Experimenten van Van Gogh in Eindhoven met reproductietechnieken

Het Nederlands Steendrukmuseum in Valkenswaard bracht eind 2016 een boekje uit met als titel ‘De Eindhovense kennissen van Vincent van Gogh. De drukker, de lithograaf, de fotograaf en de schilder’. De uitgave is samengesteld door Jack van Hoek, die zich al jarenlang verdiept in het leven van Van Gogh. Vooral in de Nuenense periode van de schilder.

door Irma van Bommel

Wat te denken van een boek met de titel De Eindhovense kennissen van Vincent van Gogh? Het zou wat, de kennissen van Van Gogh. En natuurlijk gaat het ook weer over de vrouwen in zijn leven. Waar de titel wat weerstand oproept, wekt de ondertitel juist de belangstelling: De drukker, de lithograaf, de fotograaf en de schilder. In Eindhoven maakte Van Gogh immers een steendruk, oftewel een litho, en wel van zijn eerste meesterwerk, De Aardappeleters. Daar besteedde het Nederlands Steendrukmuseum in het Van Goghjaar 2015 aandacht aan met een interessante expositie. Dat Van Gogh in Eindhoven contact had met een drukker, een lithograaf en enkele schilders wisten we dus al. Maar dat hij ook contact had met een fotograaf is tot nu toe onderbelicht gebleven.

Lithografie van De Aardappeleters – 1885. Collectie Van Gogh Museum Amsterdam

Gedegen
Jack van Hoek (1943) verrichtte gedurende vijfendertig jaar gedegen onderzoek naar de personen met wie Van Gogh in contact was gekomen in de korte periode dat hij in Nuenen bij zijn ouders woonde (december 1883 tot november 1885). Van zijn hand verschenen daarover ook eerder al publicaties.

Het nieuwe boek begint in het hoofdstuk ‘De drukker’ met een uiteenzetting over Jan Baart die in 1875 in Eindhoven een drukkerij begon en in 1880 een compagnonschap aanging met Dirk Gestel. Deze Dirk Gestel begon in 1883 voor zichzelf, terwijl ook Jan Baart zijn drukkerij voortzette. De tekst in het hoofdstuk zit vol archiefgegevens over adressen, bedrijfsnamen, persoonsgegevens, leerlingen en wie bij wie inwoonde. Kortom, informatie die normaliter als naslagwerk achterin een boek hoort.

En passant lezen we dan dat Dirk Gestel de broer was van Dimmen Gestel, de schilder met wie Van Gogh regelmatig uit schilderen ging. En dat ene (jonge) Klaas Verlaan ging inwonen bij de familie Gestel. Tussen neus en lippen door wordt gezegd dat Jan Baart ging samenwerken met een fotograaf. Achter zijn woonhuis werd een fotostudio gevestigd van Willem August Blankenburg. Later bleek ook fotograaf Pieter van Bemmel daar werkzaam.

Al deze gegevens hebben zeker een doel: ze laten zien wie contact had met wie en hoe Van Gogh in Eindhoven in deze kring terecht kwam. Ook is het interessant om uit de archiefgegevens op te maken dat ondernemende mensen vaak verhuisden om hun geluk elders te beproeven en dat nieuwe bedrijfjes weleens werden opgezet in de achtertuin van reeds gevestigde ondernemers. Maar het is jammer dat de auteur met deze opsomming van gegevens geen vlot lopend verhaal heeft gemaakt met een kop en een staart.

Foto gemaakt door P.H. van Bemmel te Eindhoven van De Zaaier van Vincent van Gogh-1884. Collectie Van Gogh Museum Amsterdam

Zondag-achtermiddag
In de volgende hoofdstukken wordt de tekst wel verhalender. In ‘De lithograaf’ gaat het over Klaas Verlaan die bij drukkerij Van Gestel werkte toen Van Gogh daar zijn litho van de Aardappeleters vervaardigde. Bij het noemen van die naam krijg je een déjà vu-gevoel en blijkt het ineens handig dat je de naam eerder bent tegengekomen. Het zou Verlaan zijn geweest die Van Gogh zo goed en zo kwaad als het ging adviseerde bij het tekenen op de lithografische steen. Dimmen Gestel schreef in 1930 in het Eindhovens Dagblad over zijn eerste bezoek aan Van Gogh in Nuenen in 1884: “… en zoo ging ik op een Zondag-achtermiddag met mijn broeder en onzen lithograaf op stap naar Nuenen.” Die lithograaf zou Klaas Verlaan zijn geweest, die van maart 1884 tot september 1885 in dienst was bij Gestel & Zoon.

In april 1885 wilde Van Gogh bij Van Gestel & Zoon een litho laten maken van zijn schilderij De Aardappeleters. Hij had daartoe wat tekeningen meegenomen. Volgens Lourens van Monsjou, kleinzoon van Klaas Verlaan, was hij eigenwijs en luisterde hij nauwelijks naar de adviezen van Dirk Gestel en Klaas Verlaan. Uiteindelijk ging Van Gogh zelf de tekening aanbrengen op de geprepareerde steen. De drukkers oordeelden dat de steen veel te donker was ingetekend, maar uiteindelijk viel het resultaat van de drukken niet tegen. Verlaan schreef aan het eind van zijn werkzame leven zijn memoires. ‘Het is zeer opmerkelijk dat hij Vincent van Gogh, die in 1942 toch al wereldberoemd is, nergens in zijn memoires noemt’, aldus Van Hoek. We hebben als bron dus alleen de beschikking over de informatie die Van Monsjou mondeling doorgaf aan Van Hoek.

Foto gemaakt door door P.H. van Bemmel te Eindhoven van De Spinster van Vincent van Gogh-1884. Collectie Van Gogh Museum Amsterdam

Fotograaf
Na het hoofdstuk over ‘De lithograaf’ volgt een hoofdstuk over ‘De fotograaf’. Fotograaf Pieter van Bemmel (ook die naam kwamen we eerder tegen) maakte in september 1884 in opdracht van Van Gogh foto’s van enkele van zijn schilderijen. Van Gogh wilde deze foto’s gebruiken om zijn werk onder de aandacht te brengen van geïllustreerde tijdschriften. Een zestal schilderijen liet hij fotograferen, van een spinster, een zaaier, een wever voor het getouw, een wever achter het getouw, een ploegende boer met boerin en een herder met schapen. (Overigens zijn niet al deze schilderijen bewaard gebleven.) Maar de kwaliteit van de foto’s viel hem tegen. Het kleine formaat (carte-de-visite oftewel visitekaartformaat) zal daar zeker debet aan zijn geweest.

Van Gogh schreef 30 september 1884 in een brief aan zijn broer Theo: ‘Hierbij stuur ik U twee Photographies – ge krijgt er ook nog later twee van wevers. Ik was voornemens 12 photographies te laten nemen, eene serie brabantsche voorstellingen waaronder ook de 6 welke ik voor Hermans maak. Ik was voornemens die aan eenige illustraties te zenden om te zien werk te krijgen of althans bekend te worden. Maar ik zie er van af daar de photograaf slechts epreuves geeft die zonder, of althans veel te weinig het eigenlijke clair obscur terug geven, dan veel en slecht retoucheert, en toch nog dikwijls donker laat wat op het schilderij licht is en omgekeerd’ (brief nr. 463. http://vangoghletters.org/vg/letters/let463/letter.html). Uit brief nr. 467 (25 oktober 1884) blijkt dat Van Gogh ook grotere foto’s heeft gestuurd. Deze zijn niet bewaard gebleven.

Maar chronologisch was het dus andersom: Van Gogh ging eerst aan de slag met foto’s om zijn werk te verspreiden. Toen het resultaat daarvan tegenviel – en kennelijk viel ook het resultaat van het grotere formaat foto’s tegen – ging hij aan de slag met de veel omslachtiger reproductietechniek van de lithografie.

Vreemd is dat Van Gogh wel de fotografie als reproductiemethode gebruikte, maar dat er geen fotografische portretten van hem bewaard zijn gebleven, een enkel jeugdportret daargelaten. Het is dus niet duidelijk of Van Gogh zich ooit heeft laten portretteren. Van zijn familieleden zijn wel portretfoto’s bewaard gebleven.

Het laatste hoofdstuk De Eindhovense kennissen van Van Gogh gaat vooral over de (amateur)schilders waar Van Gogh contact mee had in Eindhoven en die hij les gaf. Het boek is een gedegen naslagwerk en bevat veel interessante informatie, ook interessant beeldmateriaal. Maar Van Hoek had zich best mogen concentreren op de twee reproductiemethoden waar Van Gogh mee experimenteerde in de periode dat hij in Nuenen woonde: de fotografie en de lithografie, in die volgorde.

Jack van Hoek, De Eindhovense kennissen van Vincent van Gogh. De drukker, de lithograaf, de fotograaf en de schilder, Valkenswaard: Nederlands Steendrukmuseum 2016. 64 pp., ISBN 978-94-92172-12-9, pb., € 10,00.

www.steendrukmuseum.nl

 

 

© Brabant Cultureel – 2017