Haar verhaal

door JACE van de Ven

Vorige week zaterdag, toen er nog luchtiger over het coronavirus werd gesproken dan nu, vroeg de NRC enkele topsporters hoe zij in deze moeilijke tijden omgingen met hun trainingen. De antwoorden waren over het algemeen welwillend en toonden de creativiteit van veel atleten die toen nog dachten dat het allemaal wel zou meevallen. Eén antwoord sprong eruit. Dat van Marianne Vos. Zij mailde terug: ‘Beste, ik begrijp uw vraag, maar persoonlijk vind ik mijn situatie niet zo relevant. Dank en alle goeds, Marianne.’

Marianne Vos. Profielfoto op Facebook.

Kijk, dacht ik bij het lezen, op dit soort momenten – en ongetwijfeld op nog tal van andere – zijn vrouwen superieur aan mannen. Dat komt volgens mij omdat de meeste vrouwen – er zijn jammer genoeg androgynachtige uitzonderingen – minder hun eigen ego willen laten spreken dan mannen. Daarom kunnen zij zich makkelijker ondergeschikt maken in en aan het algemeen belang.

Nog geen tien minuten later, in dezelfde NRC, werd die gedachte bevestigd bij het lezen van een artikel over Grace Chisholm in de wetenschapsbijlage. Chisholm (1868-1944) was een wiskundig genie die de meeste van haar artikelen publiceerde onder de naam van haar man, ook een gevierd wiskundige maar niet zo’n genie als Grace. Achterliggende reden was het feit dat Grace Chisholm honderdvijftig jaar geleden toch geen baan kon krijgen en haar man, met haar artikelen als steun in de rug, uitstekend voor de kost kon zorgen.

Grace Chisholm

Chisholm ging niet voor de historie der wetenschap verloren. Haar man William Henry Young gaf ruiterlijk toe hoe de vork aan de steel zat. Soms is dat niet zo duidelijk. Alleen al in de muziekhistorie weten we niet precies hoe belangrijk de zussen van Wolfgang Amadeus Mozart en Felix Mendelssohn geweest zijn, of Clara Wieck, de vrouw van Robert Schumann.

Wolfgang Amadeus schrijft aan zijn zus Nannerl dat hij veel bewondering heeft voor haar composities. Maar waar zijn die gebleven? Of staat er Wolfgang Amadeus boven? Hetzelfde geldt waarschijnlijk voor Fanny Mendelssohn. Dat Clara Wieck heeft meegeschreven aan het oeuvre van Robert Schumann staat vast. Clara bracht ook composities onder eigen naam uit. Veelzeggend is de reactie van recensent Hans von Bülow daarop. Hij wilde er geen serieuze recensie over schrijven ‘omdat men hier met het werk van een dame van doen heeft’.

Hemeltergend, een dergelijke kortzichtigheid. En als die zo openlijk bestond, hoeveel daden van vrouwen zijn dan onzichtbaar gebleven? Begrijpelijk dat feministen vijftig jaar geleden de HIStory gingen herschrijven als HERStory. Die woordvondst wordt toegeschreven aan de Amerikaanse Robin Morgan in haar publicatie Sisterhood is Powerful. Daarin legt zij de nadruk op de rol van vrouwen in de geschiedenis en vertelt die vanuit een vrouwelijk standpunt. Ook is er de bijbedoeling om jonge vrouwelijke lezers te leren geloven in hun talenten.

Haar verhaal is de titel van een nieuw boek over het verzetswerk van Tilburgse vrouwen tijdens de Tweede Wereldoorlog. De titel is een letterlijke vertaling van ‘Her Story’ en in het boek wordt dan ook gepoogd de rol van de vrouw in het verzet een gezicht te geven. Dat valt nog niet zo mee, omdat vrouwen, zoals gezegd vaak niet per se in de schijnwerpers opereren en omdat in de oorlog geheimhouding van je doen en laten al helemaal van belang was. Daarom slaagt Haar verhaal er in mijn ogen jammer genoeg maar gedeeltelijk in om het onzichtbaar gebleven verzetswerk van vrouwen zichtbaarder te maken.

Dat wil niet zeggen dat het boek geen bestaansrecht heeft. Mij persoonlijk wees het er weer eens op dat in tijden van oorlog de vrouw tot nu toe allerlei taken mocht vervullen die anders aan de man toevielen, maar dat van haar verwacht werd dat ze – zo gauw het vrede was geworden – weer terug achter het aanrecht ging. Dankzij de welvaart, dankzij allerlei hulpmiddelen waardoor lichaamskracht nauwelijks nog van belang is, dankzij de tweede feministische golf en vooral dankzij bewezen bekwaamheden, zal in de toekomst het traditionele rolpatroon blijvend doorbroken worden. Omdat dat vroeger nog niet zo was en er daardoor weinig vrouwen waren die zaken met nam en toenaam aanstuurden, blijft het moeilijk achteraf de vrouw de eer te geven die haar toekomt. De vrijwilligers die samen met cultuurwetenschapper Liesbeth Hoeven en historica Astrid de Beer archieven, databases en gedenkplaatsen voor Haar verhaal onderzochten, konden daardoor te weinig vinden. Jammer, maar iedereen snapt dat de vrouw een evenwaardige plaats naast de man verdient in de herinneringscultuur van de Tweede Wereldoorlog.

Het naarstig zoeken naar bewijzen van vrouwelijk verzet in Haar verhaal laat de schrijvers soms zelfs te gretig worden. Een voorbeeld als dat over Céline Diepen die op 10 mei 1940 bij het binnenmarcheren van de Duitsers samen met andere studenten vanaf het Corpsgebouw in Nijmegen riep: ‘A bas les boches’ (weg met de Moffen), had beter weggelaten kunnen worden. Zeker wanneer Céline verder wordt geciteerd met: ‘Of ze daar iets van verstaan hebben, weet ik niet.’ Het schetst ten onrechte een beeld van geprivilegieerde rijkeluismeiden, terwijl op figuurlijke wijze de vrouwelijke verzetsstrijders in de oorlog met hun voeten in de glibberige modder stonden. Modder, omdat het hard labeur was en glibberig omdat één foute pas leven of dood voor velen kon betekenen. Het gaat om heldinnen die nu, naar hun oorlogsverleden gevraagd, waarschijnlijk met Marianne Vos zouden zeggen: ‘Persoonlijk vind ik mijn situatie niet zo relevant.’

Liesbeth Hoeven & Astrid de Beer, Haar verhaal. Het verzet van Tilburgse vrouwen in de Tweede Wereldoorlog. Tilburg: Gianotten / Hilversum: Verloren 2020, 208 pp., ISBN 9789066630994, hb., € 19,95.

© Brabant Cultureel 2020