Dichters over het coronavirus

inventaris I

1ste coronapatiënt Nederland
200 meter van de voordeur
buurman van een collega
slechts 1 handdruk ver
gewoon een griep
geen paniek

mondkapjes zijn valse veiligheid
2 meter afstand bewaren
geen 3 kusjes in de lucht
geen handjes geven
handen wassen
lichte paniek

bijeenkomsten met meer dan 100 afgelast  
een festivalstad bloedt bloedeloos dood 
theater schouwburg museum gesloten
filmzaal moskee kerk gesloten
werk waar nodig thuis
scholen gesloten
groeiende paniek

200 duizend nog in het buitenland 
ga nou niet meer met vakantie
nergens is veiligheidsgarantie
geen bezoek aan opa & oma
geen ziekenhuisbezoek
& hamster niet ja wél
stille paniek 

ook streng advies tot sociale isolatie
negeer lichte griepverschijnselen
slik gehamsterde pijnstillers
hoest in je elleboog 
meet je eigen koorts 
bewaar je afstand
onderdruk paniek

je bent alleen zonder collega’s afgesloten 
stapel bierkrat & wijndoos in een hoek
zonder toegang tot je kroeg
lang moet dít niet duren
lang gaat het wel duren 
het gaat nog net of niet
paniek giert in eenzaamheid           

Carina van der Walt

uitzicht

eindelijk het voorjaar, een nieuwe warmte komt
met vlagen aangewaaid, maar in een afgesloten tuin,
haast stilstaand wordt geleefd  alsof de tijd er niet
toe doet en niemand maakt een ondoordachte stap
een jonge vogel oefent voor een vlucht ver weg

maar straks is er weer uitzicht op het bloeien van
seringen in een open tuin, mooier dan ooit, zodat
het hart zich niet vergissen kan.

Pieter Luykx

Quarantaine

Als nu alles onbereikbaar wordt
de wereld krimpt van aardbol
tot stad en omstreken, je straat
je eigen huis, de kamer,

het vreemde alleen bij je
binnen komt door radio, tv,
internet en, o wonder, de boeken
die je nog op zolder had, bewaard

uit oude tijden toen ze ongemerkt
je ooghoeken verlieten. Je kijkt weer
door het sleutelgat en de wereld 
is terug zoals hij was, oneindig.

(trein uit Amsterdam, dinsdag 10 maart 2020)

Herman Coenen