De verbluffende dierenwereld van animalier Maurice van Draanen

In België spreken ze van ‘animalier’: een kunstenaar die zich als schilder of beeldhouwer gespecialiseerd heeft in de realistische weergave van dieren. Ook de Tilburgse autodidact Maurice van Draanen mag je zo betitelen. Onlangs maakte hij zijn eerste leeuwenkop.

door Joep Eijkens

De Tilburgse arbeiderswoning staat op een steenworp afstand van de rotonde waar nog altijd het huis van John Körmeling zijn rondjes draait. Maar ook deze woning is verre van doorsnee. Voor het raam zijn apenkoppen en een rupsachtige ‘alien’ te zien en, warempel, daarachter lijkt zowaar een echte leeuw te zitten. Of is het een opgezet exemplaar? Nee, het is de kop van een leeuw en Maurice van Draanen, de bewoner van dit huis, legt er in de donkere dagen voor Kerstmis de laatste hand aan. Het is niet het eerste beest dat hij maakt. Bijna tweehonderd andere dieren gingen voor alsook diverse figuren uit de filmwereld, zoals E.T. Maar dit is wel zijn eerste leeuw.

Toewijding

Maurice van Draanen (1961) zou je een animalier kunnen noemen, een kunstenaar die zich als schilder of beeldhouwer gespecialiseerd heeft in de realistische weergave van dieren. Hij is iemand die met weinig geld en veel creativiteit mooie dingen kan maken. Met eindeloos geduld en een grote toewijding gaat hij te werk. Afvalmateriaal en spullen uit de kringloop en doe-het -zelfwinkels vormen zijn belangrijkste grondstoffen. Zo gebruikt hij voor een deel van de leeuwenmanen nagemaakt kamelenhaar en voor de neus het imitatiebont van een teddybeer. “Maar dat moet ik dan wel scheren en daar heb je een dure tondeuse voor nodig.”

Geen probleem of hij zal er wel een oplossing voor vinden. Net zoals voor de nu nog ontbrekende snorharen. Daar wil hij niet alleen echte snorharen voor gebruiken die hij in de loop der jaren van zijn eigen poezen heeft verzameld, maar ook ganzenveren. “Als je de veren bewerkt met ontharingscrème”, legt hij uit, “blijven de kale pennen over en dat worden dan de grotere snorharen.”

De leeuwenkop wacht nog op snorharen. Foto > Joep Eijkens

De kop nadert zijn voltooiing. Van Draanen maakt zich zorgen over het lijf, niet alleen vanwege de juiste verhouding met de immense kop, maar ook vanwege de beperkte ruimte waarin hij moet werken. De eerste aanzet staat in de keuken, een bijna tot het plafond reikend staketsel, bedekt met lichtgroen purschuim. Met het monster van Frankenstein op de keukenkast vormt het vreemde object een surrealistisch paar.

Australië

Een flink deel van de keukenmuren is bedekt met tientallen foto’s, voornamelijk van dieren. Maar er hangen ook boemerangs en foto’s van landschappen uit Australië. Hij heeft ze zelf genomen. Net tweeëntwintig was hij toen hij daar voor de eerste keer naartoe reisde. “Ik heb vooral in het westen gezeten”, vertelt hij. “Ik werkte er als jackeroo oftewel allround farmershulp. Dat hield onder meer in het assisteren bij het scheren van de schapen, het vullen van vrachtwagens met zakken haksel en balen stro en het repareren van hekken.”

Hij leerde er een meisje kennen, maar na zes maanden moest hij terug naar Nederland. Drie jaar later ging hij speciaal voor haar opnieuw naar Australië maar zij bleek verhuisd te zijn en hij wist niet waarheen. “Toen ik haar uiteindelijk in 1996 bij mijn vierde bezoek aan Australië terugzag, bleek ze al zeven jaar een vriend te hebben.”

“De eerste tien raven maakte ik in opdracht voor Halloween”, zegt Van Draanen. Foto > Joep Eijkens

Op de keukenkast hangen foto’s van kraaien en er staat ook een zelfgemaakte kraai. Of raaf, zoals hij zelf zegt, al zijn echte raven een stuk groter. “Ik heb er tot nu toe 104 gemaakt – 104 om te kunnen zeggen: ruim honderd raven.” Hij lacht er zelf mee en laat een doosje zien vol zelf gemaakte mensenogen. “Die gebruik ik ook voor apen.” ’s Avonds werkt hij niet aan zijn dieren. “Want dan kan ik niet slapen of ik ga ervan dromen.” In plaats daarvan kijkt hij dan vaak naar YouTubefilmpjes. Bijvoorbeeld naar urenlang durende films over Australië van iemand die er duizenden mijlen afgelegd heeft. Het liefst kijkt hij naar films over dieren.

Schoonheidsverzorging

Maurice van Draanen heeft het in zijn jeugd niet makkelijk gehad. Met name aan de jaren die hij van zijn zesde tot achtste moest doorbrengen in een tehuis, bewaart hij slechte herinneringen. “Ik werd er gepest door oudere leerlingen”, zegt hij. “Ik zal het maar niet hebben over mishandelingen en misbruik.” Hij liep diverse stages bij V&D, volgde opleidingen voor schoonheidsverzorger en kapper, werkte onder meer bij de Efteling en op de Missie Expeditie van de Fraters van Tilburg – “Bij frater Gabinus Oor die doof was” – en volgde jarenlang cursussen model en kop boetseren bij de Tilburgse beeldhouwer Niko de Wit met wie hij nog steeds bevriend is.

Leeuw Clarence klaar voor vertrek naar Dierenpark De Oliemeulen. Foto > Joep Eijkens

Ook heeft hij zich een tijd beziggehouden met het maken van olieverfschilderijen. In de voorkamer van zijn huurwoning is een hele muur beschilderd met een mooi, uitgestrekt Australische landschap. “Ik heb in 1980 ook het ontwerp gemaakt van de ‘Beestenboel’-wagen van de Tilburgse carnavalsvereniging De Fènpruuvers.”

In de periode 1981-1983 verdiende hij de kost als elektricienassistent en stallenschoonmaker bij Safaripark Beekse Bergen. Het was een mooie en af en toe ook spannende tijd. Zo weet hij nog goed hoe hij stroomdraden moest vervangen tussen sectie drie en vijf bij de rhino’s en cheeta’s’ terwijl er vier cheeta’s vrij rondliepen. “Maar Jan Schollen, bijnaam De Schol, en mister Tong waren wel aanwezig met jachtgeweren.”

Sinds een jaar of acht werkt hij parttime bij Dierenpark De Oliemeulen, het Tilburgse reptielenmuseum dat in de loop der jaren uitgebreid werd tot een kleine dierentuin. Hij weet het tijdens het eerste interview nog niet zeker, maar vermoedelijk krijgt zijn leeuwenkop daar een plek.

Afwisseling

Begin januari, bij een tweede bezoek, kan Van Draanen laten zien hoe mooi de leeuwenkop geworden is, inclusief de neusharen. Nee, met het lijf is hij nog niet verder gegaan. Hij ziet er een beetje tegenop. Voor de afwisseling is hij bezig aan een nieuwe ‘raaf’, nummer 105 alweer. Met het vervaardigen van zo’n vogel is hij een uur of dertien zoet. “De eerste tien maakte ik in opdracht voor Halloween. Ik vond het zo leuk dat ik dat ik dacht: dat wil ik meer doen.” Het moeilijkst onderdeel vindt hij het boetseren van de snavel. Maar die is dan ook heel belangrijk om de vogel er zo levend mogelijk uit te laten zien. De meeste exemplaren heeft hij cadeau gedaan.

Clarence heeft gezelschap van diverse andere dieren die Van Draanen maakte voor het Tilburgse reptielenmuseum. Foto > Joep Eijkens

Op de vraag hoe hij ooit begonnen is met het maken van dieren, volgt een lang verhaal dat begint rond 1974 toen hij op televisie de film Planet of the Apes zag. “Heel veel mensen zijn daardoor aangestoken en toen grimeur geworden”, vertelt hij. “Zelf heb ik heel veel mensen geschminkt bij onder meer het Brabants Amateur Toneel. Het ging daarbij ook om 3D-schminken, dus werken met protheses.”

Op een gegeven moment maakte hij kennis met Leonard Retel Helmrich, de oorspronkelijk uit Tilburg afkomstige filmregisseur die later diverse prijzen zou winnen met zijn trilogie Stand van de ZonStand van de Maan en Stand van de Sterren. Van Draanen: “Hij vroeg me voor de speciale effecten in zijn films.” Ook van andere cineasten kwamen opdrachten, onder meer voor het maken van maskers en afgehakte ledematen.

Miniaapjes

Min of meer voor zichzelf begon Van Draanen op zekere dag miniaapjes te maken. “Dat kwam ook door mijn werk bij de Beekse Bergen waar ik vooral geïnteresseerd was in zebra’s, gnoes, leeuwen en bavianen.” Om het zwak uit te drukken: het bleef niet bij miniaapjes. In de loop van de jaren maakte hij een kleine tweehonderd dieren en diverse figuren en objecten uit films.

Op het eerste gezicht lijkt er een echt nijlpaard op te duiken uit de vijver. Foto > Joep Eijkens

Hij heeft het eens op papier gezet en komt met de volgende opsomming: 3 zebrakoppen, 3 gnoekoppen, 7 luiaards, ongeveer 15 parkieten, 105 raven, 7 meeuwen, 5 bavianen, 1 alligator, 1 krokodillenkop, 3 ET’s, 3 Star Wars Yoda’s, 5 volledige Planet of the Apes-gorilla’s met volledig kostuum, 3 aardhommels, 2 Harry Potters huis Elf genaamd Dobby, 1 Harrie Potter boek met tanden en ogen, 3 epoxyhars oude mannenkoppen, 4 nijlpaardkoppen als drijfobject of voor aan de muur, 1 leeuwenkop, 1 reuzenspin en 1 weerlwolvenkostuum voor Halloween, 3 schapen, 2 paardenkoppen, 3 vliegende honden, 2 rodeovarkens, 1 rodeostierenkop, 1 mandril en 2 mummies.

“Ik was al dertien jaar geleden van plan een leeuw te maken”, vertelt hij. “Ik had namelijk al een tijd last van nachtmerries waarin ik achtervolgd werd door leeuwen. Dat had natuurlijk te maken met mijn werk op de Beekse Bergen. Voor mij is het maken van de kop een manier om van die nachtmerries af te komen.” Alles bij elkaar heeft hij vierentachtig dagen aan de leeuwenkop gewerkt. “Krantenpapier en plakband vormen de basis”, zegt Van Draanen. En dat klinkt heel droog bij de aanblik van wat misschien wel als zijn mooiste werk tot nu toe beschouwd kan worden.

Clarence

Een paar dagen later verhuist de leeuwenkop inderdaad naar Dierenpark De Oliemeulen en kan de verslaggever daar een kijkje komen nemen. Het indrukwekkende hoofd van de koning der dieren is zo gepositioneerd dat het lijkt alsof het om een volledige leeuw gaat waarvan je alleen de voorkant ziet. Van Draanen heeft hem trouwens ook een naam gegeven: Clarence. “Zo heette een echte leeuw uit de jeugdserie Daktari die elke woensdagmiddag op tv kwam toen ik jong was. Die leeuw keek hartstikke scheel en dat doet die van mij ook een beetje.”

De Tilburgse animalier in de keuken bij het staketsel dat het lijf moet worden van zijn tweede leeuw. Foto > Joep Eijkens

De Tilburgse Clarence bevindt zich in het gezelschap van een raaf, een luiaard, drie bavianen en één mandril, allemaal dieren die hun maker eerder cadeau deed aan De Oliemeulen. Ook voor de leeuwenkop hoeft hij niks te hebben, hooguit de materiaalkosten. De vrijkaartjes die hij vaak als tegenprestatie krijgt, deelt hij graag weer uit.

Het museum dankt wel meer aan Van Draanen. Zo produceerde hij een grote hoeveelheid neprotsen voor de terraria. En ook enkele schilderijen die hier en daar hangen, blijken van zijn hand te zijn. We lopen naar buiten en komen bij een kleine vijver. Daar steekt juist een nijlpaard zijn woeste kop boven water. Daar lijkt het althans op het eerste gezicht verduveld veel op. Van Draanen bedankt voor het compliment. “Van de mandril denkt ook iedereen dat hij opgezet is. Maar dat is dus niet het geval. Zelf ben ik altijd huiverig geweest van opgezette dieren.”

Inmiddels is hij aan een tweede leeuw begonnen. “En nu moet het een volledige leeuw worden.” Het staketsel in de keuken dat aanvankelijk overbodig leek te zijn geworden, zal het lijf worden van een zittende leeuw. “Ook weer een mannetje, maar dan met donkere manen, want het is op het moment moeilijk om aan licht imitatiebont te komen. Mensen denken wel eens dat ik echt bont gebruik en vinden het dan zielig, maar op ganzenveren na gebruik ik alleen maar synthetisch materiaal. Dat is juist het mooie, dat je het er met onnatuurlijk materiaal zo echt uit kunt laten zien.”

© Brabant Cultureel 2020