Wat is naakt, wat is bloot? Museum Jan Cunen stelt de vraag via kunstwerken

‘Naakt of bloot?’ is de titel van een dubbeltentoonstelling waarin Museum Jan Cunen de schoonheid van het vrouwelijk naakt in de beeldende kunst wil vieren. Maar het museum in Oss wil meer. Het wil ook ‘de tegenstelling die in de huidige samenleving ten aanzien van naakt is ontstaan, zichtbaar en bespreekbaar maken’. Facebook werkte alvast niet mee.

door Joep Eijkens

Museum Jan Cunen is gevestigd in een prachtige, negentiende-eeuwse villa die ooit dienst deed als een door Franse nonnen geleid pensionaat voor meisjes. Dat gegeven, in combinatie met het prachtige interieur met onder meer blote engeltjes op het plafond maken de tentoonstelling die begin februari openging extra aantrekkelijk. Eigenlijk moeten we spreken van twee tentoonstellingen. Naakt of bloot? Het vrouwelijk naakt in de Nederlandse schilderkunst 1875-1925 op de tweede verdieping en Naakt of bloot? Het vrouwelijk naakt in de hedendaagse kunst, met werk van voornamelijk Nederlandse kunstenaars op de bel-etage.

Een speciale gast van de opening was model Jasmijn de Boer. Foto Joep Eijkens

Heden en verleden worden hier echter niet helemaal gescheiden gepresenteerd. Dat zie je al op de overloop van de tweede verdieping. Daar hangt een met olieverf op doek geschilderd liggend naakt van Peter Martinus Dillen uit 1918 recht tegenover een haast abstract fotografisch zelfportret van Isabelle Wenzel uit 2016. ‘Ik begon mezelf te zien als het materiaal, een manier om vormen te creëren met mijn lichaam’, staat erbij. Het is alsof de twee kunstwerken zich aan elkaar spiegelen. Twee tijdvakken, twee manieren van kijken en vastleggen. Maar ook: de mannelijke tegenover de vrouwelijke blik.

‘Liggend naakt’ van Peter Martinus Dillen (1918), olieverf op doek, 102 x 196 cm. Bruikleen Kunsthandel Bies Eindhoven

Zo krijgen ook in de hierna volgende zalen op de tweede verdieping negentiende- en twintigste-eeuwse kunstenaars als Isaac Israëls, Jan Sluijters en George Hendrik Breitner hier en daar gezelschap van hedendaagse kunstenaars die op de bel-etage hun ‘eigen’ tentoonstelling hebben. Behalve Wenzel gaat het daarbij om Lita Cabellut (mixed media op doek), Bart Hess (installatie en video), Carla van de Puttelaar (fotografie) en Viviane Sassen (fotografie). Het is mooi dat daarnaast ook ruimte wordt gegeven aan vier net afgestudeerde talenten, te weten Charissa van Dijk (textiel en polyethyleen) Margherita Soldati (textiel), Mariëlle Veldhuis (sculptuur) en Meret Zimmermann (mixed media-installatie).

Viviane Sassen, uit de serie ‘Miu Miu undressed’ (2005), fine art print. Museum Jan Cunen, Oss.

Dialoog
Gaan heden en verleden met elkaar in dialoog, zoals de samensteller van de tentoonstellingen Merel van den Nieuwenhof stelt? Bij het hierboven genoemde voorbeeld van Dillen en Wenzel zeker wel. En in elk geval is er zo gekozen dat de kunstwerken zich goed bij elkaar thuis lijken te voelen. Bij het zelfportret (foto en video) van Zimmermann, die letterlijk met de billen (deels) bloot gaat, kun je je overigens goed voorstellen dat haar vakgenoten uit de negentiende en de twintigste eeuw wel raar opgekeken zouden hebben. En in het zaaltje waar uitsluitend liggende naakten van oude meesters hangen, heeft de vervreemdende foto uit een serie die Viviane Sassen voor het modelabel Miu Miu maakte iets van een spelbreker, een niet uitgenodigde gast die het feestje van al die heren en hun ‘gewone blote meiden’ verpest.

‘Zonder titel’ (1999) van Carla van de Puttelaar, foto, 77 x 63 cm. Bruikleen collectie Carla van de Puttelaar

Er is een wereld van verschil tussen het hier tentoongestelde werk van Sassen en dat van Carla van de Puttelaar. Haar werk is uitgesproken esthetisch, romantisch-realistisch, en herinnert niet zelden aan schilderijen van de oude meesters. Dat van Sassen is juist onderzoekend, conceptueel en soms haast surrealistisch van sfeer. Van de Puttelaar, die een woordje sprak bij de officiële opening, zei zich zeer vereerd te voelen dat één van haar uit 2017 daterende Galatea’s – een prachtig op de rug gezien naakt met weelderige haren – een plaatsje had gekregen tussen twee naakten van Sluijters.

‘Meisje’ (datum onbekend) van Lizzy Ansingh, olieverf op doek, 40,5 x 30,5 cm. Bruikleen Studio 2000, Blaricum.

Kleine schilderijen maken niet zelden meer indruk dan grote. Dat geldt bijvoorbeeld voor Vrouw, zittend in bad uit 1909 van Leo Gestel. Maar zeker ook voor Meisje, een veertig bij dertig centimeter metend ongedateerd doek van Lizzy Ansingh. Niet zozeer omdat het gaat om één van de twee hier vertegenwoordigde vrouwelijke kunstenaars uit de periode 1875-1925, als wel vanwege de ontroerende schoonheid. Je ziet een meisje met een gezicht dat doet denken aan zowel werk van Rik Wouters als dat van Modigliani. Ze kijkt je absoluut niet aan, ze kijkt nadrukkelijk weg. Het zou kunnen dat ze voor de eerste keer poseert, zich voor de eerste keer bloot geeft. Schaamt ze zich misschien een beetje? Wat een contrast met het Zittend naakt met rode doek (1920) van Willem Witsen dat in de volgende zaal de aandacht trekt – met afgewend hoofd maar uitdagend.

‘Vrouw, zittend in bad’ (1909) van Leo Gestel. Olieverf op doek, 33,5 x 25,6 cm. Bruikleen Simonis & Buunk, Ede.

Pioniersrol
Ook het levensgroot Liggend naakt (circa 1887) van Breitner hoort tot de hoogtepunten. Geïnspireerd door de realistisch geschilderde Olympia (1863) van Edouard Manet begon de Amsterdamse meester rond 1885 het naakte vrouwenlichaam te verbeelden in tekeningen, etsen, schilderijen en foto’s. Dat doet hij zonder het te idealiseren, zo schrijft Hanna Klarenbeek in het mooie magazine dat bij de tentoonstellingen verschenen is. Breitner moet een pioniersrol hebben gespeeld en op zijn beurt andere Nederlandse schilders geïnspireerd hebben om het naakt vaker en realistischer af te beelden.

‘Liggend naakt’ van George Hendrik Breitner (ca. 1887). Olieverf op doek, 134 x 224,5 cm. Bruikleen Gemeentemuseum Den Haag.

Van Breitner zijn op de tentoonstelling ook foto’s te zien die hij soms ook gebruikte als hulpmiddel bij het maken van zijn schilderijen. Ze hangen in een ruimte achter een gordijntje waar ook erotische ansichtkaarten uit grootvaderstijd te zien zijn. Een niet voor de hand liggende combinatie, kennelijk ingegeven door wat curator Van den Nieuwenhof noemt ‘een meer pornografische insteek’ van sommige van Breitners foto’s ‘die nooit een toepassing in olieverf hebben gevonden’. Ietwat raadselachtig in deze ruimte is de hedendaagse ‘interventie’ van de reeds eerder genoemde Isabelle Wenzel, een interessante kunstenares die acrobatiek, fotograferen en schilderen combineert met zichzelf in de hoofdrol.

‘Drawing 6.3’ (2016) van Isabella Wenzel. Fine art print, 103 x 140 cm. Bruikleen Galerie Bart, Nijmegen.

Facebook
Museum Jan Cunen heeft met Naakt of bloot? een aantrekkelijke dubbeltentoonstelling in huis gehaald. Maar de ambitie gaat verder dan dat: ‘Museum Jan Cunen wil de tegenstelling die in de huidige samenleving ten aanzien van naakt is ontstaan, zichtbaar en bespreekbaar maken en onomwonden de schoonheid van het naakte lichaam vieren.’ Artistiek directeur Karin van Lieverloo vraagt zich af of er niet net zoals in de periode 1875-1925 vandaag de dag sprake is van een dubbele moraal. Want aan de ene kant worden we – met name via internet – overvoerd met naakt. Aan de andere kant is er sprake van een nieuwe preutsheid, onder meer in de ‘social media’. Dat ondervond het museum ook zelf bij het verspreiden van haar persmateriaal via Facebook.

‘Look at my nipple’ van Charissa van Dijk (2018) met model Jasmijn de Boer. Textiel en polyethyleen. Foto Marit Goossens

Het ging daarbij onder meer om de installatie Look at my nipple van Charissa van Dijk (Best 1992). Hoe komt het toch dat niemand moeilijk doet over mannentepels, terwijl vrouwen hun tepels moeten bedekken? Waarom wordt een vrouwentepel direct verwijderd van Instagram? Dit soort vragen liggen aan de basis van haar installatie waarvoor zij doorzichtige kledingstukken ontwierp waarop tepels geprint of geborduurd zijn. Niet alleen de kledingstukken zijn tentoongesteld maar ook de door Marit Goossens gemaakte foto’s van een model die ze draagt (of uittrekt).

De genodigden werden bij de opening getrakteerd op een ‘tietje’, een petit four in de vorm van een fraai vrouwenborstje. Foto Joep Eijkens

Datzelfde model was, halfnaakt onder doorzichtige kleding, bij de opening ook zelf prominent aanwezig als een soort levend standbeeld uitkijkend over het samengestroomde publiek. De museumdirectie had nog voor een andere verrassing gezorgd. De genodigden kregen bij aankomst niet alleen een glas bubbels maar ook een petitfour in de vorm van een fraai vrouwenborstje, ‘tietje’ genaamd. Was dat niet te mooi om zomaar op te eten? Een serveerster die met een dienblad vol ‘tietjes’ rondliep, wist het antwoord wel: “Ge moogt er vandaag gewoon inhappen hoor.” Geen mens die er aanstoot aan nam.

Franse erotische postkaart uit de eerste decennia van de 20e eeuw. Bruikleen Postcardshop Groeten Uit in Utrecht.

Toerneetje
Museum Jan Cunen is niet het enige museum dat iets doet met het naakt in de beeldende kunst. Zo sloot onlangs de expositie Bloot – het kwetsbare lichaam in Museum Kranenburgh in Bergen (NH) en begon vrijwel gelijktijdig De naakte waarheid in Rijksmuseum Twenthe: ‘Een tentoonstelling over wie we zijn. Het naakt in zes eeuwen beeldende kunst’ (nog te zien t/m 16 juni 2019). “Je zou een toerneetje kunnen maken langs de diverse tentoonstellingen”, zegt curator Merel van den Nieuwenhof met een lach. Het onderwerp leeft kennelijk. “Het zou te maken kunnen hebben met de #MeToo discussie en de nieuwe preutsheid in de social media.”

‘Staand naakt op de rug gezien’ van Jan Sluijters (1910). Olieverf op doek, 124 x 78 cm. Bruikleen Singer Laren.

Op de vraag waarom de door haar samengestelde tentoonstellingen met uitzondering van de video’s van Bart Hess enkel aandacht geven aan het vrouwelijk naakt, zegt Van den Nieuwenhof: “Daar zijn meerdere redenen voor. In dit museum werken we al een tijd met het terugkerend thema ‘Vrouwen in de kunst’. Het kan daarbij zowel gaan om vrouwen als maakster als om werk met de vrouw als onderwerp. Een andere reden is van praktische aard: beeldende kunstenaars in de negentiende eeuw waren voornamelijk mannen. Vrouwelijke kunstenaars werkten op dat moment minder publiekelijk en traden zodoende minder naar buiten met hun werk. En de mannelijke kunstenaars hadden over het algemeen meer belangstelling voor het vrouwelijk dan voor het mannelijk naakt. Het mannelijke lichaam werd in die tijd overigens ook wel afgebeeld, maar dan vooral voor studiedoeleinden, bijvoorbeeld voor anatomie.”

‘Naakt of bloot?
Het vrouwelijk naakt in de Nederlandse schilderkunst 1875-1925’

‘Naakt of bloot?
Het vrouwelijk naakt in de hedendaagse kunst’

t/m 19 mei 2019 in Museum Jan Cunen, Oss.

museumjancunen.nl

Het schilderij boven dit artikel is ‘Vrouw in profiel voor ‘Zonnebloemen’ van Van Gogh’ van Isaac Israëls (1918). Olieverf op doek, 71 x 59 cm. Bruikleen collectie Museum de Fundatie, Zwolle en Heino-Wijhe.

© Brabant Cultureel 2019