De kunst moet wijken voor de oorlog

Column door JACE van de Ven

De oorlog in Oekraïne belemmert mij om vrijuit over kunst te schrijven. Elk bericht over de misdaden die daar begaan worden, doet de gloeiende onrust in mij opflakkeren en zodra ik weer wat kalmeer, is de eerste gedachte die ik heb: Je kunt nu toch niet over kunst gaan liggen lullen alsof er niets aan de hand is. Kunst en oorlog verstaan elkaar niet, alle krijgsliederen zijn verzamelingen van gruwelijke clichés en van de oorlogsmonumenten die ik ken beklijven alleen diegene die het gemis of de waanzin verbeelden. Ergo: die beelden die in vredestijd het verdriet dat geweld teweeg brengt voelbaar weten te maken.

Poetin heeft zich in zijn oorlogsverklaring in alle bochten moeten wringen om een eventuele noodzaak voor zijn gebruik van geweld te rechtvaardigen. Kennelijk beschouwt hij alle lidstaten van de voormalige Sovjet-Unie als behorend bij de invloedssfeer – spreek in Gooise-matras-taal uit als infloetzzweer – van Rusland. En niet alleen behorend bij, maar onderhorig aan.

Tankversperringen in Kiev > boven: Khreschatykstraat, onder: Maidanplein. Foto’s genomen op 3 maart door Illia Ponomarenko. (Bron > defensiefotografie.nl)

Peinzen over de grootheid van vroeger of de idealisering van een toestand die ooit was, is heel Russisch. Zie de weemoed van Poesjkin of het onvervuld verlangen van bijna alle Tsjechov-karakters. Iemand zei ooit over de Drie Zusters zoiets als: Drie zusjes verlangen naar Moskou. Gaan zij naar Moskou? Nee, zij gaan niet naar Moskou. En dan is er natuurlijk de onvergetelijke Oblomov van Ivan Gontsjarov, een romanfiguur die van alle weemoed en gepeins volslagen inert wordt.

Het piekeren over de grootheid van Rusland is meestal absoluut niet agressief, maar met Poetin zit je in een ander vaarwater. Hij is niet zozeer een product van Rusland als wel van de Sovjet-Unie en dan ook nog eens opgeleid in de KGB, de Russische veiligheidsdienst. Evenals in de top van de communistische partij werd het daar als een deugd gezien als je het eigen geweten volledig kon uitschakelen. Het ging er niet om wat jij dacht of voelde, maar wat de partij ervan vond. Al in 1940 publiceerde Arthur Koestler over dat thema – partijgeweten versus persoonlijk geweten – een geweldige roman. Een van de beste boeken van de vorige eeuw: Nacht in de middag.

Daarbij is Poetin, komend van nergens, enorm ambitieus. Hij bewees zich binnen de KGB door zijn vasthoudendheid en deed dat daarna in de Russische politiek en op het wereldtoneel. Nogal een voordeel daarbij was dat hij door zijn KGB-verleden bekend was met alle misstappen van degenen die met hem wilden concurreren. Er moesten nogal wat mensen zwijgen, wilde er geen boekje over hen worden open gedaan.

Wat dat betreft is hij te vergelijken met J. Edgar Hoover, oprichter van de FBI, die decennia lang de machtigste persoon in de Verenigde Staten was. Toen hij op 2 mei 1972 overleed, was hij zevenenzeventig jaar oud en nog steeds directeur van de Federal Bureau of Investigation. Vijftig jaar lang had een reeks van elkaar opeenvolgende presidenten hem graag afgezet, maar van ieder van hen wist Hoover wel iets, of anders wel van diens naaste familie, zoals van de vader van J.F. Kennedy.

Waarom Hoover zelf nooit opging voor het presidentschap? Omdat hij zich graag verkleedde als vrouw en actief was op travestie-feesten, een eigenschap die hem in zijn tijd zeker de kop zou hebben gekost als het bekend werd. Dus profiteerde hij vooral van zijn kennis over anderen op persoonlijk vlak en liet zich overal fêteren en overbetalen. Lees daarover De ontmaskering van een FBI-directeur, Het dossier J. Edgar Hoover door Anthony Summers.

Om in het zadel te blijven hadden en hebben figuren als Poetin en Hoover wel een gecreëerde vijand nodig tegen wie zij het volk beschermen. In het geval Hoover was dat het ‘communistisch gevaar’ dat aan het oprukken zou zijn tot in de haarvaten van Amerika. Voor Poetin het ‘westers fascisme’ dat na de val van de Sovjet Unie stelselmatig satellietstaten van Rusland zou willen inpikken. Maar gelukkig zijn er helden als Hoover of Poetin. Zolang je hen op hun plek laat, kan je niks gebeuren.

Anders dan Hoover heeft Poetin wel het bestuur van zijn land overgenomen. En niet zomaar, met de jaren werd hij brutaler en tegenwoordig is Rusland en Poetin een en hetzelfde. Het enige wat hem ontbreekt is de erkenning van de wereld en daarom zal hij laten zien dat hij er is. Intussen heeft dat al duizenden burgerslachtoffers in de Oekraïne gekost en, let op, nu alles niet zo makkelijk verloopt als gedacht, zal hij steeds onmenselijkere middelen inzetten.

Poster in Leningrad: ‘Poetins’ oorlog betekent belastingen, gesloten grenzen, armoede, geblokkeerde diensten en een informatie-vacuüm. Geen oorlog!’ Foto > Ivan Astashin

Is het gek dat ik mijn gebruikelijke kunstcolumn niet kan maken? Zo gauw iemand zijn macht over een ander misbruikt, overvalt mij een zinderend soort onrust. Zelfs bij dieren heb ik dat. Mijn bezichtiging van Pompeï werd ooit hevig verstoord doordat ik ergens tussen de monumenten een hagedis zag lopen met een andere hagedis in zijn bek. En dagenlang bleef mij ooit het beeld bij van een spin die een ander spin aan het inkapselen was. Nu is het Poetin, ik wil niet hem niet zien, maar hij is ín me gekropen. En achter hem zijn tanks, zijn vliegtuigen en, wie weet, zijn nucleaire wapens. Abrupt hou ik op met het schrijven van deze column.

Het hoofd van Poetin gaat terug de kast in bij museum Grévin.

Om in een andere sfeer te komen, doe ik iets wat ik anders nooit doe, ik begin een kruiswoordraadsel op te lossen in een oud tijdschrift. Dat gaat even goed, tot er gevraagd wordt ‘deel van een tankversperring’. Meteen zit ik weer in de buurt van Kiev, ergens in een schuilkelder waar peuters huilen, oma’s bidden en de omgeving trilt van de bommen die vlakbij inslaan. Met al mijn verbeeldingskracht probeer ik er een zanger bij te denken die de peuter en de oma’s kalmeert door het zingen van een gevoelig lied. Misschien de enige kunst die in oorlogssituaties opportuun kan zijn.

De kunst wijkt voor de oorlog, omdat zij weerloos is

Want eerst komt de oorlog, dan de kunst. Zelfs de grote homo universalis Leonardo da Vinci wist dat. Ik herinner me ooit in een biografie gelezen te hebben dat hij bij een hertog solliciteerde met het argument dat hij geweldige verdedigingssystemen uitgedacht had en ook aanvalswapens zou kunnen ontwerpen die hun weerga niet kenden. En, o ja, hij zou de hertog eventueel ook kunnen portretteren als die dat wilde.

Doordat ik intussen alle woorden rond de vraag naar ‘deel van een tankversperring’ gevonden heb, zie ik automatisch de letters van dat gevraagde woord verschijnen. Het is ‘asperge’, volgens Wikipedia een in de grond geslagen paal met een onzichtbare mijn eronder. Zo gauw een tank tegen de paal aanrijdt, vliegt de hele zaak in de lucht in. Da Vinci had de asperge kunnen uitvinden.

Aspergeversperring bij Mill, die op 10 mei 1940 een Duitse trein deed ontsporen. Sinds 2002 een rijksmonument. Foto > Wikipedia

Inventiviteit volop in de oorlog. Teveel zelfs. Maar geen kunst. De kunst wijkt voor de oorlog, omdat zij weerloos is. Maar ooit komt ze terug ‘Nach Auschwitz ein Gedicht zu schreiben, ist barbarisch’, schreef Adorno enkele jaren na de Holocaust, maar er is op den duur toch weer poëzie geschreven. Waarom? Omdat we ondanks alles blijven hopen. ‘Komt een duif van honderd pond met een palmboom in zijn klauwen’, bidden we samen met Leo Vroman en we vertrouwen op wat Henriëtte Roland Holst al in 1918 schreef: ‘De zachte krachten zullen zeker winnen in ’t eind…’

Foto > Yelena Osipova protesteert en wordt begin maart gearresteerd in Sint Petersburg. Medeactivisten noemen haar de ‘grootmoeder van de oppositie’. Ze protesteert al ongeveer 20 jaar tegen het beleid van Poetin, vaak met eigen gemaakte tekeningen en protestborden. Lees een interview met Osipova op ‘The Russian Reader‘.

© Brabant Cultureel 2022

Eén reactie op “De kunst moet wijken voor de oorlog”

  1. Leo Mesman schreef:

    Dank je, Jace, voor dit uit het hart gegrepen essay. Je leest nu veel over de vraag hoe om te gaan met gevoelens van angst voor de oorlogsdreiging. Ik worstel veeleer met de vraag hoe om te gaan met mijn machteloze woede over de oorlogsmisdaden van Poetin. Daarvoor biedt kunst geen uitweg, maar wel verlichting.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.