In ‘Zwijgplicht’ onthult Theo Stokkink na honderd jaar een familiegeheim

Een roman vertelt een verzonnen verhaal. Is fictie, zegt de literaire theorie, maar hoever de roman van de feitelijke werkelijkheid af moet staan, weet niemand. Erg ver is dat meestal niet, want een schrijver die niets heeft met bloemen en planten, zal niet uitblinken in natuurbeschrijvingen. Andersom zal een schrijver die vol vragen zit over leven en dood er moeilijk aan ontkomen die thematiek aan de orde te stellen. Het verschil tussen fictie en werkelijkheid is in de romankunst niet erg interessant.

door Camiel Hamans

Theo Stokkinks ‘historische familieroman Zwijgplicht gaat terug op een waar gebeurd verhaal en zou dus, volgens het boekje, geen roman genoemd mogen worden. Die zou eerder wat de Engelsen noemen ‘faction’ zijn, een historisch verhaal gebaseerd op onomstreden feiten. Die feiten zijn in het geval van Zwijgplicht helder. Een jong Vlaams gezin slaat aan het begin van de Eerste Wereldoorlog op de vlucht voor de oprukkende Duitsers. Tijdens die vlucht bevalt de moeder van een baby. De moeder is er slecht aan toe en kan niet verder. De kinderen worden door een noodlottig toeval gescheiden van hun vader en op de boot van Antwerpen naar Rotterdam raakt de jonge baby zelfs zoek.

Adoptie
In Amsterdam organiseert een actieve en geëngageerde notaris met een comité goedwillenden de opvang van echte en vermeende Belgische wezen. De notaris heeft een kandidaat, die hoewel getrouwd, kinderloos is. Het baby’tje vindt zodoende een warm nest bij de kandidaat-notaris die net doet alsof het kind van hem en zijn vrouw is. De kandidaat, die van een zeer goede katholieke familie is, heeft nog een ander groot geheim: hij is homoseksueel en is om dit te verhullen getrouwd met een ‘dame uit het leven’.

Wat het nog erger maakt is dat de aankomend notaris op jongere jongens valt en een voorkeur heeft voor wat groezelige, anonieme seks, waardoor hij een paar maal maar net aan justitie weet te ontsnappen. Het is immers de tijd van het beruchte artikel 248bis dat drie jaar eerder als onderdeel van de nieuwe Zedelijkheidswetgeving was ingevoerd en dat homoseksueel contact met minderjarigen strafbaar stelde. Minderjarig betekende in die tijd onder de eenentwintig. Voor heteroseksueel verkeer gold de oude leeftijdsgrens van zestien jaar.

De kandidaat, eenmaal getrouwd en vader van een dochter, wil zijn oude leven achter zich laten en solliciteert op een vacante notarispost in Breda. Die weet hij te bemachtigen, maar het geluk is slechts van korte duur. Notaris Borret overlijdt snel.

Verhaallijnen
Zwijgplicht is het verhaal van Stokkinks moeder, die er pas lang na het overlijden van haar vader achter komt dat zij geadopteerd is en die, ondanks de door haar vader aan zijn vrouw en zijn familie afgedwongen zwijgplicht en ondanks de tegenzin en tegenwerking van haar latere echtgenoot, door het volhardende zoeken van haar Vlaamse zus toch in contact komt met haar echte familie en haar dan al stokoude, nog steeds treurende biologische vader.

Deze ‘Vatersuche’ – hoewel beter ‘Tochter-‘of ‘Schwestersuche’ – is één van de twee feitelijke lijnen van het verhaal dat Stokkink in de roman vertelt. Het andere is die van het verborgen leven van de homoseksueel in de eerste helft van de twintigste eeuw. En ook op deze kant van het verhaal is de titel Zwijgplicht volledig van toepassing.

Theo Stokkink.

Ingeleefd
Stokkink (1941) is befaamd in Nederland en daarbuiten als radio- en televisiemaker en voor velen een grote naam uit de vroege Hilversum3-tijd, waar hij een van de populairste disc jockeys was. Voor zijn boek heeft hij zich volstrekt ingeleefd in de problemen van de één miljoen Belgische vluchtelingen die Nederland overstroomden aan het begin van de Eerste Wereldoorlog. Hij beschrijft die met veel meegevoel.

Waar het gaat over art. 248bis is zijn toon echter feller en directer. Met een deskundigheid die een uitgebreide research verraadt, vertelt hij hoe in 1911 de Limburgse, katholieke minister van justitie Robert Regout volstrekt onverwacht, ineens een nieuw artikel in het wetboek van strafrecht wist te smokkelen. Door dit artikel werd homoseksualiteit anders benaderd dan heteroseksueel geslachtsverkeer, omdat, zoals Regout zelf in de Memorie van Toelichting stelde ‘juist de meerderjarige wellusteling bij voorkeur zijne slachtoffers zoekt in aankomende jongelingen die nog onervaren genoeg zijn, om zijne slechte bedoelingen niet aanstonds te doorgronden.’ De angst en ellende die de hieruit voortvloeiende homojacht veroorzaakt heeft, wordt in Zwijgplicht navoelbaar.

In een tijd waarin het vluchtelingenprobleem weer opspeelt, zij het in veel geringer mate en aantal dan in 1914-’15, en in een tijd waarin de acceptatie van homoseksualiteit opnieuw ter discussie lijkt, is Zwijgplicht niet alleen een goed geschreven familieroman, maar tegelijk een welsprekend pleidooi voor tolerantie. Daarmee is dit boek een actuele ‘Tendenzroman’; bij uitstek een genre dat een verhaal vereist dat niet uit fictie bestaat, maar op feiten teruggaat. Zo’n roman stelt maatschappelijke misstanden aan de kaak en probeert de lezer er met literaire middelen van te overtuigen eventuele vooroordelen te herzien. Het is een boek dat meer is dan een verzonnen verhaaltje en dat de werkelijkheid wil veranderen. Stokkinks nieuwste boek Zwijgplicht voldoet voor de volle honderd procent aan de eisen die het genre stelt: Zwijgplicht spreekt zich uit.

Theo Stokkink, Zwijgplicht. Haarlem: In de Knipscheer 2017, 444 pp.,
ISBN 978-90-6265-980-7, pb., € 24,50

www.indeknipscheer.com

www.theostokkink.nl

 

© Brabant Cultureel 2018

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.