Serieuze poëzie voor jongeren, compleet met humor en relativering

door JACE van de Ven

Ooit, het moet tussen 1976 en 1985 zijn geweest, want toen was Ed d’Hondt er burgemeester, deed ik voor Brabant Pers verslag van een bijeenkomst van jeugliteratuurschrijvers in Hilvarenbeek. Tot mijn verbazing hield burgemeester D’Hondt daar een openingswoord waarin hij op het schrijven voor kinderen en jongeren inging als ware hij een groot kenner van die literatuur. Wat hij precies zei, weet ik niet meer, maar wel dat ik mij een beetje ergerde aan de man. Schoenmaker, blijf bij je leest, dacht ik en het zou me niet verbazen als ik dat als jonge en wat graag kritische journalist in mijn artikel over de bijeenkomst ook vermeld heb. Ik weet het niet meer.

Wat ik wel weet, is dat ik mij nu zelf als leek ga uitspreken over het schrijven voor jeugd en jongeren. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Aanleiding is Applaus voor mijn vinger, een bundel jongerenpoëzie die Erik van Os samenstelde, geïnspireerd door zijn optredens op middelbare scholen. De gedichten werden in kleur geïllustreerd door drievoudig Gouden Penseel-winnaar Jan Jutte.

Erik van Os tijdens de presentatie van de dichtbundel ‘Applaus voor mijn vinger’. Foto > Arjan Lammerts

Ruim twee jaar geleden schreef ik al eens over Erik van Os. Met dit stuk wil ik niet in herhalingen vallen en daarom gaat het behalve over de nieuwe jongerenpoëziebundel ook enigszins over de vraag wat poëzie van jongeren is. Bij de presentatie van Applaus voor mijn vinger raakte ik in gesprek met Carina van der Walt, dichteres en ook schrijvend voor Brabant Cultureel, en met Frank van Pamelen, cabaretier en wat al niet meer. Maar beiden zijn ook afgestudeerd taalwetenschapper en daarom legde ik hen de vraag voor: waarin onderscheidt poëzie voor jongeren zich van andere poëzie?

Opvallend antwoord van beiden, los van elkaar: er bestaat eigenlijk geen strikte jongerenpoëzie. Goede poëzie is leeftijdloos. Van Pamelen: “Poëzie is wat je eruit haalt en wat je er als lezer zelf instopt.” Dat vond ik wel mooi gezegd. Wel kun je volgens hem jeugdpoëzie vaak herkennen aan de thematiek, het gaat dan om teksten met thema’s als school, liefdesverdriet, bemoeizuchtige leraren en onmogelijke ouders, maar ook over opgroeien in een ingewikkelde wereld. Thema’s die in de nieuwe bundel van Van Os moeiteloos terug te vinden zijn.

Een van de sterke kanten van Van Os is het feit dat hij humor en relativering niet schuwt in zijn gedichten voor jongeren. Dat kan hij zonder de problemen waarmee jongeren zitten te bagatelliseren. Tegelijk is hij maatschappijkritisch zonder te moraliseren en hij zoekt minutieus naar de juiste woorden. Hij vertelde bijvoorbeeld dat hij een gedicht niet opgenomen had in de nieuwe bundel, omdat hij het woord vrijgezel dat erin voorkwam te ouderwets vond en hij geen eigentijds equivalent wist te vinden waarover hij tevreden was.

Erik van Os is iemand die volwassen werd zonder de magie en de verwondering uit zijn leven te bannen

Erik van Os is die lekker gekke oom op een feestje, een oom die niet gek is, maar nuchter genoeg om te weten wat hij doet en die juist die details naar voren weet te brengen die ertoe doen. Hoe hij dat doet? Volgens mij niet door terug te gaan maar de kinderziel. Hij lijkt me eerder iemand die de spontaniteit en de jeugdige blik waarmee een onvolwassene naar de wereld kijkt altijd behouden heeft. Iemand die volwassen werd zonder de magie en de verwondering uit zijn leven te bannen. En als je daar ook nog eens op sprankelende wijze over vertellen kan, dan ben je misschien wel een schrijver waar ook jongeren om geven.

Een leuk voorbeeld is het gedicht/liedje ‘Schaapjes’. Het begin een beetje kinderlijk met regels als ‘Schaapjes op de hei. / Schaapjes in de wei. // Schaapjes in een stal. / Schaapjes overal.’ Maar het eindigt na al dat liefelijk in slaap wiegen plotseling met schaapjes met een geweer en ‘Schaapjes met een gordel om. / Bom. Bom. Bom. Bom. Bom. / Nergens schaapjes meer.’ Met de tekening van Jan Jutte erbij wordt dit gedicht zelfs dreigend.

Gedicht/lied ‘Schaapjes’ van Erik van Os. Illustratie Jan Jutte.

Erik van Os (1963) is de partner van schrijfster Elle van Lieshout met wie hij samen een bedrijf runt in boeken schrijven en voordrachten geven. Samen publiceerden zij meer dan tweehonderd lees- en prentenboeken en uitgaven voor leesmethoden in het onderwijs. Hij geeft ook muzikale voorleesvoorstellingen. Van Applaus voor mijn vinger worden bijvoorbeeld verschillende gedichten als lied uitgevoerd, liedjes die hij maakte met hulp van poppenspeler/multitalent Frans van der Meer.

Net toen ik deze column over Erik van Os aan het schrijven was, werd bekend dat hij en Elle van Lieshout een Bronzen Griffel gewonnen hebben. Dat is een stimuleringsprijs die tot vorig jaar Vlag en Wimpel heette. Het tweetal won die prijs ook al eens in 2017 voor het poëzieprentenboek Niets liever dan jij met tekeningen van Marije Tolman. Nu krijgen ze hem voor Tintelvlinders en pantoffelhelden. Het boek is dubbel bekroond, zowel voor de tekst (griffel) als voor de illustraties (penseel) van Sanne te Loo. Het kwam tot stand doordat uitgeverij Querido een aantal jeugddichters vroeg om vier versjes te schrijven over de emoties bang, blij, boos en verdrietig. Hans en Monique Hagen, Simon van der Geest, Joke van Leeuwen, Pim Lammers, Bette Westera, Elle van Lieshout en Erik van Os gingen aan de slag. Het resultaat is nu bekroond.

Applaus voor mijn vinger verscheen bij uitgeverij Querido (ISBN 9789045127378, 128 pagina’s, € 17,99). Diverse van de liedjes/gedichten zijn met medewerking van Frans van der Meer gearrangeerd en uitgevoerd door verschillende artiesten. Ze zijn te beluisteren via YouTube, Spotify en TikTok. Meer over Erik van Os op www.erikvanosenellevanlieshout.nl.

Lees ook op Brabant Cultureel:
Erik van Os, de zingende dichter

© Brabant Cultureel 2022

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.