De Brabantse smokkelcultuur en de veelkantigheid van de waarheid

Column door JACE van de Ven

In het boek Ongekend, over het leven van Rini Wagtmans, tekent schrijver Peter Ouwerkerk uit de mond van de oud-wielrenner op: ‘Ik heb nooit gelogen, maar ook niet altijd de waarheid verteld.’

Aan die uitspraak moest ik regelmatig denken bij het lezen van De Tilburgse Peaky Blinders – Vier generaties Tilburgse smokkelaars, de familie ‘Kwak’ Verhagen. De waarheid heeft veel kanten en de betekenis van woorden hangt, zoals schrijver Alex van Dongen zegt in De Tilburgse Peaky Blinders, af van degene die ze uitspreekt. Hij adstrueert dat met een dialoogje waarin hij opmerkt dat zijn zegsman, Janus Verhagen berucht is. Die antwoordt dat hij niet berucht is: ‘Ik ben alleen niet bang aangelegd.’ ‘Mag ik je dan een beetje dominant noemen?’ ‘Nee, dat ben ik ook niet. Ik ben alleen heel duidelijk.’

Het boek dat Van Dongen schreef over de smokkelende en meestal met de politie overhoop liggende Verhagens, omspant ruim een eeuw – van ongeveer 1900 tot 2020 – en volgt vier generaties Verhagen aan de hand van archiefbronnen, krantenartikelen en familieverhalen. Die laatste worden opgetekend uit de mond van café-uitbater Janus Verhagen (1946), zoals gezegd, een niet bang aangelegd en duidelijk type. Die karaktertrekken zitten hem waarschijnlijk in de genen en zijn er mede oorzaak van dat zijn grootvader en twee van zijn oudooms op jeugdige leeftijd werden gedood bij confrontaties met het wereldlijk gezag.

Achter de tafel van links naar rechts > Sjef, Janus, Toon en Peer Verhagen. Wie de andere mannen zijn is onbekend. Foto > privécollectie familie Verhagen

De opa van Janus, die ook Janus heette, werd tijdens de Hilvarenbeekse kermis in 1938 doodgeschoten door de politie, omdat hij net als zijn kleinzoon niet bang was. In plaats van deemoedig de aftocht te blazen, ging hij de confrontatie met de politie aan. De broers van opa Janus, Peer en Sjef, vielen eerder al door pistoolschoten van respectievelijk een politieman en een douanier toen ze betrapt werden bij het smokkelen van België naar Nederland. Ook zij gaven zich niet onmiddellijk over en hadden een beruchte reputatie. Die heeft mogelijk meegespeeld bij de zich herhalende tragedie. Misschien grepen de bedienaren van het wereldlijk gezag uit angst voor de Verhagens eerder naar het pistool dan zij in andere gevallen zouden hebben gedaan.

Er hangt rond verhalen over smokkelen altijd iets van romantiek

Alex van Dongen, schrijver van De Tilburgse Peaky Blinders is als socioloog werkzaam bij Novadic-Kentron, een instelling voor verslavingszorg. In zijn onderzoekswerk daar bestudeert hij niet alleen schriftelijke bronnen, maar legt ook contact met de mensen waar het echt over gaat. Zo is hij ook te werk gegaan bij het schrijven van dit boek.

Er hangt rond verhalen over smokkelen altijd iets van romantiek. Steeds vertelt een generatie dat het smokkelen in hun tijd misschien een soort van criminaliteit is geworden, maar dat het tijdens een vorige generatie een Robin Hood-achtig bestaan was met waardering tussen wetshandhavers en overtreders. Ammehoela, er zijn begin twintigste eeuw smokkelaars op de vlucht in de rug geschoten om een paar tientjes handel. Van Dongen probeert dergelijke excessen te plaatsen in de tijdgeest. Hij romantiseert en oordeelt niet, maar probeert middels archieven, kranten en de verhalen van Janus Verhagen in de buurt te komen van de veelkantige waarheid.

Samengesteld groepsportret van de drie omgekomen broers Verhagen: Janus (1899-1938), Sjef (1896-1943) en Peer (1894-1928). > Privécollectie

Het bestaan van smokkelpraktijken en de kleine criminaliteit die Van Dongen beschrijft, had namelijk ontegenzeggelijk ook te maken met de beperkte kans die jongeren als de Verhagens hadden in arme wijken van een stad als Tilburg. In sommige tijden was de werkeloosheid hoog en zelfs als je al een baan had, kon je nog nauwelijks rondkomen. Meesmuilend werd over de wereldlijke en geestelijke macht – de alomtegenwoordige kerk – gezegd dat fabrikant en pastoor met elkaar afgesproken hadden: ‘Hauwde gij ze èèrm, dan haaw ik ze dom.’ Het grootste deel van de bevolking schikte zich in dat lot, maar voor de niet zo braven was het verleidelijk om via smokkel en andere kleine criminaliteit iets bij te verdienen, zoals dat enige decennia geleden ging met wietzolders en tegenwoordig met het fabriceren van synthetische drugs.

Volgens velen loopt er een rechtstreekse lijn van het smokkelen via de alcoholstokerijen van rond 1980 naar de drugscriminaliteit van nu. Omdat heel het leven in onze dagen groter en wereldwijder is geworden, is de drugscriminaliteit dat ook. De tijd van enkele wietplanten in het schuurtje is voorbij en daarmee de romantische kijk op smokkelen en kleine vergrijpen om het maatschappelijk enigszins beter te krijgen. Net zoals de supermarkten de winkeltjes verdrongen, namen grote en niets ontziende criminelen de drugsmarkt over. Schrijft Alex van Dongen over een tijdperk dat voorbij is, of leeft de smokkelaar die het slechts gaat om makkelijker aan wat extra geld te komen dan gebruikelijk (en het daar bij laat) nog onder ons?

Kleine criminaliteit zal waarschijnlijk blijven bestaan, al was het maar om te kunnen overleven

Anders dan velen misschien denken bestaat in onze maatschappij voor veel kinderen de kansloosheid of bijna-kansloosheid nog volop. Zoals ook de ongelijkheid. Huisjesmelkers wordt door Rutte cum suis niets in de weg gelegd en op directieniveau van grote bedrijven mag men elkaar douceurtjes van miljoenen toeschuiven, terwijl veel eenvoudige mensen nog geen vast arbeidscontract meer kunnen krijgen. Ook de kleine criminaliteit zal daarom waarschijnlijk blijven bestaan, al was het maar om te kunnen overleven.

Dat zijn zomaar wat gedachtes die ik had na het lezen van Van Dongens boek. Hoewel ik wat aanmerkingen heb op de vorm waarin hier en daar de feiten gepresenteerd worden en een enkele keer ook op zijn schrijfstijl, overheerst een gevoel van bewondering. Hoe hij al die documentatie uit verschillende bronnen zo goed mogelijk in overeenstemming heeft weten te brengen met mondelinge overleveringen en hoe hij tussen alle gekleurde meningen een eventuele waarheid tracht te benaderen, is bewonderenswaardig. Van Dongen steekt enige sympathie voor de familie Verhagen – in elk geval voor zijn zegsman Janus – niet onder stoelen of banken, maar probeert wel een wetenschappelijk verantwoord document af te leveren. Voor zover dat mogelijk is uiteraard.

Het mag bekend zijn dat de smokkelcultuur niet alleen in Tilburg bestond. Op plekken in West- en Oost-Brabant probeerde de eenvoudige Brabander op die manier iets bij te verdienen. Zo lang er geen dooien bij vielen, had dat gesmokkel ook best wat sympathie bij een groot deel van de Brabantse bevolking. Niet bij de overheid. Genoemde Rini Wagtmans vroeg kort voor de dood van oud-wielrenner Wim van Est een lintje aan voor deze alom gewaardeerde sportman. Het werd geweigerd, omdat Van Est in zijn jeugd ooit opgepakt was voor smokkelen. Zo iemand kan volgens de overheid nog steeds geen ridderorde krijgen, net zoals het nog steeds normaal lijkt dat een ambtenaar die veertig jaar met een dik salaris op dezelfde stoel is blijven zitten wel gedecoreerd wordt.

Maar laten we niet kutten over mensen die vanuit Den Haag gezien vooraan staan. Ze zullen best hun best gedaan hebben. Laten we positief eindigen met het verhaal over Toon Verhagen, oudoom van Janus en broer van de doodgeschoten Janus, Sjef en Peer Verhagen. Die vierde broer, Toon Kwak genoemd, wendde op 27 oktober 1944 de onverschrokkenheid van de Verhagens aan op positieve wijze. Hij liep net voor de bevrijding van Tilburg met een witte vlag vanuit de volksbuurt waar hij woonde naar de geallieerde soldaten die de stad maar bleven beschieten. Hij wist hen met handen en voeten duidelijk te maken dat de Duitsers al gevlucht waren, waarna de beschietingen stopten, waardoor waarschijnlijk tientallen mensenlevens gered werden.

Toon ‘Kwak” Verhagen (1888-1979) en zijn vrouw Pieta op latere leeftijd. > Privécollectie

Toon Verhagen werd daardoor voor even een held, maar de traditie van zijn familie in de buurt van smokkel en criminaliteit ging ook gewoon verder. De geschiedenis is veelkantig. Alex van Dongen: ‘In dit onderzoek is mij duidelijk geworden dat de waarheid niet bestaat, maar wel dat er verschillende zienswijzen zijn op gebeurtenissen. In dit boek worden de verschillende zienswijzen belicht. De lezer mag zelf zijn conclusies trekken.’ Om terug te komen op Rini Wagtmans: ‘Ik heb nooit gelogen, maar ook niet altijd de waarheid verteld.” En weet dat iedereen dit doet, ook degenen die denken enkel en alleen maar de waarheid te vertellen.

Alex van Dongen, De Tilburgse Peaky Blinders. Vier generaties Tilburgse smokkelaars, de familie ‘Kwak’ Verhagen. Tilburg & Woudrichem: Zuidelijk Historisch Contact / Pictures Publishers 2022, 190 pp., ISBN 978-94-92576-51-4, hb., € 22,50.

Alex van Dongen (links) en Janus Verhagen bij de presentatie van het boek. Foto > Joep Eijkens

© Brabant Cultureel 2022

Reacties (2)

  1. Nel donders schreef:

    Heel interessant vooral mijn opa Toon Kwak. Ik ken hem als een hele lieve man. Ik schrok er wel van wat hij allemaal meegemaakt heeft en wat hij gedaan heeft

  2. Leo Mesman schreef:

    Mooi, hoe je in je boeiende bespreking de inhoud van dit bijzondere boek weet te verbinden met de maatschappelijke ongelijkheid van nu, Jace!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.