Expositie en boek over Carlo Stevens, leeuwentemmer en acteur uit Helmond

Hij zou een motor gaan kopen, maar kwam thuis met een leeuw: Carlo Stevens uit Helmond. Hij werd dompteur, acteerde in de filmklassieker Quo Vadis, was stuntman, avonturier en levensgenieter. Een geweldig verhaal dat weinig aandacht kreeg. Nu wijdt Heemkundekring Helmont een expositie aan hem en is er een boek.

door Anja van den Akker

Misschien is Helmond te bescheiden. Zo was het lange tijd nauwelijks bekend dat de ooit beroemde middeleeuwse kunstschilder Lucas Gassel uit Helmond kwam. Uiteindelijk leidde dat in 2020 tot een Lucas Gassel jaar met onder meer een expositie en een stadswandeling. Door die wandeling stuitte Helmond plotseling op een nieuwe held: Carlo Stevens (1904-1975), de enige professionele leeuwentemmer die de stad ooit heeft voortgebracht. Geboren als Karel binnen een familie van slagers, leerlooiers en schoenmakers.

Volgens voorzitter Ton Janssens van Heemkundekring Helmont is de ‘ontdekking’ van Carlo Stevens puur toeval. Hoewel zijn naam in allerlei publicaties toch wel opduikt, bleef hij in Helmond een tamelijk onbekende. “Tijdens de Lucas Gassel stadswandeling zei een deelnemer, terwijl we door de Kerkstraat liepen: Als we hier honderd jaar geleden hadden gelopen, had je het gebrul van een leeuw kunnen horen.” Zo kwamen de verhalen los over Stevens die leeuwen hield in de tuin van zijn ouderlijk huis, de slagerij van zijn vader in de Kerkstraat.

Promotiekaartje voor leeuw Tarzan.

Zijn leven leest als een roman. In 1938 haalde Stevens de internationale pers toen twee van zijn leeuwen ontsnapten op een circusterrein in Sittard. De ene wandelde op zijn dooie gemak de Sint Michaelskerk binnen, waar net een Heilige Mis aan de gang was. Het dier vond het altaar wel een leuke plek om te gaan liggen. De andere leeuw bleef wat rondhangen bij de circuswagens en was snel gevangen. Maar die in de kerk weigerde terug te lopen en moest worden weggesleept. Het Italiaanse weekblad Illustrazione de Populo wijdde er zelfs een illustratie aan: met brullende leeuw en een doodsbange pastoor. Maar dat was duidelijk overdreven.

De Italiaanse krant lllustrazione del Populo wijdde een grote illustratie aan de ontsnapping van Carlo’s leeuw in de Stittardse kerk.

Carlo Stevens was als oudste zoon voorbestemd om de slagerij over te nemen, maar daar voelde deze vrije geest niet zoveel voor. Zijn ooms hadden een leerlooierij en een schoenmakerij. Daardoor was de naam Stevens destijds een zeker begrip in Helmond. 

Hij ging voor een motor naar Rotterdam en kwam terug met een leeuw


Van zijn vader kreeg Carlo de liefde voor motoren mee en op zijn zestiende had hij er zelf al een. Hij stuntte ermee over de open kanaalbrug in de Veestraat en racete met andere motorduivels langs het kanaal. Het ding gaf hem ook de mogelijkheid letterlijk te ontsnappen aan de streng katholieke wereld waarin hij leefde. Hij struinde circussen in de omgeving af, legde contact met de dierentemmers en de verzorgers. Zo ontwikkelde hij liefde voor dressuur. Hij was er goed in.

Carlo Stevens op de motor.

Te koop

In de jaren dertig maakte Carlo een afspraak bij het Motorpaleis in Rotterdam om een nieuwe motor te kopen. Hij was wat vroeg, dus dook hij even Diergaarde Blijdorp in. Daar waren op dat moment leeuwen te koop voor ‘slechts’ vijfentachtig gulden. Hij bedacht zich geen moment, kocht er een en stapte met het dier aan een ketting de trein in, terug naar huis. Achter de slagerij werd een hok ingericht voor het dier dat hij Tarzan noemde. Carlo, die toen nog gewoon Karel heette, ging er ook mee wandelen door het centrum van Helmond en nam hem zelfs mee naar binnen bij hotel-restaurant Sint Lambert, om de hoek.

De gemeente stak daar uiteindelijk een stokje voor en Stevens moest de sleutel van het hok inleveren bij het politiebureau, zo beschrijft Jolanda Bakker in het boekje dat zij voor Heemkundekring Helmont schreef. Natuurlijk had Carlo een reservesleutel laten maken, zodat hij Tarzan vrij in de tuin kon laten lopen. Uiteindelijk moest Tarzan op last van de gemeente toch weg.

Affiche circus Hagenbeck waar Stevens dressuurlessen kreeg.

Toen zijn vader in 1930 verongelukte met de motor, besloot Carlo definitief om dompteur te worden en geen slager. Hij reed regelmatig met zijn motor naar Hamburg waar hij in Dierenpark Hagenbeck dressuurlessen volgde. Bij Burgers in Arnhem schafte hij twee leeuwen aan en in Artis kocht hij er vier, zo vermeldt Jolanda Bakker in het boek. Hij begon voor zichzelf, bezat loopkooien, woon- en leeuwenwagens om mee rond te trekken met circussen.

Braaf

Volgens zoon Tobey Stevens (1940), die beeldend kunstenaar is, was zijn vader een goedaardig mens. “Wat vaak niet wordt verteld, is dat hij zogeheten tamme dressuur bedreef. Hij dresseerde niet door de dieren te slaan, maar door contact met hen te maken. Hij was ervan overtuigd dat dieren braaf kunnen worden als je ze goed behandelt. Zo dacht hij ook over mensen. Hij was een uitstekende vader voor mij, maar als hem iets niet zinde, liet hij dat wel duidelijk blijken.”

Tobey Stevens, de zoon van Carlo, op de expositie gewijd aan zijn vader. Foto > DitisHelmond | Hans Choufoer

In 1939, vlak voor de Tweede Wereldoorlog, moest Carlo Stevens zijn dieren laten inslapen. Er gold een reisverbod voor circussen en er was te weinig eten voor de leeuwen. Stevens trouwde in 1940 en kreeg een baan als dompteur bij Dierenpark Wassenaar. In die tijd werd ook zoon Tobey geboren. In Wassenaar werkte Stevens met tijgers, beren, luipaarden en panters. Hij had zelfs een intelligent varken, Marietje. In 1942 werd hij aangevallen door een beer die ook nog eens een paar bezoekers verwondde. Toen tot overmaat van ramp ook in dit dierenpark te weinig eten voor de dieren was, zag hij hier geen toekomst meer en verhuisde hij met zijn gezin naar Helmond.

Stevens werkte ook als dompteur in Dierenpark Wassenaar.

In 1950 werd dochter Menja geboren. Op dat moment stond Carlo Stevens in Rome op de set van de bekroonde filmklassieker Quo Vadis. Een rolprent over een christelijke slavin en een Romeinse generaal en met als apotheose de vervolging van christenen in de arena.

Stevens als acteur in een kerker tijdens opnamen van de film Quo Vadis.
Actrice Patricia Laffan met de mede door Stevens getrainde luipaarden in de film Quo Vadis.

Stevens trainde er de leeuwen en panters, maar hij is in de film ook te zien als Romeinse soldaat en als stuntman hangend aan een liaan, zo vermeldt het boek. Actrice Patricia Laffan, die de vrouw van keizer Nero speelt, paradeert in de film met twee luipaarden aan haar zijde. Mede dankzij de instructies van Carlo Stevens. Later trad hij nog op tijdens kermissen, als motorstunter in de steile wand. Stevens overleed in 1975 op eenenzeventigjarige leeftijd.

Pop-up expositie

De expositie vertelt het levensverhaal van Stevens aan de hand van affiches, documenten en attributen, deels uit opgravingen onder de slagerij en leerlooierij van zijn familie, maar duikt ook in de familiegeschiedenis. Het leegstaande winkelpand Elzaspassage 4 is hiervoor als pop-up museum tijdelijk ter beschikking gesteld van de heemkundekring.

In het boek gaat Bakker daarnaast dieper in op de historie van dieren als vermaak, de opkomst van het circus en de discussie of het exploiteren van dieren als attractie al dan niet valt te verdedigen. De expositie is klein, gratis toegankelijk en ligt midden tussen de winkels, waardoor de bezoekersdrempel erg laag is. Een geweldig idee, gezien de vele leegstaande winkelpanden. Bovendien bereik je gemakkelijk publiek dat niet zo snel naar een museum komt.

Met dank aan Archief Stevens Huyben en Heemkundekring Helmont voor beeldmateriaal Carlo Stevens.
Beeldmateriaal Quo Vadis > met dank aan de uitgever van Gekooide vriendschap, van Willy Hagenbeck tot Erie Klant, Dick H. Vrieling, 1999.

Omslag van het boekje dat Heemkundekring Helmont uitbracht over Carlo Stevens.

Carlo Stevens, avonturier, waaghals en levensgenieter. Expositie Elzaspassage 4, Helmond. Gratis toegankelijk tijdens winkeluren. Te zien tot 1 november 2021. Gelijknamig boek door Jolanda Bakker, uitgave Heemkundekring Helmont, ISBN 978-90-827557-3-2 , € 6,00.

© Brabant Cultureel 2021