Vuilnisbelt rijke bron van verhalen voor ‘Helmond in 100 stukskes’

Dat archeologen wroeten in andermans afval is niet zo vreemd. Meestal is dat afval eeuwenoud en is het ‘wroeten’ de enige manier om iets te weten te komen over de mensen die het achterlieten. Maar ook een twintigste-eeuwse vuilnishoop kan informatief zijn, juist doordat er ook nog kan worden geput uit levende geheugens om het afval toe te lichten. In Helmond gebeurde dat met groot succes.

door Lauran Toorians

Nee, Helmond is niet stukgemaakt en het is ook geen legpuzzel geworden. Helmond in 100 stukskes is de titel van een project en nu ook een boek. De honderd stukjes zijn objecten die zijn teruggevonden bij het saneren van een relatief kleine vuilnisbelt op wat ooit de grens was tussen Mierlo-Hout en Helmond, nu allemaal gemeente Helmond. Die stortplaats was in gebruik tussen 1931 en 1957, Daarna kwam er op het terrein een bedrijf en toen ook dat stopte en was gesloopt werd het terrein gesaneerd om het geschikt te maken voor woningbouw. Dat hele proces is inmiddels doorlopen.

Het archeologische veldwerk ging gelijk op met het saneren van de vuilstort. Tijdens de lunchpauzes stond de zeef stil en konden vondsten worden verzameld. Foto uit besproken boek.

Bij het saneren, van mei tot in augustus 2016, werd de vervuilde grond gezeefd waarna het resterende afval – veel puin – gesorteerd kon worden afgevoerd. Tijdens de lunchpauzes stond de grote mechanische zeef stil en mochten de gemeentelijk archeoloog Theo de Jong en vrijwilligers van het Erfgoedhuis in Eindhoven de storthopen afspeuren naar archeologisch interessante spullen. Dat kon doordat zij allemaal met een jaarlijkse gezondheidskeuring toestemming hebben om te werken in licht verontreinigde grond. De oogst was een grote hoeveelheid (gebruiks)voorwerpen – of delen daarvan – met een verhaal.

Knoop

Archeologie roept al snel associaties op met Indiana Jones, het oude Egypte of grafheuvels en hunebedden, maar in principe is elk relict van menselijke oorsprong dat in de bodem bewaard is gebleven een object van onderzoek door een archeoloog. Nog niet zo lang geleden stond in de Monumentenwet dat elke vondst gemeld moest worden wanneer die ‘redelijkerwijs’ vijftig jaar of ouder was, maar die limiet is uit de huidige wet geschrapt. De knoop die vorige week per ongeluk in de volkstuin werd ondergeschoffeld, is vandaag een archeologische vondst. Niet dat die nu meteen van belang zal zijn, maar spullen op een vuilnisbelt van een halve eeuw oud blijken dat wel te kunnen zijn. Het idee is dat dit afval een inkijkje geeft in het dagelijks leven van de mensen die het weggooiden en in die zin is de archeologie een stuk ‘democratischer’ dan het werk van de historicus. Die laatste is voor veel periodes uit het verleden aangewezen op de schrijvende minderheid van de bevolking.

Pagina’s uit besproken boek. Klik op de afbeelding voor een grotere weergave.

Zoals het bij archeologisch onderzoek hoort, werden de Helmondse vondsten allemaal schoongemaakt, gesorteerd, beschreven en gefotografeerd zodat er een mooie vondstcatalogus is ontstaan. Die is opgenomen achterin het boek waarmee het project nu is afgesloten en dat is uitgegeven door de Heemkundekring Helmont. Belangrijker is dat de vondsten ook werden tentoongesteld. Dat trok veel nieuwsgierigen die spontaan met verhalen kwamen. Niet zo gek, want er zijn nog volop mensen in leven die de periode waarin de vuilnisbelt in gebruik was bewust hebben meegemaakt. Hieruit ontstond de hoofdmoot van het boek Helmond in 100 stukskes. Vrijwilligers gingen gericht met voorwerpen op pad om bij ouderen verhalen ‘op te halen’. Zo ontstond een netwerk van ‘ooggetuigen’, ‘verhaalvangers’ en ‘beeldvangers’, fotografen van zowel de objecten als de vertellers.

Zo werden de ‘stukskes’ tot ‘vuilnis met verhalen’ en werd het geheel tot een levendig beeld van een niet al te welvarende gemeenschap in drie onderscheiden periodes: de armoedige jaren dertig van crisis en werkeloosheid, de tijd onder Duitse bezetting en de oorlog die hier vooral in 1944 met Operatie Market Garden in alle hevigheid voorbijtrok, en tot slot de wederopbouwperiode waarin stromend water, elektriciteit in huis en riolering voor iedereen normaal werd. In zijn geheel een bewogen periode en dat komt uit de opgetekende herinneringen ook duidelijk naar voren.

Faro

Op 26 oktober 2019 kreeg dit project de tweejaarlijkse Grote Archeologie Prijs, een initiatief van de landelijke Stichting Archeologie & Publiek en uitgereikt in het Rijksmuseum in Amsterdam. Het project sluit dan ook naadloos aan bij de doelstellingen van het Europese Verdrag van Faro waarin de maatschappelijke en verbindende waarde van erfgoed en het belang van deelname daaraan door de samenleving worden benadrukt. De kreet dat erfgoed van ons allemaal is, klinkt vaak obligaat en heeft het gevaar in zich dat niemand zich verantwoordelijk voelt. Maar door (gewone) mensen een rol te geven en te betrekken bij erfgoed in al zijn facetten, wordt niet alleen interesse (en vaak waardering) gewekt, maar ook een bijdrage geleverd aan sociale cohesie doordat verschillende groepen met elkaar in contact komen. Zo bracht Helmond in 100 stukskes verschillende generaties en mensen met verschillende sociale achtergronden met elkaar in gesprek. En zelfs voor de lezer van het boek is duidelijk dat dit ook weer leidt tot meer begrip voor de ander en vaak ook voor jezelf, want lief en leed kennen we allemaal.

Pagina’s uit besproken boek. Klik op de afbeelding voor een grotere weergave.

Met de Grote Archeologie Prijs kreeg Helmond in 100 stukskes ook landelijk aandacht en dat is een mooie opsteker voor alle deelnemers. Onder de drie genomineerde projecten voor de prijs bevond zich in 2019 ook het internationaal ingebedde project Community Archaeology in Rural Environments (CARE). Dit wordt in Nederland aangestuurd vanuit de Universiteit van Amsterdam en hierbij gaat het om wat meer traditioneel archeologisch onderzoek in (vooral) dorpen. In dit project gaan vrijwilligers onder begeleiding van een professionele archeoloog in hun eigen directe omgeving op onderzoek uit. Letterlijk gravend naar het verleden dichtbij huis. In Noord-Brabant zijn al op enkele plaatsen CARE-projecten uitgevoerd en er bestaat zeker belangstelling om dit uit te breiden.

Bij het Helmondse project is zeker van belang dat het ook hier gaat om archeologie, om het vergaren van kennis aan de hand van bodemvondsten. Het is al lang niets nieuws dat mensen in de ouderenzorg met ‘herinneringskoffertjes’ rondreizen en zo sluimerende geheugens opfrissen en daarmee bijdragen aan de levensvreugde van – vaak dementerende – ouderen. Bij de honderd stukskes ging het echt om het ophalen van informatie, al waren de ‘verhalenvangers’ zich er volledig van bewust dat het menselijk geheugen geen onfeilbare reproductiemachine is. Daar ging het ook niet om. Wel om herinneringen te noteren die de oude en vaak kapotte voorwerpen opriepen bij hun informanten.

Pagina’s uit besproken boek. Klik op de afbeelding voor een grotere weergave.

Soms is er een heel concrete relatie tussen het object en het verhaal, maar in andere gevallen is die relatie veel losser en daarmee het verhaal niet minder waardevol. De voormalige eigenaar van het kunstgebit is niet met naam bekend geworden en in een aantal gevallen deed hetzelfde voorwerp bij verschillende getuigen ook heel verschillende herinneringen opkomen. Zo denkt de een bij het zien van een fietsonderdeel aan de tochten in de wijde omgeving om tijdens de bezettingsjaren wat extra te eten op tafel te brengen en herinnert een ander zich hoe hij als kind leerde fietsen op een veel te grote herenfiets.

Garbology

Dat archeologen een vuilnisbelt opgraven is welhaast eigen aan het vak. Afval zegt nu eenmaal veel over de levenswijze van de producenten ervan. Dat jong afval wordt onderzocht, is ook niet helemaal nieuw. Er bestaat in het Engels zelfs de term ‘garbology’ voor. De basis daarvoor werd in 1973 gelegd door de Amerikaanse archeoloog William Rathje, maar de term is zelfs al twee jaar ouder. De echte oorsprong ligt echter al eind jaren vijftig toen ook in de Verenigde Staten de New Archaeology van de grond kwam (nu veelal ‘processuele archeologie’ genoemd). Dat begon met het inzicht dat archeologie eigenlijk antropologie is, maar dan anders, met andere middelen. [Tekst loopt door onder de foto’s]

In de vondstcatalogus achterin het boek zijn alle objecten gesorteerd, gefotografeerd en benoemd. Klik op de afbeeldingen voor een grote weergave.

Om het archeologische vondstmateriaal te begrijpen, is kennis nodig van de processen die tot dat materiaal hebben geleid en dus van het gedrag van de mensen die het hebben gemaakt of veroorzaakt. Door vuilnisbelten te onderzoeken bracht Rathje dit – net als zijn Helmondse collega’s – naar het recente verleden. Rathje en zijn studenten en medewerkers legden de resultaten van interviews en enquêtes naast het afval dat hun informanten nalieten. Dat maakte duidelijk dat ons zelfbeeld lang niet altijd strookt met wat uit onze vuilnisbak blijkt, en dat niet alleen voor wat betreft drankgebruik. Het verhaal dat de archeoloog reconstrueert zal dus lang niet altijd overeenkomen met hoe de betrokkenen het zelf hebben ervaren. Helmond in 100 stukskes had ook nadrukkelijk niet als doel om tot een objectieve reconstructie van het lokale leven in de eerste helft van de twintigste eeuw te komen. Wel om de materiële resten van dat leven een context te geven en om de daaraan klevende herinneringen vast te leggen.

Zoals de New Archaeology naar de antropologie toeschoof, zo heeft ook Helmond in 100 stukskes een volwaardige antropologische (of zo u wilt sociologische) component. Het gaat hier immers niet alleen om de materiële ‘vondsten’, maar heel nadrukkelijk ook om de mensen en hun verhalen. Dat daarbij in een aantal gevallen de ‘ooggetuige’ en de ‘verhalenvanger’ een en dezelfde persoon zijn, tekent vooral hoe nabij het hier beschreven verleden nog is. Niet gek dus, dat zich onder de samenstellers van het boek ook een antropoloog bevindt. Anja van den Akker was betrokken als vrijwilliger in het project en als redacteur van het boek. Zij is antropoloog van opleiding, werkte jarenlang als journalist (nu als lid van de redactie van Brabant Cultureel) en zal voor de honderd stukskes beide vaardigheden hebben kunnen inzetten.

Doorgeven

Het project is hiermee af, maar zoals op het achterplat staat, slaan we het boek niet dicht. ‘Het nodigt uit tot het doorvertellen van onze verhalen aan volgende generaties.’ Dat is immers waar erfgoed over gaat, het blijven vertellen en doorgeven van verhalen en ervaringen. Of de archeologie daaraan kan blijven bijdragen, is maar de vraag. Theo de Jong geeft aan dat de manier waarop wij tegenwoordig afval scheiden, recyclen en verbranden weinig hoop laat dat toekomstige archeologen aan de hand van ons afval onze levenswijze kunnen reconstrueren. Maar misschien moeten ze dan wel oceanen zeven in plaats van oude vuilnisbelten.

Op de cover van het boek een portret van Bert Biemans (1939-2020).
Foto > Isabelle Woudsma Photography

Theo de Jong, Anja van den Akker & Piet van den Boom (samenstelling en redactie), Helmond in 100 stukskes. Vuilnis met verhalen. Helmond: Heemkundekring Helmont 2020, 252 pp., ISBN 978-90-827557-2-5, pb., € 14,95 (hb. € 24,95). Te bestellen via info@heemkundekringhelmont.nl

Het boek werd maandag 10 mei 2021 gepresenteerd in het woonzorgcentra Alphonsus in Mierlo-Hout. Een verslag is te zien op YouTube

www.heemkundekringhelmont.nl

© Brabant Cultureel 2021