Modeontwerpers Viktor & Rolf zijn in feite conceptueel kunstenaars

Het Amsterdamse modehuis Viktor & Rolf bestaat vijfentwintig jaar en dat wordt gevierd met een expositie in de Kunsthal in Rotterdam en een boek, beide onder de titel ‘Viktor & Rolf: Fashion Artist 25 Years’. Viktor en Rolf begeven zich op het snijvlak van kunst en mode. Ze noemen zich liever modekunstenaars dan modeontwerpers en tonen hun creaties net zo graag in museumzalen als op de catwalk. Hun modeshows hebben dan ook meer weg van een performance.

door Irma van Bommel

Viktor Horsting (Geldrop 1969) en Rolf Snoeren (Dongen 1969) leerden elkaar kennen tijdens hun opleiding mode aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Arnhem. Na hun afstuderen besloten zij als duo verder te gaan. Hoe hun carrière verliep, wordt uitgebreid uit de doeken gedaan in de Kunsthal in Rotterdam. Daar wordt een overzicht getoond van vijfentwintig jaar spraakmakende creaties tegen de achtergrond van een behang van modeschetsen van het duo. Uit iedere collectie is van een creatie een miniversie voor een porseleinen pop gemaakt om zo alle collecties te documenteren. Ook deze miniatuurcreaties zijn opgenomen in de expositie. Gefilmde registraties van performances vormen een belangrijk onderdeel van de expositie. Performances waar de ontwerpers zelf ook een rol in spelen, altijd gekleed in zwart zodat de focus ligt op de modellen en de creaties.

Portret van Viktor & Rolf door Inez van Lamsweerde & Vinoodh Matadin in 2015.

De collecties die zij twee maal per jaar creëren zijn conceptueel van aard. Bij zo’n conceptuele benadering zou je verwachten dat het gaat om het idee en niet om de uitvoering. Maar wie gaat kijken in de Kunsthal ziet dat ook de uitvoering tot in detail zorgvuldig is uitgewerkt. Het uitvoeren van de extravagante ideeën van Viktor & Rolf vormt op zich al een uitdaging. Een bekende uitspraak van Rolf Snoeren ‘als het kan worden getekend, kan het ook worden gemaakt’ leidt weleens tot wanhoop bij het hoofd van het atelier. Tekstbordjes in de expositie vermelden niet alleen de gebruikte materialen maar ook het aantal uren werk, wat kan oplopen tot meer dan vijfhonderd uur per creatie.

Kettingzaag
Bijna iedere collectie is een statement, een reactie op actuele ontwikkelingen in de maatschappij. Zo reageerden zij met de Cutting Edge Couture in 2010 op de kredietcrisis. Het snijden in begrotingen werd vertaald naar japonnen waar happen uit zijn gezaagd, alsof iemand met een kettingzaag in de weer is geweest. Met Zen Garden (2013) reageerden zij op de belangstelling voor mindfulness door het tonen van sobere, zwarte kleding. Met Vagabonds (2016/2017) gaven zij door hergebruik van stoffen zelfs een antwoord op de overproductie van de mode-industrie en het telkens wisselende modebeeld. Bij de uitwerking van een idee tot een collectie is voor Viktor & Rolf de presentatie net zo belangrijk als het ontwerp van de kleding.

Viktor & Rolf hebben de betekenis van ‘Wearable Art’ wel heel letterlijk genomen voor hun haute couture collectie van 2015-16. Foto Peter Stigter

Het meest indrukwekkend is wel hun Russian Doll (1999-2000) collectie, of eigenlijk de performance daarvan. Het idee is geïnspireerd op de bekende Russische matroesjka, bestaande uit een serie van een pop in een pop in een pop. Die performance is gefilmd en is nu te zien in de tentoonstelling. Een model staat op een platform dat ronddraait, als een ballerina in een muziekdoosje. De twee ontwerpers tuigen haar telkens op met meer kleding. Op het laatst draagt ze maar liefst zeventig kilo aan kleding. Al deze lagen zijn ook tentoongesteld.

Bij Viktor & Rolf gaat het om de act. Draagbaarheid en comfort lijken ondergeschikt. Dat is zeker ook het geval bij de collectie Wearable Art (2015), kunst om aan te trekken, waarbij het lijkt alsof bij de modellen een schilderij op het hoofd is stuk geslagen en het doek met een gebroken lijst als jurk om het model is blijven hangen.

Dit Viktor & Rolf behang werd speciaal voor de expositie gemaakt van gedigitaliseerde modeschetsen van het duo van de afgelopen 25 jaar. Foto Peter Stigter

Zwaar
Niet alleen de creaties en performances van Viktor & Rolf zijn extravagant, het boek dat bij de tentoonstelling verscheen is dat ook. Het formaat is ongeveer tabloid, maar dan bijna twee centimeter dik, wat het erg zwaar maakt. Daarmee is het niet echt een handzaam boek. De auteur is de Canadees Thierry-Maxime Loriot (1976), die ook de expositie van Viktor & Rolf heeft samengesteld. Dit is zijn derde gastcuratorschap bij de Kunsthal, na tentoonstellingen over modeontwerper Jean Paul Gautier en modefotograaf Peter Lindbergh. Loriot werkte ruim tien jaar in de modewereld, om zich vervolgens te richten op projecten over mode en fotografie voor tijdschriften en musea.

In een inleiding in de publicatie plaatst Loriot Viktor & Rolf in de traditie van bekende Nederlandse schilders, architecten en designers. Interessant is te lezen dat Viktor & Rolf in hun academietijd lid waren van een collectief, genaamd Le Cri Néerlandais, dat opviel door een progressieve benadering van mode en het uitdagen van de bestaande codes van de Parijse Mode Week. Le Cri Néerlandais is vergelijkbaar met het collectief de Antwerpse Zeswaarvan Walter van Beirendonck, Ann Demeulemeester en Dries van Noten lid waren. Hoewel veel modehuizen gevestigd zijn in Parijs, Milaan, New York en Londen, vestigden Viktor & Rolf zich, na een kort verblijf in Parijs, in 1995 in Amsterdam.

Foto van David LaChapelle voor Viktor & Rolf ‘Bedtime Story’, ready-to-wear collectie 2005. Dit beeld siert ook de cover van het boek.

Interview
Na de inleiding volgt in het boek een interview met beide heren waarin zij openhartig en uitgebreid vertellen over hun academietijd en hoe hun carrière een vlucht nam. Deelname aan de Salon Européen des Jeunes Stylistes competitie in Hyères in 1993 bleek cruciaal, want daardoor startten zij al vroeg een eigen label. Maar dat betekende niet dat ze in Parijs direct voet aan de grond kregen. Hun werk was conceptueel en werd in kunstkringen eerder gewaardeerd dan in de modewereld.

Na de interviews volgt in het boek het catalogusdeel, van Action Dolls tot Zen Garden, met veel achtergrondinformatie over de collecties en met prachtige foto’s van de presentaties en modefoto’s uit magazines. De alfabetische volgorde is echter vreemd. Een chronologische volgorde of een indeling in hoofdstukken was logischer geweest. De verklaring ligt waarschijnlijk in het feit dat naast collecties ook personen aan bod komen, onder andere het fotografenduo Inez en Vinoodh, popster Madonna en prinses Mabel. Al met al is het boek een prachtig document. Niet alleen door de foto’s maar ook door de verhalen van Viktor en Rolf zelf, waaruit Hollandse nuchterheid en Brabantse bescheidenheid spreekt, opgetekend door Thierry-Maxime Loriot.

‘Viktor&Rolf: Fashion Artists 25 Years’ is nog t/m 30 september 2018 te zien in de Kunsthal in Rotterdam.

www.kunsthal.nl

Thierry-Maxime Loriot, Viktor&Rolf: Fashion Artists 25 Years. Rotterdam: nai010, 2018, 200 pp., ISBN 978-94-6208-438-4, pb, € 39,95.

Van de catalogus verscheen ook een speciale editie: een gelimiteerde en genummerde oplage van het gesigneerd boek in luxe doos met C-print facsimile schets ‘Cutting Edge Couture’, gesigneerd door Viktor & Rolf. € 275,00.

www.nai010.com/nl

 

 

© Brabant Cultureel 2018