Van Oost-Brabant naar Wisconsin en terug

In 2010 trof Ton Verstegen een ver familielid uit Amerika. Die kennismaking inspireerde hem tot een speurtocht naar emigranten die in 1848 uit de omgeving van Uden naar Wisconsin trokken, hun ervaringen en die van de Menominee-indianen die voor hen het veld moesten ruimen, en het wedervaren van de thuisblijvers. Het resultaat is een mooi, persoonlijk verslag.

door Lauran Toorians

Theodorus Johannes van den Broek (1783-1851) was een geboren Amsterdammer, maar zijn grootouders van vaderskant kwamen uit Uden en via hen had hij goede contacten in die Oost-Brabantse omgeving. Zijn ouders hadden geld en Van den Broek kreeg een uitstekende opleiding. In 1817 trad hij in bij de dominicanen en in 1832 reisde hij met zeven anderen als missionaris naar Noord-Amerika. Na wat omzwervingen kwam hij in de zomer van 1834 terecht in Green Bay in Wisconsin (dat toen nog Michigan heette en als staat nog niet bestond).

bc201604-lauran_toorians-boek_rogge_en_wilde_rijst-woonhuis

Het woonhuis van Arnold en Ardina Verstegen in Little Chute. Foto uit besproken boek

Lower Fox

Vanuit Green Bay stortte Van den Broek zich met redelijk succes op de missionering onder de Menominee indianen in het gebied van de Lower Fox River. Hier was al eerder gemissioneerd en er liep een project om de rivier beter bevaarbaar te maken en behalve de mogelijkheid om zieltjes te winnen, rook Van den Broek ook een kans als projectontwikkelaar. Hij kocht land in de hoop dit later, als het gebied beter was ontsloten, met winst te kunnen verkopen. Om Nederlandse, katholieke kolonisten te werven, schreef hij vanaf 1843 met enige regelmaat enthousiasmerende stukken voor De Tijd.

bc201604-lauran_toorians-boek_rogge_en_wilde_rijst-powhow

Oneida-vrouwen op een Pow Wow in Green Bay. De Oneida werden uit New York gedeporteerd naar Wisconsin. Hun reservaat grenst aan dat van de Menominee. Foto uit besproken boek

In 1847 reisde Van den Broek terug naar Nederland om de nalatenschap van zijn overleden ouders te regelen. Dat pakte slecht uit en hij was nagenoeg bankroet. Hij zat echter niet bij de pakken neer, maar ging nu extra hard werven en uiteindelijk slaagde hij erin ongeveer negenhonderd mensen zo ver te krijgen dat zij in 1848 met hem in drie schepen naar Amerika vertrokken om zich – althans de meeste van hen – als zijn parochianen te vestigen aan de Lower Fox River. De kolonisten betaalden niet alleen hun eigen reis, maar ook die van Van den Broek. Een groot deel van deze landverhuizers was afkomstig uit dorpen in de Peelhorst, Uden, Zeeland, Volkel en Boekel. Niet heel vreemd, want de boeren waren hier arm en er bestond al een lange traditie van seizoensarbeid, voor de mannen als boerenknecht, polderwerker of veenwerker in Drenthe en voor de vrouwen als dienster, wasvrouw en dergelijke meer in de grote steden.

Boerenzoon

bc201604-lauran_toorians-boek_rogge_en_wilde_rijst-rietveld.

Medewerker van de houtzaagmolen in het Menominee reservaat. De stoel maakte hij zelf. Foto uit besproken boek

Rogge en wilde rijst is geen geschiedenisboek, al worden er veel historische gebeurtenissen in beschreven. Verstegen doet vooral verslag van zijn eigen zoektocht naar wat er in de afgelopen anderhalve eeuw gebeurde in Wisconsin en in de Peelhorst en Maashorst. Dat doet hij meeslepend. Het boek leest als een trein en is bovendien erg informatief op allerlei terreinen die voor veel lezers toch ver van het bed zullen zijn.

In 2010 bracht een groep nazaten van deze landverhuizers een bezoek aan Oost-Brabant en daarbij ontmoette Ton Verstegen zijn (achter)naamgenoot en ver familielid Dan Verstegen. De nieuwsgierigheid die hiermee werd gewekt, leidde tot een tegenbezoek in Wisconsin, een speurtocht en uiteindelijk tot een mooi boek. Ton Verstegen (1944) is een boerenzoon uit het buurtschap Voederheil bij Zeeland. Hij studeerde agrarische sociologie in Wageningen en kwam uiteindelijk terecht in de sfeer van architectuur en stedenbouw waarin hij zowel als docent als ook als publicist werkzaam was.

bc201604-lauran_toorians-boek_rogge_en_wilde_rijst-Biljartstal.

Modernisering in Oost-Brabant: een deel van de koestal verbouwd tot biljartkamer. Foto uit besproken boek

Verstegen beschrijft in twee delen (‘Lower Fox River’ en ‘Oost-Brabant’) drie geschiedenissen: die van de landverhuizers, van de Menominee en die van de boeren in Oost-Brabant. En ondanks dat ik het boek met veel plezier heb gelezen, liet mij dat ook achter met een licht ontevreden gevoel. De drie geschiedenissen zijn in hun benadering namelijk niet met elkaar in evenwicht en ondanks de raakvlakken die Verstegen uiteraard ook benoemt en beschrijft – die vormen immers de aanleiding voor het boek – blijven het toch verhalen van drie parallelle werelden. Misschien zijn het dat ook wel, maar het probleem lijkt mij ook in de aanpak te zitten. Noodgedwongen, lijkt me, dus dit is geen verwijt. Wel een constatering.

Blanke

Waar hij schrijft over de missie van Van den Broek en de kolonisatie van het Lower Fox bekken baseert Verstegen zich vooral op historische bronnen, publicaties van (lokale) historici uit Wisconsin en over de Noordbrabantse landverhuizers. Hij benadert die vooral als socioloog en daar is niks mis mee, al vermoed ik dat hij de speculant Van den Broek nog teveel het voordeel van de twijfel gunt. Ook de Menominee benadert hij vooral als historicus en socioloog (antropoloog) en wat hij daarover schrijft is beslist het lezen waard. Toch betrapt hij er ook zichzelf op een gegeven moment op weer die blanke te zijn die wel eens zal zeggen hoe het zit. De geschiedenis van Amerika’s inheemse bevolking is complex en het is vrijwel onmogelijk die anders te zien dan door blanke (‘Europese’) ogen. Dat dit een gebrek aan respect impliceert, valt zwaar onder ogen te zien, maar is een gegeven. Wat we hiermee meteen al missen, is de kijk van de Menominee zelf op de invasie in hun land. De geschiedschrijving blijft eenzijdig.

Het deel over Oost-Brabant is veel meer autobiografisch. Hier kan Verstegen terugvallen op eigen herinneringen, familieverhalen en zijn kennis als agrarisch socioloog. Dat geeft een inkijk in ruim een eeuw Voederheil zoals ik die ook graag uit een indianenreservaat in Noord-Amerika zou lezen (zulke inkijkjes bestaan, maar ze zijn zeldzaam). Opnieuw: geen verwijt, maar een constatering. Verstegen gaat vervolgens een stap verder en schetst een uitweg uit de maïs en mest die Oost-Brabant nu zo verstikken, een pleidooi voor landbouwhervorming zoals die wordt voorgesteld door Jan Douwe van der Ploeg, hoogleraar rurale sociologie in Wageningen. Voor de Verstegen wordt daarmee uiteraard de cirkel mooi rond. Hij is weer de boerenzoon die terugkeert naar Wageningen, waar nu andere idealen klinken dan in zijn studententijd.

Conclusie: Mooi en informatief boek dat leest als een roman en dat volop stof tot nadenken geeft. Meer kan een lezer zich niet wensen.

Ton Verstegen, Rogge en wilde rijst. Van Voederheil naar Fox River en terug (1850-2016). Enschede / Doetinchem: AFdH Uitgevers 2016, 272 pp., ISBN 978-90-72603-52-4, pb., € 24,50.

www.afdh.nl

© Brabant Cultureel – augustus 2016