Turen van glas breekt het gemoed

door Niels Landstra

 

In de lucht schreeuwen vogels

Ze zijn leeg, de oesters, mosselschelpen
en scheermessen. Aangespoeld op het strand
kabbelen ze op slierten eb ontvleesd mee,

een schuimende retraite over het zand
stopt bij de oude grenzen van de zee.

Deze zoektocht naar schelpdieren door meeuwen
verstoord, de afdruk van onze sporen die
van elkaar geraken: vogels schreeuwen in de lucht

en wij zijn koel als de wind, wie, o, vlagende
wind, redt ons van dit voorland.

Illustratie Mieke Driessen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De dochters

Later zullen ze kinderen krijgen
vuile wassen draaien, groentesoep
met balletjes maken, en de roep
verstaan van het uitzonderlijk zwijgen

Later zullen ze zich verzetten
tegen de kritiek die ze van hem
na de balts krijgen, ze korte metten
maken met zijn luid hanige inbreng

Later zullen ze beslist gaan scheiden
gelukkig worden nu de kinderen
hun toegewijd zijn, een soevereine
rol innemen zonder hinderen

Later zullen ze zich niet afvragen
waarom de kinderen zich gedragen
als ongeleide projectielen
die neerzien op andere zielen

Later zullen ze niet in willen zien
dat hun hebberigheid en eisen
een deel in hun nalaat, het stramien
voortgezet als zij later gaan scheiden

 

Mijn plek naast haar

Ik ga zo naar haar toe,
met mijn handen strijken
door haar haar

opsnuiven haar vreemde parfum
langs haar hals glijden,
tonen de grootste blijken

van mijn minnekunst,
haar boezem (mijn serum,
de vochtparels waarvan ik proef)

genoegen schenken,
haar mysterieus domein
betreden met het vuur

van de faun en het zich
voegen van de dorstige naar
de geneugten van Eden

Ik verlaat haar nu,
ze rust in Morpheus’ handen
met een spoor van mijn geur

die verijlend bij
de hare ligt, weet zij dat
mijn offerande is ontstaan

door bedrog en huichelarij
als mijn plek naast haar
’s morgens leeg is

Illustratie Mieke Driessen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ons één en zijgend zijn

Strogele halmen buigen over mij heen
mengen zich met de plukken wit van een lucht
vol gepleisterde sterren boven wolken
neergedaald op een weefsel van katoen

Dauw glimt op rozenknoppen vermiljoen
en uit het sneeuwblanke veld stijgt een zucht
van boterbloemen op. De gloed, het kolken
van bloed in dolende aders, aldoor een

vlagen van wind en regen, van buiten
langs het raam. De lentestorm zwelt, onschendbaar
in zijn hemelse paringsdans, een slotstuk

met ons één en zijgend zijn, haar ontluiken
dat zich weldra losmaakt van het bed, ik pluk
verdorde bloemen uit haar strogele haar

Illustratie Mieke Driessen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De dag sterft langer

De spiegels in de gang en in de huiskamer
de fotolijsten op de schouw met het servies
van porselein, de taartschaal op het Perzisch
tapijt die glanst in het licht. De dag sterft langer

en zij tuurt door het herfstig raam. Het huis kent
haar nog en ruikt naar het verleden, zij dwaalt op
een weg die afstand van haar schreden neemt
en aarzelt, raakt bij haar gedachten achterop,

bij wie ze was. Haar turen van glas breekt het
gemoed van wie ze tegenkomt en de woorden
die ze verstaat, schampen slechts betekenis.

Met tandeloos chagrijn ontvangt ze in haar huis
verpleegsters en een poetsvrouw, en soms een kind,
zijn de erven het aftellen begonnen.

Illustratie Mieke Driessen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Niels Landstra (Ridderkerk 1966) woont in Raamsdonksveer en publiceerde gedichten, korte verhalen en interviews in verschillende literaire tijdschriften in Nederland en Vlaanderen. Daarnaast verschenen de dichtbundels ‘Waterval’ (2012),‘Wreed het staren’ (2013), ‘Nader en onverklaard’ (2014), en ‘Wreed het staren’ (2016). Zijn vijfde bundel ‘Entree naar de hemel’, waaruit dit een voorpublicatie is, verschijnt in november 2018 bij uitgeverij Open (Den Haag). Hij is ook beeldend kunstenaar, theatermaker, componist en muzikant en vertolkt zijn gedichten vaak zingend op gitaar, accordeon of piano. www.kijkgedichten.nl

© Brabant Cultureel 2018

 

 

Getagt als