Atelier Van Lieshout maakt kunst over zelfvoorzienende samenleving

In het kader van het Jeroen Boschjaar toont Museum De Pont in Tilburg vanaf 11 juni 2016 het kunstproject SlaveCity van Atelier Van Lieshout. Sinds eind jaren tachtig is Atelier Van Lieshout gevestigd in het havengebied in Rotterdam. Brabant Cultureel zocht beeldend kunstenaar Joep van Lieshout (Ravenstein 1963) in het kader van de serie Atelierbezoek op in zijn atelier aan de Keileweg.

door Irma van Bommel

Bij Atelier Van Lieshout is een team van twintig man werkzaam. Zij werken gezamenlijk aan de kunstprojecten van Joep van Lieshout. “Maar Atelier Van Lieshout is geen collectief”, haast Rookje Meijerink zich te zeggen. “Joep van Lieshout is de geestelijk vader.” Meijerink treedt op als woordvoerder en verzorgt de rondleiding door de verschillende werkplaatsen, expositie- en depotruimten. Van Lieshout treffen we later in de werkplaats, waar hij demonstreert hoe hij de ‘finishing touch’ geeft aan een ontwerp.

Joep van Lieshout. foto Piet den Blanken

Joep van Lieshout. foto Piet den Blanken

Joep van Lieshout werd al op zestienjarige leeftijd aangenomen op de kunstacademie van Rotterdam. Na de kunstacademie vervolgde hij zijn opleiding aan Ateliers ’63 in Haarlem. Daarna vestigde hij zich definitief in Rotterdam. Weldra maakte hij naam met objecten op het snijvlak van beeldende kunst en design. In 1995 ging hij verder onder de firmanaam Atelier Van Lieshout en richtte hij zich op verschillende disciplines, van sculpturen en installaties tot meubels en bouwwerken. Objecten werden in diverse materialen uitgevoerd, maar polyester werd zijn handelsmerk.

Hij raakte geïnteresseerd in de ideeën van de Oostenrijks-Amerikaanse psychoanalyticus Wilhelm Reich (1897-1957). Reich was zowel vermaard als omstreden vanwege zijn onorthodoxe theorieën over seks en kosmische energie die hij ‘orgon’ noemde. Hij bouwde ‘orgon energie accumulators’, waar patiënten in konden zitten en waar een helende werking vanuit zou gaan. Geïnspireerd op de ideeën van Reich ontwikkelde Van Lieshout eenpersoons cabines, gevolgd door wat grotere cabines en mobiele woningen waarin het leven van meerdere personen zich kon afspelen: eten, slapen, studeren, ontspanning en seks.

De werkplaats van Atelier van Lieshout. foto Piet den Blanken

De werkplaats van Atelier van Lieshout. foto Piet den Blanken

Autarkie
Vanuit het concept voor de mobiele woningen ontwikkelde Van Lieshout zijn ideeën over een zelfvoorzienende samenleving. Bovendien vond hij dat ook hijzelf zelfvoorzienend moest kunnen overleven. Bouwen en meubels maken kon hij al. Hij verdiepte zich in het verwerken en bewaren van voedsel, het brouwen van bier en zelfs het slachten van een varken. En hij ontwierp systemen voor hergebruik van afvalmaterialen.

Naast autarkie (volstrekte economische onafhankelijkheid, red.) zijn er een aantal thema’s en obsessies die steeds terugkeren in zijn werk: systemen (zowel marktsystemen als politieke systemen), macht, leven, seks en de dood. In feite gaat zijn werk over hoe het individu zich verhoudt tot systemen. Maar ook over het menselijk lichaam als systeem. Zijn ideeën over autarkie leidden tot het uitwerken van nieuwe samenlevingsvormen die tegelijkertijd zowel utopieën (ideale werelden) als het tegenovergestelde daarvan (dystopieën) zijn. Daarin verwerkt hij niet alleen futuristische ideeën, maar ook oude samenlevingsvormen zoals stammen. Zijn kunst zet mensen aan het denken en dat is precies wat hij beoogt.

SlaveCity
Een voorbeeld van een utopische dystopie is SlaveCity, een gefingeerde, ‘groene’ stad met maar liefst 200.000 duizend inwoners. Het systeem is rationeel, efficiënt en winstgevend. De samenleving is zelfvoorzienend en alles is ecologisch verantwoord. Dat lijkt utopisch, maar de mensen die in SlaveCity wonen zijn slaven. Zij verrichten vooral hightech werk, waar veel geld mee wordt verdiend. Ze worden echter niet betaald voor hun werk, maar krijgen als beloning entertainment aangeboden of ontspanning in bordelen. Deze bordelen zijn er voor mannen én voor vrouwen. Beide partijen hebben recht op geneugten. In SlaveCity wordt alles gerecycled, zelfs de mensen (slaven) die niet meer voldoen. Ze zijn vervangbaar. Dit grootschalige project kwam tot stand tussen 2005 en 2009.

Na SlaveCity werkte Atelier Van Lieshout aan New Tribal Labyrinth (2010-2015). Hier wordt een toekomstige samenleving geschetst waarin de mensen in kleinere verbanden leven, in stammen die weer zelf zorg dragen voor productie. Op boerderijen wordt het eigen eten verbouwd en gekweekt. Er is zelfs een insectenboerderij voor de productie van eiwitrijk voedsel. Industrie, gedreven door handkracht, is terug in de samenleving, inclusief de bijbehorende herrie en stank. Kortom, een herwaardering van de industriële revolutie. Ook contemplatie en rituelen zijn terug. Vandaar de bouw van een tempel en totemachtige objecten.

Het scheppen van complete werelden, zowel utopieën als dystopieën, deed ook Jeroen Bosch al. Vanwege die overeenkomst heeft Museum De Pont de expositie van Atelier Van Lieshout in het gedenkjaar van de oude meester gepland. Welke objecten uit SlaveCity uiteindelijk bij De Pont te zien zullen, zijn blijft nog een verrassing. In elk geval zullen Intercontinental (een driedimensionaal schema van een bordeel met vrouwen van verschillende continenten) en de Grinder (een machine met als doel het vermalen van slaven) worden opgesteld.

Er is nog een overeenkomst tussen Bosch en Van Lieshout, en dat is dat hun werk niet eenduidig is. Het wringt en het roept vragen op. “Kunst mag schuren”, vindt Van Lieshout. “Goede kunst geeft geen antwoorden, maar stelt vragen.”

bc201602-irma_van_bommel-atelierbezoek_joep_van_lieshout-foto_piet_den_blanken-N008243-1000

Joep van Lieshout in discussie met een vormgever over het ontwerp van een set primitief-moderne meubels. foto Piet den Blanken

Internationaal
De medewerkers van Atelier Van Lieshout hebben verschillende achtergronden. Er werken beeldend kunstenaars, vormgevers (bijvoorbeeld afkomstig van de Design Academy in Eindhoven), architecten, technische medewerkers en kunsthistorici. Een deel van de medewerkers is stagiair. Zij komen uit heel Europa. In het atelier bevinden zich diverse werkplaatsen, voor hout, voor metaal, voor polyester en voor het beeldhouwen.

In de werkplaats voor de beelden werkt een van de medewerkers aan een nieuw werk, De Leemwerker. Het beeld is opgebouwd uit bouwschuim (pur). Vervolgens wordt het bekleed met rijstpapier, zodat het in metaal gegoten kan worden, in dit geval aluminium. Het rijstpapier zorgt ervoor dat de pur niet oplost bij het gieten in metaal. Alles gebeurt op aanwijzingen van Joep van Lieshout: het beeld wordt geheel naar zijn ontwerp uitgevoerd. Het gieten van de beelden in staal, aluminium of brons gebeurt bij een metaalgieterij.

bc201602-irma_van_bommel-atelierbezoek_joep_van_lieshout-foto_piet_den_blanken-N008338-1000

Een beeldend kunstenaar in Atelier van Lieshout aan het werk aan het beeld De Leemwerker. foto Piet den Blanken

Polyester
Van Lieshout werkt veel met polyester. “Als Michelangelo nu geleefd had, had hij in polyester gewerkt”, is zijn stellige overtuiging. Voor het vervaardigen van een object in polyester wordt eerst een vorm gemaakt van piepschuim. Deze wordt bekleed met glasfiber, alvorens er polyester met harder op wordt aangebracht. De glasfiber zorgt ervoor dat het piepschuim niet oplost door de polyester. Binnen een uur is de polyester droog en kan er eventueel een extra laagje worden aangebracht om de gaten te dichten. Daarna duurt het nog zo’n 24 uur voordat de polyester goed is uitgehard.

Joep van Lieshout demonstreert hoe hij samen met een vormgever een prototype voor een nieuw meubel vervaardigt. De vormgever heeft naar ontwerp van de meester een set primitief-moderne meubels gemaakt van piepschuim. Van Lieshout komt kijken en vindt dat de meubels te laag zijn. Eigenhandig zaagt hij wat blokjes piepschuim en plaatst die onder de stoelpoten. Hij schuift twee stoelen met de voorkanten tegen elkaar aan, zaagt bij een de armleuningen weg en voilà, een chaise longue ontstaat.

bc201602-irma_van_bommel-atelierbezoek_joep_van_lieshout-foto_piet_den_blanken-N008350-1000

Atelier van Lieshout, Steam Hammer. foto Piet den Blanken

Het pand heeft meer te bieden dan alleen de werkplaatsen. Vijf jaar geleden richtte Joep van Lieshout AVL-Mundo op, een stichting bedoeld om het werk van Atelier van Lieshout toegankelijk te maken, cultuur te stimuleren en een bijdrage te leveren aan de stad. Zo maken een tentoonstellingsruimte, een beeldentuin, artist-in-residence en een depot deel uit van AVL-Mundo. In de tentoonstellingsruimte en beeldentuin wordt niet alleen werk van Van Lieshout getoond maar ook van andere kunstenaars. De depotruimte wordt vanaf 2017 opengesteld voor publiek.

bc201602-irma_van_bommel-atelierbezoek_joep_van_lieshout-foto_piet_den_blanken-rotterdam atelier joep van lieshout_N008302-750

Joep van Lieshout. foto Piet den Blanken

Expositie Joep van Lieshout, SlaveCity (in het kader van Jheronimus Bosch 500), in Museum De Pont in Tilburg, van 11 juni t/m 2 oktober 2016.

www.depont.nl
www.ateliervanlieshout.com

EERDER VERSCHENEN IN DEZE SERIE ATELIERBEZOEK:

Gerard Engels
Gerard Engels beelden bestaan uit brede repen

Wijnand van Lieshout
localhost:8888

 Matijs van de Kerkhof
localhost:8888

Olav Slingerland
localhost:8888

Mirjam Pet-Jacobs:
localhost:8888

Hetty Oom
localhost:8888

Ingrid Simons
localhost:8888

Paul Legeland
localhost:8888

Paul Bogaers
localhost:8888

© Brabant Cultureel – april 2016

 

Getagt als