Festivalisering gaat over meer dan overlast alleen

In Noord-Brabant kan de cultuurliefhebber op zijn minst aan 132 festivals zijn hart ophalen. Van het vroege Paaspop in Schijndel tot het late Winter Parkfestival in Best. En alles wat daartussen zit. Maar is deze festivalisering van het culturele leven een zegen of een vloek? BrabantKennis gaat dat in kaart brengen.

door Emmanuel Naaijkens

Afgelopen zomer gaf de legendarische, knorrige Noord-Ierse popmuzikant Sir Van Morrison (73) een concert in de open lucht, tegen de achtergrond van de majestueuze kathedraal in Keulen. Het publiek zat keurig op klapstoeltjes alsof het een optreden van André Rieu betrof op de Vrijthof van Maastricht. Wie had dat een halve eeuw geleden kunnen denken, toen de popscene nog rauw was en moest opboksen tegen bekrompenheid van de burgermaatschappij.

Dancefestival Dreamvillage. Foto Joyce van Belkom

Popindustrie
Anno 2018 zijn popfestivals en stadionconcerten big business. Het publiek is kapitaalkrachtig en kijkt niet op een paar centen. Voor artiesten zijn live optredens een belangrijke bron van inkomsten. Achter die popevenementen gaan forse zakelijke belangen schuil. Iemand als Duncan Stutterheim is, vanuit Amsterdam, multimiljonair geworden dankzij groots opgezette, internationale dancefeesten. Niet voor niets spreekt men van ‘de popindustrie’.

Dichter bij huis kennen we drie popevenementen op de Beekse Bergen die gerund worden als zakelijke onderneming: Best Kept Secret (Friendly Fire BV), Decibel Outdoor (B2S BV) en Woo Hah! (Stichting Popcluster). Die laatste onderneming lijkt niet commercieel – het is de stichting achter popzaal 013 – maar Mojo BV heeft een hele dikke vinger in de pap bij Woo Hah! Mojo is geen Nederlands bedrijf meer, maar sinds 1999 onderdeel van de Amerikaanse entertainmentgigant Live Nation. Deze festivals zijn geoliede machines die tienduizenden bezoekers ‘uit hun dak laten gaan’. Achter de bar staan geen vrijwilligers maar studenten die via een uitzendbureau zijn geworven.

Bikse Fiste
Wie had veertig jaar geleden kunnen denken dat festivals zouden uitgroeien tot een winst genererende bedrijfstak. Wij in Hilvarenbeek in ieder geval niet. Vijf jaar op een rij (van 1977 tot en met 1981) was de Vrijthof het toneel van de Bikse Fiste, ontstaan vanuit het dwarse jongerencentrum Lieve Hemel. In die tijd waren popfestivals nog geen gemeengoed, al helemaal niet in een dorp in de Kempen.

De Amerikaanse foolsartiest Jango Edwards op de Bikse Fiste, Hilvarenbeek, 1979. Foto Huub van Meel

Hoe bijzonder de Bikse Fiste waren, realiseerde ik me toen ik op 21 november 2018 in de Hall of Fame in Tilburg het debat bijwoonde van onderzoeksinstituut BrabantKennis. Gespreksonderwerp: de ‘festivalisering’ van Noord-Brabant. Wetenschapper Martijn Mulder vertelde tijdens het debat dat in 1980 in Nederland nog maar dertig (pop)festivals waren. Nu zijn het er meer dan negenhonderd.

Hoewel, die cijfers zijn volgens Mulder niet keihard. Het is namelijk ook een kwestie van definitie. Ga je uit van puur een muziekfestival? Of tel je ook festivals mee die andere cultuuruitingen bieden? Theaterfestivals? Het nieuwe fenomeen foodtruckfestival? Gaat het om een festiviteit in de open lucht (of in tenten), of tel je ook binnenfestivals mee? Zolang er nog geen gemeenschappelijke definitie is, zal er in de cijfers geen eenduidigheid zijn. Maar over een ding is iedereen het eens: het aantal festivals in Brabant neemt toe. (Nu zelfs de VVD haar partijcongres op 24 november in Den Bosch een festival noemde ligt inflatie van het begrip op de loer).

Cijfermatig
BrabantKennis is bezig met een verkenning om de stand van zaken in kaart te brengen onder het motto ‘Culturele eigen(wijs)heid van Brabant’. Cijfermatig is het uitgangspunt dat er in 2017 in de provincie 132 festivals op de agenda stonden. Dat aantal is gebaseerd op de Festival Monitor van Respons, een organisatie die zich onder meer met citymarketing bezighoudt. Volgens die monitor heeft Noord-Brabant na Noord- en Zuid-Holland de meeste festivals. Maar dat lijkt me een conservatieve schatting van Respons. In mijn dorp Hilvarenbeek zijn er – buiten de popfestivals op Beekse Bergen – alleen al vier muziekfestivals in de open lucht.

Hoe dan ook, met de populariteit neemt ook de discussie toe. Zijn er voor de nabije omgeving grenzen aan de overlast die de optredens mogen veroorzaken? In een verstedelijkte provincie als Noord-Brabant zijn er altijd wel bewoners die, al dan niet met tegenzin, mogen meegenieten van de muziek. Rust versus reuring, zoals onderzoeker Mulder dat noemt.

Burgemeester Ryan Palmen van Hilvarenbeek. Foto Willeke Michels

De Hilvarenbeekse burgemeester Ryan Palmen heeft dat probleem al langer op zijn bordje liggen. De gemeente moet elk jaar de vergunning verstrekken voor de drie grote festivals in de Beekse Bergen die een internationaal publiek trekken. (Er is trouwens nog ruimte voor een vierde festival, aldus Palmen.) Volgens hem is het simpel. Er zijn landelijke normen voor de sterkte van het geluid dat in de openlucht geproduceerd mag worden, en daar hebben de organisaties zich aan te houden. En dat doen ze ook, blijkt uit metingen. “Ik vind dat je niet van overlast moet spreken, maar van last. Als overheid moet je de belangen van de festivals en van de burger tegen elkaar afwegen. Het is niet zo dat als een burger zijn beklag doet de volumeknop omlaaggaat. Het gaat om handhaving van de geluidsnormen.”

Toeristenbelasting
Palmen ruimde ook het misverstand uit de weg dat een lokale overheid flink verdient aan festivals binnen haar grenzen, bijvoorbeeld via de toeristenbelasting. Voor Hilvarenbeek zijn de baten neutraal. Waarom Hilvarenbeek dan toch medewerking verleend? “Wij hebben een traditie op het gebied van festivals, het zit als het ware in ons DNA.” Daar denken ze in Oisterwijk anders over. De bezoekers van dancefestival Intents moeten, tot woede van de organisatie, vanaf volgend jaar toeristenbelasting gaan betalen. Het levert de gemeente tienduizenden euro’s op.

Breda Live op het Chasse veld, Breda. Publiek tijdens het optreden van Guus Meeuwis. Foto Joyce van Belkom

Intents is trouwens interessant in het licht van het debat over festivalisering. Het dancefestival is vijftien jaar geleden voortgekomen uit carnavalsstichting De Kloontjes. Intents wordt daar naar buiten toe nog altijd mee in verband gebracht. Maar de oprichters hebben hun zakelijke belangen ondergebracht in diverse BV’s. Ondanks die explosieve groei en de zakelijke constructie is het festival echter nog altijd stevig ingebed in de Oisterwijkse samenleving. Zo staan er honderden vrijwilligers achter de tap en sponsort de organisatie lokale clubs.

In het debat ging het nog te weinig over de waarde van al die festivals in Noord-Brabant, over de organisatievorm en de betrokkenheid van de festivals bij hun omgeving. Want hebben die festivals iets Brabants (wat dat ook wezen mag)? De aanwezigen bleken daar niet erg van overtuigd, slechts een enkeling stak bevestigend een vinger op.

Nachtburgemeester
Het debat was in ieder geval een welkome aanzet tot een bredere benadering van het fenomeen festival. Siem Nozza, nachtburgemeester in Eindhoven en al jarenlang betrokken bij uiteenlopende festivals, pleitte heel nadrukkelijk voor een verbinding met de lokale samenleving. In dit verband bekritiseerde hij Dutch Design Week. Dit toonaangevende evenement trekt duizenden bezoekers uit binnen- en buitenland en is goed voor het imago van Eindhoven. Maar de Eindhovenaren zelf hebben er niet zoveel mee, aldus de nachtburgemeester.

Nachtburgemeester Siem Nozza van Eindhoven spreekt zijn column uit in het debat over festivals. Foto Willeke Michels

Het kan ook anders, zei wetenschapper Martijn Mulder. Het North Sea Jazzfestival is ook een evenement dat niet plaatsgebonden is. Het verkaste in 2006 van Den Haag naar Rotterdam. Toch is er een band met die stad ontstaan, want in de weken voorafgaand aan het jazzfestival vinden er in Rotterdam op tal van plekken jazzgerelateerde activiteiten plaats. Zo kan het dus ook.

Aan BrabantKennis de taak om met een verkenning te komen die verder gaat dan geluids- en andere overlast. ‘Toekomstverkenner’ Joks Janssen kondigde aan om het onderwerp in ieder geval ook door een sociologische bril te gaan bekijken.

 

©Brabant Cultureel 2018