Wel concertzalen, maar ook geld voor orkest of educatie?

De concertzaal in Tilburg bestaat vijfentwintig jaar. Zijn de hoge verwachtingen qua bezetting en programmering van weleer uitgekomen? De vraag stellen is bijna hem beantwoorden. Zit daar geen verhaal in, vraagt de hoofdredacteur. Hij herinnert aan de ‘kruisbestuivingen’ tussen concertzaal en conservatorium waarop werd gerekend. Of ik mij misschien wil werpen op een verhaal over de Brabantse concertzalen in bredere zin?

door Arnold Verplancke

De hoofdredacteur van Brabant Cultureel kwijt zich voortreffelijk van zijn taak. Dat blijkt. Hij stuurt zijn redacteuren en medewerkers naar interessante onderwerpen. Ook in deze kwestie. Natuurlijk zijn er diepgravende verhalen te schrijven over het cultuurbeleid in onze provincie, de bouw van theaters en concertzalen door de jaren heen en de soms lage bezettingsgraad, ook los van corona. Maar ik voel mij niet de aangewezen persoon. Inmiddels heb ik de leeftijd der sterken overschreden en ik wil niet meer als vlijtig onderzoeksjournalist in beleidsrapporten, begrotingen en jaarverslagen duiken. Laat mij nog maar wat schrijven over theatervoorstellingen en concerten, om de lezers te helpen hun belevingswereld uit te breiden.

Concertzaal Tilburg. Foto > Hans Lodewijkx

Niet dat ik geen mening heb over de situatie rond de concertzalen. Op mijn leeftijd denk je alles beter te weten en dreig je zelfs in een soort eeuwig refrein te vervallen. Ruwweg luidt mijn opinie al decennia als volgt: politici en andere beleidsmakers hebben niet echt geld over voor cultuurmakers en -dragers. Maar wel voor het opstapelen van stenen tot prestigieuze gebouwen. Theaters en concertzalen komen er wel. Als die er eenmaal staan, kost de exploitatie jaarlijks handen vol geld. Maar dat weet je van tevoren. Bovendien, wat moet je in de provincie met vier concertzalen als je er geen eigen symfonieorkest op na kunt houden? Of met nog veel meer bestaande theaters, als je niet eens een toneelgroep kunt onderhouden? En dan bedoel ik een gezelschap met eigen acteurs.

Niet erg

De provincie Noord-Brabant telt nu serieuze concertzalen in Eindhoven, Tilburg en Breda (ik hoop dat ik niemand tekort doe). In ’s-Hertogenbosch verrijst straks aan de Parade de vierde: naast de theaterzaal ook een zaal geschikt voor concerten. De nieuwbouw van Theater aan de Parade zou aanvankelijk vijftig miljoen euro kosten. Ik ben geen pessimist als ik voorspel dat het uiteindelijk wel het dubbele zal worden: honderd miljoen, schat ik. Is dat erg, zoveel geld voor cultuur? Nee, op zich niet natuurlijk.

Concertzalen in Brabant, met de klok mee: (ontwerp) ‘s-Hertogenbosch, Eindhoven, Tilburg en Breda.

Maar stel voor dat liefhebbers van symfonische muziek uit Den Bosch en omstreken naar Tilburg of Eindhoven zouden moeten blijven rijden om een groot orkest in een akoestisch perfecte zaal te horen. Is dat erg? Bewoners van Hoogerheide of Boxmeer moeten wel meer kilometers maken. Maar ja, dat kan een provinciehoofdstad zich natuurlijk niet permitteren. Dat is vloeken in de kathedraal.

Muziekzaal met jaloersmakende bezetting: een uitvoering van het Brabants Kamerorkest in zaal De Punder, Liempde, 1957. Foto > BHIC

Stel voor dat de grote steden en de provincie zouden samenspannen en hadden gezegd: liever een eigen orkest in stand houden dan een vierde concertzaal? Dan was het Brabants Orkest er wellicht nog geweest, zonder te hoeven fuseren met het Limburgse gezelschap tot philharmonie zuidnederland. Begrijp me goed, dit is niet bedoeld als kritiek op dit nieuwe orkest. Integendeel. Maar als illustratie van: wel stenen stapelen tot prestigieuze gebouwen, maar geen prioriteit bij de bespelers.

Jongeren

Of bij het creëren van toekomstige bezoekers, want ook cultuureducatie en muziekonderricht zijn van essentieel belang, wil je althans die mooie gebouwen in de toekomst blijven gebruiken waarvoor ze zijn gebouwd. Jongeren die alleen zijn opgevoed met Radio 538 (vergeef me dat ik geen toepasselijker namen ken) zullen niet storm lopen als een concertzaal straks Ravel of werk van John Adams aankondigt. Ja, jongeren die dat van thuis hebben meegekregen nog wel, of die zelf een instrument bespelen. Maar die krijgen al gauw het etiket elitair en dat schijnt niet positief bedoeld te zijn.

Even iets over de hoge verwachtingen die mijn hoofdredacteur aanhaalt over de Tilburgse concertzaal een kwart eeuw geleden. Let wel: ik heb geen onderzoek gedaan en ben dat ook niet van plan. Uit mijn jarenlange ervaring weet ik echter wel dat elk prestigieus nieuwbouwplan alleen goedkeuring van een gemeentebestuur krijgt als de bouwkosten aanvankelijk heel optimistisch laag worden ingeschat, de toekomstige inkomsten onrealistisch hoog en dus de jaarlijkse exploitatielasten beperkt.

Concertzaal Tilburg. Foto > Hans Lodewijkx

Klein grappig voorbeeld misschien: de concertzaal in Tilburg was al ongeveer klaar toen bleek dat er geen rekening was gehouden met een dure concertvleugel. Die moest er natuurlijk wel komen. Dat de foyer van de concertzaal zo onhandig klein is, ligt aan burgemeester Brokx van weleer. De toenmalige directeur van Theaters Tilburg constateerde al op de tekening dat die ruimte niet was berekend op echt veel publiek in de pauze. Brokx bleek niet onder de indruk en antwoordde met zijn bekende nasale stemgeluid: ‘Hoe vaak zal die zaal nou helemaal vol zitten, meneer?’

Sheriff

Overigens heeft die burgemeester wel een onmisbare rol gespeeld bij het binnenhalen van geld voor de zaal. Hij ging hoogstpersoonlijk de directeuren van alle grote bedrijven in zijn gemeente af voor donaties en daar konden ze echt niet onderuit. ‘Het leek wel of de belastinginspecteur langs kwam. Het bedrag was al ingevuld’, vertelde er één later. Begrijpelijk dat Brokx indertijd in een krantencolumn de bijnaam sheriff kreeg. 

Concertzaal Tilburg. Foto > Hans Lodewijkx

Verhalen te over. Ik hoorde dat op enig moment uit de begroting van het Chassé theater (dat overigens aan vier wethouders de kop heeft gekost) de dure inrichting van de restaurantkeuken was geschrapt, maar dat de inkomsten uit het restaurant nog wel stonden meegerekend. Ja zo kun je alles kloppend maken. Nogmaals: ik heb dit gerucht niet gecheckt en het dient alleen ter illustratie, tot lering ende vermaak.

Kruisbestuiving

Nog even over de bezettingsgraad en de kruisbestuiving die zijn genoemd in Tilburg. Rond de concertzaal zijn binnen een straal van pakweg vierhonderd meter nog twee zalen te vinden waarin muziekuitvoeringen plaatsvinden. Een muziekzaal van de Fontys Hogeschool (het genoemde conservatorium) en een van het Factorium/Urban House. Die perken de aangekondigde kruisbestuiving nogal in, als tenminste de gedachte was dat gevorderde studenten in de concertzaal zouden musiceren. Als het gaat om het werven van jonge bezoekers: er zullen vast wel kortingsregelingen gelden voor (muziek)studenten, maar ik zie niet dat die leiden tot veel jonge gezichten in de concertzaal. Misschien dat kaartjes voor een tientje wel zouden werken voor die doelgroep. Geen idee of dat zo is. Daar ga ik niet over.

Nog wel een waarschuwing voor de programmeurs: Kijk uit met het ‘opleuken’ en populariseren van klassieke concerten, want daarmee jaag je de serieuze liefhebbers weg. Voor mij geldt dat in ieder geval. Dan rijd ik liever naar Eindhoven of Amsterdam.

Kortom, mijn mening is duidelijk. Als je theaters bouwt, reserveer dan ook geld voor theatermakers en voor een serieus toneelgezelschap. Als je concertzalen neerzet, reken dan op elk jaar terugkerende forse lasten en op het (mee)financieren van een heus orkest. Anders blijf je jezelf voor de gek houden. En verwacht van mij geen diepgravend artikel over dit onderwerp. Ik vind het veel te leuk om naar muziek te luisteren of jonge mensen op het toneel te zien.

Lees ook op Brabant Cultureel
Vier miljoen bezoekers in vijfentwintig jaar in Muziekgebouw Eindhoven
Petitie voor het behoud van het Muziekgebouw Eindhoven

Het Brabants Orkest geeft een concert in de Brabanthallen, 1982. Foto > Piet den Blanken

www.bd.nl/dossier-theater-den-bosch/enorme-tegenvalenshy-ler-71-miljoen-voor-nieuw-theater-aan-de-parade-in-den-bosch~ab3854d1/

© Brabant Cultureel 2021