Overleeft het theater de anderhalve meter?

Theaters en producenten worstelen nu met alle voorstellingen die zij noodgedwongen annuleren of tijdelijk verplaatsen door het coronavirus. Ze moeten veel kaartjes terugbetalen of voorlopig compenseren met tegoedbonnen. Een enorme rompslomp. Maar wat daarna? De ‘anderhalvemetersamenleving’ zal volgens deskundigen nog langer gaan duren. Overleeft het theater dat?

door Arnold Verplancke

Wat de RIVM later deze maand voor advies gaat geven, laat zich al een beetje raden. Wat premier Rutte op basis daarvan bekend maakt, zal minstens neerkomen op een verlenging van veel maatregelen en hopelijk op verlichting van sommige. Maar terug naar ‘normaal’ zit er voorlopig niet in. Handen geven blijft taboe, handen wassen geboden en de anderhalvemetersamenleving zal ons nog een tijd parten spelen. Dat we ons normale leven eind april weer oppakken is ‘echt ondenkbaar’ heeft hij al gezegd. We moeten voor een lange tijd rekening houden met een aangepaste samenleving.

Regeling

Wat betekent dat voor het theater in de ruimste zin van het woord? Voor de producenten, de schouwburgen, muziekcentra en kleine zalen? Voor de korte termijn hebben zij een regeling getroffen die is te vinden op www.bewaarjeticket.nl. Kaartjes blijven geldig voor evenementen die verplaatst kunnen worden binnen dertien maanden. Mensen die dan verhinderd zijn, hebben recht op een tegoedbon of terugbetaling van het oorspronkelijke bedrag. Zij moeten dat dan zelf aangeven. Voor afgelaste evenementen geldt iets dergelijks. Mensen krijgen dan een tegoedbon die twaalf maanden geldig blijft, of hun geld terug wanneer zij die voorkeur kenbaar maken. In de afgesproken regeling zijn voor dit alles termijnen opgenomen. Vertegenwoordigers van de theaters en het ministerie praten ook over andere tijdelijke maatregelen zoals de oprichting van een noodfonds en overbruggingskredieten.

Prima, maar daarna? Al die afspraken gaan over de periode dat er geen voorstellingen en concerten mogelijk zijn, omdat bijeenkomsten van grote groepen mensen en evenementen tot 1 juni verboden zijn. Voor de horeca geldt nu nog de sluiting tot 28 april, maar het is niet waarschijnlijk dat cafés en restaurants daarna (bijvoorbeeld in de meivakantie) al zonder voorwaarden open mogen.

De Vlieg zou de voorstelling Ouder spelen in Festival Cement. Foto > Ben van Duin

Theaters moeten altijd ver vooruit kijken. Het seizoen 2020/2021 hebben ze in wezen klaar en de programmaboekjes kunnen naar de drukker. Maar dat zal niet gebeuren. De onzekerheid is te groot over wanneer de deuren echt weer open kunnen en welk deel van het nu bedachte en geboekte programma dan daadwerkelijk kan worden uitgevoerd. Onderschat de financiële consequenties niet. De grotere theaters kopen per seizoen al gauw voor twee á drie miljoen euro in.

Hoofdrekenen

Een paar dagen geleden vertelde de directeur van het Concertgebouw in Amsterdam in het NOS- journaal dat ze in die prestigieuze zaal misschien rijen stoelen gaan verwijderen en ook binnen de rij het aantal stoelen verminderen om maar te voldoen aan de anderhalve meter afstand tussen de bezoekers. Ik betwijfel of hij het serieus meent, of net als al zijn collega’s alleen op zoek is naar creatieve oplossingen. Een beetje hoofdrekenen leert dat de capaciteit van een zaal zo al gauw vermindert tot nog maar twintig tot vijfentwintig procent als je echt iedere bezoeker wilt vrijwaren van anderen naast of achter hem of haar. Van de achthonderdvijftig stoelen blijven er bijvoorbeeld maar tweehonderd over.

Ritratto door De Nationale Opera. Foto > Ruth Walz

Theaterdirecteuren en programmeurs weten ook niet hoe zij de toekomst moeten inschatten. In plaats van een seizoenspresentatie in mei en dikke programmaboeken zullen ze het aanbod voor het nieuwe seizoen voorlopig uitsluitend online presenteren, op hun flexibele website. Zij hopen op 1 juni weer open te gaan en in de zomermaanden een aantal van de geannuleerde voorstellingen alsnog te kunnen presenteren.

Blijven

Maar wat doet het publiek de komende maanden en misschien zelfs jaren, zolang er nog geen vaccin op grote schaal beschikbaar is? De verwachting is dat het virus nog lang onder de mensen kan blijven, hopelijk wel minder desastreus dan nu. Als mensen, zeker ouderen, zich maandenlang in veiligheid hebben gebracht via een ‘vrijwillige’ quarantaine of minstens een sociale afstand van anderhalve meter, durven zij dan plotseling wel weer naar een mogelijk volle schouwburgzaal, zelfs wanneer de stoelen verder uit elkaar staan? Diezelfde vraag geldt natuurlijk ook voor het vliegtuig of de trein. Durven mensen wel weer als haringen in een ton met een goedkope vlucht van Ryanair of Transavia naar de zon? Stappen ouderen op hun vrijreizen dag van de NS nog in een volle trein?

Terug naar het theater: gaan mensen echt deze zomer vooruit abonnementen en kaartjes kopen, zoals de afgelopen jaren? Of kijken zij voorlopig en mogelijk voor lange tijd de kat uit de boom? Niemand die het weet.

Rob van Steen. Foto > Jostijn Ligtvoet

Het weghalen van veel stoelen uit de zaal biedt uiteindelijk geen oplossing, denkt Rob van Steen, directeur van Theaters Tilburg, als hij even hardop meedenkt. “Wat doe je dan met de foyers of met de toiletten? Daar stuwen de bezoekers toch weer bij elkaar.” En hoe moet dat aan de andere kant van het voetlicht? “Hoe gaan de dansers van het Nederlands Dans Theater op anderhalve meter van elkaar bewegen? En het Euregio Jeugd Orkest past niet eens meer op het podium van de concertzaal.”

Amusement

Maar ook qua exploitatie kan een drastische vermindering van het aantal plaatsen niet werken. Heel globaal kun je zeggen dat veel schouwburgen en andere zalen financieel balanceren tussen kunst en amusement. De meer kunstzinnige producties worden grotendeels gefinancierd door de rijksoverheid en de provinciale overheden, aangevuld met de kaartverkoop. Het amusement maakt de serieuze omzet waar de theaters iets aan hebben, maar dat werkt alleen maar bij grote bezoekersaantallen. Niet als de zaal door ‘social distancing’ grotendeels leeg moet blijven: weg businessmodel.

Voor ondernemers in de cultuursector is het helemaal spannend hoe de toekomst er straks uit ziet. Op de foto het veelbezochte filmcentrum Cinecitta in Tilburg waar nog twee nieuwe zalen en een orangerie in aanbouw zijn. Foto > Arnold Verplancke

Wanneer de vrees voor besmetting lang blijft leven onder het publiek, als de meest trouwe bezoekers van concertzalen en schouwburgen zich wel driemaal bedenken voordat zij kaartjes kopen om zich te mengen tussen honderden anderen voor een uitvoering, betekent dat dan niet de doodsteek voor de hele sector? Of minstens een groot deel daarvan? Daar komt nog bij dat menige liefhebber veel minder geld te besteden heeft doordat een tijd lang inkomsten zijn weggevallen of een onderneming op de fles is gegaan.

Niemand die het weet, maar vooruit denken moet! Rob van Steen durft wel hardop te speculeren. Het zou kunnen dat de jongere doelgroep wel heel snel terug wil naar ‘normaal’, naar de oude gewoonten en ook naar de concerten en shows die ze leuk vindt. Maar dat oudere mensen lang huiverig zullen blijven. Dat zou dan sterk ten koste gaan van klassieke muziek en toneel, waar het gehalte grijs in de zaal groot is. Toegespitst op zijn eigen mooie concertzaal in Tilburg, zou dat effect kunnen hebben voor bijvoorbeeld de waardevolle serie kamermuziek van de Souvenir.

Opera

Als je iets verder kijkt dan de provinciegrenzen, rijst ook de vraag of de bezoekersaantallen voldoende blijven voor de duurste theatervorm, de opera, waar de gemiddelde leeftijd van de bezoekers ook vrij hoog ligt. Houdt Nederland wel plaats voor drie operagezelschappen? Naast de Nationale Opera & Ballet in Amsterdam ook de Reisopera en Opera Zuid? Hopelijk wel, zeg ik als liefhebber, maar als veel van mijn generatiegenoten moeilijk naar de nooit helemaal virusvrije theaterzaal durven, vrees ik het ergste.

Slotapplaus in een uitverkocht operagebouw na Die Walküre > foto Arnold Verplancke

Het zijn allemaal vragen waar niemand het antwoord op weet en die menigeen ook liever nu niet stelt. Maar de post-corona tijd kan wel eens een drastische herverkaveling van het cultuurlandschap betekenen, mede afhankelijk van het publiek zelf. Want dat maakt uiteindelijk de dienst uit. Misschien dat festivals die jongere makers en kijkers naar locatievoorstellingen in bijvoorbeeld grote ruimten trekken het minder moeilijk zullen hebben. En dat oudere cultuurliefhebbers liever veilig thuis bij de buis blijven.

Ik zal wel het goede voorbeeld geven en het theater trouw blijven, maar ik ben in mijn eentje de kleinst mogelijke minderheid.

www.bewaarjeticket.nl

© Brabant Cultureel 2020