Expositie We Are Food in Museum Jan Cunen stemt tot nadenken

Museum Jan Cunen in Oss geeft met de expositie We Are Food een originele kijk op voedsel. Dit jaar is de provincie Noord-Brabant verkozen tot Europese Regio van de Gastronomie. Het Osse museum haakt daar op in, maar belicht naast de culinaire kant ook allerlei maatschappijkritische aspecten van voedsel. Daarmee draagt deze tentoonstelling bij aan een bewustwordingsproces. Food for thought, zogezegd.

door Irma van Bommel

Het kan de bezoeker niet ontgaan: in Museum Jan Cunen draait het om voedsel. Een grote lap gebakken spek met ei hangt in het trappenhuis vanaf de balustrade op de bovenste verdieping tot aan de grond. Het spek blijkt een geweven tapijt, het ei is van glas. Het werk heet Bacon & Eggs. Daan de Boer (Venray 1985) maakte het na een verblijf in Engeland, als ode aan het typisch Engelse ontbijt dat hij er geserveerd kreeg.

Spek komt van het varken en aan dit dier is de helft van de expositie gewijd. Daarmee wordt een link gelegd naar de grote productie van varkensvlees in Noord-Brabant en naar de Unox rookworstenfabriek in Oss die hebben bijgedragen aan de welvaart van de gemeente en de provincie. ‘Gouden tijden’ braken aan en een gouden beeld van een varken van Guido Geelen (Thorn 1961) staat dan ook prominent in de ruimte. Onder het varken hangt een stang. Dat blijkt een gietkanaal met een giettrechter te zijn die Geelen na het gieten van het beeld bewust heeft laten zitten. Voor hem staat dit element symbool voor de ‘gekluisterde gevangenschap’ van het varken en daarmee levert hij kritiek op de manier van het fokken van varkens in (mega)stallen.

Kees de Kort, Varkenseter, 1988, acrylverf op doek.

Intelligent
Van Kees de Kort (Nijkerk 1934) is een serie schilderijen met het varken als onderwerp te zien, daterend uit de jaren tachtig en van begin deze eeuw. “Het einde van de varkens is prominent aanwezig. Door de industrialisering van het varken is zijn status bijzonder laag geworden, althans in West-Europa. Vreemd, als je bedenkt hoe intelligent varkens zijn en hoeveel ze op mensen lijken.”

Dat gewelven in een kathedraal doen denken aan een ribbenkast is niet zo’n vreemde associatie. De steunende delen van de gewelven heten immers ‘ribben’. Bethany de Forest (Stoneham (VS) 1966) heeft deze vergelijking mooi uitgewerkt in Ardenner Kathedraal (2001), een kathedraal die met behulp van Photoshop is opgebouwd uit doorregen hamlappen.

Bethany de Forest, Ardenner kathedraal II, 2001, C-print op dibond

Het oudste werk in de tentoonstelling dateert van circa 1640 en toont een geslacht varken in een boereninterieur gespannen op een ladder. Dit schilderij werd toegeschreven aan Isaac van Ostade (Delft 1621-1649), maar aan die toeschrijving wordt nu getwijfeld. Het paneel bevindt zich in de collectie van Museum Jan Cunen en werd in 1969 geschonken door de heer Saal van Zwanenberg, destijds directeur van Zwanenbergs Slachterijen en Fabrieken en een van de oprichters van Organon. Op dit moment onderzoekt de Adviescommissie Restitutieverzoeken Cultuurgoederen en Tweede Wereldoorlog de herkomst van het werk. Deze informatie staat op een tekstbord in de tentoonstelling te lezen. Als het in de Tweede Wereldoorlog heeft toebehoord aan een Joodse familie moet het werk wellicht terug naar de rechtmatige eigenaar. “Tot die tijd toont Museum Jan Cunen het werk graag aan zijn publiek.”

Overconsumptie
De andere helft van de expositie gaat over de esthetiek van voedsel, maar ook hier komen allerlei aspecten aan bod en is er ruimte voor gelaagdheid en kritische noten. Er zijn veel werken te zien die zijn geïnspireerd op zeventiende-eeuwse stillevens. Zowel hyperrealistisch geschilderde voorstellingen met eigentijdse gebruiksvoorwerpen en eetgewoonten, zoals Foodscape van Tjalf Sparnaay (Haarlem 1954), als foto’s zoals die van Louise te Poele (Winterswijk 1984).

Klaus Pichler, Pineapple ‘Nana’, 2012, C-print op dibond: uit de serie One Third.

Heel bijzonder is ook de serie foto’s One Third van Klaus Pichler (Wenen 1977). Hij toont een achttal esthetische beelden van voedsel, maar wel in beschimmelde staat. Het valt niet eens direct op. De titel ‘Een derde’ slaat op het gegeven dat wereldwijd een derde van alle voedsel wordt verspild. Dit gebeurt volgens een rapport van de VN vooral in de welvarende landen, terwijl elders miljoenen mensen de hongerdood sterven.

Over het feit dat wij over het algemeen te veel eten gaat het werk van Itamar Gilboa (Tel Aviv 1973). In de installatie Food Chain Project toont hij gipsafgietsels van producten die hij in één jaar tijd heeft geconsumeerd. Onbedoeld geeft het project ook inzage in de hoeveelheid weggegooide verpakkingen. Marije Vogelsang (Enschede 1978) komt met een oplossing voor overconsumptie. Zij verdiepte zich in gedragspsychologie en realiseerde zich dat “als je meer voedsel ziet dan er werkelijk is, je sneller het gevoel hebt dat je voldaan bent.” Ze ontwierp kleurrijke stenen waar je voedsel op en omheen kunt draperen zodat je toch een ‘vol’ bord hebt.

Seksualiteit
Stephanie Sarley (Berkeley (VS) 1988) gebruikt voedsel om de vrouwelijke seksualiteit in de kunst te verbeelden. “Ik laat de vrouwelijke kant zien en verzet mij tegen het mannelijke perspectief en het concept van ‘de muze’ door het maken van archetypische vrouwbeelden. Het verwijderen van mijn foto’s van sociale media heeft mijn kunst een extra dimensie gegeven. Het is een vorm van protest geworden.”

Stephanie Sarley, Cream cup, 2017, C-print op dibond

Esther Derkx (Roermond 1968) toont een servies met erotische voorstellingen waaroverheen ze via zeefdruktechniek een tweede decoratielaag van chocola heeft aangebracht. Die kan worden afgelikt. De vraag is hoe het publiek zou reageren wanneer mannelijke kunstenaars deze kunst hadden gemaakt. Als mannen dergelijke kunst presenteren heet het ‘ongepast’, nu vrouwen ermee komen heet dat ‘geëmancipeerd’.

Nog een taboe is het fotograferen van etende mensen. Dat geldt als ongepast. Juist daarom maakte Suzanne Reitsma (Arnhem 1980) de serie Chewing van achttien kauwende mensen. De namen die ze de portretten meegaf, onthullen het voedsel dat tussen de kiezen werd vermalen.

Kunst
Deze expositie maakt duidelijk dat kunstenaars kunnen bijdragen aan de bewustwording van maatschappelijke problemen, in dit geval problemen die te maken hebben met de productie van voedsel. Het museum schrijft daarover op de eigen website: ‘Genieten van voedsel kunnen we allemaal wel, maar voedsel produceren en bereiden is iets waar de provincie Noord-Brabant in uitblinkt. Om die leidende positie te behouden en te versterken, is voortdurende innovatie noodzakelijk. Duurzaamheid en respect voor mens en dier zijn daarbij de uitgangspunten. Aan de realisatie van een toekomstbestendige voedselsector kan de kunst een waardevolle bijdrage leveren. Want alleen de kunst leert je op een ongewone manier kijken naar gewone dingen. Kunst maakt gewone dingen bijzonder, ook ons voedsel.’

Tjalf Sparnaay, Foodscape, 2014, olieverf op doek.

‘We Are Food – Over de kunst van voedsel’ is t/m 16 september 2018 te zien in Museum Jan Cunen te Oss.

www.museumjancunen.nl

 

© Brabant Cultureel 2018

 

 

Getagt als