Ook Noord-Brabant levert je mooie streken

Vaak bepaalt de streek van herkomst hoe we worden bekeken, terwijl een gezamenlijke herkomst ook verbondenheid schept. Een tukker, een Westfries of iemand uit de klei aan de noordrand van Noord-Brabant, we hebben er meteen een beeld bij en wat we er onder verstaan. Nu is er een atlas die al die streken van een historische context voorziet.

door Lauran Toorians

Een officiële status heeft een streek niet en in dat opzicht vallen streken tussen gemeente en provincie als tussen servet en tafellaken. Toch kennen we in Nederland een vrijwel aaneengesloten geheel van streken met elk een eigen identiteit en vaak een lange geschiedenis. Waterland, de Liemers, West-Friesland of de Kempen, in al die gevallen is meteen duidelijk waarover we het hebben en vaak is voor de inwoners ook meteen duidelijk wie streekgenoot is en wie niet.

Portret van markies Karel Theodoor van Palts Sulzbach (1724-1799). Hij was vanaf zijn negende paltsgraaf van Sulzbach en werd vervolgens ook keurvorst van de Palts, hertog van Palts-Neuburg, Gulik en Berg, markies van Bergen op Zoom, heer van Wijnendale, heer van Ravenstein en keurvorst van Beieren. Olieverf op doek. Collectie > Stichting Vrienden van het Markiezenhof.

Dat dit niet altijd zo is, illustreert de Langstraat. Dat is een streek met historische wortels – de lange ‘straat’ van Geertruidenberg naar ’s-Hertogenbosch – maar ook met een economische invulling (schoenen- en leerindustrie) en tegenwoordig een toeristische. Dat leidt tot twijfelgevallen, zoals de gemeentes Dongen en Loon op Zand die niet aan die historische verbindingsroute liggen, maar wel lang productiecentra waren voor schoenen en leer en nu ook toeristisch meeliften.

Exercitie

In 1946 tekende de geograaf Hendrik Jacob Keuning (1904-1985) een strekenkaart van Nederland. Daarop was heel het land verdeeld in streken met grotendeels historische wortels. Uitzonderingen waren ook toen al enkele industriesteden met hun omgeving zoals Tilburg en Eindhoven. De kaart van Keuning speelde daarna lang een rol bij landinrichtingsplannen en andere bestuurlijke activiteiten, maar ook bij de ontwikkeling van regionaal toerisme. Martin Berendse en Paul Brood deden nu de exercitie van Keuning opnieuw, met als resultaat de Historische Streekatlas NL. Zij sluiten daarin nauw aan bij hun voorganger, maar maakten ook eigen keuzes. Zo zijn de industrieregio’s als streek van de kaart verdwenen. Hun ambitie blijkt uit de ondertitel: ‘De ware schaal van Nederland’.

Eerder maakten Berendse en Brood een vergelijkbare atlas die laat zien hoe Nederland zijn huidige vorm heeft gekregen. De samenhang tussen beide boeken is duidelijk, maar de streekatlas kijkt in principe naar de situatie zoals die nu is. Dat neemt niet weg dat er veel geschiedenis in staat, simpelweg omdat zoveel streken een lange voorgeschiedenis kennen. Het boek is ruim geïllustreerd – meer illustratie dan tekst – met uiteraard veel kaartmateriaal. Daarvoor zijn in heel het land archieven doorgespit en dat zorgt voor verrassende platen.

Streekroman

Noord-Brabant wordt in dit boek samen behandeld met Limburg, onder de noemer ‘Het Zuiden’. De Brabantse streken zijn achtereenvolgens het Markiezaat; de Baronie en de zeekleipolders; Langstraat en Brabants Holland; Land van Heusden en Altena; de Meierij; de Kempen; Land van Ravenstein, Megen en Gemert; Land van Cuijk en Boxmeer; en de Peel. Tussen Noord-Brabant en Limburg in is er dan nog aandacht voor de streekroman die de auteurs kennelijk als typisch zuidelijk beschouwen, al noemen zij ook Bartje en Sil de strandjutter.

Romeyn de Hooge, Gezicht op kasteel Gemert. Ets, 1700, uit de serie ‘Verheerlijking van de Duitse Orde, in het bijzonder van de landcommanderij Alden Biesen’. Collectie Rijksmuseum Amsterdam

Het boek begint met een uitvoerige inleiding en ook elk hoofdstuk wordt afzonderlijk ingeleid. Voor de afzonderlijke streken is er dan steeds een dubbelpagina, een ‘spread’. Dat betekent dat de informatie steeds beknopt is en het misschien wat overdreven zou zijn om dit boek alleen voor Noord-Brabant te kopen. Maar de rest is zeker ook het bekijken waard en nu de actualiteit erom vraagt dat we juist uitstapjes maken in eigen land, vormt deze atlas een mooie inspiratiebron.

Brabander

Wat de korte beschrijvingen goed laten zien, is hoe divers de Noordbrabantse streken zijn, juist ook in historisch perspectief. Met Beierse hertogen als markies in het markiezaat, Kleefse graven in het Land van Heusden, de Duitse Orde in Gemert en ‘ministaatjes’ als Megen en Bokhoven was het huidige Noord-Brabant bepaald niet zonder meer ‘Brabants’. Leg daar de bodemkundige en landschappelijke diversiteit bij en het is een wonder dat we ons allemaal Brabander kunnen voelen. Eenheid in verscheidenheid avant la lettre.

Het Maasheggenlandschap bij De Rijtjes, Boxmeer. Foto > René Schoenmakers, gemeente Boxmeer

En wie realiseert zich dat het Land van Heusden en Altena pas ontstond met het graven van de Bergsche Maas? Dat kanaal dat in 1904 werd voltooid, sneed Heusden af van het Land van Heusden en creëerde een nieuwe eenheid die nu breed als ‘natuurlijk’ wordt ervaren. Veel ouder is dan weer het maasheggenlandschap dat door de auteurs van deze atlas zelfs als ‘Keltisch’ wordt bestempeld. Dat zal vooral in de toerismesector goed klinken.

Martin Berendse & Paul Brood, Historische streekatlas NL. Zwolle: WBooks 2020, 224 pp., ISBN 978 94 625 838 87, hb., € 34,95.

www.wbooks.com

Afbeelding boven dit artikel: Land van (Heusden en) Altena in de 17e eeuw. Uit Atlas Maior van Joan Blaeu.

© Brabant Cultureel 2020