Ties Poeth eert broeder Berchmans en de Missionarissen van Steyl

Bredanaar Ties Poeth werd geboren en groeide op in het Limburgse Tegelen aan de Maas en de verbondenheid met zijn geboortegrond is altijd gebleven. Dat uit zich nu bijzonder mooi in een nieuw boek met uitgesneden silhouetten over het Missiemuseum in Steyl, of ‘op’ Steyl zoals ter plaatse wordt gezegd.

door Lauran Toorians • Silhouetten > Ties Poeth

Ties Poeth werkt graag met silhouetten en schaduwen. Dat deed hij al in zijn animatiefilms en ook heel treffend in zijn boek De vloed waarin hij de Sint-Elisabethsvloed van 1421 en het Mirakel van Niervaart met elkaar verbindt. Animatiefilms maakt hij niet meer, want dat is een complex proces waarvoor het bij elkaar krijgen van de nodige fondsen ondoenbaar is geworden. Maar onlangs verscheen wel een nieuw boek als opvolger van De vloed, opnieuw met vooral veel mooie platen en weinig tekst. De silhouetten zijn steeds met een chirurgisch mesje gesneden uit stevig zwart papier. Onderwerp is dit keer het Missiemuseum in Steyl en de bijzondere collectie die daar aanwezig is.

Vitrine met door Ties Poeth gesneden silhouetten van dieren in de expositie in Steyl. Foto > Monique Laros

Losplaats

Poeth (1957) kwam voor zijn studie aan kunstacademie Sint-Joost naar Breda, maar bleef ook steeds nauw verbonden met zijn geboorteplaats Tegelen en de daar zo prominent aanwezige Maas. Dat culmineert in zijn nieuwe boek Een collectie dieren ‘op’ Steyl. Tegelen, bekend van de Passiespelen en nu een stadsdeel van Venlo, ligt op de hogere Maasoever in een omgeving waar de rivierklei al in de vroege middeleeuwen een omvangrijke productie van aardewerk potten en – natuurlijk – tegels mogelijk maakte. Steyl ligt lager, direct aan de Maas, en hier bevond zich al vroeg een losplaats waar goederen die over de Maas waren aangevoerd, werden overgeslagen voor transport naar het (nu Duitse) achterland. Steyl bleef klein, maar wel met enkele rijke koopmansfamilies en een sterke band met Duitsland.

Na de eenwording van Duitsland in 1870 kwam in het Duitse Keizerrijk de katholieke kerk in de verdrukking. Veel kloostergemeenschappen vertrokken en enkele daarvan streken neer in Steyl. De ‘klapper’ kwam toen in 1875 de Duitse priester Arnold Janssen in Steyl het missiehuis Sint-Michaël vestigde, als thuisbasis voor de door hem opgerichte congregatie Societas Verbi Divini (SVD; ‘Gezelschap van het Goddelijk Woord’), beter bekend als de Missionarissen van Steyl. In korte tijd veranderde Steyl zo in een kloosterdorp met omvangrijke gebouwencomplexen met parkachtige tuinen en een wereldwijde uitstraling.

Deel van een wand vol vlinders en insecten in het Missiemuseum in Steyl. Foto > Lauran Toorians

Missionarissen werden in de decennia rond 1900 niet onvoorbereid op pad gestuurd. De kloosters en congregaties boden een behoorlijke opleiding en vanaf het begin was er een levendige wisselwerking met de missiegebieden. De missionarissen ‘in den vreemde’ stuurden informatie en spullen naar huis waarmee de missionarissen in spe zich konden voorbereiden op wat hen te wachten stond. Kennis van de vreemde wereld die zij tegemoet traden, werd van groot belang geacht. En dat op alle vlakken: de cultuur en inheemse religies van de mensen, maar ook de natuur, het klimaat en alles daaromheen. Missiekloosters werden daarmee ook een soort onderzoekscentra van de wijde wereld, het ene nadrukkelijker dan het andere.

Rijksmonument

In Steyl ontstond een verzameling die rond 1930 door broeder Berchmans SVD werd geordend tot een echt museum. Berchmans beheerde de collecties al sinds 1901, maar onder zijn leiding kwam er een nieuw gebouw met een nieuwe inrichting waarvan de deuren in 1931 voor het eerst open gingen. Niet bijzonder, want missiemusea en vergelijkbare volkenkundige en koloniale musea ontstonden in die tijd op meer plekken. Wel heel bijzonder is dat het museum in Steyl bleef behouden en dat er in dit museum sinds 1931 niets is veranderd. Het missiemuseum is daarmee ‘een museum van het museumwezen’ en als zodanig in zijn geheel een rijksmonument.

Vitrine met kleding en voorwerpen uit een rijke woning in China. Tegenover deze vitrine bevindt zich een andere met de bebloede kleding van missionarissen van Steyl die in 1897 de martelaarsdood stierven tijdens de Bokseropstand in China). Foto > Lauran Toorians
Vitrine ter herdenking van de paters Frans Nies en Richard Henle, slachtoffers van de Bokseropstand in China.

De collectie omvat twee hoofdbestanddelen. Enerzijds een volkenkundige collectie uit alle gebieden waar de Missionarissen van Steyl actief zijn (geweest) en anderzijds een enorme collectie opgezette dieren en opgeprikte insecten. Die dieren staan in de meest wonderlijke – maar wel degelijk doordachte en vaak stichtelijke – combinaties in grote diorama’s, de insecten zijn op soort en kleur geordend in wandvullende vitrinekasten. De eerste indruk is verpletterend en daarna kun je er uren kijken en steeds weer nieuwe dingen ontdekken.

Ties Poeth in de expositie in het Missiemuseum. Foto > Monique Laros

Wie, zoals Ties Poeth, in Steyl of in Tegelen opgegroeide, deed dat met dit museum dat steeds een bestemming was voor uitstapjes en altijd voor jong en oud zijn educatieve doel diende. Het is dan ook geen wonder dat Poeth hier inspiratie vond voor een boek dat al even rijk is als dit museum. En het zijn vooral de dieren die zijn aandacht hebben getrokken. De volkenkundige objecten ontbreken in het boek niet, maar ook dan hebben zij vaak de vorm van dieren. Onze gids door het boek is de bruine beer Josef die ook in het museum zelf de bezoekers ontvangt. Hij staat tegenover de kassa en wie hem een muntje voert, wordt vriendelijk begroet door deze vrolijke heer/beer die wonderlijk genoeg is vernoemd naar Josef Stalin.

Josef de beer, de mascotte die bij de ingang van het museum staat. De beer met ingebouwd mechaniek werd al in 1932 gekocht met het doel om  geld op te halen voor de missie.

Opmerkzaam

In een deel van het boek komt niet alleen Josef de beer tot leven, maar ook de andere dieren in het museum die ’s nachts, als niemand het ziet, samen vrolijke uurtjes doorbrengen. Maar het verhaal in het boek is ondergeschikt aan de kunstig gesneden silhouetten van zowel individuele dieren en voorwerpen als van doorkijkjes in het museum en ook van het museumdorp dat Steyl in zijn geheel is. Het scherpe oog van de kunstenaar en het scherpe mesje in zijn hand zorgen ervoor dat het boek opmerkzaam maakt op details die anders wellicht aan de aandacht zouden ontsnappen. Boek en museum gaan daardoor gelijk op en dat nodigt uit tot eerst ronddwalen door de zalen, dan uitgebreid bladeren en vervolgens terug het museum in om nieuwe ontdekkingen te doen. Een rondleiding door Ties Poeth zelf maakt dat allemaal nog completer, maar dat is natuurlijk een zeldzame buitenkans.

Vissen en vogels uit de collectie van het museum.

Dat de liefde van Poeth voor dit museum niet blind is, blijkt als hij wijst op een verandering die weinig bezoekers zal opvallen, maar die wel zwaar symbolisch is. In de oorspronkelijke inrichting hing in de grote zaal met opgezette dieren een portret van broeder Berchmans onder een crucifix met palmtak. De maker centraal in zijn eigen museum geëerd, hoe symbolisch kan het zijn? Maar tot grote ergernis van Poeth is dit portret nu verplaatst naar de voormalige werkkamer van Berchmans. Die ruimte is nu ook deel van het museum, maar het was natuurlijk beter geweest hier een ander portret te plaatsen en de oorspronkelijke inrichting van de grote zaal – rijksmonument zoals het hele museum – te handhaven. Het lege haakje onder de crucifix is Ties Poeth duidelijk een doorn in het oog. In het boek gaf hij de prent van Berchmans’ werkkamer subtiel de titel ‘Beeldenstorm’, terwijl hij op een andere prent het portret laat hangen waar het hoort. (Of er inmiddels inkeer en herstel heeft plaatsgevonden, weet ik niet.)

Vitrine met opgezette vogels en geweien met het portret van broeder Berchmans onder een crucifix.

Koopmans

Het boek richt zich overduidelijk ook op het museumpubliek in Steyl en is mede met hulp van Poeths zoons Thjeu en Maarten geheel drietalig: Nederlands, Duits en Engels. Tevens bevat het korte teksten van enkele mensen afkomstig uit Tegelen of Steyl en met herinneringen aan het Missiemuseum. De bekendste is de viroloog Marion Koopmans (Steyl 1956) die benadrukt hoe belangrijk het is de levende natuur als één geheel te zien – dus niet de mens tegenover de rest – en hoe dit museum aan dat bewustzijn kan bijdragen.

Ties Poeth, Een collectie dieren ‘op’ Steyl. Eindhoven: Lecturis 2022, 110 pp., ISBN 978-94-6226-433-5, hb., € 25,00.

Lecturis.nl

Het boek verscheen ter ere van het negentigjarig bestaan van het museum. Tot eind mei is daar een expositie te zien met de originele silhouetten van Ties Poeth.

Een deel van de expositie in Steyl. Foto > Monique Laros

www.missiemuseum

www.tiespoeth

Lees ook op Brabant Cultureel:
Bredase animatiefilm en meubelmaker Ties Poeth wroet in de wereld van grafiek

© Brabant Cultureel 2022

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.