Gewend geraakt om op te vallen

door Moeckbert

De ontmoeting met Jezus

hoe ik rustig een sigaret rookte en jezus christus uitnodigde, maar hij kwam niet;

hij zei me eerst dat ik moest stoppen omdat ik te onleesbaar was geworden want door alle mistwolken heen werd ik niet opgemerkt – en dat is jammer voor een persoon die ik had kunnen zijn

juist omdat ik erg gewend ben geraakt om op te vallen ook al is het donker en is mijn huidskleur wispelturig en mijn motoriek als een verroeste diesel of een luipaard die onregelmatig rent

minderen was evenmin een optie omdat het me zou brengen tot het binnenste der aarde waartoe ik al bijna ging behoren en erdoor gestoord werd op enig ogenblik

allelujah zeg en vanonder zijn baard sprak hij me ferm toe en zei dat ik op mijn taalkleur letten zou – dat was een tip – alsof ik daar niet genoeg van had en niet op zou moeten passen zou je denken, want denken deed ik wel

ik tutte mij een beetje op, dronk wat wijn en at wat brood met hem, dat zul je niet geloven – ik was er ondersteboven van maar ook de anderen die de situatie observeerden en zagen dat ik niettemin goed ontvangen werd

eveneens met drinken moet je stoppen pushte hij en zelfs met eten want anders zul je nooit worden zoals ik – en ook het ademen mag je minderen, opperde hij er luidruchtig achteraan

ik snapte het niet en wilde best een wondertje of wat verrichten, dat kon ik immers al zoals je zult begrijpen; maar mijnheertje luisterde niet en dramde door zoals alleen een heilige dat kan – ik zette me dus schrap; mijn grens die had hij zojuist overschreden

ik worstelde met mijzelf en ontzegde hem de toegangsdeur tot mijn ziel en zaligheid, zei dat hij voorlopig maar moest wachten op een andere veelbelovende heilsprofeet; ik had duidelijk een innige behoefte aan meer tijd – alsof hij dat niet begreep

dagen heb ik gewacht voor mijn uiteindelijke besluit en bedacht wat ik in hemelsnaam moest laten: ik besloot als ingeving voorlopig maar te blijven roken, en als god het anders wil ga ik binnenkort wel met hem praten

De vreemdeling

ik zag jou en jij zag mij toen ik een rolletje drop uit mijn broekzak haalde en opkeek
omdat er op het kruispunt iemand vanonder een putdeksel naar boven vloog – met een klein zaklampje dat in mijn gezicht scheen en zo heel mijn huid bevloeide en de poriën in mijn lichaam stromen liet zoals nooit eerder in de mensheid was gedaan;

er was zelfs nauwelijks geluid, ook niet toen men bijvoorbeeld eventjes goed luisterde

het leek wel een film waarin ik een bijrol speelde en jij acteerde als de vreemde hoofdfiguur
natuurlijk was dat niet zo – jij kwam gewoon de riolering inspecteren
ofschoon dat nooit op zondagen gedaan wordt of tijdens een warme maaltijd,
omdat ‘t vaak onhandig uitkomt en het bijna altijd een zonde is

ik dacht, misschien wil ik je nog iets vragen of zelfs bewijzen
dat het hier ( ja hier ) niet beter is op aarde, want een vreemdeling zoals jij heeft niet veel te zoeken tussen het zompige gras en grijze licht en een plek waar eigenlijk nooit de mussen van de daken vallen en waar niemand meer zijn eigen rotzooi in een prullenbakje gooit

ik hoopte dat jij spoedig om zou draaien, weg van het aardse en ondermaanse
dat je je weer zou onderdompelen en terug zou reizen met je helm en pak en sexy witte laarzen omdat me dat uiteindelijk veel beter leek

Wie is Moeckbert? Ja wie is hij niet? Veel helaas nog niet, en in ieder geval niet iemand die zichzelf zo maar prijsgeeft. Maar zoals dat soms met bepaalde dingen gaat, kan het tij zich spontaan keren. Aan het einde van het vorige millennium geboren in een redelijk goedige omstandigheid onder de rook van Tilburg.

de kat en de slee

de kat zat op de slee
en zei: ik wil sleevloer
hoe bedoel je mauwde de poes
wil je soms leesvoer?
nee antwoordde de kat: ik wil oervlees
maar hij maakte een foutje
en zei: ik bedoel sleevoer
en likte zijn vacht en zijn pootje

© Brabant Cultureel 2020

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.