Bij het begin van weer een nieuw jaar

door JACE van de Ven

Nu we niet meer zijn te redden – wat zou je willen doen?
Leer ik mezelf zingen, dan kan ik kwinkelerende vergaan
Terwijl een onschuldig kindje in tutu wondermooi danst
Om te onderstrepen hoe zonde het is dat nu alles te laat is

Hoe het zo ver komen kon? De liefde onder asfaltbeton
Waardoor je er ook bij regen veilig overheen kunt rijden
Het geloof sierlijk weggedreven in een heteluchtballon
En de hoop die zonder geloof en liefde zo wanhopig is

Het is klaar, we weten het. We keren weer tot stof, wíj,
Dat gretig virus dat een honderdduizend jaar of twee
Rondjoeg als een strovuur, dat vlammend heel wat leek
Maar uitgebrand was voor het warmte zou gaan geven

Een karig resultaat, zegt u? Wat kun je als je tijd niet
Relatief maar absoluut is en er geen procedé bestaat dat
Je houdbaarheidsdatum een ietsepietsje op kan rekken?
Een imperfectie? Klopt, maar waarom daarom zeuren!

Iedereen beseft dat het eerder anders had gemoeten
Er waren toch drie wijzen die een ster hadden gezien?
En waarom prijzen wij Zijn macht in negenennegentig
Benamingen? Omdat we bang zijn dat Hij weerloos is?

Aanwijzingen volop. Onlangs nog vloog er een mus
Op heikele wijze over rijen wiebelende dominostenen
En in de WK-finale negentienachtenzeventig schoot
Rensenbrink in de allerlaatste minuut tegen de paal

Vergeeflijk dat we die onomwonden tekens niet zagen
Ons is nooit uitgelegd wat nou eigenlijk de bedoeling is
We weten niet eens of dit alles ooit begonnen is of altijd
Al was en of wat nu het einde schijnt het einde zal zijn

Mij lijkt dat nogal wiedes, de muziek is al opgehouden
En op den duur weet niemand hoe boven akkers in mei
De leeuwerik zong of wat de merel soms kwam fluiten
Bezig als we waren hebben we nooit om uitleg gevraagd

Als een overrijpe appel is ons decor aan het rotten gegaan
De toekomst, die heilige toekomst, glijdt uit op de smurrie
Dus met verzinsels vol troostende vooruitzichten hoef je
Niemand meer in slaap te wiegen, laat me niet lachen!

We wisten niet wat we in handen hadden tot het te laat was
Als er nog muziek had bestaan, zou ik graag de Onvoltooide
Van Schubert voltooid hebben door de liefde die de noten
Radeloos zoeken in praktijk te brengen, door te houden van

Want om de aarde en alles óp haar lief te hebben, daarvoor
Was alles bij de hand, alles wees zichzelf, geen gids vereist
Sterker nog, een aandrift zette je er toe aan, eigenlijk is dat
Wel een cruciaal detail dat we over het hoofd hebben gezien

Was er een schepper geweest, had die ons op puppycursus
Moeten doen tot we zindelijk waren, maar hij liet ons vrije
Keuzes maken terwijl we geen notie hadden wat te kiezen,
Nee, die inblazer van leven gaat ook niet vrijuit, allerminst

Gewoon een beetje fundament, wat diepgang, wijsheid, stijl!
Dat had je nodig gehad, maar alle benul dat ik heb, heb ik
Zelf moeten veroveren, ik heb erom gesmeekt, bij hen die
Het weten zouden, maar ik kreeg een raad van likmevestje:

Leer eerst je broek ophouden, zorg voor brood op de plank,
Wil je maaien moet je zaaien, overwin je angst en scheur
Met honderd per uur over glibberige wegen om anderen
Steeds een stapje voor te zijn en kijk allejezus nooit om

Mooi hè, die leuzen om de wereld door te komen, alsof
Je niet gewoon van de aarde bent en mee moet draaien
Alsof je anderen zou moeten mollen om te overleven of
Minstens giftig langs elkaar heen zou moeten paraderen

Eén druk op de knop en we blazen tien keer alle kaarsjes
Uit, wij zelf! Maar waarom je macht zo overschatten?
Er bestaat vast toch een laatste cijfer achter de komma
Van het getal pi. En dan? Dan is de cirkel domweg rond

Instinctmatig heb ik dat eigenlijk altijd al geweten, want
Dat de richting die we gaan niet zomaar te manipuleren is,
Dat we gedoemd zijn in kringetjes rond te stiefelen en steeds
Moeten vertrekken zonder aan te komen, dat lijkt me helder

Het stond altijd al vast, dus roep niet rond dat we gekuld zijn
Als bij Polyphemos zal ons krijten door de ruimte galmen:
‘Niemand heeft ons iets gedaan!’ En ander intelligent leven
Haalt hooguit de schouders op: ‘Hou dan je bakkes, mensch!’

Leer er vrede mee te hebben dat er geen ontkomen is, witte
Zwanen, zwarte zwanen, zelfs geen Nazarener timmerman
Die de sleutel maken kan, omdat er nooit een sleutel was of
Omdat hij op geen enkele andere existentie past, weet ik veel!

Ik weet alleen dat ik afscheid wil nemen in stijl, niet als dank
Voor het verpozen die arme kloot de schillen en de dozen laten
Maar een uptime danklied zingen terwijl een kind in tutu danst
En u? U mag me begeleiden door ritmisch mee te hummen

Meer informatie over dit gedicht, met de titel ‘Uitnodiging om mee te hummen’, is te vinden op www.jacevandeven.com

© Brabant Cultureel 2021