Carte Blanche speelt Zwarte Kersen, ode aan én requiem voor het boerenleven

Theatergroep Carte Blanche uit Eindhoven speelt dit najaar ‘Zwarte kersen van Maria’, gebaseerd op de roman van Brabant Cultureel-medewerker Peter van Vlerken. Op 5 november is de première in Mierlo, waar de roman is gesitueerd. Liesbeth Reeser speelt Maria, Stefan Jung doet de regie.

door Han Roijakkers

Als kind dacht ik dat het Brabantse landschap de mooiste natuur was die ik ooit zou zien. Op alle zondagse wandelingen in het stroomgebied van de Dommel en op alle fietstochten door de Kempische streken verzamelde ik mirakels van bossen, hei, duizendvoudig groen, wilde bloemen, geurende paddenstoelen, spiegelende vennetjes, karakteristieke mulle, grijzige zandpaden. Al wandelend vlocht mijn moeder hengselmandjes van groene biezen. Op woensdagmiddagen bewaakte oma ons met boterhammen en thee op de top van een gelige zandverstuiving. Zij, de moeders, slepen toevallige geboortegrond tot moederland.

Verhapstukken

Natuurlijk stond deze ‘Natureingang’ niet voor een Brabant als sociale idylle. Het moederland bevolkt met boeren en arbeiders moest zich uit schrale grond, uit armoede, uit knechtschap omhoog werken. De Brabander dankt daar misschien zijn dubbele identiteit aan: de lompe boer uit achterlijk land en de hartelijke, gemoedelijke, altijd gastvrije medemens. Persoonlijk had ik ook wel wat te verhapstukken met Brabant. In mijn schooltijd haatte ik de dwingelandij van rang en stand in Brabantse dorpen, in elk geval het mijne. In mijn politieke jaren tot midden jaren tachtig verfoeide ik de ons kent ons macht waarin het leek of het Bisschoppelijk Mandement uit 1954 nog steeds rood en links als nestbevuiling bestrafte.

Mensen groeien en samenlevingen ontwikkelen. Noord-Brabant is al lang geseculariseerd, gedemocratiseerd, gemoderniseerd zoals de vaart der volkeren voorschrijft. Toch bleef er ambivalentie bij mij hangen. Ik werd nooit een aanhanger van het Brabantse folklorisme. In dat gevoel staat de roomse herinnering in de humor van Beekman en Beekman, staat de sociale beknotting in het heimwee naar de goede, oude tijd. En de warme onvergankelijke allemansvriendschap van de Brabander blijft voor mij een folkloristische wensgedachte.

Ineens smolt mijn ambivalente blik op mijn land van herkomst. Dat kwam door De zwarte kersen van Maria, de roman van Peter van Vlerken uit 2020 die nu voor het toneel wordt bewerkt. Wie zwarte kersen zegt, proeft het Brabantse Mierlo. En ja, de voormalige journalist schreef deze roman over het leven van zijn kinderloze tante en oom, boerenmensen, op ’t Broek in Mierlo. Van Vlerken kwam graag op de boerderij, eerst van zijn grootouders en later van oom en tante. Hij hield van dat warme, natuurlijke, levende bedrijf. De schrijver noemt zijn roman dan ook een ode aan het boerenleven en door de onverbiddelijke tijd wordt het een requiem voor datzelfde boerenleven. Maar meer dan dat treft mij het eerbetoon aan de vrouw, aan tante Maria, uitgedrukt in de rol die zij krijgt.

Het karakteristieke gehucht ’t Broek in Mierlo heeft sinds 1972 de status van beschermd dorpsgezicht. Al rond 1200 werd in ’t Broek land ontgonnen. Op de foto zicht op een eeuwenoude landschappelijke driehoek in de Broekstraat. Foto > Wies van Leeuwen, 1989. Bron BHIC

Keukentafel

De Proloog begint met het einde. Dementerende Maria zit in het verzorgingshuis verloren op de kille wc. Ze dwaalt af naar het ‘heuske’, de vroegere buitenplee, waarin ze beschenen door het stoffige licht in het hartje van de buitendeur haar rampen verstouwde en haar dromen koesterde. Maria hoort de stemmen uit het heden niet meer. Het heden is dood maar het verleden leeft en herleeft in vijftig vertelde episoden. Maria vertelt in een lichtvoetige monologue intérieur alsof de lezer aan haar keukentafel zit. Zo dichtbij komt ze dat het ‘keumke’ koffie in haar verhaal voor de lezer ingeschonken lijkt te worden.

Maria van den Eijnden.

Maria praat over zichzelf. Zij komt uit Stiphout en trouwt met Piet uit Mierlo. Ze wonen en werken samen op de boerderij van zijn ouders. Maria houdt van haar Piet, al blijft hij levenslang een kwajongen die vogeltjes vangt en hazen stroopt. Toch is de inpassing in dit leven niet gemakkelijk. Schoonvader is een lieve, wijze man, maar schoonmoeder commandeert en accepteert geen schoondochter van buiten Mierlo. Maria voelt zich levenslang een buitenstaander. Maria praat over haar grote verdriet; zij kan geen kinderen krijgen. Het dompelt haar in schaamte en schuld en soms in boosheid als de liefde (daardoor) stokt of als verwijten de liefde belagen.

Piet en Maria van den Eijnden, op wier leven de roman en het toneelstuk ‘Zwarte kersen’ zijn gebaseerd.

Maria praat over het versterven van hun boerenbedrijf. Waarom zou Piet groeien en investeren als hij geen zoon, geen opvolger heeft? Op het einde zitten Piet en Maria teruggetrokken in hun bungalowtje. Alles is weg, de kersenboomgaard, het land, de beesten, de boerderij. Alsof hun leven is uitverkocht. Maria praat over het wegkwijnende boerenleven dat bijna in een karikatuur verdraait. ’t Broek wordt beschermd dorpsgezicht, de boerderijen worden aan burgers verkocht, de inventarissen leveren gewild boerenantiek. Piet gaat manden vlechten op braderieën en langzaam trekt de recreatiezucht over de streek. Maria praat en je blijft luisteren naar verhalen over werken en feesten, kerkgang en godsdienstgekte, kaarten in de goei kamer in de wisseling van humor en weemoed totdat schoonouders en echtgenoot gestorven zijn.

Nadat zij hun boerenbedrijf hadden opgegeven gaven Piet en Maria van den Eijnden demonstraties in oude ambachten op markten en braderieën.

Autonomie

In de epiloog vinden we de Maria van vergetelheid uit de proloog terug. Maar nu is ze uit het verleden opgestaan als een mens die het leven neemt zoals het de sterveling overvalt. Het moet worden geleefd. Dat doet zij in eenvoud. Ze draagt en verdraagt, ze overleeft en overwint. Van ‘laten ze me dan nooit ergens geworre’ komt ze tot ‘ge moet de dingen laten geworre’. Maria staat voor een autonomie waar feministen jaloers op kunnen zijn. En opeens besef ik dat ik (te) veel romans heb gelezen van meisjes uit Amsterdam-Zuid die, vaak filosofie gestudeerd, het meeslepende, zelfverheffende levensproject, als opperste autonomie verkopen. In Maria van Mierlo zit de strijd van dagelijkse, fundamentele autonomie. Haar kroniekschrijver laat dat zien in de bespiegeling van haar bestaan die boven de anekdote uitstijgt.

Her en der in de verhalen slingeren cursief gedrukte Brabantse woorden. Misschien doet de schrijver dat omdat ze net iets anders uitdrukken als hun Nederlandse equivalenten. Het woord ‘schruwwe’ is er zo een. ‘Schruwwe’ is lager en dieper van toon dan huilen en vooral donkerder en droeviger, oneindig veel droeviger.

Dat kan ik niet uitleggen.

De drie voorstellingen ‘Zwarte kersen’ op 5 en 7 november zijn uitverkocht. Voor zondag 14 november zijn nog kaarten verkrijgbaar. Kaarten zijn te reserveren via www.onsmierloostheater.nl.
Van het boek ‘De zwarte kersen van Maria’ zijn nog enkele exemplaren te verkrijgen via de auteur pvanvlerken@hotmail.com.

Liesbeth Reeser speelt Maria in het toneelstuk ‘Zwarte kersen’. 

Lees ook in Brabant Cultureel:
Jace van de Ven over ‘De zwarte kersen van Maria’

© Brabant Cultureel 2021