Column: Piet van Beers

door JACE van de Ven

Piet van Beers is dood. 91 werd hij, de volksdichter van Midden-Brabant, zijn ‘wieg, die stond int dörpke Lôon op Zaand’. Daar was hij melk- en broodbezorger, voordat hij naar Tilburg verhuisde waar hij veertig jaar in loondienst was. En volkstuinier! In het blad van de volkstuinclub begon hij in de jaren tachtig gedichtjes te publiceren. Hij kreeg onmiddellijk fans en in 2001 verkozen die hem tot winnaar van de eenmalig uitgereikte Tilburgse Poëzieprijs. 

Zijn verzen waren daarna te lezen in de Wijkkrant Tilburg Noord en op de website cubra.nl. Hij mailde ze ook naar een vast bestand van liefhebbers, vooral na de dood van zijn vrouw in 2005 waarna hij ’s avonds vaak alleen zat.

In 2008 en 2009, toen Frank van Pamelen stadsdichter van Tilburg was, gingen we tijdens landelijke gedichtendag met een aantal poëten en performers met een oude legerbus op poëzieguerrilla. En hoewel daar ervaren podiumtijgers bij waren als Frank zelf en Sjon Brands en Dorith van der Lee van het Theater van de Verloren Tijd was het overal Piet van Beers die de show stal. Bleef er bij onze optreden op de markt, in het ziekenhuis of elders een verdwaasde enkeling staan luisteren, als Piet het woord nam stopte het openbare leven voor even. Hij sprak de taal van het volk met alle eerlijke eenvoud van dien.

In maart vorig jaar zag ik Piet voor het laatst. De kunstenaar Antoon Versteegde was bezig de Heuvel in Tilburg te versieren met enorme staketsels in de vorm van de Tilburgse T, opgesierd met vlaggen. Dat was in het kader van een manifestatie van het Ondernemingsfonds Tilburg die Stad met Kleur heette, vind ik nu via Google terug. Toen wist ik alleen dat Antoon daar bezig was en ik ging even naar hem toe om samen even lekker op het voormalige bkkc, nu kunstloc tjoeketjoeketjoek, te foeteren.

Terwijl Antoon werkte en ik daarbij stond te kwatsen, kwam een groepje met Piet van Beers naar ons toe. Kennelijk had de organisatie van het evenement bepaald dat Piet daar een gedicht moest voordragen, maar waren ze vergeten dat bij een groter publiek bekend te maken. Er waren maar een man of vijf publiek, maar die waren gelukkig wel gretig om zijn tekst te horen. Ik keek naar Piet terwijl hij een stuk papier tevoorschijn haalde. Wat was hij oud geworden, kleiner dan hij al was en zijn handen beefden. Hij staarde naar zijn tekst zonder nog een woord te spreken. Toen knikte hij naar mij en vroeg: “Wilde gij het doen?”

Uiteraard. Argeloos nam ik het papiertje van hem over en begon onvoorbereid te lezen. Pas gaandeweg besefte ik hoe raak de woorden waren die hij geschreven had en ik raakte zo ontroerd dat ik mijn taak met moeite volbracht. Ik besefte dat Piet bang geweest was vol te schieten als hij zelf zijn gedicht had voorgelezen. Die tekst raakte de kern van zijn leven en dat van zijn overleden vrouw.

Piet van Beers in 2004, thuis in Tilburg met een stapel van zijn dichtbundels. Foto Joep Eijkens

Nu, bijna twee jaar later, zoek ik op cubra.nl in de afdeling Piet van Beers of ik de tekst van toen terug kan vinden. En ja, ik vind hem. Wè ik mee deez’ stad hèb!!! heet het gedicht. De laatste twee coupletten die me toen – en nu weer – zo ontroerden, wil ik u niet onthouden:

As ge dus aon mèn vraogt:
“Hèdde gij iets mee die stad?”
Ons moeder èn m’n vrouw, dès al genog gezee.
Mar bovendien, hèk hier nog virteg jaor m’n wèèrk gehad.

Ik hèb in Tilburg virteg jaor gewônd.
Drie kènder grôotgebrocht, die ‘t ammol hêel goed stèlle.
Ik hèb iets mee dee’z stad èn ik maag m’n zegeninge tèlle.
A’k laoter dôodgao….wil ik in deeze grond!!!!!!

Volgens mij voelden alle aanwezigen de emotie van Piet van Beers daar in maart 2017. Het was een intens moment, zijn afscheid als volksdichter in het openbaar, voor een veel te klein publiek. Nu heeft hij echt tabee gezegd. Nu blijven ons zijn ogenschijnlijk eenvoudige verzen. Die moeten we niet onderschatten.

Gedichten van Piet van Beers op zijn te lezen op
cubra.nl/piet van beers

© Brabant Cultureel 2018