Een felicitatiegesprek met kunstenaar Jan Wessendorp over vroeger en nu

In oktober dit jaar mocht Jan Wessendorp, tekenaar, graficus en interieur-ontwerper, maar op de eerste plaats schilder, tachtig jaar worden. Een uitgelezen moment om hem te laten terugkijken op leven en loopbaan. Vaak vallen die bij hem samen.

door Albert Hagenaars

Alles begon – en dat meteen bovengemiddeld bepalend – ver van zijn huidige woonplaats Bergen op Zoom. Jan Wessendorp werd namelijk geboren in Soerabaya, waar hij als peuter met zijn moeder in een Japans interneringskamp terechtkwam. Na die uiterst moeilijke aanvang belandde hij via allerlei Nederlandse plaatsen, waarvan Den Haag verreweg de belangrijkste is, aan de westrand van Noord-Brabant. Inmiddels woont hij hier alweer tientallen jaren. Hoe belandde hij hier? Al gauw ontrolt zich een boeiend verhaal, want Jan Wessendorp kan dan wel vaak als een stil type overkomen, hij weet uit te pakken wanneer hij begeesterd raakt.

Zelfportret (2012)

“Na de middelbare school vond ik een vakantiebaan in de Jelgersmakliniek, een psychiatrisch ziekenhuis in Oegstgeest. Ik knutselde en kleide met patiënten en dat beviel zo goed dat ze me vroegen er op parttime basis te blijven. Kort daarna begon mijn leven als kunstenaar, in Antwerpen, maar het gereis en gesjouw vormde al gauw een last. Ik wilde gebruik maken van de Contraprestatie* en ontdekte dat een commissielid van die regeling, beeldhouwer Kees Keizer, in West-Brabant woonde. Die was bevriend met een psychiater van Vrederust in Halsteren. Daar wilde men creatieve therapie opzetten, parallel aan de al gebruikte arbeidstherapie. Ik solliciteerde en werd aangenomen. Samen met Kees Visser, therapeut op De Viersprong – een centrum gespecialiseerd in persoonlijkheid, gedrag en gezin, eveneens in Halsteren – ontwikkelde ik programma’s. Wij zagen onszelf als pioniers. Deze activiteiten en de zekerheid van de baan maakten dat ik naar Bergen op Zoom verhuisde, waar Halsteren tegenaan leunt.”

Impulsen

Gevraagd naar wat het therapeutische begeleiden van patiënten voor hem betekende, vertelt Wessendorp dat de psychiatrie hem trok, omdat deze tak van wetenschap de relatie van oorzaak en werkingen bestudeert. Daar was hij persoonlijk ook al door gefascineerd. Schilderen is voor hem het worstelen met impulsen, het toegankelijk worden voor impulsen. “Sommige moet je proberen te doven, andere juist stimuleren en die dan zo direct mogelijk toepassen in beeldend werk.” Hij is ervan overtuigd dat dit de waarachtigheid en beeldkracht versterkt.

Zelfportret (1952)

Met verve vertelt hij over werken die niet zonder het begeleiden van patiënten zouden zijn ontstaan, bijvoorbeeld het portret van een zwak begaafd meisje met de naam Lenie. Hij kan nog geëmotioneerd raken wanneer hij verhaalt dat het schilderij tijdens een expositie veel protest veroorzaakte. Hij zou de privacy van het meisje hebben geschonden door haar in al haar ontoereikendheid te tonen, terwijl hij juist had getracht het wezen van Lenie samen te laten vallen met de manier waarop hij haar doorgrondde.

Lenie (1972)

Hij kan dus voordelen van de therapeutische activiteiten voor eigen werk noemen. Over de negatieve kanten wil hij kwijt: “In de creatief-therapeutische begeleiding ontstond natuurlijk een jargon, begrippen waarmee je aan andere behandelaars je inzichten en bevindingen kon overdragen. Dit web van denken en concluderen werkte in mijn eigen atelier remmend. Het was alsof ik in een gevangenis was komen te zitten. Ik wist ermee te moeten stoppen!”

Confrontaties

En consequent als hij is, stopte hij ook! Het legde hem, artistiek gesproken, geen windeieren. Na zijn vertrek bij Vrederust kon hij enkele jaren inderdaad gebruik maken van de Contraprestatie. Het betekende ook dat hij meer Brabantse kunstenaars ontmoette. Door de confrontaties met hun werk probeerde hij nog intensiever een eigen weg te banen. In deze periode ook werd hij meermaals voor de Brabant Biënnale uitgenodigd. Dit groeiproces werd danig versterkt toen hij als docent Vlakke Vorm en Tekenen werd aangenomen op kunstacademie Sint-Joost in Breda. Dat beviel zo goed dat hij er tien jaar actief bleef.

Je kunt pas praten over visie en authenticiteit als het handwerk begrepen wordt en je dat daadwerkelijk beheerst.

De winst zat vooral in het aanhoudend praten over opvattingen in de kunst, in het moeten nadenken daarover. Hij sprak voornamelijk over het vak, wat niet altijd goed overkwam.

‘Verdrinken in licht’ (2010)

“Veel studenten voelden zich, mede door de onderlinge wedijver, gedwongen om ‘kunst’ te willen maken. Je kunt echter pas praten over visie en authenticiteit als het handwerk begrepen wordt en je dat daadwerkelijk beheerst. In de muziek is dat eenvoudiger te zien: visie en interpretatie komen pas aan bod wanneer je een instrument kunt bespelen.”

Het theoretiseren begon problemen te geven in mijn eigen atelier; denken en willen zijn de grootste vijand van de kunst!

Hij kreeg langzaam maar zeker problemen door steeds gedachten te moeten formuleren om de beginners een perspectief te bieden in de doolhof die de kunst nu eenmaal is. Het voordeel werd een nadeel. “Het was een voortdurend beschikbaar stellen van mijn eigen ervaring en gedachtegoed. Dat hield in dat ik me constant naar buiten moest keren. Het theoretiseren begon problemen te geven in mijn eigen atelier; denken en willen zijn de grootste vijand van de kunst! Wanneer de ziel zich wil uiten in de kunst mag er geen theorie of gedachte tussen komen. Kunst verbeeldt het leven van de ziel. Essentieel is het doorléven van elk ogenblik.”

Projecten

Na zijn periode als leraar was Jan Wessendorp vooral actief als schilder. Tussendoor richtte hij zich op monumentaal werk. Zo voerde hij samen met Auke van der Heide projecten uit – onder meer voor Stadspark Kijk in de Pot en voor een landmark ten behoeve van een afvalwaterpersleiding – was hij betrokken bij een modetentoonstelling in het Markiezenhof en ontwierp hij interieurs voor onder meer de Ontmoetingskerk en de Synagoge. Al deze opdrachten werden uitgevoerd in Bergen op Zoom, hoewel hij ook elders opereerde, bijvoorbeeld met de video-installatie Waterspoor voor de tentoonstelling Branding de Zuiderwaterlinie bij de NBKS in Breda, eveneens met Van der Heide.

Kunst verbeeldt het leven van de ziel. Essentieel is het doorléven van elk ogenblik.

Vijf jaar geleden werd hem een grote overzichtstentoonstelling aangeboden in de voormalige suikerfabriek en munitieopslagplaats De Zeeland, kort voordat de betreffende ruimtes deel gingen uitmaken van het huidige winkelcentrum. “Dat was een hele onderneming, met de verschijning van een nieuwe monografie en ondersteunende activiteiten als een literaire middag, een mimevoorstelling, een vraaggesprek en een concert.”

Alles in mij werd wakker geschud!

Het is duidelijk dat zijn loopbaan de nodige ups en downs kende. Wat was, in deze bijzondere maand terugkijkend, de vruchtbaarste periode? Hij aarzelt geen moment: “De eerste jaren dat ik bij Sint-Joost doceerde. Ik heb mij toen in alle opzichten binnenstebuiten gekeerd om te zien wat ik kon, wat ik moest doen. Alles in mij werd wakker geschud! En nu gebeurt er weer zoiets: het verhelderen van mijn positie en innerlijke mogelijkheden in het domein van de kunst.”

Moment

Nieuwe mogelijkheden ja. Een vraag naar verwachtingen mag in dit gesprek niet ontbreken. Komend voorjaar staat een tentoonstelling op het programma van Gallery Lukisan. Deze schouwplaats nestelde zich onlangs in een voormalige kerk in het Bergse havenkwartier, niet ver van Wessendorps woonatelier, en promoot volgens de website en openingsexpositie kunst die met Indonesië te maken heeft. “Daar verheug ik me natuurlijk op. Maar, in het algemeen, weet je niet waar je uitkomt als je probeert je eigen weg te volgen. Elk moment op die weg is een afgeronde belevenis. Er is geen verlangen naar een mogelijk doel, geen programma. Elke gedachte, elke daad veroorzaakt de volgende stap. Ik wil echter geen Zen prediken. Dit is wat er werkelijk gebeurt. Ik wil toegewijd zijn aan mijn innerlijk ideaal. Ik kan mij meer dan ooit overgeven aan dit luisteren naar binnen en de gebeurtenissen van het leven leren begrijpen en doorvoelen als symbolen.”

Elk moment op die weg is een afgeronde belevenis. Er is geen verlangen naar een mogelijk doel, geen programma. Elke gedachte, elke daad veroorzaakt de volgende stap.

Deze laatste uitspraken vormen al een passend einde voor ons gesprek. Toch geeft hij de voorkeur aan een ander slot, en wel een van Jan Wessendorp als dichter. Hij heeft, als je tenminste kijkt naar de publicatie van diverse bundels in een kleine oplage en bestemd voor intimi, nooit veel ruchtbaarheid willen geven aan zijn poëzie, maar hij acht ook dit genre voor hemzelf van essentieel belang. Onderstaand vers wil daar getuigenis van afleggen:

Geheim.
Ik ben aarde 
maar ook weer niet 
en geef mij heimelijk gewonnen
aan een onderaards verschiet

Maar dan weer vrij van aards gewicht
weet ik mij omsloten door een soeverein licht
maar ook weer niet.

* Wikipedia over het functioneren van de Contraprestatie (de latere BKR) en latere inkomensvoorzieningen voor beeldende kunstenaars

www.janwessendorp.nl

Videoportret van Jan Wessendorp uit 2015 door de Bergse Radio en Televisie Omroep (BRTO)

© Brabant Cultureel 2020