Overpeinzingen bij Kerst in coronatijd

tekst en beeld > Arnold Verplancke

Nu de Kerst nadert, moet ik onwillekeurig denken aan een schilderij dat ik precies een jaar geleden heb gezien in Essen. Een arm gezinnetje met een uitgemergelde baby bij moeder aan de borst. De vrouw heeft een flauwe stralenkrans rond het hoofd. Geen os en geen ezel te bekennen, alleen een hondje onder de bank. Het heet dan ook niet Heilige familie of zoiets, maar Poolse familie. Otto Mueller schilderde het honderd jaar eerder.

Verschoppelingen

De kracht van dat werk is wat mij betreft dat ik het associeer met het legendarische verhaal van tweeduizend jaar geleden en tegelijk met de ontelbare verschoppelingen van nu in vluchtelingenkampen, op wrakke bootjes, of hier, tot uitzichtloosheid gedoemd. Alsof Mueller wil zeggen: blijf niet steken in het romantische verhaal van toen, van ‘geen plaats is in de herberg’ voor mensen die inmiddels als heiligen worden gezien. Maar kijk naar degenen die in jullie eigen tijd dakloos zijn of op de vlucht.

Excuus voor dit gepreek. Dat krijg ik in deze tijd van lockdown en met Kerst op komst. In de (veelal gesloten) theaters kan ik steeds minder verse impulsen vinden en mijn herinneringen nemen met de jaren alleen maar toe. Ik realiseer mij bijvoorbeeld hoe de Christusfiguur in verschillende culturen een andere rol kan spelen.

In Litouwen kocht ik een houten beeldje van een droevig treurende man met doornenkroon. Het was er in alle kraampjes te koop. Natuurlijk verwijzend naar de Bijbelverhalen over hoe de Romeinen Jezus mishandelden. In de devotiegeschiedenis staat het beeld bekend als Christus op de Koude Steen. Maar in Litouwen staat het voor het protest en het volhardende verzet indertijd tegen de bezetting door de Sovjet-Unie. Het dook toen op de muren op als symbool tegen de overheersers. En omdat de Russen zo dom waren het telkens weg te schilderen, was er geen houden aan. Overal doken de treurende Christussen op.

Afrikaan

Nu we toch bezig zijn: na de marteling volgt de kruisiging. Ik spring maar even spontaan van Kerstmis naar Goede Vrijdag. In mijn gedachten schiet namelijk een kruisbeeld dat ik in Malawi fotografeerde. De stervende verlosser is niet afgebeeld als een blanke Europeaan, zoals meestal, maar als een uitgemergelde Afrikaanse man.

Hoe ziet God er uit, vroegen we aan een gelovige vrouw in Malawi met wie we goed bevriend waren.
‘Een oude blanke man’, antwoordde ze.
Zou die ook zwart kunnen zijn, wilden wij weten.
Na enig nadenken, gaf ze toe: ‘Ja dat zou kunnen.’
Zou God ook een vrouw kunnen zijn, gingen we een stapje verder.
Ze keek ons ongerust en verbijsterd aan: ‘Nee, dat niet’, wist ze heel zeker.
Ze kon er de andere dag nog niet over uit: ‘Weet je wat ze me vroegen….’

Weggerot

Op diezelfde reis brengen we een bezoek aan een leprozenkolonie en aan de katholieke kerk daar. Boven het altaar hangt een groot kruisbeeld met een Christusfiguur wiens lijf is opengereten. De stukken vlees weggerot uit zijn borstkas en benen. Het beeld overweldigt je, zeker als je tijdens de mis een knielende vrouw ziet die al enkele tenen mist. Maar ze danst en zingt nog vurig mee met alle andere gelovigen in deze uitbundige en vitale kerkdienst.

Ik dwaal af van Kerstmis en al helemaal van cultuur in Noord-Brabant. In de hal van de hoge Westpoint-toren waar ik woon, zal straks de traditionele kerstgroep weer verschijnen. En vlak voor Kerst ga ik in de Tilburgse concertzaal luisteren naar de Nederlandse Bachvereniging. Die zou aanvankelijk het Weihnachts-Oratorium uitvoeren, maar als gevolg van de coronamaatregelen mag zij slechts voor dertig mensen optreden. Daarom brengt de Bachvereniging die avond tweemaal een ingekort Kerstprogramma. De aanvankelijke kaarthouders moesten daarvoor noodgedwongen loten en gelukkig hoor ik tot de uitverkorenen. Of dat ook zal gelden voor de Messiah van Händel in Utrecht, moet ik maar afwachten. Ook daar geldt nu een loting. Beide zijn ze dus uitverkocht.

Branoul

Of ik nog iets gezien heb in het theater dat een aanbeveling waard is? Jazeker, maar ook dat was weer buiten Brabant. Ik heb in Den Haag de Winter Revue van Theater Branoul bezocht. Ik zie menig cultuurliefhebber de wenkbrauwen fronsen. Branoul? Nooit van gehoord. Ja, dat is een klein literair theater aan de Maliestraat in Den Haag, een beetje achter Hotel des Indes.

Twee acteurs – Sytze van der Meer en Bob Schwartze – vertellen daar speels verhalen van schrijvers uit allerlei landen, van Godfried Bomans tot Roald Dahl en Anton Tsjechov, die allemaal betrekking hebben op de kersttijd of de winter. Ze zijn nog te zien tot en met 27 december 2020. In het minitheater kunnen normaal zestig mensen. Nu, in verband met corona, mogen er slechts twintig in. Je krijgt dus bijna een privé huiskamervoorstelling. Bij de prijs zijn enkele hapjes inbegrepen die klaar staan op een plateautje voor de zitplaatsen en ook een klein flesje rode of witte wijn naar keuze.

Prettige feestdagen, wil ik alvast zeggen, en neem de tijd voor een goed verhaal of mooie muziek.

www.branoul.nl/productie/branouls-winter-revue/

© Brabant Cultureel 2020