Intussen raast de ellende voort

Column door JACE van de Ven

Zo lang de ellende in de Oekraïne voortraast, is er nog geen plaats voor kunst en cultuur in mijn gedachten of ze zijn aan de oorlog gerelateerd. ‘Nog nooit is het door te doden vrede geworden, een vermoorde vijand heeft altijd wel een broer of vriend’, is een zin die me nogal eens door het hoofd schiet. Als ik mij niet vergis, werd de uitspraak in de jaren zestig toegeschreven aan Martin Luther King, maar het zou me niet verbazen als ik me vergis en deze wijsheid veel ouder is, een waarheid die je bij elke oorlog kunt oplepelen.

Nog nooit is het door te doden vrede geworden, een vermoorde vijand heeft altijd wel een broer of vriend.

In het gezegde zit, door de veronderstelde daden van de aan het eind vermelde broer of vriend, een dreigement aan de vijand en tegelijk de trieste conclusie dat oorlog altijd oorlog zal baren. Anders was dat bij de door aanhangers van Martin Luther King gebezigde hymne We shall overcome. Dat lied gaat niet over de overwinning op de vijand, maar over de overwinning van de gelovige christen op de dood. ‘We’ll walk hand in hand’ en ‘We will live in peace’ zijn dan ook logische zinnen in de volgende coupletten.

We shall overcome is een weemoedig lied, maar het heeft niet de inertie die weemoedige liederen meestal eigen is. In al zijn vreedzaamheid straalt het ook onverzettelijkheid uit en, ondanks alles, hoop op de toekomst, in tekst en muziek. Wat dat betreft is het te vergelijken met het koor van de joden in ballingschap uit de opera Nabucco van Verdi. Ook hier weemoed, vreedzaamheid, onverzettelijkheid en hoop. Geen wonder dat dit lied door de zangers en zangeressen van de Opera van Odessa gezongen werd voordat zij de deuren sloten om mee te gaan vechten.

In dat gezang, Va pensiero, een romantische tekst van librettist Themistocle Solera en meestal ‘Het slavenkoor’ genoemd, zingen de joden over hun ongerepte land van weleer, over de oevers van de Jordaan en de gevallen torens van Sion. Om dan uit te barsten in de klacht: ‘Oh mia patria sì bella e perduta! Oh membranza sì cara e fatal!’ (O mijn land, zo mooi maar verwoest. O herinnering, zo zoet maar zo triest!) Daarna vraagt de tekstschrijver zich af of er nog wijze profeten zijn die met hun woorden troost kunnen bieden in de situatie die ontstaan is, ‘of laat anders ’s Heren geest ons sterken het lijden te doorstaan’.

O mijn land, zo mooi maar verwoest.
O herinnering, zo zoet maar zo triest!

Een en al pacifisme zou je zeggen, maar toch ontketende dit lied tijdens de première op 9 maart 1842 in de Scala van Milaan bijna een revolutie. Dat komt ongetwijfeld omdat het Italiaanse volk, overheerst door Oostenrijk, Napoleon en daarna weer Oostenrijk, zich herkende in de joden zonder vaderland, maar vooral door Verdi’s krachtige melodie die een soort van collectieve nostalgie voelbaar maakt. Er is wel gezegd dat je onmiddellijk voelt dat dit lied niet anders dan met zijn allen samen gezongen kan worden. Dat deden de Italianen dan ook en Va pensiero werd het officieuze volkslied van Italië. Tot op de dag van vandaag. Sterker nog, men raakte zo gewend aan het feit dat het lied na luid applaus herhaald moest worden, dat het in Italië automatisch altijd twee keer wordt gespeeld. Een mooi voorbeeld daarvan is te vinden op Youtube, waar dirigent Ricardo Muti in 2011 met het slavenkoor ageert tegen de bezuinigingen op de kunsten door Berlusconi: ‘O mia patria si bella e perduta!’ Iconische zaken, ook muziek, kunnen voor elk karretje gespannen worden.

Zowel Het slavenkoor als We shall overcome baseren hun zeggingskracht op het christelijk geloof. Er is de laatste twee millennia bijna geen oorlog gevoerd of hij werd door de strijdende partijen gerechtvaardigd door het christelijk geloof. Zo heeft Poetin met zijn binnenvallen van de Oekraïne de zegen gekregen van de Russisch-orthodoxe patriarch Kirill. Kirill preekte onlangs dat Poetin wel moest ingrijpen om de christelijke waarden te redden, omdat de Oekraïne op westerse wijze aan het verloederen zou zijn en zelfs gay-prides zou omarmen.

Poetin en Kirill zouden streven naar een groot Russisch-orthodox christelijk rijk en zijn bepaald niet blij dat de Oekraïnse orthodoxe kerk enige jaren geleden door de spirituele leider van de orthodoxe kerk wereldwijd, patriarch Bartholomeus van Constantinopel, is erkend als onafhankelijk. Dus niet meer onderhorig aan Kirill. Dat zint de Russen allerminst. Dat is een extra reden die in hun ogen de inval rechtvaardigt. Bob Dylan kan een coupletje bijschrijven aan zijn lied With God on our side.

Dat lied gaat over het land waarin hij leeft dat altijd God aan zijn kant had, van toen het de indianen de dood injoeg tot aan de tijd van de massavernietigingswapens toe: ‘One push of the button and a shot the world wide and you never ask questions when God’s on your side.’ Maar de zanger raakt aan het eind toch in twijfel en peinst: ‘The words fill my head and fall to the floor; if God’s on our side, he’ll stop the next war.’

The words fill my head and fall to the floor;
if God’s on our side, he’ll stop the next war.

Drie ‘godsdienstige’ liederen waar een ontwikkeling in zit. Het eerste vertrouwt op een leven in vrede na dit leven (geef ons vrede na de ellende), het tweede hoopt op de kracht het lijden te kunnen doorstaan (geef ons kracht in de ellende) en het derde gaat ervan uit dat een God die aan jouw kant staat de oorlog zal voorkomen (voorkom de ellende). Mooie gedachten, maar intussen raast de ellende voort en lijkt geen enkele God bij machte hem te stoppen.

•••

© Brabant Cultureel 2022

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.