Beelden om te beschimpen of om naar op te kijken? Een rondgang door de provincie

Wereldwijd vallen de laatste maanden beelden van hun sokkel en de discussies rond standbeelden van allerlei historische figuren woeden al een stuk langer. Dat roept de vraag op of we in Noord-Brabant ook beelden hebben die aanstoot geven, of dat zouden kunnen doen. Een rondgang door de provincie.

door Lauran Toorians

Zelfbeelden zijn vaak vals en dat geldt ook voor de gedachte dat Nederland geen ‘beeldenland’ is. Ze staan misschien niet allemaal prominent op pleinen of in stadsparken, maar Nederland staat wel degelijk vol met sculptuur in de openbare ruimte. Juist om dat zelfbeeld bij te stellen, werd 1994 uitgeroepen tot jaar van de beeldhouwkunst en in dat jaar verscheen ook de Beeldengids Nederland.

Beeldengids Nederland uit 1994.

Dat is alweer even geleden en recenter biedt Wikipedia lijsten van beelden per gemeente die voor onze provincie gemakkelijk zijn te vinden via de overkoepelende Wikipediapagina ‘Lijst van beelden in Noord-Brabant’. Volledig zullen die overzichten niet zijn, maar ruim voldoende voor een rondgang. De geciteerde Wikipediapagina’s bieden ook een handzame definitie: Onder een beeld wordt hier verstaan elk driedimensionaal kunstwerk in de openbare ruimte, waarbij beeld wordt gebruikt als verzamelbegrip voor sculpturen, standbeelden, installaties en overige beeldhouwwerken.

Heilig Hart

Het eerste wat bij een dergelijke rondgang door Noord-Brabant opvalt, is dat het sterft van de Heilig-Hartbeelden en Christus Koningen, op afstand gevolgd door Maria en andere bewoners van de roomse santenkraam. Vaak massaproductie en vrijwel zonder uitzondering geplaatst in de periode van het Rijke Roomse Leven. Moeten we al die beelden nog koesteren – ook wanneer de kerken en kloosters waar zij ooit voor of naast stonden worden gesloopt of herbestemd – of mogen we ze beschouwen als uitingen van een periode van Roomse ‘talibanisering’ van het openbare leven en de openbare ruimte? De eindeloos veel gipsen beelden uit kerken en kloosters zijn inmiddels zelfs in de kringloopwinkel al niet meer gewenst, dus misschien moeten we deze beelden ook eens langs een kunsthistorische lat leggen en de rommel opruimen.

Dan zijn er her en der ook nog tal van beelden, bustes en gedenkplaquettes ter ere van congregaties, kloosterordes en individuele geestelijken. Vaak herinneren die aan een inmiddels uit stad of dorp verdwenen kloostergemeenschap en daar kan weinig tegenin worden gebracht. Het rijtje ‘nonnen’ bij de Concertzaal in Tilburg vormt een mooi voorbeeld. Anderzijds zijn toch ook verschillende congregaties en ordes zodanig in opspraak geraakt door (misbruik)schandalen dat we ons kunnen afvragen of een beeld nog wel gepast is. Zo vinden wij in Baarle-Nassau een beeld voor de Broeders van De la Salle, ook bekend als de Broeders van de Christelijke Scholen.

Baarle Nassau/Hertog > Huize Sacré-Coeur van de Broeders van De la Salle in Baarle-Nassau met boven de ingang een beeld van de heilige J.B. de la Salle.

Of het in Baarle-Nassau bij die broeders net zo onchristelijk toeging als op andere plaatsen in Europa is gebleken, is mij onbekend. Dat zo’n beeld voor sommige mensen bijzonder kwetsend kan zijn, lijdt echter geen twijfel meer.

Monseigneur Johannes Zwijsen (1794-1877) die tegenwoordig in Tilburg op zijn troon tegen de zijmuur van de Heikese Kerk zit, lijkt mij een twijfelgeval. Het bronzen beeld van Toon Dupuis dateert van 1933 en stond eerst elders in de stad. Het plantsoentje waarin hij nu zit deelt hij met het monument tegen zinloos geweld van Guido Geelen.

Tilburg > Johannes Zwijsen (links) en monument tegen zinloos geweld (rechts).
Foto Zwijsen > Joep Eijkens

In het hekwerk voor het plantsoentje is sinds 2006 Zwijsens bisschoppelijke wapenspreuk opgenomen: Zachtmoedig en sterk. De man heeft onmiskenbaar veel goeds gedaan en we zouden kunnen aannemen dat de bronzen kast van Guido Geelen – monument tegen zinloos geweld tegen dezelfde zijmuur van de kerk – tegenwicht biedt voor de diepzwarte randen die de rooms-katholieke kerk ook kent.

Pose

Moeilijker is misschien het standbeeld dat Jan Custers in 1926 maakte van de inmiddels zalige Petrus Donders (1809-1887) dat sinds 1926 aan de noordrand van het Tilburgse Wilhelminapark staat. Op de vrome ‘Peerke’ Donders zelf valt weinig aan te merken. Hij werkte onder de melaatsen en de indianen in Suriname en wordt al zo’n eeuw als een heilige vereerd, zowel in Tilburg als onder Surinamers.

Er staan in Tilburg en daarbuiten meer beelden van hem, maar het ‘probleem’ met het beeld in het Wilhelminapark is allicht de Marron die geknield aan zijn voeten zit, terwijl Peerke bemoedigend een hand op zijn schouders legt en met de andere hand een crucifix voor hem omhoog houdt. Is dat koloniaal, racistisch of anderszins beledigend? Zelf zie ik dat niet zo, maar er schijnen mensen te zijn die dat vinden. Dat het beeld is gemaakt in 1926 en dit toen een gangbare pose was, speelt dan blijkbaar geen rol, maar als Peerke hier een Tilburgse zieke had gezegend, zou de pose niet anders zijn geweest.

Bovenste deel foto:
Tilburg > Petrus Donders met schone sokkel. Foto Joep Eijkens
Onderste deel foto:
Graffiti op de sokkel van het beeld in het Tilburgse Wilhelminapark. Jaren tachtig van de vorige eeuw. Foto Karin van Leengoed

Jammer is wel dat de graffiti die lang op de sokkel van dit beeld stond door al te ijverige schoonmakers is verwijderd. Onder de simpele naamsvermelding Petrus Donders spoot ooit iemand in hoofdletters GOLDEN WONDERS. Een beetje humor kan bij geen enkel standbeeld kwaad.

Weldadig

Een beeld dat echt niet meer kan is de zeug met een toom biggen op het plein voor het provinciehuis in ’s-Hertogenbosch. ‘De Vereniging van Varkenshouders van de N.C.B. heeft dit monument, gemaakt door Kees Jansen te Dongen op 9 juni 1979 aangeboden aan het Provinciaal Bestuur van Noord-Brabant’, staat op de sokkel. Misschien kon toen nog worden gedacht dat Sus scrofa domesticus weldadig is voor ‘de Brabantse mens’ – lang was dat ook zo – maar tegenwoordig is het tegendeel waar. Ik zal zo ver niet gaan om te suggereren dat de varkens het nu voor het zeggen hebben in het provinciehuis, maar het zou een mooi gebaar zijn om dit beeld te verhuizen naar een achterafparkje op een industrieterrein. Ook elders staan beelden van allerlei dieren, in Sterksel zelfs een van Toon Grassens met de titel Het Varken als bron van welvaart. Geplaatst in 2004, en juist dat lijkt mij aanstootgevend. Toen wisten we beter.

‘s Hertogenbosch > de varkens voor het provinciehuis. Links het complete beeld, rechts het beeld in 2019; 2 biggen zijn verdwenen…

Overigens zag ik op een kwade dag in het najaar van 2019 de vlag van de Volksrepubliek China hoog in de mast wapperend voor het provinciehuis. Schokkend, vond ik dat, maar het gaat hier om beelden, niet om nationale symbolen. Er was op datzelfde moment in dezelfde stad ook een expositie over nazi-design. De genocide in Tibet en Oost-Turkestan (Xinjiang) is geen punt van discussie als we zaken kunnen doen. Zwijnerij.

Nog een vreemd beeld met een onverklaarbaar jaar van plaatsing is de buste die Truus Coumans maakte van John F. Kennedy en die sinds 1982 staat op het Wilhelminaplein in Someren.

Someren > Buste John F. Kennedy.

Het is al verbazingwekkend dat direct na de moord op JFK in elk katholiek huisgezin over de hele wereld een portret van de man een plaatsje op de schoorsteenmantel kreeg, maar in 1982 was toch echt wel bekend dat hij geen aureool verdient. President Kennedy bracht de wereld aan de rand van een kernoorlog en zorgde ervoor dat de volstrekt zinloze oorlog in Vietnam mateloos uit de hand liep, om maar twee van zijn ‘wapenfeiten’ te noemen.

Content

Veel beelden verwijzen in allerlei vormen naar het Noord-Brabantse cliché van De contente mens. In Eersel staat hij sinds 1967 onder die titel op het dorpsplein, een beeld van Richard Bertens. Op andere plaatsen worden traditionele boerenwerkzaamheden of oude ambachten verbeeld en in Tilburg ontbreekt de Kruikenzeiker niet. ‘Enigermate filosofisch berustend’, heet het op de sokkel van het beeld in Eersel. We zwelgen blijkbaar graag in onze ellende.

Eersel > het beeld “De Contente Mens”van de beeldhouwerRichard Bertels uit 1957. Het staat in het centrum van het dorp Eersel, in de Kempen, op de Markt bij de Mariakapel onder een oude boterlinde. Foto Piet den Blanken / Hollandse Hoogte

Waar zijn de beelden voor de vakbondsmensen en de volksverheffers die minder braaf en volgzaam armoede als een te bestrijden misstand beschouwden? Is ‘boerenapostel’ Gerlacus van den Elsen de enige? Van hem is er een buste in zijn geboorteplaats Gemert en een reliëf in de buitenmuur van de kerk van de Abdij van Berne.

Tilburg > Monument voor Miet van Puijenbroek. Foto > Joep Eijkens

Bij de entree van het Textielmuseum in Tilburg staat sinds 2009 een beeld van Miet van Puijenbroek, textielarbeidster, vakbondsbestuurder en politica die zich bijzonder inzette voor de positie van arbeidersvrouwen. Het marmeren beeld is gemaakt door Margot Homan.

Wat ook tot ergernis kan leiden zijn beelden die over de jacht gaan.

Helenaveen > Jager die het zwijn doodde, tevens oorlogsmonument.

In Helenaveen is dat de Jager die het zwijn doodde van Niel Steenbergen uit 1956, in Etten-Leur De jacht, een ensemble met rennende hazenwindhonden van Thom Puckey uit 2005. Dit laatste beeld is al enkele maken vernield geweest, maar daarbij is onduidelijk of dat gebeurde door dierenactivisten of (gewone) vandalen.

Etten-Leur > De jacht van Thom Puckey uit 2005.

Oranje

Historische figuren die aanstoot kunnen geven, lijken we in Noord-Brabant niet veel te hebben. Kennedy zagen we al, maar dat lijkt een volkomen toevallige gast te zijn. Qua persoon het meest betwistbare beeld is misschien ook wel het mooiste dat op een stadsplein in de provincie is te vinden. Dat is het imposante ruiterstandbeeld van Willem Hendrik van Oranje-Nassau dat sinds 1921 staat op het Kasteelplein in Breda, tegenover de hoofdingang van de KMA. Deze Willem was baron van Breda waar hij ook met enige regelmaat verbleef.

Breda > Het beeld van Koning Willem III uit 1921. Het staat op het Kasteelplein in de binnenstad en werd ontworpen door Toon Dupuis. Foto Piet den Blanken / Hollandse Hoogte

Als Willem III werd hij stadhouder van de Republiek. Daar valt veel over te vertellen, maar hij werd in 1690 als William III ook koning van Engeland, Schotland en Ierland en als er nu in Ierland nog met oranje wordt gezwaaid, danken we dat aan hem. Hij was in Ierland en Schotland verantwoordelijk voor forse bloedbaden en voor een politiek die het predicaat etnocide zeker verdient. Dit is dus zeker een beeld dat context behoeft en waarbij ook enige woorden ter verontschuldiging op hun plaats zouden zijn.

Koning William III steekt de Ierse rivier de Boyne over. De veldslag die hij daar in 1690 won wordt door loyalisten nog jaarlijks herdacht. Muurschildering, met oranje lelies, in Shankill Parade, Belfast. Foto Eric Jones (Creative Commons).

Vergelijkbaar is misschien het beeld van Prins Maurits (van Nassau) door Gert van der Woude dat sinds 2004 aan de Stadsweg in Geertruidenberg staat. Dit beeld zag ik niet en ik vond er geen foto van. Maurits veroverde Geertruidenberg op de Spanjaarden in 1593 en of dat een monument rechtvaardigt, is niet aan de historicus om uit te maken. Maurits was ook de man achter de list met het turfschip waarmee in 1590 Breda werd ingenomen, een daad die ook in Etten-Leur wordt verbeeld. Daar staat op de Geerkade sinds 1904 een anoniem beeld van de turfschipper Adriaen van Bergen. Het is opmerkelijk dat de beeldvorming van de ‘Vaderlandse’ – en nog steeds sterk Hollandse geschiedschrijving – zodanig is gekleurd dat we wel beelden plaatsen voor de Staatse helden, maar niet voor de lokale slachtoffers (voor de ‘Spaanse’ verdedigers hoeft nu ook weer niet). Verder dan de contente mens komen we blijkbaar niet.

Schijndelnaar

Foute zeehelden hoeven we in Noord-Brabant natuurlijk niet te zoeken. Of toch? In Schijndel staat een monument voor Jan van Amstel (1518-1669) die zichzelf, hoewel geboren in Gemert, beschouwde als een Schijndelnaar. Blijkbaar groeide hij daar op.

Schijndel > Monument voor Jan van Amstel.

Hij trad in dienst van de Admiraliteit van Amsterdam en vocht als luitenant te water in de Eerste Engelse Oorlog. In 1658 voer hij als luitenant-kapitein op de Hilversum en onder commando van Michiel de Ruyter naar Portugal, waarmee de Republiek in oorlog was. Ook later vocht hij onder de Ruyter, onder meer tijdens de befaamde tocht naar Chatham.

Faciliteerde Jan van Amstel net als De Ruyter de slavenhandel? Dat zal vast. Maar net als De Ruyter en anderen trad hij op de Middellandse Zee ook actief op tegen de zogenaamde Barbarijse zeerovers. Dat waren lieden die blanke slaven en slavinnen roofden en verhandelden en er daarbij niet tegenop zagen ook aan de kusten van Noordwest-Europa hele dorpen leeg te halen. Verschillende Nederlandse kustplaatsen beschikten over een slavenkas, een soort collectieve verzekering om gevangen genomen plaatsgenoten vrij te kunnen kopen. Het verhaal heeft dus op zijn minst twee kanten.


Het verhaal heeft dus op zijn minst twee kanten.


Graf- en andere monumenten in kerken laten we hier buiten beschouwing, maar in het Helmondse Warandepark bevinden zich op een eilandje in een vijver enkele graven van de familie Wesselman en aanverwanten. Carel Frederik Wesselman (1746-1825) kocht in 1781 de heerlijkheid Helmond, inclusief het kasteel. Hij was al niet arm geboren, maar maakte fortuin in de slavenhandel en bezat in Suriname een plantage met 147 slaven.

In 1992 (Columbusjaar) werd in het Helmonds Museum – in het kasteel – een expositie voorzien die op basis van het familiearchief Wesselman aandacht zou schenken aan de slavenhandel en uiteraard ook Wesselmans rol daarin. Die tentoonstelling werd, door ‘onvrede met een reorganisatie binnen het gemeentelijke apparaat’ verhinderd, maar een jaar later verscheen wel het boek Ik ben eigendom van… Slavenhandel en plantageleven (Woudrichem 1993), onder redactie van Bea Brommer.

All lives

Al voordat de leuze Black Lives Matter uit de Verenigde Staten overwaaide, gingen ook in Nederland de discussies over standbeelden en gedenkplaatsen steeds gevoerd in termen van kleur. Daarmee doen we in al die discussies ook nog steeds net alsof er verschillende soorten of rassen van mensen bestaan. Dat is niet zo. All lives matter (en dat ‘alle’, wat mij betreft, letterlijk). Voor alle duidelijkheid: ik sympathiseer niet met de beweging (en hashtag) die deze woorden gebruikt met hoofdletters.

All lives matter (en dat ‘alle’, wat mij betreft, letterlijk)

Wat de zaak mijns inziens ook ernstig vertroebelt, is dat we discriminatie en de strijd daartegen nu voortdurend tot een historisch debat maken. Geschiedenis speelt hier geen rol. Naar moderne maatstaven is elk verleden slechter dan het heden en we hebben allemaal wel ergens voorouders die slecht zijn behandeld en evenzogoed voorouders die slecht hebben gehandeld. Niets menselijks is ons vreemd en ook daarbij speelt kleur geen enkele rol. Het is een dooddoener, maar gedane zaken nemen geen keer. Wat nu verkeerd gaat, daar moeten we ons tegen verzetten en in die zin is Black Lives Matter een meer dan terechte kreet.

Mensen onderscheiden zich van elkaar, individueel en in groepen. Dat is iets wat mensen willen en waarin zij gerespecteerd moeten worden. Anders gezegd: mensen vragen om discriminatie, want dat betekent het om te worden onderscheiden. Wat we van elkaar moeten verlangen en elkaar moeten gunnen is dat we dat accepteren zonder daarbij te vervallen in termen van beter of slechter. De ander is anders, niet meer en niet minder. De grenzen die hieraan zijn gesteld zijn niet gestoeld op kwaliteit of kwantiteit (de meerderheid tegenover een minderheid, ‘normaal’ tegenover afwijkend), maar uitsluitend op integriteit. Elk mens is waardevol.

Elk mens is waardevol.


Lees ook:

Peerke en het verdeelde verleden

Sporen van slavernij in Noord-Brabant

www.uyghurcultuurcentrum.com

Locatiefoto’s van beelden/monumenten > Google Streetview

© Brabant Cultureel 2020