Gaf Lucas Gassel de kapel van Liessel een plaats in een Brabants Bethlehem?

Circa 450 jaar geleden overleed in Brussel de schilder Lucas Gassel van Helmont (geboren rond 1488). Van half oktober 2019 tot in het najaar van 2020 gedenkt Helmond hem met een scala aan culturele manifestaties en een grote overzichtstentoonstelling. Lucas Gassel is belangrijk door zijn bijdrage aan de ontwikkeling van het landschap in de schilderkunst. Het is dan ook treffend dat de expositie in Helmond als titel kreeg: ‘Lucas Gassel, meester van het landschap’.

door Ger Jacobs

Lucas Gassel schilderde al zijn landschappen binnen de muren van zijn atelier. Dat komt niet alleen doordat het in zijn tijd ten ene male onmogelijk was om buiten te schilderen – dat kon pas nadat de verftube was uitgevonden – maar vooral ook door de manier van werken. Net als zijn tijdgenoten, stelde de uit Helmond afkomstige schilder zijn composities samen uit veel verschillende elementen.

We zien (Brabantse) dorpen en steden, het boerenland met boerderijen en hofsteden, meanderende rivieren met vruchtbare oevers en ver weg gelegen havens, kaal en scherp hooggebergte met gevaarlijk slingerende paden en wankele bruggen en aan de verre horizon versmelten hemel en aarde. En dan zijn er ook nog de soms tientallen, maar ook wel eens honderd mensen die deze wonderlijke wereld bevolken. Die boeren, herders, vissers, marskramers, soldaten, geestelijken en adellijke personen geven een beeld van zowel de bezigheden buitenshuis als de samenstelling van de zestiende-eeuwse maatschappij. Doordat Gassel steeds een eenduidig licht hanteert, komen zijn landschappen ondanks het artificiële karakter vertrouwd en echt over. Maar realistisch zijn deze samengestelde landschappen niet. Hooguit de details kunnen dat zijn, het totaal is een fantasie van de schilder.

Wereldlandschap

Lucas Gassel en enkele van zijn tijdgenoten componeerden met al die landschapselementen als het ware een samenvatting van de toen bekende wereld, een gecomprimeerde wereld. De kunsthistoricus Eberhard Freiherr von Bodenhausen bedacht hiervoor in 1905 de term Weltlandschaft (wereldlandschap) die in 1918 door zijn collega Ludwig von Baldass werd toegepast op het werk van Joachim Patinir en vervolgens algemeen ingang vond. Het is een landschap waarin als het ware de hele wereld – de schepping – wordt overzien.

Waar haalde de schilder al die beeldmotieven vandaan? Natuurlijk legde hij gedurende zijn reizen tussen Helmond, Antwerpen, Luik en Brussel – maar misschien ook wel over de Alpen naar Italië – verschillende indrukken vast in tekeningen en in zijn geheugen. Ook het werk van anderen inspireerde hem, zoals dat van Joachim Patinir, Herri met de Bles, Pieter Coecke van Aelst en Pieter Bruegel. In bijna alle schildersateliers werden ook prentenmappen gebruikt met werk van bijvoorbeeld Lucas van Leyden, Martin Schongauer, Albrecht Dürer en Hans Holbein. Lucas Gassel kende ook de verhalen uit het Oude en Nieuwe Testament evenals die van de klassieke mythologie.

Daarbij verkeerde hij in kringen van humanistische geleerden. De laatste tien jaar van zijn leven was hij bevriend met Dominicus Lampsonius (1532-1599). Onderlinge gesprekken, brieven en de uitwisseling boeken zullen niet zelden hebben geïnspireerd. Naast dat alles zal de schilder net als iedereen in meer of mindere mate hebben beschikt over herinneringsbeelden uit zijn jeugd. Met deze rijkdom aan beelden en geholpen door zijn fantasie, zijn kennis van de wereld en een flinke dosis vakmanschap componeerde hij zijn wereldlandschappen. Gezien de enorme detaillering moet elk paneel een tijdrovende klus zijn geweest en dat geldt zeker voor het iconische paneel met de titel De vlucht naar Egypte.

Lucas Gassel, Vlucht naar Egypte, 1542, olieverf op paneel, 1542. Bonnefantenmuseum Maastricht.
Foto > Peter Cox

De vlucht naar Egypte

Het gesigneerde en gedateerde paneel is dankzij een langdurig bruikleen van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed sinds 1953 te zien in het Bonnefantenmuseum van Maastricht. Het schilderij verbeeldt de vlucht van Maria, Jozef en Jezus naar Egypte. Deze gebeurtenis komt voor in het Evangelie van Matteüs en in enkele apocriefe boeken die in de middeleeuwen vrij algemeen bekend waren. Op de voorgrond leidt Jozef de ezel waarop Maria met het kind zit. In het midden van het paneel daalt een groep soldaten uit een kasteel af naar het dorp Bethlehem om in opdracht van koning Herodes alle kinderen jonger dan twee jaar om te brengen in de hoop dat daaronder ook de nieuwe, door de drie wijzen, aangekondigde koning is. Aan de rechterkant vragen de soldaten aan oogstende boeren of zij de vluchtelingen hebben gezien. Zoals Maria hen had gevraagd, vertellen zij dat de vluchtelingen tijdens het zaaien van het koren zijn gepasseerd. Ze zeggen er niet bij dat het gewas op wonderlijke wijze in één nacht tot rijpheid was gekomen. De soldaten nemen aan dat het te laat is en staken de achtervolging. Dat Jozef op de goede weg is, kan hij onder meer zien aan de afgodsbeelden die langs de weg staan. Bij de nadering van de Heilige Familie vallen die spontaan van hun voetstuk of ze breken in stukken.

Op het Maastrichtse paneel wijst hij Maria op het neervallende beeldje in het wegkapelletje – een zogenaamd kastje – dat aan een boom hangt. Lucas Gassel vertelt het verhaal binnen een compositie in kleurperspectief, waarbij het kleurverloop diepte suggereert. Het hoofdonderwerp wordt aan twee zijden geflankeerd door coulisseachtige groepjes bomen en bosschages. Wanneer we het verhalende aspect van het paneel terzijde schuiven en ons richten op de picturale kwaliteiten ontdekken we hoe de kunstenaar ons laat genieten van de enorme diepte van het prachtige landschap, van de veelheid van landschappelijke motieven en de kleurstelling die vervaagt en teer wordt naargelang ze de horizon bereikt. Het is daarmee ook een schilderkundige ode aan de schoonheid van de natuur en de pracht van de schepping. Maar het is niet alleen een genieten van het geheel, ook de details trekken onze aandacht. Vooral daarin laat Gassel zien dat hij niet alleen een uitstekende landschapschilder is, maar ook een boeiende verteller.

Het dorp Bethlehem op het schilderij Vlucht naar Egypte van Lucas Gassel.

Bethlehem in Brabant met een merkwaardig kerkje

Centraal in het landschap situeert de schilder het dorp Bethlehem, de geboorteplaats van Jezus. Al zou hij dat misschien wel hebben gekund, hij heeft geen enkele moeite gedaan een reconstructie te maken van het Palestijnse Bethlehem rond het begin van de jaartelling. Gassel schilderde een Brabants dorp zoals er in zijn tijd veel waren: een dorpsplein omringd door een kerk en huizen van verschillende formaten en met uitvalswegen in verscheiden richtingen. Die wegen voeren naar bossen, hooggebergte, heuvelachtige gebieden en het boerenland met hofsteden en boerderijen. Op het dorpsplein is de kindermoord in volle gang, soldaten grijpen kinderen en angstige ouders proberen met hun kind in de armen het geweld te ontvluchten. 

De dorpskerk in het Bethlehem van Lucas Gassel

Wanneer we inzoomen op de kerk blijkt dat een merkwaardig bouwsel te zijn. Het van oorsprong eenvoudige en mogelijk nog laat-romaanse gebouw is uitgebreid met een verhoogd, gotisch koor. Bij die nieuwbouw is geen enkele moeite gedaan de twee bouwdelen in twee stijlen met elkaar te verweven. Ook al lijkt dit op het eerste oog vreemd, in de vijftiende en zestiende eeuw was dit niet ongebruikelijk. Met de groei van de bevolking werden bestaande kerken te klein of te armoedig gevonden en werd geïnvesteerd in uitbreiding en/of nieuwbouw, te beginnen met het koor waarin het hoofdaltaar stond.

Uitbreiding met een gotische constructiewijze ging relatief snel, bood meer licht en ruimtelijke mogelijkheden en beantwoordde aan een gevoel van moderniteit. Veel van dergelijke verbouwde kerken uit de vijftiende en zestiende eeuw zijn niet in diezelfde staat bewaard gebleven, maar gelukkig zijn er ook nu nog enkele voorbeelden te zien, zoals in Dennenburg bij Ravenstein, Barneveld, Eethen, Schin-op-Geul, Pieterburen en Leur bij Nijmegen. Voor de verdwenen of later verder verbouwde exemplaren zijn we aangewezen op oude architectuurboeken, prenten en schilderijen. Deze gebouwen vormen een tijdsbeeld van een groeiende geloofsgemeenschap. Voor de bewoners van de dorpen waren zij een stenen bewijs van groei met een fysieke uitdrukking van klein naar groot en van laag naar hoog.

Lucas Gassel zal in zijn jeugd in en rond Helmond en tijdens zijn reizen zeker allerlei grote en kleine kerkgebouwen zijn tegen gekomen. Genoot deze bijzondere Romaans-Gotische constructie daarbij, meer dan anderen, zijn speciale belangstelling?

Het herinneringsbeeld

Hoe betrouwbaar zijn herinneringsbeelden? Volgens Kees Vreugendenhill in zijn boek Breinkennis (2014) is bekend dat zij steeds veelvuldiger opduiken en worden gebruikt naarmate we ouder worden. Maar ook dat zij met het verloop van de tijd minder scherp, kleiner en minder gedetailleerd worden. En ze willen zich daarbij ook wel eens vermengen met later opgeslagen, soortgelijke beelden.

Recent onderzoek leidt tot de conclusie dat herinneringsbeelden, opgehaald en vastgehouden in het werkgeheugen, vrij snel hun levendigheid verliezen terwijl de emotionele beladenheid in de loop van de tijd slechts gradueel afneemt. Net als bij Vreugdenhill leidt dat het inzicht dat herinneringsbeelden op den duur verweven kunnen raken met andere opgeslagen beelden, waarbij het oudste beeld dikwijls leidinggevend blijft.

Hoe ziet Gassels mogelijke herinneringsbeeld van het kerkje in zijn Brabantse Bethlehem er uit? Een massieve, vierkante toren in drie even brede geledingen wordt bekroond met een piramidale, licht geknikte torenspits die is voorzien van dakkapellen. De romp heeft steunberen op de hoeken, galmgaten met rondbogen en een klok of een zonnewijzer die asymmetrisch is geplaatst. Het schip van de kerk – mogelijk in een laat-romaanse bouwstijl – is door het ervoor staande huis niet helemaal zichtbaar. De kap is voorzien van dakkapellen. Het gotische koor is aanzienlijk hoger dan het schip en is voorzien van spitsboogramen en steunberen. Het wordt afgesloten door een veelhoekige apsis. Een kleine vieringtoren siert het dak.

De Sint-Hubertuskapel in Liessel

Wanneer we deze kenmerken van de door Gassel geschilderde kerk proberen te koppelen aan nog bestaande of uit historische bronnen bekende vijftiende-eeuwse kerken in het toenmalige hertogdom Brabant, blijken er maar weinig te lijken op Gassels kerkje. Een onderzoek naar de kerkgebouwen uit Gassels jeugd biedt meer perspectief.

Reconstructie van de laatmiddeleeuwse Sint-Lambertuskerk in Helmond. Brabants Erfgoed, januari 2020.

De Helmondse Sint-Lambertuskerk, waar Gassel op slechts honderd meter vandaan opgroeide, komt in elk geval niet als herinneringsbeeld in aanmerking. Zij heeft een slanke knoptoren, een hoger schip met zijbeuken, een dwarsbeuken en geen hoogteverschil tussen het schip en het koor. De kerk van Deurne, de plaats waar Gassels vader is geboren, komt op het eerste oog misschien meer in aanmerking. Deze kerk werd aan het einde van de vijftiende eeuw uitgebreid met een hoger, gotisch koor, maar tegelijk ook met een dwarsbeuk. Daarbij had het schip gedeeltelijk zijbeuken en de toren was slank.

Hendrik Ouwerling, De Sint-Willibrorduskerk in Deurne. Tekening, 1876. deurnewiki.nl
Hendrik Spilman, Kapel te Vlierden (1738), naar een tekening van Jan de Beijer uit 1685. deurnewiki.nl 

Volgens een tekening uit 1685 had de kapel van het dorp Vlierden een plompe, lage toren die was opgenomen in het schip, terwijl de hoge aanbouw geen gotische kenmerken heeft. Het kerkgebouw dat het meest in aanmerking komt als jeugdherinnering op basis waarvan Lucas Gassel schilderde, is de toenmalige Hubertuskapel van Liessel. De Boxtelse landmeter, kaartenmaker en architect Hendrik Verhees (1744-1813) maakte tussen 1787 en 1809 schetsen van oude bouwwerken die hij tijdens zijn reizen door Noord-Brabant en elders tegenkwam. Niet zelden betreft het in zijn ‘Schetsenboek’ kerkelijke gebouwen. In 1788 tekende hij ook de Liesselse kapel.

Hendrik Verhees, Kapel van Liessel, 1788. Uit: J. van Laarhoven, Het schetsenboek van Hendrik Verhees (1975)

De heemkundige Hendrik Ouwerling vermeldt in zijn Geschiedenis der dorpen en heerlijkheden Deurne, Liessel en Vlierden (1933) dat de kapel met de toren dateert uit het einde van de veertiende of het begin van de vijftiende eeuw en dat de gotische uitbreiding in de loop van de vijftiende eeuw gestalte kreeg. De kapel, onder beheer van de Willibrordusparochie van Deurne, was gewijd aan de maagd Maria en de heilige Hubertus van Luik. Eeuwenlang was het een bedevaartsoord voor jagers. Later werd de kapel verbouwd en verheven tot parochiekerk.

Overeenkomsten en verschillen

Er zijn duidelijke overeenkomsten, maar ook verschillen. De hoofdzaken van de bouwdelen komen overeen: een vierkante toren met een geknikte, piramidale spits, een laag (romaans) middenschip en een hoog gotisch koor. De massaverdeling en de hoogteverschillen tussen de bouwdelen is in beide gevallen nagenoeg hetzelfde. De dak van het schip sluit meteen onder de galmgaten aan bij de toren. Een rechte wand scheidt het oude schip van het gotische koor. Gassel gaf zijn kerk een veelhoekige apsis, terwijl Verhees in Liessel de suggestie van een ronding tekende. De door Ouwerling op basis van Verhees getekende versie toont een vierkante apsis. Vergeleken met Verhees is Gassels toren iets hoger en slanker, heeft hij steunberen op de hoeken en is er in elk torenvlak één galmgat. De plaatsing van de steunberen tegen de apsis is ook verschillend. Gassel plaatste ook een kleine vieringtoren op het gotische koor en voorziet de torenspits en het schip van kleine dakkapelletjes. Deze ontbreken bij Verhees. Bij Gassel staat de toren koud tegen het middenschip, terwijl bij Verhees de toren is opgenomen in het schip van de kerk.

De eerder genoemde eigenschappen van een herinneringsbeeld in aanmerking genomen, durven we toch voorzichtig te stellen dat het kerkgebouw dat Lucas Gassel heeft weergegeven in de Vlucht naar Egypte een herinneringsbeeld kan zijn van de Liesselse kapel. Immers de vorm en de stijl van de bouwvolumes en de onderlinge massa- en hoogteverhouding komt overeen met de tekening die Hendrik Verhees maakte, De schetsen en opmetingen van Verhees, die ook als aannemer werkte, gelden als betrouwbaar, terwijl Gassel de essentie van het gebouw kan hebben aangevuld met herinneringen aan andere kerkgebouwen. Een zeker picturaal genoegen kan daarbij zeker een rol hebben gespeeld.

De familie Gassel en Liessel

Er zijn nog andere redenen waarom we denken dat de Helmondse schilder de Liesselse kapel moet hebben gekend en gebruikt in zijn paneel uit 1542. Het dorp Liessel behoorde in de vijftiende eeuw bij het gebied dat werd bestuurd werd door Everard van Doerne, heer van Deurne en hoogschout van stad en meierij van ’s-Hertogenbosch. Deze had er Het Blokhuis laten bouwen ter verdediging van het gebied tegen aanvallen vanuit het Gelderse. Naast de Hubertuskapel was dit versterkte huis het enige gebouw van betekenis in een Peeldorp dat bestuurlijk en kerkelijk was aangewezen op Deurne.

Vlak bij de kerk van Deurne woonde de uit Gemert gekomen bierbrouwer Anthonis van Gassel, de opa van Lucas. Hij was een vooraanstaande en rijke burger die naast zijn huis ook bezittingen had in en aan de rand van het dorp. Na zijn dood liet hij die na aan zijn kinderen (en kleinkinderen?). Hij overleed pas na zijn zoon Jan, de vader van Lucas. In hoeverre Lucas daarom heeft kunnen beschikken over geld van zijn opa is onbekend, maar het vermoeden is wel dat opa Anthonis heeft bijgedragen aan de ambities van zijn kleinzoon Lucas. Heeft hij hem daarbij ook bedacht met een erfpacht op een bezitting in Liessel, of heeft Lucas die gekregen bij het overlijden van een van zijn Deurnese ooms Jacob, Nicolaas en Leonard? De familie Gassel was zeker niet onbemiddeld. Het staat hoe dan ook vast dat Adriana, de Helmondse nicht van Lucas Gassel, in 1569 aan Pasquina van Breda de helft verkocht van een jaarlijkse erfpacht van één mud rogge uit een goed in Liessel. Adriana verklaarde daarbij dat zij die betreffende helft had gekregen van haar wettige oom, meester Lucas van Gassel.

Het is zeker niet onwaarschijnlijk dat Lucas Gassel vanuit Antwerpen of Brussel enige keren is teruggekeerd naar Helmond en Deurne. De reis te paard of met paard en wagen was niet onoverkomelijk lang. Was hij aanwezig bij de huwelijken van zijn zussen of bij de begrafenissen van zijn ooms? Kon hij dat combineren met het innen van de erfpacht in Liessel? Zou hij toen de Liesselse kapel zijn binnengegaan om Maria en Hubertus te vragen om een veilige terugreis? Zo eindigen we met drie vraagtekens, zoals er veel zijn rond de persoon Lucas Gassel. Door een groot gebrek aan bronnen over zijn leven blijft hij een raadsel dat we slechts stukje bij beetje kunnen ontrafelen, door toevallige ontdekkingen of door te proberen aannemelijke veronderstellingen te onderbouwen.

Meer over Lucas Gassel in Brabant Cultureel:

Lucas Gassel dreigt goed bewaard geheim van Helmond te blijven maar er is hoop

Voor het eerst een boek over Lucas Gassel meester-schilder uit Helmond

Recent ontdekt schilderij zegt veel over drijfveren van schilder Lucas Gassel

Museum Helmond koop vroeg schilderij van Lucas Gassel/

Beeldmontage boven dit artikel: Hans Lodewijkx

© Brabant Cultureel 2020