Beeldend kunstenaar Mariëtte van Erp vond inspiratie in het kasteel van Gemert

Beeldend kunstenaar Mariëtte van Erp kreeg de kans om voor één jaar haar atelier in te richten in het Kasteel van Gemert. Het uitzicht op de kasteelgracht betekende een bron van inspiratie voor nieuw werk. In dat ene jaar is zij erg productief geweest. Het werk van Van Erp is abstract, maar ze gaat wel uit van de realiteit, van wat ze ziet in de natuur.

door Irma van Bommel – foto’s Piet den Blanken

Mariëtte van Erp (1953) is geboren en getogen in Gemert. Van jongs af aan had ze al een voorliefde voor tekenen en het maken van creaties van gevonden materialen. Zij begon haar opleiding aan de Academie voor Industriële Vormgeving in Eindhoven, waar ze in de avonduren de richting schilderen en grafiek volgde. Vervolgens vertrok ze met een beurs voor een jaar naar Arnhem voor een werkperiode bij het grafisch centrum, om daarna haar opleiding te vervolgen aan de Jan van Eyck Academie in Maastricht. Daar werkte zij onder begeleiding van de schilder Pieter Defesche (1921-1998) die net als Van Erp de werkelijkheid als uitgangspunt koos voor zijn abstracte werk.

Mariëtte van Erp.

Kasteelvrouwe

In 1987 zocht Klooster Nazareth in Gemert een nieuwe bestemming voor de oude nonnenschool. De gemeente stelde voor om daar aan kunstenaars atelierruimte te bieden. Van Erp had daar wel oren naar, maar moest dan zelf een groepje kunstenaars bij elkaar brengen. Dat lukte. En zo keerde Van Erp terug naar Gemert en sindsdien heeft zij daar haar atelier. Tot de aankondiging van een verbouwing en zij er (tijdelijk) uit moest. Dat bood haar de gelegenheid om voor één jaar haar intrek te nemen in het Kasteel van Gemert. Ze is nu eigenlijk ‘kasteelvrouwe’, want momenteel is ze de enige ‘bewoner’.

Als kasteelvrouwe opent Mariëtte van Erp de poort.

Door exposities in De Krabbedans en later ook in TAC en diverse galeries was Van Erp vooral gericht op de kunstwereld in Eindhoven. Maar omdat zij daar niet woonde – ze had immers haar atelier in Gemert – voelde ze zich vaak een buitenstaander, een solist. Toch heeft ze bewust gekozen voor een atelier in Gemert, dichtbij de natuur, de inspiratiebron voor haar abstracte werk. “Ik ging mijn eigen weg, op zoek naar een eigen beeldtaal en een eigen handschrift.”

Geabstraheerde landschappen zijn interessant omdat je er associaties op kunt loslaten.

“Dat is in de loop van de jaren weinig veranderd. Naar exposities gaan, stoorde me destijds. Dat vond ik ook niet nodig, want ik had het druk met mijn eigen ontwikkeling. Maar ik miste wel de wisselwerking met andere kunstenaars die je in een stad gemakkelijker hebt. Het naar buiten brengen van mijn kunst is voor mij altijd moeilijk geweest. De mogelijkheden van social media waren voor mij een uitkomst. Ik kan er mijn werk op een natuurlijke manier tonen en krijg er respons op. Ik geniet nu van het contact en het werk van collega-kunstenaars.”

Sloten doorsnijden het landschap en zorgen door het perspectivisch verloop ook voor dieptewerking.

“Vanaf het begin heb ik de abstractie gezocht. Abstractie geeft ruimte, voor de beschouwer en voor mezelf. Je kunt er associaties op loslaten en er langer naar kijken. Het wordt steeds interessanter. In de abstrahering zitten voor mij de mogelijkheden.”

Agressie

Van Erp tekent altijd buiten. Dan laat zij de werkelijkheid op zich inwerken door vanuit een ooghoek het papier te betekenen, bekrassen, of af te tasten met potlood, pen of krijt. Of door met een houtje of de nagels van tien vingers tegelijk een vel carbonpapier blind te bewerken. “Ik werk met een zekere agressie.”

Van dichtbij ogen de werken abstract, maar van een afstand zie je diepte en vormt zich een landschap op je netvlies.

Zij trekt erop uit om natte gebieden als de Biezen en Klotterpeel te tekenen met hun sloten en waterlopen als de Esperloop, de Walgraaf en de Snelle Loop. “Het gaat om de suggestie van water en van gras. Om de weerspiegeling in het water. Hoe de sloot diepte weergeeft door perspectivisch verloop, het gebied doorsnijdt en zelf weer doorsneden wordt door een sluisje of een loopplank van het ene naar het andere landje.” Later verwerkt ze die beelden in haar atelier tot schilderijen.

De spiegelende gracht inspireerde tot het maken van talloze tekeningen en schilderijen.

Het kasteel leverde nieuwe onderwerpen op: de gracht en het park. Ze nam zich voor niet het kasteel zelf te gaan schilderen. “Mijn atelier in het klooster bood uitzicht op de kloostertuinen. Het van bovenaf weergeven, maakte het al abstract. Maar nu stond ik in het park en vroeg me af hoe ik die krioelende veelheid aan bloesem en blaadjes op een doek moest krijgen. Het landschap hoeft niet mooi te zijn. Schoonheid kan ook een belemmering zijn, het lieflijke al gauw een cliché.”

De beweeglijkheid van de vegetatie in de kasteeltuin met de spiegelende gracht vroeg om groot formaat werk. “Dat betekende een nieuwe uitdaging. Want hoe krijg ik die veelheid aan lijnen van de tekening vertaald in een schilderij?” Ze ging op de grond werken. Groot gereedschap vond ze in de poetskast van het verlaten kasteel. Met trekker, bezem, schrobber en mop bewerkt zij de doeken met watergedragen verven uit blikken en emmers. Dat bleek te werken.

Blik in het atelier. Bij de weergave van de kasteelgracht gaat het vooral om de spiegeling in het water.

Barokker

Van dichtbij ogen de werken abstract, maar van een afstand zie je diepte en vormt zich een landschap op je netvlies. “Maar het werk mag niet te lieflijk worden.” Dan gaat ze met een bezem of borstel door de natte verf. “Bij abstraheren gaat het om licht en ritme en hoe de ruimte verdeeld is. Ik heb een vrij beweeglijk handschrift. Dat is hier barokker geworden.” Die verandering is te zien. In het oudere werk dat aan de wand hangt gaat het vooral om vlakken en vrij rechte lijnen, in het recente werk zit meer tekening en meer dieptewerking.

De kunstenaar ontdekte de mop als schildersgereedschap.

Tot slot toont zij een groot doek dat ze vorig jaar maakte voor de expositie Lucas Gassel Revisited in De Cacaofabriek in Helmond. Het werk is geïnspireerd op een landschap van Lucas Gassel (geboren in 1488 en overleden in 1568 / 69) aan wie Museum Helmond vorig jaar een grote overzichtsexpositie wijdde. Van Erp realiseerde zich dat het oude kasteel van Gemert er al stond in de tijd dat Lucas Gassel als een van de vroegste Brabantse landschapsschilders hier in de streek woonde en werkte. Voor haar doen is het een figuratief werk geworden. Verrassend is dat ook dit schilderij is vervaardigd met de mop.

Ook het ‘figuratieve’ schilderij speciaal gemaakt voor de expositie Lucas Gassel Revisited is vervaardigd met behulp van de mop.

Eind april loopt het tijdelijk verblijf in het kasteel ten einde. Het kasteel wordt verbouwd. Er komen onder andere luxe appartementen in. En dan keert Van Erp weer terug naar haar atelier in de inmiddels verbouwde school van Klooster Nazareth.

Werk van Mariëtte van Erp is van 7 mei t/m 18 juli 2021 te zien in de groepsexpositie ‘Zandvoorts Ode aan het Landschap’.

www.mariettevanerp.com

www.zandvoortsmuseum.nl

© Brabant Cultureel 2021