Lot Vekemans schiep met Simon een romanpersonage dat zijn eigen plan trekt

In ‘De verdwenene’ leeft Simon ver van alles en iedereen een teruggetrokken leven in Canada. Totdat zijn neefje op bezoek komt, en verdwijnt. Ook op schrijfster Lot Vekemans zelf heeft het idee van een teruggetrokken leven een grote aantrekkingskracht, maar zij wil uiteindelijk toch altijd weer de wereld in. ‘De verdwenene’ biedt een inkijkje in de donkere kamers van de menselijke ziel. Een interview met auteur Lot Vekemans.

door Hein van Kemenade

Lot Vekemans (Oss 1965) is momenteel de meest opgevoerde Nederlandse toneelschrijver in binnen- en buitenland. Werk van haar is in vijftien talen vertaald en kwam in meer dan vijfentwintig landen op de planken. Na een studie sociale geografie volgde ze de Schrijversvakschool ’t Colofon in Amsterdam. Daar studeerde ze in 1993 af met drama als hoofdvak. Diverse van haar theaterteksten werden beloond met nominaties of prijzen, waaronder in 2016 de Ludwig Müllheim Theaterpreis voor haar Duitstalige oeuvre.

Lot Vekemans. foto > Piet den Blanken

Je bent een succesvol toneelschrijfster. Wat drijft jou om een roman te schrijven?
“Ik moet heel eerlijk zeggen, mijn moeder vroeg altijd: Wanneer ga je nou een roman schrijven? Vanuit het gevoel dat je dan een echte schrijver bent. Een roman is tien, elf keer zoveel woorden dan een toneelstuk, dus ook zoveel meer werk. Die ambitie had ik niet. Tot iemand tegen mij zei: Het zou toch kunnen dat je een keer een roman schrijft. Een half jaar later was ik met een toneeltekst bezig en dat wilde maar niet lukken. Ik dacht, ik moet meer over het karakter van mijn hoofdpersonage weten. Toen ging ik een hele lange monoloog schrijven, een onderzoeksmonoloog. Dat bleek ineens een boek te worden.”

“Dat werd Een bruidsjurk uit Warschau. Het is een nieuw vak, zo anders dan het schrijven van toneel. Na mijn eerste roman dacht ik, er moet een tweede komen. Toneel heeft altijd een deadline. Er zit altijd iemand te wachten tot de repetities beginnen. Dat is totaal anders dan een roman schrijven. Ik neem heel ruime deadlines. Ik heb incubatietijd nodig. Tijd om erover na te denken. Onderzoek doen, Ik lees heel veel over de thematieken. Dat is het mooie van focussen. Ik zeg bijna altijd minimaal een jaar, maar geef mij twee jaar voor een toneeltekst.”

Haar roman Een bruidsjurk uit Warschau verscheen in 2012, de Verdwenene acht jaar later. Vekemans denkt dat een volgende roman sneller komt. Maar ze wil ook graag een scenario voor een film schrijven. “Dat is een oude liefde van mij. Ik wil graag nieuwe dingen doen, nieuwe dingen leren. Niet alleen de onderwerpen, maar ook in het ambacht mijzelf vernieuwen.”

In De Verdwenene gaat het om Simon die naar Canada is geëmigreerd en daar erg op zichzelf is; in zijn familie is hij een buitenbeentje. Hij krijgt op een dag zijn jonge neef Daan te logeren, die door zijn radeloze moeder naar Canada is gestuurd omdat hij als puber onhandelbaar is. Simon heeft met tegenzin toegestemd want zijn neef verstoort zijn leven in afzondering. Op een dagtrip naar de Rocky Mountains ontmoeten ze twee enthousiaste bergwandelaars, vader en zoon. Die nemen de jongen mee op een day tour, terwijl Simon in het toeristische bergplaatsje achterblijft. Een dag later is het trio spoorloos verdwenen.

Lot Vekemans. foto > Piet den Blanken

Hoe is ‘De Verdwenene’ ontstaan?
“Ik wandelde eens met een goede vriendin. Zij vertelde dat er al generaties lang broedertwisten waren in de familie. Opa, vader, broer, en zij was bang voor haar zoon. Ineens had ik het gevoel: dit is het! Dit plan moet ik volgen. Ik wil hier iets mee. Ik wil dat draadje oppakken. Ik ga familieleden van haar spreken om meer in de materie te duiken.”

Vekemans zocht een van haar broers op die in het Canadese Calgary woonde. Al tijdens die eerste reis ontstond het idee voor het verhaal. “Ik wist dat er iets zou gebeuren in de Rockies, waardoor die jongen verdween. Meer wist ik niet.”

“Ik ben drie keer naar Canada afgereisd en heb de tocht uit het boek afgelegd. Met gidsen op pad geweest. Met de rugzak en met de hond bij ons. Ik ben echt ook een wandelaar. Ik ben op fantastische plekken geweest, heb ontzettend veel met mensen gesproken. De route van Canmore naar Jasper is een van de mooiste routes ter wereld. Canada is overweldigend mooi. Dus het was geen straf om daar naartoe te gaan. Ik heb veel gefotografeerd en audio-opnames gemaakt en ik had ontzettend veel materiaal voordat ik aan het boek begon.”

Maar is het karakter van de hoofdpersoon niet belangrijker in deze roman. Hoe is dat ontstaan?
“Het karakter van Simon is een samenstelling van allerlei mensen die ik heb ontmoet. Je kunt in Canada behoorlijk verdwijnen en je hebt er veel meer loners rondlopen. Ik kwam extremere voorbeelden tegen dan ik in De verdwenene gebruikt heb. Ik heb biografische gegevens van meerdere mensen gebruikt.”

“Simon is een eigenaardige man. Ik wist wel dat het iemand moest zijn die… hoe moet ik dat zeggen. Best wel moeilijk te omschrijven. Ik kan hem heel goed voelen. Ik heb steeds het gevoel dat ik hem onrecht aandoe wanneer ik hem wil omschrijven. Als jij zegt een autist dan denk ik hij is geen autist, maar heeft wel autistische kenmerken. Gisteren zei iemand: het is een man die je zo graag zou willen redden. Dat herken ik wel. Je hebt het gevoel dat hij een beetje van de weg is geraakt, maar hij zou er gemakkelijk weer op kunnen stappen. Denk je.”

Lot Vekemans. foto > Piet den Blanken

Hij legt de schuld altijd bij een ander.
“Altijd en hij is ontzettend overtuigd van zijn eigen visie op de wereld. Hij is een verstopte man en ik denk dat zoals ik dat zie hij het verstoppen is gaan cultiveren als basis voor zijn bestaan. Hij vindt van alles en iedereen wat. En dat eigenlijk omdat hij erbuiten staat. Dat komt in Canada ook meer voor.”

Simon is weggegaan uit Nederland om meer ruimte voor zichzelf te hebben.
“Dit is de grootste daad in zijn leven geweest, daarna is het opgehouden met het grote avontuur in zijn leven. Hij is vooral bezig geweest om te overleven. Natuurlijk kwam hij daar aan met het idee om een nieuw leven te beginnen. Hij was geen avonturier of iemand die grote risico’s wilde nemen. Dat baantje wat hij kreeg in Canada was prima. Zijn oom heeft hem bedrogen. Een gouden kans, voor het eerst een baan met uitzicht op een toekomst. Geen blinde muur. Hij had uitzicht. Hij heeft een korte liefde gehad die hem ook belazerde. Hij is echt teleurgesteld.”

Simon is de helft van een eeneiige tweeling. Hoe kunnen beide broers zo verschillend zijn?
“Dat is iets waar ik mee speel. We horen alles alleen maar van Simon. Hij praat over iedereen, zijn moeder, zijn vader. Is het allemaal wel zo waar wat hij zegt? Hoe waar is zijn beeld van de werkelijkheid? Is zijn broer wel zo succesvol? Of is dat ook iemand die in zijn eigen leven doet alsof.”

“Simon kon met zijn handen maken wat hij zag, maar zijn broer ging vaak met de eer strijken. Wanneer je een tweelingbroer hebt die heel veel ruimte inneemt dan ga jij zitten op het richeltje dat over is. Het is de bekende vraag van nature en nurture. Ik ben ervan overtuigd dat nurture enorm van belang is. Dit is wel een ware basis. Ik heb een eeneiige tweeling ontmoet waarbij dit letterlijk aan de hand was. Daar was dit verhaal helemaal waar.”

Het begon bij de fascinatie of je uit de familie kunt stappen wanneer je emigreert

Waarom beschrijf je het verhaal alleen vanuit Simon?
“Ik heb nooit overwogen om het verhaal van beide kanten te bekijken. Waar gaat het dan uiteindelijk voor mij over? Die keuze bepaalt de invalshoek. Ik vertrouw heel erg op mijn schrijfproces. Ik heb zelf het gevoel dat ik pas snap wat ik geschreven heb als ik het zelf gelezen heb. Het begon bij de fascinatie of je uit de familie kunt stappen wanneer je emigreert. Kun je jezelf als je emigreert losmaken van je familie? Kun je leven als de afgeknipte tak van de stamboom? Of is dat een illusie? Het perspectief is de afgeknipte tak. Ik ben er niet meer. En is dat wel zo? De thematiek van verdwijnen en verstoppen in het leven en zelf het idee hebben dat je nog meedoet, is steeds belangrijker. Gaandeweg blijkt de broer-relatie een onderdeel te zijn. Focussen op het buitenbeentje. Simon is eigenlijk de leidende figuur. De generatie eronder is de neef Daan (de jongen) ook een buitenbeentje, iemand die niet op zijn plek valt. Ik dacht twee buitenbeentjes bij elkaar, die begrijpen elkaar vast wel.”

Lot Vekemans. foto > Piet den Blanken

Het verhaal heeft een open einde.
“Aan het eind lijkt de redding voor Simon nabij, maar het is een open einde. Zoals ook het leven is. Ik heb lang nagedacht over dat einde. Ik overwoog om het boek een heel ander verloop en einde te geven, maar het verhaal pikte dat niet. Als het echt mis gaat, wat betekent dat dan? Welk verhaal wil ik dan vertellen? Ik speel wel een beetje met de elementen van spanning. Ik zie de plot van een verhaal meer als een middel dan als een doel. Met mijn werk is het zo dat het net iets anders is dan je denkt. Het heeft te maken met gewekte verwachtingen. Daar hou ik van. Een van de mooiste dingen van de spiegel van het leven is dat als je teleurgesteld bent, je naar jezelf moet kijken. Wat had jij dan gedacht? Het zegt heel veel over jezelf. Iedereen reageert vanuit zijn eigen referentiekader.”

“Wat ik altijd probeer is om iemand uitzicht te geven op een andere optie. Ik geloof heel erg in een werk dat een uitgang laat zien, dat een personage een andere kant op kan. Dat is een keuze die ik als schrijver niet kan bepalen. Wordt die uitgang wel genomen? Hij kan het eigenlijk ook niet laten lopen. De personages leiden hun eigen leven. Ik vertrouw op de pen, de dialoog komt voort uit wat er is en dan schrijf ik en ontdek ik iets. Dan ga ik opnieuw beginnen en steeds weer verder. Heel lang weet ik het laatste stukje niet, omdat ik het niet bedacht heb. Ik vertrouw op mijn personages, ik zie ze als zelfstandige entiteiten. Het sturen is veel meer reageren. Als zij iets doen, hoe ga ik daar dan mee om? Het gaat erom hoe ik het vertel. Ik heb te luisteren naar mijn personages.”

Bij het schrijven van een roman denk ik meer in scènes, meer filmisch

“Bijvoorbeeld: In mijn eerste roman had ik een scène bedacht waarin het hoofdpersonage de trap afloopt en dat er dan beneden op de bank iemand zit. Hij loopt de trap af en er zit niemand! Ik dacht hè? Het zal toch wel kloppen? Uiteindelijk is dat een heel mooi moment geworden. Een uitgestelde confrontatie die later in het boek voorkomt. Dit is zo mooi aan het schrijven van een roman. Ik denk dan meer in scènes, meer filmisch. En het is wel leuk dat je niet alleen afhankelijk bent van dialogen.”

Muziek speelt een rol in de roman.
“Ja, Cuby and The Blizzards. Zij hadden hun grootste hits voordat Simon fan werd. Het is muziek van voor zijn tijd. Maar hij is als buitenbeentje anders dan de rest. Cuby maakt echte blues. Dat sprak Simon aan, de taal van de blues, niet in de pas lopen. Dit komt uit de research. Het is muziek die Simon snapte en muziek die hem snapte.”

“Hij heeft heel zijn leven het gevoel gehad dat niemand hem begrijpt. ‘Ik luister niet naar mensen’. Als puber was hij al obstinaat. Vroeger waren kinderen weleens jaloers geweest dat Simon de helft was van een tweeling. ‘Dan ben je nooit alleen, had een klasgenoot gezegd. Niets was minder waar. Niemand was zo alleen als de onzichtbare helft van een eeneiige tweeling’.”

Lot Vekemans, De verdwenene. Amsterdam: Uitgeverij Cossee 2021, 256 pp., ISBN 9789059369412, pb., € 22,99.

www.cossee.com
www.lotvekemans.nl

© Brabant Cultureel 2021