Column: Makers

door JACE van de Ven

Mijn veertiendaagse column in dit webmagazine bestaat deze keer in zijn geheel uit quotes die ik met toestemming ontleen aan de inauguratiespeech van de nieuwe Tilburgse stadsdichter Anton Dautzenberg, die hij op 25 augustus 2019 hield. Zijn woorden zijn me uit het hart gegrepen. Dautzenberg gebruikt in zijn tekst regelmatig de afkorting bkkc (brabants kenniscentrum voor kunst en cultuur). Tegenwoordig noemt die instelling zich Kunstloc, omdat zij gehuisvest is in de LocHal in Tilburg. Goed gevonden, hè?

De gehele inauguratiespeech van Dautzenberg is vele malen langer dan hier afgedrukt. Wie zin heeft de rede helemaal te lezen kan terecht op www.detaovandet.nl, een site die Dautzenberg in het leven riep om zijn twee jaar durend stadsdichterschap te ondersteunen. Dit wil ik u uit zijn toespraak niet onthouden: “Het overgrote deel van het publieke geld dat wordt besteed aan kunst gaat naar instellingen; naar dure panden en prima salarissen, níet naar de kunstenaars. Cynisch gezegd: de kunstenaars legitimeren met hun werk het bestaan van de instellingen, de banen van de medewerkers, de hoge status van het o zo belangrijke domein – en daar krijgen ze bar weinig voor betaald.”

“Diezelfde instellingen hebben een naam bedacht voor kunstenaars, een naam die de machtsverhouding wat mij betreft perfect illustreert: makers. Ik weet niet hoe andere kunstenaars deze term ervaren, maar ik vind die ronduit beschamend, denigrerend, getuigen van misplaatste superioriteit, al dan niet gevoed door de grote inkomensongelijkheid. ‘Kunstenaars zijn meesters, geen gezellen’ – een citaat van Danill Charms en de Oberioeten, een collectief van Russische kunstenaars dat zich een kleine eeuw geleden sterk maakte voor het experiment in de kunst. Makers… ‘Juist het immateriële vormt de essentie van kunst’ – een citaat van mij.”


Kunst is niet alleen eigenmachtig,
kunst draagt een mystiek element in zich,
een lofzang op de schoonheid

De instellingen “proberen richting te geven aan het werk van de kunstenaars; zij formuleren inhoudelijke subsidievoorwaarden, criteria die sturend zijn, convergerend. ‘Positief’ bedoelde pedagogiek of niet, kunstenaars worden daarmee min of meer ingeënt tegen moeilijke of subversieve onderwerpen.”

“Nu kun je opmerken: wie betaalt bepaalt, dus niet zeuren, maar kunst moest toch schuren, kunst moest toch het debat verscherpen, divergeren… Kunstenaars worden maar al te vaak ingezet voor stadspromotie of als smeerolie om beleid beter te laten landen – een dansje hier, een deuntje daar. Ze verworden zo tot ordonnans van de subsidieverstrekker. Ongemakkelijke kunst past niet in dat plaatje. Lollig en ongevaarlijk moet het zijn. Kunstenaars kunnen overigens de hulp inschakelen van specialisten die voor hen de subsidieaanvraag opstellen, op no cure no pay-basis; zij kennen de clichés die de subsidieverstrekkers willen horen. De pap wordt daardoor nog dunner, financieel en – veel belangrijker – inhoudelijk.”

“Kunstenaars die wél de anomie vieren, die durven te experimenteren, die grenzen durven te overschrijden, creëren daarmee speelruimte, in alle opzichten; zij zorgen er mede voor dat het elastiek van de democratie niet gaat knellen, dat het kritisch vermogen op peil blijft, dat het populisme niet explodeert. Kunstenaars vormen de artistieke dwarsbalk in het wapenschild van de vrije samenleving. Kunst is geen ornament, maar een fundament. Grote woorden, inderdaad, maar ze kunnen wat mij betreft niet groot genoeg zijn.”

Tilburgs Stadsdichter 2019 – 2021 Anton Dautzenberg, portret door Ivo van Leeuwen. Van Leeuwen maakt tot nu toe alle 9 portretten van de vorige stadsdichters in opdracht van de gemeente Tilburg.

“Kunst is niet alleen eigenmachtig, kunst draagt een mystiek element in zich, een lofzang op de schoonheid, op het immateriële – ik zei het al eerder. Ook niet mis. De commerciële waarde is dan ook van ondergeschikt belang, misschien wel te verwaarlozen of zelfs helemaal niet te bepalen. (…) Zoals de meesten van jullie wellicht weten, ben ik vanwege mijn werk diverse keren aan de kant gezet of ontslagen, ook door instellingen die de vrijheid van meningsuiting, kunst en cultuur hoog in het vaandel hebben staan – ziehier de lightversie van oppakken en opsluiten. Toen het bestuur van onderwijsinstelling Fontys mij op staande voet ontsloeg, omdat ik in hun ogen als schrijver te controversieel was en daardoor niet geschikt om les te geven aan volwassen Hbo-studenten die zich voorbereiden op een baan in de creatieve industrie – hoe kun je dit met droge ogen verdedigen? –, stelde Matthijs Rümke zaliger, destijds artistiek leider van Het Zuidelijk Toneel, een protestpetitie op. Twee in Tilburg gevestigde instellingen weigerden om die te ondertekenen: Bibliotheek Midden-Brabant en het bkkc.”

“Bkkc-directeur Chris van Koppen schreef mede naar aanleiding van mijn ontslag en mijn kritiek op zijn niet-ondertekenen het volgende op de site van zijn instelling, de verklaring staat nog altijd online: ‘Een principiële houding heeft ook consequenties. Daarbij strijk je ook mensen tegen de haren in, die besluiten dat ze bijvoorbeeld niet meer met je samen willen werken. Dat is de prijs die je betaalt voor principes. Die hoort erbij. Je kunt niet principieel zijn, maar de consequenties daarvan niet willen aanvaarden.’”

“Ergo: breng je in de praktijk wat het bkkc en de gemeente als dé kracht van kunst bestempelen, dan kun je een (maatschappelijke) carrière vergeten, dat hoort erbij, wen er maar aan, niks aan te doen – eigen schuld, dikke bult.”

“Een gesprek met een zenuwachtige Chris van Koppen volgde, ik geloof dat we afspraken in etablissement RAW. Hij bedoelde het niet zo, het lag genuanceerder, hij was een liefhebber van mijn werk. Op het einde van het gesprek vroeg hij of ik bereid was als klankbord te fungeren om het beleid te helpen verbeteren. Die bereidheid was er, is er. Ik wacht echter al bijna twee jaar op de uitnodiging en ik verwacht niet dat die nog gaat komen, zeker niet na vandaag. Het zij zo.”

Tot zover de fragmenten, met dank aan Anton Dautzenberg.

DE TAO VAN DE T
DOOR ANTON DAUTZENBERG

PORTRETTEN STADSDICHTERS
DOOR IVO VAN LEEUWEN

STICHTING COOLS
INITIATIEFNEMER STADSDICHTER

© Brabant Cultureel 2019