lees ook op Brabant Cultureel:
Cultuurkatern Brabantse kranten verdwijnt, ‘maar dat is geen bezuiniging’

© Brabant Cultureel 2022

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.