Expositie met kleurrijke schilderijen van Jan Sluijters feest voor het oog

Jan Sluijters wordt met Piet Mondriaan en Leo Gestel genoemd als de belangrijkste kunstenaars die het modernisme in Nederland introduceerden. Het Noordbrabants Museum in ’s-Hertogenbosch besteedt aandacht aan de ‘wilde jaren’ van de kunstenaar waarin hij experimenteerde met allerlei nieuwe kunststromingen waarmee hij in Parijs in aanraking kwam. Die ‘wilde jaren’ duurden slechts tien jaar, van 1904 tot 1914, maar zorgden voor het interessantste deel van zijn oeuvre. Daarna werd hij een stuk braver.

door Irma van Bommel

In Het Noordbrabants Museum is het werk van Jan Sluijters (‘s-Hertogenbosch 1881 – Amsterdam 1957) altijd ruim vertegenwoordigd in de semi-vaste opstelling. De laatste grote tentoonstelling in dit museum van deze voor Nederland belangrijke kunstenaar was echter toch alweer in de jaren negentig. Tijd om opnieuw aandacht te besteden aan deze kunstenaar van Brabantse bodem. Met de huidige expositie wordt ingezoomd op de jaren dat hij experimenteerde met nieuwe stromingen die hij in Parijs zag.

Conservator Helewise Berger van Het Noordbrabants Museum bij het schilderij waarmee Jan Sluijters in 1904 de Prix de Rome won: De profeet Elisa en de zoon der Sumanitischer vrouw. Foto Piet den Blanken

Kopiëren
Na zijn studie aan de Rijksacademie en het winnen van de Prix de Rome in 1904 ging kunstenaar Jan Sluijters naar Rome om daar de oude meesters te kopiëren. Daar kreeg hij al gauw genoeg van en hij vertrok naar Parijs, waar hij zich onderdompelde in allerlei nieuwe stromingen. In de expositie is het werk dat hij maakte voor de Prix de Rome te zien naast vernieuwend werk dat hij na zijn bezoek aan Parijs maakte. Een wereld van verschil. Donkere, sombere doeken maakten plaats voor lichte, kleurrijke en vrolijke doeken met een impressionistische toets. Allegorische en bijbelse voorstellingen werden ingeruild voor impressies uit het dagelijks leven en het uitgaansleven. Het leven moet gevierd worden, leek het motto van de schilders in Parijs en Sluijters werd daar sterk door geïnspireerd. De conservatieve commissie van de Prix de Rome zag het anders. In hun ogen was Sluijters “teveel beïnvloed door de vulgaire Franse smaak” en zijn Prix de Rome-studiebeurs werd ingetrokken.

‘Bal Tabarin’ (midden) dat Jan Sluijters schilderde in 1907 is een explosie van licht en kleur en vrolijkheid. Foto Piet den Blanken

Grote behangfoto’s op de museumwanden geven een beeld van de overgang in sfeer van het classicistisch academische kunstonderwijs naar het bruisende leven in Parijs van rond 1900. Die overgang zet meteen de toon. Als bezoeker word je er als het ware in meegenomen. Het tot leven brengen van die tijd en sfeer is een idee van Studio Berry Slok uit Amsterdam, die de tentoonstelling heeft vormgegeven.

Vooruitstrevend
In 1906 verbleef Sluijters in Parijs en bezocht er de Salon des Indépendants en later ook de Salon d’Automne. Daar kwam hij in aanraking met het fauvisme, een expressionistische manier van schilderen door kunstenaars die door critici werden aangeduid als les fauves, ‘de wilden’. Hij zag er werk van onder andere Henri Matisse en Kees van Dongen. Van Dongen was een Nederlandse kunstenaar die zich in 1906 in Parijs vestigde en daar veel contacten had met andere vooruitstrevende collega’s. Of Sluijters in Parijs ook contacten had met vernieuwende kunstenaars, vertellen de expositie en de catalogus die bij de expositie is verschenen niet. Wat dat betreft levert de catalogus geen nieuwe feiten op. Wel is duidelijk dat Sluijters zich naast het fauvisme liet inspireren door het luminisme en qua stijl zien we invloeden van Matisse, Van Dongen, Henri de Toulouse-Lautrec en Vincent van Gogh. In de expositie worden de werken van Sluijters van het uitgaansleven getoond naast die van Kees van Dongen.

De serie Maannacht (1911) van Jan Sluijters toont sterke overeenkomsten met vroege landschappen van Mondriaan. Foto Piet den Blanken

Eenmaal terug in Amsterdam schilderde Sluijters het ene werk na het andere. Hij trok ook naar buiten, bezocht schildersdorpen in Nederland zoals Renkum, Heeze en Laren en maakte modernistische landschappen. In de tentoonstelling worden deze landschappen van Sluijters getoond naast die van Leo Gestel, met wie hij al vanaf de Rijksacademie bevriend was en met wie hij een paar keer naar Parijs reisde. Jammer is dat er geen landschappen getoond worden van Mondriaan die in deze jaren ook experimenteerde met de nieuwe stijlen en met wie de overeenkomst in het weergeven van landschappen in die jaren erg groot is. Die overeenkomst is vooral goed te zien in de serie Maannachten die Sluijters in 1911 in Laren schilderde, maar blijft door het ontbreken van vergelijkbaar werk van Mondriaan hier onderbelicht.

Links een landschap van Leo Gestel. Rechts een landschap van Jan Sluijters dat sterk doet denken aan laat werk van Van Gogh. Foto Piet den Blanken

Kubistisch
Na een bezoek aan Parijs in 1911 experimenteerde Sluijters ook met het kubisme. Weldra is werk van kubisten en ook van futuristen, Duits expressionisten en van vernieuwende Russische schilders ook in Nederland te zien. Het werk van Sluijters toont invloed van Georges Braque en Robert Delaunay, maar ook van Franz Marc en Vasily Kandinsky. Zijn experimenten met kubisme worden geëxposeerd naast – nu wel – een werk van Piet Mondriaan.

In het kubistische experiment van Mondriaan zien we al een voorbode van de pier en oceaan studies, want in dit werk zien we al een geleding in horizontale en verticale lijnen. De verdere ontwikkeling van Mondriaan naar een geometrisch abstracte stijl – De Stijl – is bekend. Zo’n consistente ontwikkeling naar een eigen stijl geeft ook aan waarom Mondriaan wereldberoemd is geworden en Sluijters niet. De verdienste van Sluijters is dat hij het modernisme naar Nederland bracht en kleur en licht introduceerde in de Nederlandse schilderkunst. Daarmee is hij belangrijk geweest voor de ontwikkeling van de moderne kunst in Nederland. 

Jan Sluijters (links) en Leo Gestel (rechts) hebben zich voor deze bloemcomposities laten inspireren door Kandinsky. Foto Piet den Blanken

Na 1914 koos Sluijters voor een meer realistische stijl en werd zijn werk over het algemeen een stuk braver. Hij werd een veel gevraagd society schilder. Zijn vrije werk is echter interessanter dan zijn opdrachten voor portretten. Zo maakte hij na 1914 een serie realistische portretten van De bokser Rolf. Een krachtige jongeman met een donkere huid, vrijwel naakt afgebeeld. Om de donkere huid mooi te laten uitkomen, combineerde Sluijters deze met felle kleuren. Een werk uit 1918 uit die serie werd al vroeg aangekocht door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant dat mede aan de basis heeft gestaan van Het Noordbrabants Museum. In feite was dit het eerste eigentijdse kunstwerk dat werd aangekocht. Bijzonder is dat het door vrouwen uit de aankoopcommissie werd voorgedragen aan de heren van het bestuur. Het schilderij maakt nu deel uit van de semipermanente presentatie van werk van Jan Sluijters elders in het museum. Het vormt een mooie schakel tussen zijn experimentele werk en zijn latere, meer realistische werk.

‘Bokser Rolf’ (circa 1918) van Jan Sluijters hangt elders in het museum. Foto Piet den Blanken



‘Jan Sluijters. De wilde jaren’ is nog t/m 7 april 2019 te zien in Het Noordbrabants Museum in ’s-Hertogenbosch.


www.hetnoordbrabantsmuseum.nl

Helewise Berger e.a., Jan Sluijters. De wilde jaren.
Zwolle: WBooks / ’s-Hertogenbosch: Het Noordbrabants Museum 2019, 144 pp., ISBN 978-94-625-8291-0, hb., € 24,95.


Zie ook op Brabant Cultureel:
Boekje broers van Onna over contacten kunstenaars in schildersdorp Heeze

© Brabant Cultureel 2019