De parels van Pollet, over rijke fabrikantenvilla’s en hun bewoners

Column door JACE van de Ven

Toen wij in 1985 naar een pand in het centrum van Tilburg verhuisden, bleek er in de ommuurde achtertuin een konijn te wonen. Het huppelde vrolijk rond en liet zich door onze dochters van alles toestoppen. Zij gaven het ook een naam, Bodyguard. En hij moest een vriend krijgen omdat hij anders veel te veel alleen was. Dus arriveerde kort daarna in een kartonnen doos het konijn Ladykiller.

Aan mij de opdracht een habitat voor Bodiguard en Ladykiller in te richten. Daarvoor hoefde ik alleen de achterste twintig vierkante meter van de tuin af te zetten met gaas. Om te voorkomen dat de konijnen onderdoorgangen zouden graven, wilde ik het gaas diep in de grond laten doorlopen, maar dat mislukte. Nog geen halve meter onder het bodemoppervlak stuitte ik op een stenen vloer over de hele breedte van de tuin. Makkelijk, ik hoefde niet dieper te graven en Bodyguard en Ladykiller zouden toch niet kunnen ontsnappen.

Sinds een maand weet ik waarom er in mijn achtertuin een ondergrondse vloer is. Hier heeft tussen 1840 en 1935 de textielfabriek Pollet&Zonen gestaan, waar meer dan tweehonderd mensen werkten. Dat lees ik in De parels van Pollet van Lenneke Willemstein, bouwkundige en architectuurhistorica. Het boek gaat over de prachtige woonhuizen die deze rijke textielfamilie tussen 1800 en 1935 in Tilburg liet bouwen. De Pollets vluchtten kort na de Franse Revolutie naar Nederland. Rond 1800 keerden zij naar Frankrijk terug, met uitzondering van zoon Guillaume en dochter Barbara die zich in Tilburg vestigden. Die twee maakten deel uit van drie generaties Pollet die een qua architectuur arme stad door het bouwen van stadsvilla’s en landhuizen nog enig cachet wisten te geven.

Tot het regelmatige verblijf van koning Willem II in Tilburg tussen 1830 en 1849 waren er in Tilburg – tot stad verklaard in 1809 maar in feite een conglomeratie van buurtschappen – nooit andere huizen gebouwd dan in één of twee bouwlagen met pannen of rieten dak. Maar of Willem II nou het voorbeeld gaf door een paleisje te aan te besteden, een kazerne en buitenhuizen, of dat er door de welvaart in de textielindustrie welgestelde burgers kwamen die zich wat konden veroorloven, vanaf medio negentiende eeuw deed de architectuur zijn intrede in Tilburg. ‘Met hun stadsvilla’s willen de bewoners de voorbijgangers imponeren met hun rijkdom’, schrijft Willemstein.

Omdat Tilburg geen stad was die zich vanuit een kern ontwikkelde, maar een aantal herdgangen verbonden door lintbebouwing met veel open plekken daartussenin, kon men gemakkelijk mooie bouwkavels dicht bij het centrum vinden. Daar werden vaak, vlak bij elkaar – en uniek volgens Willemstein – een fabriek, een fabrikantenvilla en wat arbeiderswoningen gebouwd. De meeste negentiende-eeuwse arbeiderswoningen en fabrieken zijn verdwenen, verschillende stadsvilla’s staan er nog, waaronder die van de familie Pollet.

Villa De Vier Jaargetijden, hoek Noordstraat/Fabriekstraat.

De bekendste is de villa De Vier Jaargetijden, gebouwd tussen 1855 en 1857, een eclectisch bouwwerk dat in zijn eigen parkachtige omgeving staat en opvalt door zijn grootte, statigheid en mysterieuze uitstraling. ‘Wie zou hier ooit gewoond hebben?’, vraagt bijna iedereen die de villa voor het eerst ziet zich af. Zo ook Lenneke Willemstein. Met die nieuwsgierigheid begon haar zoektocht naar de huizen van Pollet.

Het woonhuis van de familie Pollet, met Lenneke Willemstein. Foto > Theo van Etten

Even fascinerend, maar je moet er misschien langer naar kijken om dat te voelen, is het woonhuis van Pollet uit 1840, in al zijn robuuste eenvoud. Het stond recht voor de fabriek Pollet&Zonen en kent nog niet de tierelantijnen van de latere villa’s van Pollet. Rond 1840 moest er kennelijk nog hard gewerkt worden, enige decennia later was het kapitaal vergaard. In 1880, lees ik in het boek, verdiende alleen Arnoldus Pollet in zijn eentje al net zoveel als honderd van zijn werklui samen. En dan had hij nog de nodige familieleden die ook niet bepaald van de honger omkwamen.

Arnoldus Pollet verdiende in zijn eentje net zoveel als honderd van zijn werklui samen

Het is vanaf die tijd dat de familie fraaie villa’s laat bouwen die gelukkig nog terug te vinden zijn in het Tilburgse stadsbeeld. Vooral de vrouw van Guillaume Pollet jr., Constance de Horion de Corby, houdt zich daarmee bezig. Op de omslag van De parels van Pollet staan er enkele afgebeeld: de villa Guillaume waar nu Natuurmuseum Brabant in gevestigd is en de villa’s Joseph en Desiré, terwijl op de achterkant van het boek Villa Constance is te zien. De huizen zijn een blikvanger voor wie in Tilburg het station uit komt en even naar rechts wil kijken.

Villa Constance aan de Spoorlaan in Tilburg. Het werd in 1902 gebouwd naar een ontwerp van de bekende Tilburgse architect Jan van der Valk in opdracht van Constance R.C.M. de Horion de Corby, weduwe van wollenstoffenfabrikant Pollet.
Villa Guillaume als woonhuis. De villa is later naar achter uitgebouwd en werd toen Ambachtsschool en later Natuurmuseum Brabant.
Van links naar rechts > villa Guillaume (Ambachtschool), villa Joseph en daarnaast villa Desiré.
De villa’s Constance, Guillaume, Joseph en Desiré in 2020. Foto > Rene van der Hulst

Laten we de herenhuizen, de buitenhuizen en de arbeiderswoningen en fabrieksgebouwen verder buiten beschouwing. Wat waren die Pollets voor mensen? En waarom bleven verhoudingsgewijs met de rest van Nederland zo velen van hen ongehuwd, zodat de fabriek in 1935 sloot door gebrek aan opvolgers? Hoewel Willemstein een bouwkundig verhaal schrijft, vermeldt ze hier en daar de vele functies die leden van de familie Pollet bekleedden op politiek en sociaal-maatschappelijk terrein. Ze begint haar boek zelfs met drie verwanten van de familie die zich bezoeken rond 1950 in de Villa de Vier Jaargetijden herinneren, maar het antwoord op de vraag wie hier ooit gewoond zou hebben, is daar slechts ten dele mee beantwoord. De kennis die De parels van Pollet openbaart, zou stof kunnen zijn voor een familiesaga waarin het leven van alledag dat de Pollets leefden fictief wordt ingevuld.

Op de plek van het huis waar ik woon, stond ooit het kantoor van textielfabriek Pollet&Zonen. Toen dat kantoor werd uitgebreid, werd er gewoon op de doorgaande weg gebouwd, de straat werd omgeleid. Ging dat zomaar? En waarom heet de Mariastraat in Tilburg niet naar de maagd Maria, maar naar Maria Pollet die er ooit woonde? Het zijn vragen die ik, ware ik nog jong, in een roman zou willen proberen te beantwoorden. Ik zou kunnen beginnen met Bodyguard en Ladykiller die al gravend de fundamenten van Pollet&Zonen blootleggen. Maar net als de Pollets zijn Bodyguard en Ladykiller van ouderdom gestorven. We moeten het dus doen met de feiten.

Die feiten staan in De Parels van Pollet, een prachtig full color geïllustreerd boek met harde kaft, dat voor vijfentwintig euro is te bestellen via www.parelsvanpollet.nl op welke site ook allerlei andere informatie over het onderwerp te vinden is.

© Brabant Cultureel 2022

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.