Thomas Oliemans jureert LiedDuo’s tijdens 53ste Internationaal Vocalisten Concours

“Iedere mogelijkheid om lied te doen, grijp ik met beide stembanden aan. De intimiteit van het lied, de directheid, de natuurlijkheid, die spraken me meteen aan, al vanaf het moment dat ik begon te zingen.” Een interview met Thomas Oliemans

door Camiel Hamans

Bariton Thomas Oliemans (Amsterdam 1977) is dit jaar jurylid bij het 53ste Internationaal Vocalisten Concours (IVC) dat van 20 tot en met 24 november 2019 in ’s-Hertogenbosch plaatsvindt en dat deze keer uitsluitend bestemd is voor ‘LiedDuo’s’, duo’s van zang en piano. Hij laat er geen misverstand over bestaan dat het lied zijn grote liefde is, ook al kan hij daar maar dertig procent van zijn tijd aan geven. “Opera legt door de lange repetitietijden een groot beslag op mijn agenda, maar ik doe zoveel lied als ik kan. In de afgelopen en de komende maanden bijvoorbeeld in het Concertgebouw, het Muziekgebouw aan het IJ, de Londense Wigmore Hall, in Parijs in het Théâtre de l’Athénée, in Schloss Elmau in Beieren en tijdens het Oxford Lieder Festival.”

Jonkies

“Het is de eerste keer dat ik jurylid ben bij een concours. In vergelijking met de overige juryleden” – de Engelse sopraan Dame Felicity Lott, voorzitter, mezzosporaan Jard van Nes en de pianisten Graham Johnson en David Selig – “behoor ik toch met Kleine Zaal-programmeur Mirjam Wijzenbeek tot een jongere generatie. Doorgaans zijn het bij concoursen nestoren van het vak die naar de jonkies kijken en ze beoordelen. Misschien dat Ivan van Kalmthout, de directeur van het IVC, toch wilde dat er ook met jongere blik naar de kandidaten wordt gekeken. Maar het kan eveneens zijn dat hij er graag nog een Hollander bij wilde. De meeste leden van de jury ken ik. Met Graham treed ik met enige regelmaat op. Nu ook in het kader van het Concours. Op zaterdag 23 november geven we een recital en voeren Schuberts Schöne Müllerin uit. Maar dat is niet de hoofdreden dat ik me een paar dagen heb vrijgehouden voor het IVC. Net als bij masterclasses vind ik het heel inspirerend te zien en te horen hoe jonge mensen bezig zijn met muziek, en in dit geval met het lied. Bovendien is het contact met ervaren collega’s zeer stimulerend.”

‘Doorgaans zijn het bij concoursen nestoren van het vak die naar de jonkies kijken en ze beoordelen.’
Thomas Oliemans en Bert van den Brink tijdens het Seinconcert, 10 november 2017. 
Foto > courtesy Sorek Artists

“Natuurlijk is er ook een andere, negatieve kant aan een concours. Het vleesmarkt principe, het sportieve aspect, dat vind ik een bezwaar, maar daar kijk ik doorheen. Voor mij is leidend of ik een artiest herken. U hebt gelijk dat een concours slechts een momentopname is en dat ik zelf ervaren heb dat zo’n eenmalig optreden geen goed beeld hoeft te geven. U doelt waarschijnlijk op mijn ervaring met de Nederlandse Muziekprijs.” Deze prijs is de afsluiting van het hoogst mogelijke opleidingsniveau voor een klassiek musicus in Nederland. Na afronding van een conservatoriumopleiding krijgen buitengewone talenten de mogelijkheid om zich in binnen- en buitenland nog twee jaar verder te ontwikkelen. Een commissie volgt de kandidaat. Aan het eind van deze twee jaar is er een slotconcert, waarop de Prijs kan worden uitgereikt. Oliemans werd zo geselecteerd voor de Nederlandse Muziekprijs.

“Ik heb in die twee jaar bij onder meer Fischer Dieskau en Robert Holl gestudeerd. Na afloop van mijn slotrecital kreeg ik van de jury echter te horen dat zij van mening waren dat ik op professioneel vlak best een aardige carrière zou kunnen maken, maar op artistiek inhoudelijk vlak niet het niveau had dat de prijs vereist. Ik was natuurlijk volledig uit het veld geslagen, maar een paar dagen later stond ik toch al weer te zingen en de afwijzing heeft mijn loopbaan niet geschaad. Henk Smit, de bas-bariton, die lid van was de commissie was razend. Hij was het volstrekt niet eens met zijn collega’s. Daarom is het goed, denk ik, om in een jury net zo lang van gedachten te wisselen tot de leden zich kunnen vinden in een gezamenlijk besluit. Bij het IVC draait het bovendien niet om een eenmalig finale-optreden. De zangers en hun vaste pianisten krijgen een aantal momenten de gelegenheid zich te laten horen aan de jury.”

Noodzaak

“Waar ik op let, is of ik een interessante persoonlijkheid voor me zie. Technische problemen tellen minder voor mij. Ik kijk of iemand me verrast. Bij lied is dat veel gemakkelijker dan bij opera. Daar gaat het vaak toch om die hoge C. Soms herken je fysiek al dat je te maken hebt met een artiest: de manier van inademen, de concentratie. Zoals je bij een dirigent vaak al aan zijn opkomst en aan zijn opmaat kunt zien of hij een kunstenaar is of een showfiguur, zo kun je dat bij een zanger ook zien. Verder is van belang welk repertoire iemand kiest. Is het allemaal standaard of spreekt er een eigen keuze, een eigen persoonlijkheid uit de liederen die iemand presenteert. En of de noodzaak overkomt om juist deze muziek te presenteren. En hoe iemand fraseert, dus delen van een zin door articulatie en adem samenneemt zodat die interpretatief een eenheid gaan vormen of nadruk krijgen.”

‘Ik sta op dit moment nog als Don Alfonso in Mozarts Cosi fan tutte op het podium van de Stopera, maar over een paar weken mag ik in Oxford weer lied brengen, in het Lieder Festival.’
Foto > Hans van den Bogaard

“Ik heb altijd veel sympathie voor wat iemand probeert uit te drukken, ook al lukt dat niet helemaal. Bij Schumann speelt dit bijvoorbeeld. Die wil elke keer de hemel bestormen, maar in sommige stukken gaat het mis. Dat vergeef ik hem graag. Zo inzetten op het hoogste is voor mij ook leidend bij een uitvoering. Ik ben minder geïnteresseerd in pure techniek. Techniek hoort erbij. Een heel goede techniek maakt het je mogelijk te realiseren wat je in je hoofd hebt. Maar met alleen goede techniek en niets in het hoofd, wordt het oninteressant. Ik hoor liever fantasie en een niet perfecte techniek, dan andersom. Te vaak wordt er gelet op een solide techniek. Niet dat ik denk dat dit in onze jury zal gebeuren. Ik verwacht geen conflicten.”

Coherent

“Optreden, zoals hier, met een eigen vaste pianist kan een voordeel zijn, maar is dat niet per se. Soms ga je te lang door met een begeleider. Op concoursen tref je vaak fantastische begeleiders die je dingen laten ontdekken die je je daarvoor nog nooit gerealiseerd had. Graham Johnson heeft deuren voor me geopend waarvan ik daarvoor het bestaan niet wist. Maar het is goed dat we nu een concours hebben voor LiedDuo’s. Het maakt duidelijk wie voor wie kiest en het laat ook zien hoe je met zijn tweeën een visie probeert te ontwikkelen en hoe je een keuze maakt. Ik hoop op onverwacht, avontuurlijk repertoire, maar ook als het repertoire de traditie volgt kan een duo veel laten zien. Bijvoorbeeld hoe coherent de interpretatie is of wat ze er zelf naast zetten, aan de traditie toevoegen. Zelfs al mag je maar drie liederen kiezen, dan kun je uit die keuze nog veel afleiden over iemands persoonlijkheid. En ook de uitvoerenden kunnen daar veel mee laten zien van wat ze willen delen.”

‘Iedere noot, iedere syllabe, iedere regel van een lied kan een vertrekpunt zijn om de rest van de wereld te ontdekken. Lied heeft een onvergelijkbaar intense setting.’
Foto > Marco Borggreve

“Lied heeft het moeilijk, hoor ik overal. Er zou geen plek, geen noodzaak meer voor zijn. Ik heb nooit begrepen hoe die discussie is kunnen ontstaan. Luisteren naar liederen is, net zoals het zingen ervan, zo natuurlijk, zo’n directe manier van uitdrukken en zo tijdloos, dat ik niet begrijp waar die discussie vandaan komt. Iedere noot, iedere syllabe, iedere regel van een lied kan een vertrekpunt zijn om de rest van de wereld te ontdekken. Lied heeft een onvergelijkbaar intense setting. En het enorme aantal inschrijvingen voor dit concours bewijst dat onder uitvoerenden de belangstelling zeker niet verminderd is. Misschien dat er onder een deel van het publiek een gevoel van overbodigheid bestaat, omdat het lied in een andere taal is of omdat de wereld van het lied niet hun wereld is. Maar dat betekent geenszins dat het lied geen toekomst heeft.”

Levensvatbaarheid

“De tijd dat Fischer Dieskau in staat was een Grote Zaal vol te krijgen met een recital is voorbij, maar dat was een uitzonderlijke periode. Lied is niet geconcipieerd voor stadions. Lied is een vorm voor andere, kleinere ruimtes en daar blijkt er voldoende belangstelling. Met name niet- institutionele initiatieven zoals die van het Muziekgebouw aan het IJ en die van het IVC bewijzen de levensvatbaarheid van het lied. Daarmee worden de grote, gevestigde instituties ook weer uitgedaagd en geënthousiasmeerd.”

“Ik sta op dit moment nog als Don Alfonso in Mozarts Cosi fan tutte op het podium van de Stopera, maar over een paar weken mag ik in Oxford weer lied brengen, in het Lieder Festival. Ik stamp nu dagelijks Mussorgsky’s Songs and Dances of Death. Vier jaar geleden ben ik voor het eerst ingevallen op dit festival en tot nu toe ben ik elk jaar teruggevraagd. De zalen zitten vol, is mijn ervaring, en het festival dat een paar weken loopt, telt meer dan vijftig concerten.”

www.ivc.nu

53ste Internationaal Vocalisten Concours,
20 t/m 24 november 2019 voor LiedDuo’s,
Theater aan de Parade, ’s-Hertogenbosch.

Halve finales: 21 en 22 november om 19.00 uur;
finale: 24 november om 15.00 uur.

Workshop Sylvia Maessen:
20 november om 13.00 uur in de Willem Twee Concertzaal.

Michael Wilmering, Ahmad Joudeh en Kanako Inoue met de voorstelling ‘Grenze(n)loos’,
20 november om 20.15 uur, Theater aan de Parade.

Masterclasses door juryleden Felicity Lott & Graham Johnson en Jard van Nes & David Selig:
23 november om 14.00 en 16.30 uur, Theater aan de Parade.

Thomas Oliemans en Graham Johnson, Die schöne Müllerin:
23 november om 20.15 uur, Theater aan de Parade.

Bas Heijne, lezing ‘Literatuur en Lied’:
24 november om 11.30 uur, Theater aan de Parade.

© Brabant Cultureel 2019