Eindhovens Florarium temporum uit de vijftiende eeuw nu voor iedereen beschikbaar

In het klooster Mariënhage bij Eindhoven werd eind vijftiende eeuw een omvangrijke kroniek geschreven over de geschiedenis van de wereld vanaf de schepping tot in de tijd van de auteur Nicolaas Clopper: Florarium temporum ofwel ‘Bloemhof der tijden’. Er is een digitale versie gemaakt van de oorspronkelijke kroniek. Daarbij is er een boek verschenen met een bloemlezing met vertaling, en de nodige achtergrondinformatie. 

door Irma van Bommel

In 2007 kwamen in Eindhoven een paar mensen bij elkaar om de Canon van Eindhoven samen te stellen. Stadsarcheoloog van Eindhoven, Nico Arts, stelde voor dat ook Nicolaas Clopper, auteur van het Florarium temporum, een laatmiddeleeuwse wereldkroniek geschreven in het klooster Mariënhage bij Eindhoven, daar deel van moest uitmaken. Een klein gezelschap was een jaar eerder naar Düsseldorf afgereisd om daar het originele handschrift van Nicolaas Clopper te bezichtigen. Dat wordt bewaard in het Landesarchiv Nordrhein-Westfalen (sindsdien verhuisde het handschrift naar een zusterafdeling van dit archief in Duisburg). Daar hoorden de Eindhovenaren van het bestaan van een tweede handschrift in de Bayerische Staatsbibliothek in München. Beide handschriften van het Florarium temporum werden eind 2008 naar Eindhoven gehaald voor een expositie in De Witte Dame. Duizenden mensen bezochten deze tentoonstelling waar de presentatie werd omsloten door een wijde cirkel van halfdoorzichtige gordijnen. Deze opvallende vormgeving was geïnspireerd op een tekening van Clopper in het handschrift, een weergave van het heelal in concentrische cirkels, met de aarde als middelpunt en daaromheen de planeten.

De expositie in de Witte Dame in 2008. Beide handschriften werden getoond in een vitrine midden in een ronde ruimte. Foto uit besproken boek.

Investeren
Door deze tentoonstelling en de publiciteit daaromheen kreeg Nico Pijls van Rotary Eindhoven-Soeterbeek belangstelling voor het handschrift. Hij kreeg zijn mede-Rotarians zo ver om te investeren in een langdurig project om het handschrift, geschreven in Latijn, te laten vertalen. Classicus Willem Erven, in die tijd werkzaam in de bibliotheek van Mariënhage, kreeg in 2010 de opdracht. Hij heeft er zeven jaar aan gewerkt. Een monnikenwerk als je bedenkt dat zo’n middeleeuwse tekst vol afkortingen staat die allemaal moeten worden opgelost en ook alle bronnen van Clopper moesten worden nagespeurd. Bovendien werkte Erven op basis van beide handschriften en noteerde hij alle varianten en verschillen tussen beide versies. Zo kwam hij tot een vlot leesbare, maar nog steeds Latijnse tekst, zoals Clopper die bedoeld moet hebben. Vervolgens kon hij delen van de tekst vertalen in het Nederlands. Dat heeft hij gedaan in een plezierig leesbare stijl.

 De Rotary was aanvankelijk van plan een facsimile-uitgave te maken, dus een fotografische weergave van het hele handschrift, samen met de gehele transcriptie van de tekst en een vertaling. Dat zou echter een onbetaalbaar boekwerk van meer dan drieduizend pagina’s opleveren. Er is nu gekozen voor een digitale publicatie van de gehele kroniek die op een usb-kaart aan het uiteindelijke boek is toegevoegd. Die digitale editie wordt ook opgenomen op de website van het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis, wat meteen ook een kwaliteitswaarborg is. Overigens is het merkwaardig dat niet eerder een universiteit zich waagde aan dit voor Nederland zo belangrijke vertaalproject. De gulle donatie van de Rotary gaf de doorslag.

Tekening van de hemelse sferen door Nicolaas Clopper. Deze tekening inspireerde de vormgeving van de tentoonstelling in 2008. Foto uit besproken boek.

Voor het boek, dat op 18 november is gepresenteerd in boekhandel Van Piere, is een selectie gemaakt van de interessantste en voor Brabant belangrijkste delen van de kroniek: de inleiding, waarin Nicolaas Clopper zijn motivatie, doelstelling en methode formuleert, de geschiedenis van het hertogdom Brabant en het nawoord van Clopper. Maar het boek begint met een historische achtergrond. Via de geschiedenis van het hertogdom Brabant, het laatmiddeleeuwse kloosterleven, de stad Eindhoven en het klooster Mariënhage wordt steeds verder ingezoomd op Nicolaas Clopper en zijn Florarium temporum. Vervolgens wordt het Florarium temporum beschouwd binnen de context van de boekproductie in Mariënhage en vergeleken met andere middeleeuwse kronieken.

Vrije kunsten
Van Nicolaas Clopper is bekend dat hij vóór 1433 is geboren, vermoedelijk in Heidelberg, als zoon van Nicolaas Clopper senior (1403-1472). Clopper senior kwam uit Brussel en had kerkelijk recht gestudeerd aan de universiteiten van Keulen, Heidelberg en Leuven. Hij bekleedde een hoog ambt in de pauselijke kanselarij in Rome alvorens raadgever te worden van de hertogen van Bourgondië. Zoon Nicolaas groeide op in de benedictijner abdij van Lobbes, in de buurt van het huidige Charleroi, en ging daarna naar de universiteit van Leuven om er de ‘zeven vrije kunsten’ te studeren. Daaronder vielen Latijn, logisch redeneren, welsprekendheid, rekenkunde, meetkunde, harmonieleer en kosmologie. Zijn belangstelling voor sterrenkunde blijkt wel uit de hierboven besproken pentekening van zijn hand van het heelal. Bijzonder is dat in deze tekening de afstanden tussen de planeten staan aangegeven (in mijlen) en in hoeveel dagen de planeten een baan om de aarde doorlopen.

Impressie van Eindhoven in de late middeleeuwen. Illustratie uit besproken boek.

Na Leuven woonde Clopper  junior nog in Brussel en Maastricht. Rond 1469 werd hij priester in Mariënhage. Dat klooster bevond zich toen nog in Woensel, tegenwoordig is dat Eindhoven (bij de bekende Paterskerk). Hoe en om welke reden hij in Eindhoven terechtkwam is onbekend. Wel weten we dat hij de opdracht tot het maken van een wereldkroniek kreeg van zijn vader en dat hij daaraan van 1468 tot in het jaar 1472 heeft gewerkt. Voor zijn geschiedschrijving putte hij uit de omvangrijke bibliotheek van zijn vader, die als welgesteld man bijna driehonderd boeken bezat, en uit de bibliotheek van Mariënhage.

 Clopper gaf zijn werk de titel Florarium temporum ofwel ‘bloemhof der tijden’. Het is voor een groot deel een compilatie van eerder werk, van de Bijbel tot vele oudere kronieken. Clopper duidt zichzelf in het voorwoord dan ook bescheiden aan als ‘collector’. Toch heeft hij meer gedaan dan het bloemlezen van bestaand werk. Hij behandelde zijn bronnen kritisch en geeft over zijn eigen tijd ook informatie uit de eerste hand. Bovendien plaatste hij de kerkelijke geschiedenis naast de wereldlijke geschiedenis. Dat deed hij in kolommen die aan een tijdlijn zijn gekoppeld en steeds per instituut of land – naargelang relevant in de betreffende tijd – informatie bevatten. Brabant en de Bourgondische landen krijgen daarbij veel aandacht en juist op dat gebied is deze kroniek nog steeds van groot belang. Waar nodig bekritiseerde hij zijn voorgangers en verbeterde hij jaartallen of feiten.

Kaart van Eindhoven door Jacob van Deventer, circa 1560. Het klooster Mariënhage ligt juist buiten de stad in de rode cirkel. Illustratie uit besproken boek.

Origineel
Van de twee overgebleven handschriften is lange tijd aangenomen dat het exemplaar in Duisburg een conceptversie is en het exemplaar dat zich in München bevindt de definitieve versie. Willem Erven kwam er tijdens zijn onderzoek achter dat het handschrift in Duisburg het origineel is dat Nicolaas Clopper schreef tussen 1468 en 1472. Het exemplaar uit München is een kopie dat in 1483 werd voltooid. Dit handschrift is niet door Clopper zelf geschreven, maar hij heeft er wel correcties en aanvullingen in aangebracht.

De boekdrukkunst was weliswaar rond 1450 uitgevonden, maar dat wil nog niet zeggen dat alle nieuwe boeken ook meteen werden gedrukt. Vele boeken werden in de vijftiende eeuw nog met de hand geschreven. Om voor verspreiding te zorgen moest een boek daarom worden overgeschreven. In het nawoord komt Clopper nog eens terug op de correcties die hij heeft ingevoerd. Hij drukt volgende kopiisten op het hart toch vooral zorgvuldig te zijn met het overnemen van de tekst en vooral met het overnemen van de jaartallen. Erven is bij de vertaling uitgegaan van de tekst in de oorspronkelijke versie die zich in Duisburg bevindt, maar steeds met oog voor de varianten in het andere handschrift. In feite zijn beide ‘origineel’.

Tekening van Jeruzalem in het Münchense handschrift dat is geschreven en getekend door een kopiist. De bijschriften met de namen van de stadspoorten zijn wel door Nicolaas Clopper toegevoegd. Illustratie uit besproken boek.

Bourgondisch
Clopper beschrijft de geschiedenis vanaf de schepping en volgt daarbij het bekende verhaal uit het Oude Testament. Zijn kroniek bestrijkt de gebieden in het Midden-Oosten die bekend waren via de bijbel, maar behandelt toch vooral de geschiedenis van Europa, en dan nog eens toegespitst op het Bourgondische rijk en het hertogdom Brabant (in de vijftiende eeuw deel van de Bourgondische landen). Die toespitsing heeft natuurlijk alles te maken met de opdrachtgever. De kroniek gaat vooral over machthebbers en veldslagen. Namen en jaartallen worden afgewisseld met beschrijvingen van gebeurtenissen. De kroniek eindigt met de beschrijving van de verwoesting van Luik in 1468. De beschrijving daarvan is zo levendig dat men vermoedt dat Clopper hier zelf bij aanwezig is geweest. De beide handschriften bevatten ook een aantal schema’s en tekeningen van de hand van Clopper en in de laatste daarvan brengt hij de verwoesting van Luik ook in beeld. Wanneer Clopper is overleden is niet bekend, waarschijnlijk vóór 1487.

Beide versies van het handschrift verbleven waarschijnlijk in Mariënhage tot de kloosterlingen Mariënhage in 1688 moesten verlaten. Florarium temporum werd daarna nog genoemd en voor een flink deel gekopieerd in druk, maar het handschrift zelf is lange tijd verloren gewaand. In 1876 dook het plotseling weer op. Het duurde echter tot in de Tweede Wereldoorlog dat het Duisburgse handschrift in Nederland echt onder de aandacht kwam. De Duitsers wilden het namelijk ruilen tegen een ander middeleeuws handschrift uit de Universiteitsbibliotheek Leiden. Die ruil ging niet door en in begin jaren vijftig deed P.C. Boeren, wetenschappelijk medewerker van de Universiteit Leiden onderzoek naar de kroniek. Daarna bleef het opnieuw lang stil. Tot zo’n tien jaar geleden.

Willekeurige pagina’’s geven een goed beeld van de complexe lay-out van het handschrift. Foto uit besproken boek.

Bron
Qua feitenmateriaal, verslagen van gebeurtenissen en qua wereldbeeld is het Florarium temporum nog steeds een bijzondere bron. Europa was nog het middelpunt van de oude wereld. De nieuwe wereld zou weldra worden ontdekt door Columbus. Dat er in de middeleeuwen heel wat werd afgereisd, blijkt alleen al uit de levenswandel van vooral vader maar ook zoon Clopper.

Het is interessant in het nawoord van Clopper te lezen dat het boek een leesbaar naslagwerk moest zijn voor ‘eenvoudige en alledaagse mensen’. In de tentoonstelling De Stad als Klooster die nu is te zien in het Museum voor Religieuze Kunst in Uden leren we dat het merendeel van de burgers in de vijftiende eeuw kon lezen en schrijven, in het Nederlands en soms ook in het Latijn. Ook waren burgers zelf in het bezit van boeken. Dat de meeste boeken niet rijkelijk werden geïllustreerd met kleurrijke miniaturen wordt verteld in de expositie in Uden, maar blijkt ook uit het Florarium temporum dat slechts pentekeningen bevat. Voor rijk geïllustreerde handschriften moet men naar Uden en vooral ook naar de expositie over Maria van Gelre die nu te zien is in Museum Het Valkhof in Nijmegen.

Cloppers tekening van Luik na de verwoestende aanval door de Bourgondiërs. Illustratie uit besproken boek.

 

De cover van het boek

De inleiding van de Rotary-publicatie bevat eveneens veel wetenswaardigheden, zowel bekende feiten als nieuwe bevindingen over middeleeuws Eindhoven. Zo lezen we dat Eindhoven al in 1232 stadsrechten kreeg en dat de huidige dinsdagmarkt teruggaat tot de middeleeuwen. Opgravingen bij Mariënhage hebben de vermoedelijke plek blootgelegd van het scriptorium waar de kopiisten werkten en waar misschien ook Clopper zijn kroniek produceerde. Bestudering van geïllustreerde middeleeuwse handschriften van Mariënhage toont aan dat het schrijfatelier een eigen stijl had ontwikkeld voor de versiering van marges, de zogenaamde ‘Mariënhage-stijl’ die is te herkennen aan bloemenranken met eikeltjes. Het boek is een aanrader voor iedereen die is geïnteresseerd in de geschiedenis van het hertogdom Brabant en in die van Eindhoven, het klooster Mariënhage, middeleeuwse boeken en Florarium temporum in het bijzonder.

Willem Erven (vertaling), Nico Pijls, Nico Arts, Lauran Toorians (red.), Florarium Temporum.
Een laatmiddeleeuwse wereldkroniek door Nicolaas Clopper, geschreven in het Klooster Mariënhage bij Eindhoven.
Hilversum: Verloren 2018, 295 pp. inclusief usb-stick met de digitale versie van het originele werk. ISBN 978-90-8704-744-3, hb., € 29,00.

https://verloren.nl

 

 

©Brabant Cultureel 2018