Septet VLEK is van de anarcho-democratische aanpak

Zelf noemen de zeven musici hun band anarcho-democratisch. Omdat ze geen leider kennen en die ook niet nodig hebben. “Wat wij doen is wat wij leuk vinden. Er is van tevoren geen planning, we weten nooit wat nieuwe stukken zijn, we kennen weinig tot geen organisatie.” In eigentijdse geïmproviseerde muziek komt deze werkwijze wel vaker voor, maar bij VLEK, want daar gaan wij het over hebben, is vrijheid blijheid. Het betekent dat ze doen waar ze zin in hebben. Waar de zeven Brabantse musici wel op letten is dat de composities degelijk en avontuurlijk zijn. En dat ze elkaar blijven uitdagen op het podium.

door Rinus van der Heijden

Jacq Palinckx

Jack Palinckx. Foto Gemma van der Heyden

VLEK. Met hoofdletters. Of dat een speciale betekenis heeft? Jacq Palinckx, gitarist in deze wonderlijke formatie, lacht erom: “Die hoofdletters? Gewoon, om de aandacht te trekken.” Al sinds 2009 opereren de zeven Brabantse musici in groepsverband. Het publiek kent hen, is weg van hen. Maar de concertorganisatoren en programmeurs, die mogen nog wel wat vaker over de brug komen. Hoewel daar met geen woord over wordt geklaagd, want de vreugde van het spelen staat voorop. Zo’n tien concerten per jaar schraapt het ensemble bij elkaar. Aan het begin van elk jaar kennen de musici een flinke repetitieperiode. In het voorjaar gaat de groep daarmee de podia op, in het najaar doen ze het nog eens dunnetjes over. Ze zijn er tevreden mee. “Meer concerten zou mooi zijn”, zegt Jacq Palinckx. “We hebben een beetje pech omdat we met zeven man zijn, we zijn daarmee aan de dure kant. Dat beperkt de mogelijkheden om meer op te treden.”

Bert Palinckx

Bert Palinckx. Foto Gemma van der Heyden

VLEK is bij toeval ontstaan. Contrabassist Bert Palinckx kreeg in 2009 van muziekpodium Paradox in Tilburg het verzoek op te treden als sessieleider. Hij zocht mensen bij elkaar van wie hij wist dat het zou klikken. De keuze in de regio Brabant is ruim en daaruit werden geselecteerd trompettist Jeroen Doomernik, rietblazer Edward Capel, trombonist Hans Sparla, toetsenist Bart van Dongen, gitarist Jacq Palinckx, contrabassist Bert Palinckx en slagwerker Pascal Vermeer. Zij speelden tijdens twee sessies twee sets. “Dat was het begin van VLEK”, lacht Jacq Palinckx. “We heetten toen nog niet zo. Toen Tilburg 200 werd gevierd werden we gevraagd voor een concert. Dat was ons tweede optreden en vanaf toen noemden we ons VLEK.”

Edward Capel

Edward Capel. Foto Gemma van der Heyden

Vriendenclub
De naam is afgeleid van het idee dat de groep zich zou kunnen uitbreiden. Als een vlek zogezegd. Het septet verzorgde in eerste instantie als een vriendenclub kleinschalige concerten. Paradox bood onmiddellijk oefenruimte aan, alsmede met regelmaat optredens. “We werden een soort huisband”, zegt Jacq Palinckx. “We hadden geen nadrukkelijk plan, we gingen ons gaandeweg ontwikkelen. Het eerste jaar speelden we met twee gitaristen. Maar toen Aron Raams het aanbod kreeg gitarist te worden in de begeleidingsband van Paul de Leeuw bleef ik alleen over. Dat was goed voor het evenwicht en dus lieten we het zo. We werken liever niet met invallers. Als iemand eens niet kan, dan doen we het met zijn zessen. We zijn wel van plan met gasten te gaan werken. Pasgeleden nog met de Tilburgse stadsdichter Martin Beversluis, dat was een erg geslaagde ontmoeting.”

Zeven musici, zeven geesten, daar is geen leider bij nodig? “Nee, we zijn anarcho-democraten. Er zijn natuurlijk wel taakverdelingen. Jeroen (Doomernik) is bijvoorbeeld hoofd concertorganisatie. De taakverdelingen wisselen soms ook wel. Behalve Hans Sparla schrijft ieder bandlid voor VLEK. Deze werkwijze bevalt ons goed. Als iemand met een idee komt, pakken we dat aan. Er zijn daarbij stukken die klaar zijn en waar we niets meer aan doen. Andere zijn helemaal open en ontwikkelen tijdens concerten. Er zijn ook composities die in eerste instantie niet zo geschikt zijn, maar die ‘vervlekken’ we. We pakken ze met ons zevenen aan tijdens repetities. En dan worden het vaak de leukste stukken. Alhoewel repetities nogal eens chaotisch kunnen zijn, proberen we zaken daar daadwerkelijk uit. We zijn daar dus zeker niet alleen maar nootjes aan het instuderen.”

Jeroen Doomernik

Jeroen Doomernik. Foto Gemma van der Heyden

“Als iemand een idee heeft voor een nieuw werk sturen we een mailtje rond: ‘jongens, hier is mogelijk een nieuw nummer’. We mailen de noten door, iedereen bereidt zich voor en dan gaan we de materie aanpakken. Iedere componist heeft andere ideeën. Bij het nummer Whammy ontstond het plan er een lang stuk van te maken. En dan komt Edward Capel met een heel kort stuk om er tegenover te plaatsen. Jeroen zag een bericht met het gerucht dat astronauten muziek hadden gehoord aan de achterkant van de maan. Dat bracht hem op het idee voor filmische muziek met welluidende blazers en waarin de gitaar en synthesizer het science-fictiongehalte verhogen. Daarmee bleek heel VLEK iets te kunnen”.

Bart van Dongen

Bart van Dongen. Foto Gemma van der Heyden

Concept
En het concept, hoe zit het daarmee? De groep zegt van zichzelf dat zij zich beweegt op het vlak van geïmproviseeerde muziek, jazz en rockmuziek. “Het concept is niet vooraf bepaald, maar komt rechtstreeks voort uit de samenstelling van de groep”, legt Jacq Palinckx uit. “Wat we doen is wat wij leuk vinden, waar wij van houden. En dat komt tot uiting op het podium. Je zou misschien denken dat dat vooral vrije improvisatie is, maar niets is minder waar: er is veel ruimte voor ‘groove’. We kwamen er al snel achter dat we ons allemaal erg aangetrokken voelen door hypnotiserende voortstuwende muziek. Dat krijgt dan zijn weerslag in onze muziek. Doordat onze stukken nogal verschillen kunnen we het publiek zeer gevarieerde concerten bieden. De setlijst geeft de grote lijn aan. De echte muzikale structuur ontstaat pas als wij op het podium staan. Het is dan altijd mogelijk dat we in een vrije improvisatie een ‘groove’ ontwikkelen en een vierkwartsmaat kan een zeer vrije aanpak krijgen. Het ontstaat allemaal vanzelf.”

Hans Sparla

Hans Sparla. Foto Gemma van der Heyden

Is er daarbij een bepaalde verhouding tussen gecomponeerde- en geïmproviseerde muziek? “Elke compositie kent zijn eigen wetten. In sommige streven we ernaar helder te spelen. We weten dan bijvoorbeeld dat na het thema een collectieve improvisatie volgt en er nadien een trompetsolo komt. Maar het kan ook zo zijn dat we niet weten hoe een stuk begint of wie de solist zal zijn. Dit alles hebben we nodig, omdat van de ene kant een optreden als los zand aan elkaar kan hangen en van de andere kant de muziek voorspelbaar kan worden.” De stukken zijn niet altijd nieuw, soms wordt ouder werk onder handen genomen. Zo was Tijd voor een appelflap van Edward niet oorspronkelijk voor VLEK geschreven. “In de beginperiode bewerkte ik nog wel eens oud werk van Palinckx (een roemruchte groep uit het Nederlandse improvisatiemilieu, red). Maar daarmee ben ik gestopt, het voelde als oude koeien uit de sloot halen. Toevallig schreef ik enkele jaren geleden een nummer voor een andere groep. Daar werkte het stuk niet. Waarop ik dacht: het zijn wel heel mooie noten. Bij VLEK werd het Vlekje en de geheimzinnige ster. En omgekeerd werkt het ook. Dan is er een stuk voor VLEK geschreven dat uiteindelijk bij een andere groep terecht komt.”

Pascal Vermeer

Pascal Vermeer. Foto Gemma van der Heyden

Derde cd
VLEK heeft twee cd’s uitgebracht: Speck en Smoking Gun. Een derde zit in de pijplijn. Tijdens concerten wordt nieuw materiaal ervoor uitgeprobeerd. “Stukken moeten doorleefd zijn, maar ze moeten ook weer niet te gemakkelijk gaan, anders krijg je standaardversies. Onze muziek moet degelijk en avontuurlijk zijn. Het laatste optreden is nog altijd het leukste. De kracht van VLEK is dat we elkaar blijven uitdagen op het podium. Ik kijk nog steeds uit naar concerten. Daar zit altijd een grote mate van ‘heel anders’ in. We hebben geen enkele reden om wat we gisteren deden, weer te doen. Hoe we dat dan telkens flikken? Door een nieuw deel aan een stuk toe te voegen, of het een compleet nieuwe wending te geven.”

www.vlekmusic.nl

© Brabant Cultureel – augustus 2016