Column: Miesjel

door JACE van de Ven

Miesjel van Gerwen (68) is een van de interessantste beeldend kunstenaars van Brabant. Eind deze maand stopt hij met zijn getekende column ’t Moer  in de Bossche editie van het Brabants Dagblad. Na ruim drieëntwintig jaar en 3290 afleveringen keken de Bosschenaren wekelijks nog steeds uit naar elke nieuwe aflevering van ’t Moer waarin hun reilen en zeilen op komische maar kritische wijze te boek werd gesteld.

Getekende column uit ‘T-MOER, Gewoon Doormodderen’ door Miesjel van Gerwen

Nog net voor zijn afscheid brengt Miesjel een derde en laatste bundeling van ’t Moer uit, Gewoon Doormodderen. Daar staan fraaie observaties in als: Dokter: “Qua sociale hygiëne is de Bossche mond niet representatief.” Patiënt: “Wè gai, onderzuukt oewen eigen bek!” Uiteraard is het boekje voor ingewijde Bosschenaren het interessantst, omdat zij nu eenmaal de ins and outs kennen van kwesties als de Bratenbrug, de bestrating van de Markt, de herindeling van de Parade of de bouw van een nieuw theater, maar door de aanstekelijke tekenstijl overtuigt de getekende column ook ons, provincialen. Ook al omdat veel problemen van overal zijn. Zoals de bisschop die voor de San Salvatorkerk roept: “Deze parochiekerk is van het bisdom.” Op het volgende plaatje heeft hij de deur van de kerk dichtgeslagen en galmen zijn woorden na in de leegte: “…is dom… is dom… is dom…”

Miesjel van Gerwen is niet alleen een man die fraaie tekeningen en objecten maakt, hij weet ook anderen te inspireren. Dat deed hij in zijn geboortedorp Heeze waar hij lange tijd jaarlijks een wagen ontwierp voor de Brabantsedag. Hij was daar de eerste die niet zozeer streefde naar heemkundige precisie als wel naar een verantwoorde kunstzinnige vormgeving. Zodoende werd hij een trendsetter die de optocht van de Brabantsedag naar een hoger plan tilde en deze daardoor waarschijnlijk van het sterven van een stille dood heeft gered. De optochtervaringen uit Heeze gebruikte hij weer in zijn woonplaats Den Bosch waar hij op het Theaterfestival Boulevard moderne beeldende kunst theatraal presenteerde en letterlijk aan de man wist te brengen.

Begin jaren tachtig werkte ik met Miesjel samen voor het reclasseringsblad KRI. Miesjel schreef de column die ik schreef met de hand uit en maakte hier en daar tekeningetjes tussen de zinnen. ‘Agent Jan die zo goed bonnen schrijven kan’ heette de rubriek aanvankelijk. En later ‘Uit het Dagboek van Ex-agent Jan’. In die dagen kreeg ik ooit een alleraardigste zeefdruk van hem van een tennisser die zo te zien een teruggeslagen bal in zijn wijd geopende mond geslagen heeft gekregen. Meer dan zomaar een cartoon.

Getekende column uit ‘T MOER, Gewoon Doormodderen’ door Miesjel van Gerwen

Ook bij het Brabants Dagblad mocht ik met hem samenwerken. In 2001, het jaar dat Jeroen Bosch 550 jaar eerder geboren was, maakten we samen Bosch’ Schetsboek, vijftien weken lang met een gedichtje van JACE van de Ven en tekeningen van Miesjel van Gerwen. Het resultaat daarvan is nu nog te zien op de culturele site www.cubra.nl, zij het dat niet alle tekeningetjes van toen erop staan.

De eerlijkheid gebied mij dat er eerst de tekeningen waren en daarna de tekst, zo inspireerde Miesjel ook mij. Uitgangspunt was: wat zou Jeroen Bosch geschilderd hebben als hij nu door Den Bosch gelopen zou hebben? De tekeningen waren zo raak dat ik met mijn teksten alleen maar in hoefde te koppen.

Enkele jaren later comprimeerde ik Bosch’ Schetsboek  tot één gedicht, Jeroen Bosch schildert weer, dat nog een tijd bij rondvaarten over de Dieze gedeclameerd werd. Ik was daar trots op en als ik één gedicht gemaakt heb dat mogelijk de moeite waard is, dan is dat dit, dankzij Miesjel van Gerwen, niet zo groot als Jeroen Bosch zelf, maar iemand die vijf eeuwen later in zijn schaduw mag staan. En dat is al heel wat.

Einde column, of u moet Jeroen Bosch schildert weer ook nog willen lezen:


Er kwam een nieuwe taal, een nieuwe werkelijkheid
Na iura, steen- en ijzertijd, computertijd
God zelf trad terug, de muis beval wat van belang was
En van het kwade virus heel de wereld bang was

Met megabytes in plaats van cellen in zijn lijf
Een keyboard in zijn kop, als hart een harde schijf
Zo vloog de mens van hot naar her en schoot in stress
Bij stilstand; dan zag hij het zwaard van Damocles

Geluk lag als een Minotaurus in dit labyrint
En eiste dat er steeds geconsumeerd werd, blind
Gehoorzaamde de mens, liep verder vretend rond
En wees zijn kroost als les de weg van mond naar kont

De wereld leek één feest, van bier en wijn gemorst
Van vreten zonder honger, zuipen zonder dorst
En uit de winkels sjouwden rijken volle zakken
Langs legers losers; die hadden nìks te makken

Wie niet bij kon houden kreeg geen tijd te dromen
Meerennen moest je om de werkelijkheid te ontkomen
Desnoods op speed of coke of gif uit iele naalden
Zo dacht de mensheid op te stijgen, maar zij daalde

Dus schildert Jeroen Bosch de kim weerom in brand
En mensen mensen moordend wapens in de hand
En in zijn hol een muis die ernaar kijkt en lacht
We zien de hel waar eens de hemel was gedacht

Meer informatie over de bundel Gewoon Doormodderen (ISBN 978 94 6306 523 8) op silvesterstrips.com

© Brabant Cultureel 2018