Met dichteres Jolanda Kooijmans op sleeptouw door Brabant

De dichtbundel ‘Twee ton’ waarmee Jolanda Kooijmans debuteert kwam onopvallend aangestroomd uit het zuidoosten van Noord-Brabant. Met een kwaliteit die zich niet meteen prijsgeeft. De bladspiegel is rustig met aanvankelijk één gedicht per pagina, ogenschijnlijk eenvoudig geschreven. Tot je begint te lezen. Het is een hermetisch gesloten bundel en close reading is aan de orde. Wie dat doet, ontdekt steeds meer en wordt beloond met een rijkdom aan associaties – binnen en buiten Brabant.

door Carina van der Walt

Letters, klanken, woorden, frasen en beelden herhalen letterlijk of associatief in gedichten, maar maken ook verbindingen tussen de gedichten onderling.
Jolanda Kooijmans (1967) gebruikt dikwijls contrasten tussen organisch en anorganisch, afwijkende taalconstructies, leestekens op vreemde plekken en verwoorde leestekens. Dat maakt haar werk een verstechnische mer à boire.

Water

De foto op het achterplat van Twee ton met een vrouw (duikbril op haar hoofd) die plat in het water van een met riet begroeid kanaaltje hangt, kan hoogstwaarschijnlijk worden geassocieerd met het volgende titelloze gedicht op pagina 43:

kleine zijrivier ontsnapt aan vies kanaal
en zet het op een meanderen


ze klemt een slapende paling in een van haar bochten
als een lotje uit de loterij


wát haar opspattende druppels raken
wordt een flitsend groen
reclame mogelijk is het reclame


maar realisme is king:
de paling wordt wakker en rekt zich uit


hij voelt de spieren van de zee
tot in de jackpot van zijn être


such a crazy feeling

rivier en paling
paling en rivier
vorm vangt hen als een rijmwoord

Volg associatief het woord ‘rivier’, die ontsnapt aan een kanaal en dan meandert met een paling in ‘haar bochten’ en met ‘opspattende druppels’. Diezelfde ‘rivier’ eindigt in de slotstrofe. Parallel aan het beeld van deze ‘rivier’ is ‘een slapende paling’ die ontwaakt en samen met de ‘rivier’ ook eindigt in de slotstrofe. In de laatste regel volgt als een verrassende conclusie een vergelijking. Niet de woorden ‘rivier’ en ‘paling’ rijmen met elkaar, maar wel de vormen die beide maken. Zij meanderen. Dit verraadt hoe Kooijmans rijmt.

Jolanda Kooijmans, dichter, tekstschrijver. Foto: Bianca Sistermans/Hollandse Hoogte.

Vaak eindigen haar gedichten met conclusies – soms mooi, grappig of ontstellend. Organische beelden uit de natuur worden aangevuld met anorganische associaties: ‘ze klemt een slapende paling in een van haar bochten / als een lotje uit de loterij’. Ook het contrast organisch-anorganisch komt regelmatig in gedichten aan bod.

Het gedicht dun op pagina 8 speelt zich net als kleine zijrivier ontsnapt aan vies kanaal af op

 …de grens tussen nat en droog

terwijl sommige dieren
leven in niets dan water
sommige in niets dan wind


terwijl onder water waait het ook
het ven wiegt de planten in spiralen
op haar snijvlak…

Even verrassend voltrekt een mooie conclusie zich aan het eind van dit gedicht in drie strofes van elk één regel: ‘en de dag is zo donker // alleen de lichtste woorden komen // boven’. Ook hier eindigt dun met een verwijzing naar taal.

Landschap

Een dichter is vrij om met taal te doen wat hij wilt. Dat geldt ook en vooral voor Kooijmans. De vrijheid van de dichter is wat de aandachtige lezer uiteindelijk vastgrijpt. In het gedicht hoogte wil op pagina 7 wordt de omtrek van een landschap onder woorden gebracht in strofes over ‘hoogte’, ‘diepte’ en ‘lengte’. Omtrek? Het gedicht begint idealistisch met ‘hoogte’ en wat hoogte behelst, namelijk ‘kaal bos’ en ‘lompe sneeuw’ plus het contrast ‘hoogkrul en buiging’. ‘Diepte’ vervangt vervolgens breedte in het gedicht dat naadloos past op een foto van een omgeploegd Brabants land hartje winter:

diepte is het omgeploegde veld
zwarte abstracties in grote sneden
uitgemolken landbouwgrond
diepte in het diepe zwart

Deze strofe laat zien hoe ruimhartig Kooijmans interpretatiemogelijkheden aanreikt voor wie moeite wil doen. Interessant aan hoogte wil is dat de dichteres haar wil op de taal afdwingt door leestekens uit te schrijven in woorden, zoals ‘dubbelepunt’ en de herhaalde ‘knipperstreep knipperstreep’. Kooijmans voert haar taaldwang verder door in een ander naamloos gedicht op pagina 29 met herhalende letters die aanleiding geven tot meerdere associaties.

Op het punt p op de omtrek o van een cirkel c
met een straal R van 5 meter hier en daar wat vlassig touw t
staat een melkgeit m met de naam G en G staat voortdurend
op het punt shit
met het puntje van haar tong terwijl!
rodo!
dendron!
doods! oorzaak! nummer! 1! onder! hobbygeiten! is!


maar G ziet zichzelf niet als een hobby

de bloeiende struik doet steeds een stapje terug
uiteindelijk hangt het dier zichzelf op


Was dit a. de enige manier waarop G zich bij de gegeven situatie S
kon neerleggen of is er b. een opgaven denkbaar met een makkelijke
uitkomst?

De taalconstructies in de eerste regel van dit gedicht herinneren aan het gedicht Het uur U van Martinus Nijhoff en aan D-day. Kooijmans maakt er een redenkundige rekenopdracht van die in tegenstelling tot de schoolopdracht uitmondt in talloze interpretatieve uitkomsten. Eén uitkomst dient zich op de volgende pagina aan:

revoluties staan tot de wereld
als geiten tot een touw aan een pin in de tuin


als patstellingen in cirkels van alsmaar korter gras
voortdurend op het punt shit!
met het puntje van de tong terwijl!

Om te vervolgen in:

revoluties raken in de knoop
of switchen van karakter


wij staat
tot ik


als een koppig duizendkoppig organisme staat
tot een verdwaalde geit op een holletje mee paniek
de bek vol leeuwenbekjes

Gezellig

Er staan niet zoveel titelloze gedichten in Twee ton. In twee titels komt de Italiaanse naam Mambro voor. Samen vormen ze een serie van gedichten met andere Mambro’s, terwijl dezelfde androgene maar hartelijke mama ook een karakter is in tegenzin kietelt de ziel en klaproosdagen. Het gaat er vrolijk aan toe rond haar tafel: ‘met haar smaakvol tafelkleed geworden jute zak / die ’s avonds bij de jukebox van haar man / geworden grapjas / eindeloos aanhaalt’. Het Brabants gezellige slotgedicht in Twee ton sluit aan bij de sfeer van het gedicht Mambro:

iemand nog koffie?
thee?
een stukje vlaai?


de stilte staat iedereen aan de lippen

oei de lege tekstballon wijst naar oei

de koeien wachten met kauwen

ik adem zachtjes uit

uit mijn mond komt niets dan CO₂

mensen ik was niet eens uitgenodigd

Toch heeft de nadruk op Brabant geen bijzondere betekenis. Landschappen worden in deze bundel nooit helemaal ‘natuurlijk’ weergegeven en Kooijmans geeft haar gedichten een anorganische en een eigentijdse draai. In het pandemiejaar 2020 hebben de Nederlandse lezers er een schitterend nieuw dichttalent bijgekregen – voor wie de moeite neemt aandachtig te lezen.

Jolanda Kooijmans, Twee ton. Eindhoven: Opwenteling 2020, 56 pp. ISBN 978-90-6338-170-7, pb., € 17,50.

opwenteling.nl

jolandakooijmans.blogspot.com

Foto omgeploegde akker: Carina van der Walt

© Brabant Cultureel 2021