Groot orgel van Bossche Sint-Jan is ook een lust voor het oog

Muziekinstrumenten zijn ook mooi om naar te kijken. Dat geldt helemaal voor het 29 meter hoge hoofdorgel van de Sint-Jan dat een feest van renaissance beeldhouwkunst herbergt. Veel daarvan is vanuit de kerk nauwelijks te zien. Daarom is het goed dat dit nu in groot detail fotografisch is vastgelegd in een boek dat ook de geschiedenis van dit orgel beschrijft.

door Lauran Toorians

In Henry Purcells bekende Ode aan Sint Cecilia, op een tekst van Nicolas Brady, is het orgel een ‘verwonderlijke machine’, een nobel instrument dat met zijn klanken de muziek van de hemel nabij komt. Niet voor niets heet het orgel ook wel de koningin der instrumenten. Juist door het machineachtige karakter van het orgel vergeten we wel eens dat dit een erg oud instrument is. De Romeinen kenden al orgels en ook in de middeleeuwen was het orgel niet onbekend. Uiteraard steeds ‘aangedreven’ door blaasbalgen die door menskracht werden bewogen.

Geen instrument is zo bij machte om een grote ruimte totaal te vullen met muziek als het orgel en ik zal nooit vergeten hoe ik – decennia geleden alweer – als achteloos bezoeker de Sint-Jan in ’s-Hertogenbosch binnenliep juist op het moment dat de organist de bekende Toccata en Fuga in D-klein van Johann Sebastian Bach inzette. Het was niet alleen hoorbaar, maar ook voelbaar hoe een golf van geluid door de kerk rolde en het gebouw tot in de kleinste hoeken aanraakte. Het was een blijvend cadeau van het instrument dat alle andere muziekinstrumenten aan zich onderwerpt.

Ereplaats
Onder de orgels in Nederland – toch bij uitstek een orgelland – neemt het grote orgel van de Sint-Jan een ereplaats in. Dit laatmiddeleeuwse orgel overleefde de Beeldenstorm van 1566, maar ging alsnog verloren bij de grote brand die de kerk trof in 1584. In de zomer van dat jaar sloeg de bliksem in in de bijna honderd meter hoge vieringtoren die vervolgens brandend in de kerk stortte en grote schade toebracht aan gebouw en interieur.

Die toren werd nooit meer herbouwd en op de viering kwam de koepel die we nu nog kennen. Wel werd in 1616 besloten tot de bouw van een groot nieuw orgel, het huidige groot orgel dat in het schip de hele westwand van de kerk boven de hoofdentree in beslag neemt. Ondertussen kwam er ook het kleinere koororgel dat is gebouwd door Jan van Weert.

Als orgelbouwer werd Floris Hoque (II) aangezocht, afkomstig uit Grave. Hij nam de opdracht aan in 1618. François Symons, die ook al de kast voor het koororgel bouwde, had al een jaar eerder ook een contract gekregen voor het grote orgel. Hij bouwde eerst de noodzakelijke orgelgalerij en kocht het benodigde hout in. In Venlo werd de beeldhouwer gevonden die het beeldhouwwerk voor de orgelkast moest maken. Dat was de oorspronkelijk uit Tirol afkomstige Georg Schysler.

Het werk werd voortvarend aangepakt, want in 1620 was de orgelkast gereed en in 1622 liet Hoque weten dat ook het orgel zelf klaar was. Dat ging echter niet helemaal zonder slag of stoot. In 1626 vroeg Hoque om keuring van het orgel en pas in 1629 – de kerk was inmiddels overgenomen door de gereformeerden – vond het eerste concert plaats. Weer een jaar later moest er al worden gerepareerd, wat door Hoque’s meesterknecht Hans Goltfuss ter hand werd genomen. Floris Hoque zelf was inmiddels overleden. De reparaties werden afgekeurd en moesten over. Pas in 1634 volgde een nieuw concert en goedkeuring van het orgel.

Satans fluitenkast
Het orgel kwam er op een scharniermoment in de geschiedenis van ’s-Hertogenbosch en van de Sint-Jan. In september 1629 viel de stad in handen van Fredrik Hendrik en werd met harde hand de reformatie doorgevoerd. Al op 19 september vond in de Sint-Jan de eerste gereformeerde dienst plaats. Daarbij werd het orgel wel bespeeld, maar datgene waarvoor het was gebouwd, had inmiddels afgedaan.

In de katholieke liturgie speelde het orgel toen weliswaar een andere rol dan nu – er was bijvoorbeeld nauwelijks volkszang en er waren vaak missen op meerdere altaren tegelijkertijd – maar het orgel had in die praktijk wel een rol als solo-instrument. In de Lutherse eredienst bleef een vergelijkbare functie bestaan, daarvan getuigt onder meer het rijke orgelwerk van Bach. Voor Calvinisten gold het orgel echter niet alleen als ‘paaps’, maar ook als een werktuig van de duivel: ‘satans fluytenkast’.

De kerk was echter ook een openbare wandelplaats en het orgel bleef in gebruik. Deels nog tijdens diensten om psalmen te begeleiden, maar ’s avonds mocht de organist een uur spelen tot vermaak van de kerkbezoekers, zo lang het maar geen dartele of lichtzinnige melodietjes waren.

Eind zeventiende eeuw nam de waardering dan weer toe en vanaf toen werden er ook weer serieuze concerten gegeven die alom bewondering wekten. Weer een eeuw later was het orgel na enkele onderhoudsbeurten ‘op’ en toe aan een grote herstelbeurt. Dat werd uiteindelijk grotendeels nieuwbouw waarbij de monumentale orgelkast werd gerepareerd en het orgel zelf feitelijk in 1785-1786 werd vervangen.

Ook hierna wordt nog vaak aan het orgel gesleuteld, en met het orgel gesukkeld. De laatste grote restauratie is die door Flentrop Orgelbouw uit Zaandam, tussen 1982 en 1984. De eerste reacties op het resultaat hiervan waren erg gemengd, maar inmiddels zijn we aan de klank van het groot orgel gewend en heerst er consensus dat dit een belangrijk orgel is. En ook wie niet van orgelmuziek houdt – er zijn liefhebbers en haters – is dit beslist een orgel dat het bekijken meer dan waard is.

Hoffotograaf
Dit verhaal van de bouw van orgel en orgelkast wordt door Wies van Leeuwen uitvoerig beschreven in een nieuw boek over het orgel van de Sint-Jan. Dat boek bestaat voor meer dan de helft uit prachtige foto’s (veelal detailfoto’s) die Marc Bolsius – inmiddels hoffotograaf van de kathedrale kerk – met behulp van een hoogwerker heeft gemaakt. Details die een gewone kerkbezoeker nooit te zien krijgt, zijn hiermee zichtbaar gemaakt en ‘voor de eeuwigheid’ vastgelegd.

 

Mocht er ooit weer een kerkbrand plaatsvinden dan kan het nageslacht altijd nog in detail weten wat er aan moois verloren is gegaan. Dat deze voorzorg reëel is, mag blijken uit de fraai gebeeldhouwde koorbanken van Oirschot die we alleen nog kennen dankzij het werk van de fotografen Hans Sibbelee en Martien Coppens.

De stijl van het beeldhouwwerk aan het orgel is duidelijk renaissance met een aanzet richting barok. Het werk is duidelijk als één geheel ontworpen en sluit aan bij andere monumentale orgels uit dezelfde periode, zoals die in de Dom van Keulen en in de kerk van Enkhuizen. Er zijn overal verwijzingen naar (verhalen uit) de Klassieke Oudheid en het Oude en Nieuwe Testament en door de gebeeldhouwde figuren wordt volop gemusiceerd.

Het boek sluit af met enkele lijstjes en een bibliografie en uiteraard wordt ook, zij het summier, de dispositie (het geheel van registers; de klanken die het orgel kan voortbrengen) gegeven, zowel die van 1718 als de huidige.

Wies van Leeuwen (tekst), Frans Sluijter (onderzoek) & Marc Bolsius (foto’s), Het groot orgel van de Sint-Janskathedraal. De Nachtwacht van ’s-Hertogenbosch. Zwolle: WBooks 2016, 128 pp., ISBN 978-94-625-8163-0, hb., € 19,95.

www.wbooks.com

Luisteren: Ton Koopman met de Prelude en Fuga in C-groot, BWV 547

 

© Brabant Cultureel – december 2016