Quilt Art viert dertigjarig bestaan met expo’s en boek in Veldhoven

In 2015 bestond Quilt Art, een internationale quiltgroep, dertig jaar. De groep viert dit met een boek en twee tentoonstellingen, ‘Dialogues’ en ‘Small Talk’. ‘Small Talk’, de kleinere tentoonstelling, is tot 20 mei 2016 te zien in galerie De Kunstpraktijk in Veldhoven. In die plaats werden tot 2015 achttien jaar lang de Open European Quilt Championships gehouden. Vorig jaar verhuisden die naar Maastricht.

door Muriel Boll

Bij quilten denk je al gauw aan een kring vrouwen rond een enorme tafel met daarop een lap stof die de vrouwen gezamenlijk bewerken met lapjes en borduursels. Vergeet dat beeld, Quilt Art wil iets heel anders dan doorgestikte patchwork dekens, hoe mooi die ook kunnen zijn. Het werk van Quilt Art is veel vrijer, in vorm en in materiaalkeuze.

Kunstvorm
Rond 1970 ontstond er een soort ‘quilt revival’ in Amerika, ineens was iedereen aan het ‘quilten’. Dit leidde ertoe dat quilts hun entree in de kunstwereld maakten: in 1971 hingen ze op de tentoonstelling Abstract Design in American Quilts in het Whitney Museum of American Art in New York. De bedoeling was quilts als een zelfstandige kunstvorm te zien. Deze tentoonstelling reisde enkele jaren later door naar Engeland en inspireerde daar een aantal vooraanstaande quiltkunstenaars, die allen een achtergrond hadden in de mode of de kunst.

Door het quilten merkten zij dat ze met stof en draad tot een heel persoonlijke vorm van expressie konden komen, je kon er nog zoveel meer mee. Zij hoorden tot The Quilters Guild, nog steeds de belangrijkste patchwork- en quiltgroep in Engeland, maar zochten een manier om hun onconventionele en experimentele werk te tonen. Dat leidde in 1985 tot het oprichten van Quilt Art. Quilt Art legde de lat voor design en techniek hoog, en die hoge standaard is constant gehandhaafd. Wie zich wil aansluiten moet door een zware selectie zien te komen. Belangrijk is dat het werk van de kandidaten een heel persoonlijke signatuur heeft, die zij steeds blijven ontwikkelen. En ze moeten zich natuurlijk betrokken voelen bij de groep, ook al wonen de negentien leden verspreid over de wereld, – in België, Hongarije, Nederland, Denemarken, de Verenigde Staten.

De eenzame figuren in een stad van Mirjam Pet–Jacobs.

De eenzame figuren in een stad van Mirjam Pet–Jacobs.

Individueel hebben de leden veel succes: werk van hen wordt overal ter wereld getoond, onder meer op belangrijke exposities als Quilt National in de VS, en sommige leden hebben belangrijke prijzen gewonnen. Maar het hart van Quilt Art wordt toch gevormd door de exposities zie zij als groep houden. Die exposities laten duidelijk zien dat de leden hun werk ieder op een eigen manier benaderen, waardoor heel diverse, dynamische en soms zelfs uitdagende werkstukken ontstaan. Maar hoe onorthodox hun manier van werken ook mag zijn, hun werk ziet er zelfbewust en doordacht uit. Dat valt op en dat maakt hen tot één van de belangrijke internationale groepen van textielkunstenaars.

Lagen
Een quilt bestaat traditioneel uit drie lagen stof: een boven-, een onder- en een middenlaag, die worden doorgestikt. Quilt Art werkt nog steeds zo, maar aan die regels, die grenzen, wordt graag getornd. Er wordt plastic gebruikt, en papier, er worden foto’s afgedrukt op de stof, stoffen worden beschilderd. Nieuwe technieken worden uitgeprobeerd, zoals geprogrammeerd borduren, soms is het platte vlak niet meer helemaal plat. De Nederlandse Mirjam Pet-Jacobs heeft eens een video in haar werk gestopt. Maar vernieuwen om het vernieuwen alleen leidt tot niets, daarom houdt Quilt Art toch zoveel mogelijk vast aan de klassieke quiltregels. Omdat ze het belangrijk vinden dat het ambacht blijft bestaan, dat die specifieke vaardigheden als borduren, naaien en het toepassen van allerlei steken, niet verloren gaan.

Florale vormen van Janet Twinn in Multiflora.

Florale vormen van Janet Twinn in Multiflora.

De tentoonstelling Small Talk laat de diversiteit van de groep heel mooi zien. Er is prachtig werk van Elizabeth Brimelow (Engeland): Lone Furrow (‘furrow’ is een voor in een geploegde akker). Je ziet een soort bruidssluier die aan het plafond is bevestigd, afdaalt en nog een stukje over de vloer ligt. Onderaan is de stof ongeveer een halve meter breed, bovenaan tien, twaalf centimeter. Onder- en bovenlaag zijn van transparante witte zijde, daartussen een dubbele baan niet-transparante witte stof die in grillige, hoekige vormen is geknipt, de baan heeft geen rechte zijkanten. Over die lagen  stiksteken in wit draad, hier en daar houdt een glazen kraal die aan glinsterende rijp doet denken.

Dan dwaalt je oog naar het tweede opvallende stuk: een jas, althans de contouren daarvan. Een jas in lentegroen organza, de tweede laag zorgt voor vage regenboogkleuren in de stof. Deze jas is een werk van de recent overleden Allie Kay uit Ierland. Dit werk, door de groep I.M. genoemd, hangt er als een tribuut aan haar. Kaye gebruikte graag synthetische organza hoewel dat lastig te verwerken is doordat het zo makkelijk schuift. De mouwen, kraag, de voorpanden, de knopen, zijn op de stof getekend in stiksteken. Verder zijn over de hele jas alle drie de coupletten geborduurd van Mignons Sehnsucht, een gedicht van Goethe met die beroemde eerste regel Kennst du das Land, wo die Zitronen blühn. De hoofdletters zijn verfraaid met metaalfolie. Kaye noemde dit werk As Fragile as an Insect’s Wing; als het licht op de stof valt, deed die haar denken aan regenboogkleurige vleugels van sommige insecten. De kleuren van jas en draden weerspiegelen Kay’s liefde voor de natuur.

Jas met gedicht van Goethe van Allie Kay.

Jas met gedicht van Goethe van Allie Kay.

Overstroomd
Liefde voor de natuur komt ook duidelijk naar voren in het werk van Sandra Meech. Meech verhuisde in 2012 naar Somerset. De Somerset Levels overstroomden de eerste twee winters dat Meech er woonde. Dat leverde mooie beelden op van wilgen met een kale pruik en stroken water daartussen. Dat beeld heeft Meech fraai gevangen in Reality and Rhetoric. Foto’s van de Somerset Levels drukte ze af op stof, vervolgens werden ze in stroken gesneden die horizontaal op rechthoekige panelen werden vastgemaakt, zo dat de stroken als flappen net even over elkaar vallen. Niet erg als ze niet helemaal glad liggen, dat zorgt meteen voor een ruimtelijk effect. Wijst de open kant van de flappen naar beneden, dan leveren de stroken stof samen een foto op. Hier en daar is de stof beschilderd, waardoor de foto, die duidelijk te zien blijft, iets feeërieks krijgt en de winter minder koud lijkt. Wijst de open kant naar boven dan komen er teksten tevoorschijn in het handschrift van Meech. Die teksten gaan over de geschiedenis van de Somerset Levels, of doen verslag van discussies tussen politici en bewoners over de overstromingen.

Van liefde voor de natuur naar computerprintplaten is even een stap, maar die printplaten vormen de ondergrond voor het werk van de Hongaarse Eszter Bornemisza. De platen werden zo geborduurd dat er zoiets als een plattegrond verscheen. Daaroverheen legde ze in elkaar gedraaide stroken los geweven stof in grijs- en bruintinten die voor reliëf zorgen, en ineens lijkt er glas-in-lood te zijn ontstaan. Connections, heet het werk.

Mimi 74, 75, 76 en 77 van de Nederlandse Mirjam Pet-Jacobs laten ook een stad ontstaan, maar niet als plattegrond. De vier delen lijken op elkaar, maar zijn toch steeds iets verschillend. Op de achtergrond zie je een vaag afgedrukte oude kerktoren met daarvoor een plein. Ook op de achtergrond, maar wel voor de kerk, staat een menigte, soms blank, soms grijs, toe te kijken. Midden op dat plein, apart van de menigte, staan meestal twee figuren in zwart kriebelig draad, een enkele keer is het één figuur. Ze hebben twee benen, geen armen, het hoofd komt regelrecht voort uit het lijf. De figuren bewegen zich onafhankelijk, slechts een enkele keer neigen ze naar elkaar. Zo drukt Pet-Jacobs de mensheid uit, met haar zwaktes en haar problemen. Onderaan elk stuk is een strook stof in zwarte, rode en witte strepen als een signaal.

Het persoonlijke  stripverhaal in quilt van de oude familieauto die uit de zandduinen opdook, Skoda 3 van Dirkje van der Horst-Beetsma.

Het persoonlijke stripverhaal in quilt van de oude familieauto die uit de zandduinen opdook, Skoda 3 van Dirkje van der Horst-Beetsma.

Daartegenover staat het persoonlijke verhaal Skoda 3 van Dirkje van der Horst-Beetsma. In de oorlog werd op Terschelling de auto van haar vader geconfisqueerd, vele jaren later kwam die weer uit zandduinen tevoorschijn. Van der Horst maakte foto’s van de oude auto en drukte die in delen op stof af. Daarna naaide ze de onderdelen aan elkaar tot een soort stripverhaal. Over de foto’s heen borduurde ze met draad in kleuren die heel mooi bij de oude roestige auto passen.

De tentoonstelling mag dan klein zijn, maar er is veel te zien. Walking away from Babel van de Deense Charlotte Yde bijvoorbeeld maakt indruk. Het werk in sobere tinten grijs en zwart laat de toren van Babel zien waar ladders tegenaan staan, maar er liggen ook ladders op de grond. Drukt ze zo uit hoe het mensen maar niet lukt elkaar te verstaan?

Val Jackson (Engeland) vat het leven van vrouwen in de jaren vijftig humoristisch samen in How Not to Bring Up a Husband. Op drie vrijhangende lagen stof borduurde zij pictogrammen, een vrouw met een enorm schort voor, een oerdegelijke damesjurk, een waswringer en andere zaken die het leven van vrouwen toen bepaalden. Daartussen lees je commentaar in geborduurde schrijftaal: ‘Make your home a place of peace and order where your husband can relax in body and spirit’. Ook mooi: ‘Prepare the children. If they are small wash their hands and faces and comb their hair. They are his little treasures and he would like to see them playing the part’.

Walking Away from Babel van Charlotte Yde.

Walking Away from Babel van Charlotte Yde.

Kleuren
Het is teveel om alle werken te noemen die in De Kunstpraktijk te zien zijn, het zijn stuk voor stuk werken die aandacht verdienen. Dan is het fijn om terug te keren naar het werk van Inge Hueber, één van de oprichters van Quilt Art, en naar Janet Twinn. Hun quilts springen eruit door de schitterende kleurencombinaties en de rust die ze uitstralen. Small Quilt van Hueber bestaat uit schuin aan elkaar genaaide stroken stof in mooi harmoniërende kleuren. Aan de goede kant van textielwerk verwacht je geen stiksels, die horen aan de achterkant. Hueber draait het werk om, zodat de smalle opstaande randjes naast het stiksel te zien blijven en zo voor speelsheid zorgen. Hueber verft haar stoffen zelf in eindeloos veel tinten zodat ze altijd de beste kleuren kan kiezen. Ook Janet Twinn verft haar stoffen zelf, en ook zij is een echte colorist. Maar bij haar geen geometrische vormen in haar Multiflora, dat past ook niet bij de bloemvormen die zij maakt. Haar planten lijken de hoogte in te groeien of over de grond te kronkelen. Voor Twinn met textiel begint, maakt ze schetsen in verf om de kleuren heel precies te kunnen kiezen. Voor Multiflora koos ze een natuurlijke kleur groen, een lichtgroen dat lente suggereert, en nieuwe groei. Hueber en Twinn hanteren traditionele technieken, maar hun werk is door uitgekiend kleurgevoel allesbehalve traditioneel; het roept een weldadige rust op.

Als laatste is er in een aparte ruimte van De Kunstpraktijk een soort Tapis de Bayeux te zien. Een heel lange, smalle strook die over alle wanden is gespannen. Die strook is samengesteld uit kleinere stukken die per drie een eigen onderwerp hebben. Er is bijvoorbeeld één onderdeel dat bestaat uit allerlei uitdrukkingen als Losing the plot, Running on empty en Whistling in the dark. De perfect geborduurde teksten, zal wel met de computer zijn gedaan, worden afgewisseld door blokjes waarop eenvoudige versieringen staan. De naam Small Talk suggereert dat het hier gaat om zaken die het noemen nauwelijks waard zijn. Het bekijken van deze tentoonstelling is wel degelijk de moeite waard.

De Kunstpraktijk is alle dagen van de week op afspraak geopend en ook op donderdag, vrijdag en zondag van 13.00-17.00 uur.
Dorpstraat 6a, Veldhoven

www.Dekunstpraktijk.nl

© Brabant Cultureel – april 2016