Theatermaker Sonja van Ojen wil het publiek met andere ogen laten kijken

Sonja van Ojen, geboren en getogen in Helmond, won dit jaar de BNG Bank Theaterprijs. Samen met haar Vlaamse collega Hendrik Kegels. Dankzij die prijs van 15.000 euro voor jong theatertalent kunnen zij hun project DORP verwezenlijken.

door Emmanuel Naaijkens

De naam Van Ojen klinkt inwoners van Helmond bekend in de oren. Hij is onlosmakelijk verbonden met het Annatheater, zeventien jaar geleden opgericht door theaterdocent en regisseur Lavinia Germano en haar man kunstenaar Vincent van Ojen. Samen transformeerden zij een voormalige kerk tot een broedplaats voor toneel die bestaat uit een zaal met bijna honderd stoelen, een repetitieruimte en een atelier. En dat zonder subsidie. Toneelgroep Vreemd Beest is het (amateur)huisgezelschap, maar het Annatheater is vooral een oefenplaats voor jongeren die willen ervaren wat het is om op een podium te staan.

Annatheater in Helmond


Onder hen Sonja van Ojen (Helmond 1996) die al op zevenjarige leeftijd ondergedompeld werd in de theaterwereld. Bijna twintig jaar later heeft zij, net afgestudeerd aan de Toneelacademie in Maastricht, haar eerste grote prijs te pakken. Ze won samen met haar Vlaamse collega Hendrik Kegels (Antwerpen 1996) de BNG Bank Theaterprijs, waaraan een bedrag is verbonden van vijftienduizend euro. Dat geld gaan zij gebruiken om hun project DORP te verwezenlijken.

Je hebt het gevoel voor theater met de paplepel ingegeven gekregen, dat kan niet anders.

“Ja, vanaf het moment dat mijn ouders het Annatheater zijn begonnen. Mijn moeder gaf daar theaterlessen. Ze vroeg of ik mee wilde doen en ik vond het leuk. Mijn ouders hebben mij vaak meegenomen naar theatervoorstellingen, ook als die niet voor mijn leeftijd bedoeld waren. In ons gezin ging het vaak over kunst. Mijn moeder kwam met allerlei ideeën en dat wakkerde ook mijn creativiteit aan.”

Sonja van Ojen en Hendrik Kegels in hun eerdere voorstelling Phantom Island.

Was het voor jou al vroeg duidelijk dat je aan het theater wilde?

“Ik wilde als kind schrijver van kinderboeken worden, en koningin, haha. Nee aan toneel dacht ik nog niet. Want ik weet van mijn ouders dat theater natuurlijk geen gemakkelijke keuze is. Het is een onzeker bestaan. Ze hebben dan wel een eigen theater, maar ze poetsen bijvoorbeeld ook zelf de wc’s. En het is niet gemakkelijk om aangenomen te worden op een toneelacademie, en als je klaar bent met je opleiding is het niet eenvoudig om werk te vinden. Ik wist dus waar ik aan begon.”

Wat was voor jou een beslissend moment?

“Dat was de voorstelling Midzomernachtdroom door de Paardenkathedraal met regisseur Dirk Tanghe. Toen wist ik: dit zou ik heel graag willen doen. Ik was toen een jaar of twaalf. Het stuk duurde drie uur en ik vond het geweldig, ook al begreep ik niet alles. Vanaf toen was het stiekem een droom, maar ik wist niet echt of het haalbaar zou zijn. In mijn laatste jaar van de middelbare school heb ik bij verschillende theateropleidingen auditie gedaan, maar ik werd niet aangenomen. Dat was geen verrassing. Het is niet ongebruikelijk dat ze je bij een eerste auditie afwijzen. Een jaar later kon ik aan de Toneelacademie in Maastricht beginnen.”

Het zien van Midzomernachtdroom was voor Sonja van Ojen een beslissend moment

Kiezen voor een discipline was er niet bij. Een toelatingscommissie bepaalde op basis van de auditie welke opleiding Sonja van Ojen mocht gaan doen. Zij kwam op de performance-opleiding terecht.

Wat spreekt jou zo aan in theater, waar kom die passie vandaan?

“Wat theater anders maakt dan andere kunstvormen is dat het altijd in het hier en nu is, en altijd live, altijd met publiek. Dat is anders dan wanneer je een schilderij maakt. Mensen kijken ernaar en het schilderij blijft hetzelfde. Alleen de kijkervaring is anders. Een voorstelling is telkens anders. De interactie met het publiek maakt dat het elke keer iets nieuws is.”

Hendrik Kegels en Sonja van Ojen achter de maquette van Phantom Island.

Wat is het project DORP waar jullie de theaterprijs voor hebben gekregen?

“DORP is een beeldende voorstelling, er komt geen tekst aan te pas en ook geen acteurs. Het is ook geen verhaal, het is alleen maar objecttheater. Op een grote ronde tafel staat een maquette van een dorp, de toeschouwers zitten daar omheen. In die maquette gebeurt van alles, vreemde dingen ook. Het heeft iets filmisch, iets animatie-achtigs. Hendrik en ik zitten onder die tafel en sturen al de dingen die gebeuren aan. Wij zijn een soort poppenspelers, maar het publiek ziet ons niet. Ik vind poppentheater heel interessant. Dat je met een pop op het toneel staat en je dat zo goed doet dat die pop een compleet autonoom personage wordt, los van de speler, zoals Jozef van den Berg deed. Dat vind ik heel erg knap en zou ik graag willen leren. Nee, repertoiretoneel is niet iets voor mij.”

Sonja van Ojen met de cheque van 15.000 euro van de BNG Bank Theater stimuleringsprijs 2020. In miniatuur collega Hendrik Kegels. Foto > Anna. van Kooij

Wat beoog je met jullie project?

“Als mens kan je als individu heel erg los van je omgeving staan. Door een gemeenschap in miniatuur na te bouwen krijg je ineens overzicht, van bovenaf zie je het geheel, de samenhang. Er wordt weinig gekeken naar de alledaagse objecten in je buurt. Maar als je bijvoorbeeld die prullenbak om de hoek in miniatuur namaakt dan is het opeens een heel bijzonder objectje waar je wel de aandacht aan wilt geven. De bedoeling is dat mensen met andere ogen gaan kijken naar dingen waar ze misschien elke dag langslopen, en uitgedaagd worden om een wereld te zien waar de mens niet het middelpunt is. DORP begint naturalistisch en gaat dan naar het absurdistische toe. Het is fantasierijk en er gebeuren ook hele gekke dingen. Bijvoorbeeld dat het brooddeeg zo hoog rijst dat de bakkerij uit elkaar valt. Of dat een schoorsteen plotseling drie meter lang groeit. Het is een voorstelling voor kinderen en volwassenen.”

Fondsen

Hendrik Kegel en Sonja van Ojen zijn nog keihard bezig om DORP – vooralsnog een werktitel – te ontwikkelen. Ze werken daarin samen met het Makershuis in Tilburg. Begin april 2021 is de première voorzien. Zij zijn nog op zoek naar fondsen om het project te financieren. “Ik heb net een aantal aanvragen de deur uitgedaan. Als jonge theatermaker moet je zelf de zakelijke kant doen. Een begroting maken, je idee goed verwoorden. Theaters, festivals en scholen benaderen of ze je voorstelling willen. Dat leer je allemaal voornamelijk pas na de opleiding.”

BNG-bank theaterprijs

Een voorstelling is telkens anders. De interactie met het publiek maakt dat het elke keer iets nieuws is.

Lees ook op Brabant Cultureel:
Bij kunstenaar Vincent van Ojen draait alles om kleur en abstractie

© Brabant Cultureel 2020