Zes jaar philharmonie zuidnederland laat herinnering aan oude orkesten verdwijnen

Muziek vereist harmonie. Daarom is een orkest meer dan een gewoon bedrijf en om die reden is het samengaan van twee orkesten nog moeilijker dan een bedrijfs- of bankenfusie. Toch kan het. Dat bewijst de ‘philharmonie zuidnederland’, de opvolger van zowel Het Brabants Orkest (HBO) als het Limburgs Symfonie Orkest (LSO), zo vertellen drie leden van de nu zes jaar functionerende philharmonie.

door Camiel Hamans

Fluitist Angela Stone, klarinettist Roger Niese en slagwerker Axel Dewulf zijn elk vanuit een andere achtergrond bij het ‘nieuwe’ orkest gekomen, maar zij zijn desondanks gelijkgestemd als het gaat over de philharmonie. Angela Stone, afkomstig uit Schotland en opgeleid in Londen en Bazel, speelde voordat ze zo’n twintig jaar geleden naar Nederland kwam om lid te worden van het HBO een aantal jaren in Zwitserse en Duitse orkesten. Roger Niese, geboren en getogen in Zuid-Limburg, schnabbelde al vanaf zijn twintigste bij het LSO – ‘het gezelligste orkest van Nederland’ – en bij vele andere orkesten, zoals het Orkest van het Oosten in Enschede en het Noordhollands Philharmonisch Orkest te Haarlem. “In 2001 kreeg ik in de gaten dat er bij het LSO op termijn een vacature voor basklarinet zou ontstaan. Hoewel ik een conservatoriumopleiding klarinet heb afgerond, kende ik de basklarinet nauwelijks en had er nog nooit een in handen gehad. Maar ik heb een instrument gekocht, studiemateriaal verzameld en ben gaan oefenen. In 2003 kreeg ik een contract.”

Roger Niese, Angela Stone, Axel Dewulf. Foto > Isabelle Woudsma

Benjamin Axel Dewulf, met de klemtoon op de laatste lettergreep van Axel, komt uit België, uit Oostende, waar hij ook zijn eerste muzieklessen kreeg. Hij studeerde in Gent, München en Den Haag. Axel is nu aan zijn derde seizoen bezig bij de philharmonie. Dat is echter niet zijn eerste orkest. In zijn Haagse jaren heeft hij ingevallen bij het Residentie Orkest en in de zomer van 2016 maakte hij deel uit van het prestigieuze door Claudio Abbado opgerichte Gustav Mahler Jugendorchester waarvoor hij ook weer voor het jaar erna werd uitgenodigd. Die kans moest hij echter laten lopen, want in die periode werd net de vrijgekomen plaats bij de philharmonie aangekondigd en moest hij zich dus de hele zomer voorbereiden op de aanstaande audities.

Opstaan

“Wij kenden elkaar eigenlijk niet”, legt Stone uit. “Ik zat in het HBO en wist niets van het LSO. Andersom waarschijnlijk ook niet. De fusie kwam van boven. Is ons opgelegd.” “Toch is het proces,’ vult Dewulf aan, “niet gevoeld als alleen maar een last. Bij de fusie zijn er zo’n dertig mensen vertrokken. Dat waren deels mensen die tegen hun pensioen aanzaten en een paar collegae die meer perspectief zagen in een baan in een van de naburige Duitse orkesten, en jammer genoeg ook een aantal jongeren met tijdelijke contracten. Het is heel vervelend en pijnlijk als je op deze manier afscheid van mensen moet nemen, maar we kregen er ook collega’s voor terug. Vanzelfsprekend ging de samenwerking met vallen en opstaan, maar het is veel meer opstaan geweest dan vallen.”

Wij kenden elkaar eigenlijk niet”, legt Stone uit. “Ik zat in het HBO en wist niets van het LSO. Andersom waarschijnlijk ook niet.” Foto > Isabelle Woudsma

“Elders”, verduidelijkt Stone, “heeft dit proces tot veel rancune geleid. Bij ons niet. Vanaf dag één hebben we het proces omarmd. We hebben ons gerealiseerd dat het een enorme impact heeft. Daarom bleken mensen bereid open te staan voor elkaar, naar elkaar te luisteren en van elkaar te leren.” Dewulf, die voordat hij lid van de philharmonie werd nog nooit in Eindhoven of Maastricht – de beide vestigingsplaatsen van het orkest – was geweest, merkte toen hij net binnenkwam nog wel dat er een kleine minderheid was die zich of LSO-er voelde of HBO-er. Maar de overgrote meerderheid stond open voor samenwerking. En dat niet alleen vanwege de sociale zekerheid of een vast contract, maar juist vanuit een oprecht open houding. “Naar mij als nieuweling toe, maar ook naar anderen en naar elkaar. De collega’s hebben echt hun best gedaan me te helpen door het proefjaar heen te komen. Dat is niet alleen zo onder de collega slagwerkers en de overige musici van het orkest, het speelt op alle niveaus, tot en met de afdeling HRM en intendant Stefan Rosu toe.”

“We hebben ons gerealiseerd dat het een enorme impact heeft. Daarom bleken mensen bereid open te staan voor elkaar, naar elkaar te luisteren en van elkaar te leren.”
Foto > Isabelle Woudsma

Vitaliteit

Roger Niese licht toe hoe de philharmonie vooroploopt in vergelijking met andere orkesten. “We hebben nu bijvoorbeeld een database vitaliteit. Daarmee kun je ontdekken welke cursussen nuttig zijn voor je toekomst of hoe je fit kunt blijven als musicus. Tien jaar geleden bestond zoiets nog niet. Nergens.” “Wij zijn inderdaad voorlopers in het land op dit gebied”, stelt Angela Stone trots. “Het huidige management bouwt voort op wat de interim-leiding in de overgangsperiode heeft gedaan. Die wilde iedereen, behalve degenen die zelf weg wilden, binnen boord houden en heeft zijn best gedaan om angst te voorkomen. Dat is goed gelukt.”
“Nu hebben we duidelijkheid”, vult Niese aan, “rust in het hoofd. We weten waar we aan toe zijn. We hebben vertrouwen in elkaar en het voelt al vertrouwd. De philharmonie zuidnederland voelt voor mij als een warm bad. Musici worden naar hun mening gevraagd. Na elke productie krijgen wij de vraag voorgelegd wat we van de gastdirigent vinden. En er wordt rekening gehouden met de mening van het orkest. Dat was vroeger veel minder. Toen besliste uitsluitend ‘boven’ over wie er werd uitgenodigd.” 

Innovatieteam

Dewulf constateert: “De leiding heeft vertrouwen in de orkestgemeenschap, maar wat misschien nog meer telt is dat er bij dit orkest aandacht is voor de mens. Intendant Rosu en zijn team kijken niet uitsluitend naar de muzikale kanten. We hebben bijvoorbeeld een samenwerkingsproject met de Universiteit van Maastricht: Innovatie van Klassieke Muziek. Een aantal mensen van de orkestmusici zit daarvoor in een innovatieteam. Net als bij de OR en de Artistieke Commissie wordt er gekeken wie er in zo’n team of commissie past, wie in nieuwe concertvormen is geïnteresseerd of wie er belangstelling heeft voor structuur. Op basis daarvan wordt een team geformeerd. Hier wordt naar mensen gekeken, niet alleen naar muzikanten.”

“Het huidige management bouwt voort op wat de interim-leiding in de overgangsperiode heeft gedaan. Die wilde iedereen, behalve degenen die zelf weg wilden, binnen boord houden en heeft zijn best gedaan om angst te voorkomen.
Dat is goed gelukt.” Foto > Isabelle Woudsma

“Het is,” concludeert Niese, “zoals een bedrijf hoort te zijn.” “De muziekwereld wordt steeds competitiever”, verduidelijkt Dewulf. “Hier is de sfeer juist open. Musici kunnen zich hier ontplooien en dat is in vergelijking met andere orkesten een enorme verademing.”
“Het doet er niet toe wie van de 104 orkestleden je bent. Iedereen wordt hier gezien. En dat moet ook”, concluderen ze alle drie. “Wij hebben een creatief vak. Dat lukt niet als er geen aandacht voor je is.”

Omvangrijk

Maar het zijn niet alleen de sfeer, het vertrouwen en de arbeidsomstandigheden die de philharmonie tot een geslaagd orkest maken. “We hebben een enorme sprong vooruit gemaakt”, vindt Stone. “Dat komt ook door de nieuwe mensen die erbij zijn gekomen. Er is een hele reeks jonge mensen aangenomen. Maar ook het fusieproces heeft ons gedwongen uit onze comfortzone te stappen. We hebben het gevoel dat we ons moeten bewijzen, dat we ons bestaan moeten rechtvaardigen.” “Het feit dat we nu met 104 man zijn, terwijl we vroeger zoveel kleiner waren, dat maakt eveneens een enorm verschil”, benadrukt Niese. “Het is een genot om alleen al zestig strijkers voor je neus te hebben, om daar tegenaan te kunnen spelen. Het is een gevoel van wie doet ons wat, als je met honderd man op het podium zit. En omdat het orkest zo omvangrijk is, kunnen we andere stukken spelen, komen we in mooiere en betere zalen. En ten slotte, omdat we beter zijn geworden, krijgen ook andere agentschappen interesse in ons en krijgen we betere dirigenten en solisten aangeboden.”

“Het is een genot om alleen al zestig strijkers voor je neus te hebben, om daar tegenaan te kunnen spelen. Een gevoel van wie doet ons wat, als je met honderd man op het podium zit.”
Foto > Isabelle Woudsma

Het is niet alleen de directie, het personeelsbeleid, de omvang en het volume van het orkest. De dirigent is eveneens een belangrijke factor in het succes van de philharmonie zuidnederland zo benadrukken alle drie de musici. Dirigent Dmitri Liss, een Rus met een grote ervaring, “is een opleider”, benadrukken ze alle drie. “Hij is aardig, bescheiden en gedisciplineerd. Daardoor zijn wij dat ook”, karakteriseert Stone het karakter en de werkwijze van Liss. “Hij staat open voor suggesties en dat is precies het type dirigent dat wij als orkest willen. Iemand die inspireert, geen dictator.”

“Het doet er niet toe wie van de 104 orkestleden je bent. Iedereen wordt hier gezien. En dat moet ook”, concluderen ze alle drie. “Wij hebben een creatief vak. Dat lukt niet als er geen aandacht voor je is.” Foto > Isabelle Woudsma

“Op concert is er never a dull moment”, vullen Dewulf en Niese aan. “Liss laat ons boven onszelf uitstijgen. Dat hoort en waardeert het publiek.” “Maar er zijn meer dirigenten dan Liss die ons weten te inspireren en op te zwepen,” merkt Stone nog op. “De concerten in kleinere bezetting onder leiding van Marion Brunello, die tegelijk ook als solist optreedt en vanachter zijn cello het orkest leidt, zijn eveneens superspannend voor uitvoerenden en publiek. Brunello bezet wat wij de Haydn-Chair noemen. Dat houdt in dat hij zich met het orkest verdiept in het repertoire van Bach tot en met de Weense klassieken. Hij is in staat om zo’n contact te leggen tussen uitvoerenden en de zaal dat afgelopen jaar op een concert iedereen meezong,”

Opgeleefd

 ‘Ik ging bijna dood”, wil Roger Niese op de valreep nog kwijt. “Maar ik ben in de philharmonie zuidnederland helemaal opgeleefd. Niet alleen door het spelen in het orkest, maar ook omdat je ruimte krijgt voor andere zaken, zoals het arrangeren van stukjes voor educatieve doeleinden.” “Een orkest is vaak een vastgeroest, onbeweeglijk orgaan”. sluit Angela Stone af. “Wij zijn door toedoen van dirigent en directie en door onze eigen inzet al heel ver op weg om van zo’n dinosaurus te veranderen in een flexibel, levend, geïnspireerd en dynamisch kind van deze tijd, dat bestaansrecht heeft.”

www.philharmoniezuidnederland.nl

© Brabant Cultureel 2019