Expositie over portretkunst toont ontwikkeling van status naar verhaal

Op verzoek van het Breda’s Museum dook gastconservator Rebecca Nelemans in de collectie van het museum voor een expositie over portretkunst. Lijnen ontdekken en nieuwe verbanden zien, dat mag je verwachten van een gastconservator. Met ‘Dat is ook een portret! Van ego tot emo’ weet zij oude en hedendaagse portretkunst op een originele manier aan elkaar te praten. De samenwerking met Dutch Master Painters is niet voor honderd procent geslaagd. Een pop-up galerie in een museum is toe te juichen, maar het niveau van ‘meesters’ wordt niet altijd gehaald.

door Irma van Bommel

Tot de twintigste eeuw diende portretkunst voornamelijk voor het weergeven van de status van een individu. Vanaf de twintigste eeuw wordt ook het verhaal achter een portret belangrijk. Vandaar de toevoeging ‘van ego tot emo’. Dat geldt ook voor de zelfportretten. Ook hier zien we een ontwikkeling van het ego van de kunstenaar naar introspectie.

Het campagnebeeld van de expositie, wat ook gebruikt is voor de omslag van de catalogus, bestaat uit een detail van een zelfportret uit 1869 van de schilder Petrus van Schendel. Om zichzelf status te verschaffen, koos hij ervoor zichzelf niet in zijn schilderkloffie weer te geven, maar in een net pak. Een voorbeeld van ‘ego’ dus. Daarnaast is een detail uit een portret van Suzan Schuttelaar afgebeeld. We zien ogenblikkelijk dat het actrice Tjitske Reidinga voorstelt. Het portret werd vorig jaar gemaakt voor het programma Sterren op het doek en veroorzaakte veel opschudding, vooral bij de geportretteerde zelf. Schuttelaar maakte niet alleen een herkenbaar portret van de actrice, ze bracht ook een gelaagdheid aan in het werk. Ze beeldde Reidinga kwetsbaar uit, vol emotie, maar tegelijk ook broos. Alsof het beeld ieder moment in gruzelementen kan vallen. Het is niet alleen een portret van nu, maar ook een toekomstbeeld. Memento mori, gedenk te sterven. Het moet heel confronterend zijn, jezelf zo te zien. Een goed voorbeeld van ‘emo’.

Suzan Schuttelaar, Tjitske Reidinga, olieverf op paneel, 2015, particulier bezit.

Suzan Schuttelaar, Tjitske Reidinga, olieverf op paneel, 2015, particulier bezit.

Dialoog
In Dat is ook een portret! gaan werken van oude meesters een dialoog aan met werken van huidige kunstenaars die een band hebben met Breda. Van Wiesje Peels zijn staatsieportretten met een knipoog (2011-2012) te zien. Als modellen koos ze haar eigen gezinsleden. Door ze in ondergoed te laten poseren maakte ze ze kwetsbaar, waarmee ze een contrast vormen met de zelfbewust poserende mensen op de achtergrond.

Het Breda’s Museum heeft in de loop der jaren portretten verzameld die interessant zijn voor de geschiedenis van de stad. Veel geschilderde portretten uiteraard van mensen van aanzien, maar ook veel portretfoto’s en documentaire foto’s van gewone burgers. Interessant is dat Nelemans hier ook wat van heeft geselecteerd voor de tentoonstelling en deze portretten heeft gecombineerd met kunstobjecten. Zo heeft ze werk van Teun Hocks (Breda’s Museum heeft interessant vroeg werk van hem in de collectie), die altijd zelf figureert in zijn doldwaze ensceneringen, gecombineerd met foto’s die typetjesmaker Abraham de Winter (begin twintigste eeuw) van zichzelf liet maken. En een zelfportret (video, 1978-2016)) van Marius Boender toont ze naast een serie zeventiende-eeuwse grafische portretten van Pieter Claesz. Soutman.

Teun Hocks, Tweemaal mijn vader, gedrukt op papier, 1978, collectie Gemeente Breda.

Teun Hocks, Tweemaal mijn vader, gedrukt op papier, 1978, collectie Gemeente Breda.

In de expositie is ook aandacht voor foto’s die Emile Waagenaar in 1990/91 maakte van kleine familiebedrijven in Breda, een documentatie van de middenstand oude stijl die inmiddels uit het stadsbeeld is verdwenen. Nelemans combineerde dit werk met de portretten van families in het zuiden van Kameroen, gefotografeerd en gefilmd door Reinoud van den Bergh (bekend als organisator van fotofestival BredaPhoto). Ook Van den Bergh legt een levensstijl vast die weldra zal verdwijnen, in dit geval door de aanleg van een grote haven en een snelweg.

Bruiklenen
Naast interessante werken van hedendaagse kunstenaars uit de eigen museumcollectie (bijvoorbeeld Jaap de Vries, Pieter Laurens Mol, Cecile Verwaaijen en Loek Grootjans) is gebruik gemaakt van bruiklenen. Bovengenoemd werk van Reinoud van den Bergh is een bruikleen, evenals de video van Marius Boender. Nelemans vond dat het project The Essential, gefilmde portretten van mensen die het Bredase kunstenaarsechtpaar Martin en Inge Riebeek overal ter wereld tegenkwamen, niet mocht ontbreken.

Overzicht van de tentoonstelling ‘Dat is ook een portret! Van ego tot emo’. Foto Piet den Blanken

Overzicht van de tentoonstelling ‘Dat is ook een portret! Van ego tot emo’. Foto Piet den Blanken

Eveneens een bruikleen zijn de dubbele zelfportretten van Peter Kantelberg. De schilder had de gewoonte om tussen 2001 en 2009 met grote regelmaat tweemaal een zelfportret te maken, een aan het begin en een aan het einde van een dag in het atelier. Daaruit is nu een selectie te zien.

Bij de expositie is een boek verschenen met dezelfde titel. Vreemd genoeg begint het boek met dat deel van de expositie dat door Dutch Master Painters is samengesteld. Deze organisatie is toch te gast bij Breda’s Museum? Dan hoort de catalogus toch te beginnen met het deel van de expositie dat door het museum is samengesteld? Misschien was de looproute bepalend voor de volgorde. Dutch Master Painters begint op de begane grond, de portretten uit de collectie van het museum zijn op de eerste verdieping te zien.

Jaap de Vries, De huid van de schilder, gemengde techniek, 1988, collectie Gemeente Breda.

Jaap de Vries, De huid van de schilder, gemengde techniek, 1988, collectie Gemeente Breda.

Abraham de Winter, Noar stat gewiest, daglichtgelatinezilverdruk op papier, 1910-1912, collectie Stichting Stedelijk Museum.

Abraham de Winter, Noar stat gewiest, daglichtgelatinezilverdruk op papier, 1910-1912, collectie Stichting Stedelijk Museum.

Promoten
Wat is Dutch Master Painters eigenlijk voor organisatie? Ze promoot kunstenaars die zich bij hen hebben aangesloten, middels een website. Verder organiseert zij exposities, neemt deel aan beurzen, kortom doet alles wat een galerie ook doet, maar heeft geen eigen expositieruimte. Die zoekt ze bij voorkeur in musea. Vandaar de naam pop-up galerie.

Ook Dutch Master Painters maakte gebruik van bruiklenen. Zo is de presentatie van portretten die zijn vervaardigd voor Sterren op het doek een bruikleen. Dat geldt ook voor de portretten die Marlene Dumas maakte in samenwerking met psychiatrisch patiënten. Al deze beeldend kunstenaars zijn niet aangesloten bij genoemde organisatie.

Het ‘eigen’ werk van Dutch Master Painters op de tentoonstelling bestaat voor een groot deel uit portretten van beeldend kunstenaars als Henk Helmantel, Cornelis Le Mair, Wouter Stips, Annemarie Busschers, Marianne Naerebout, Richard van Mensvoort en Beiron Brouwers, die hun sporen ruimschoots verdiend hebben. Maar voor het overige deel helaas ook uit werk dat technisch wel goed is, maar dat eigenheid mist, met andere woorden thuishoort in de categorie ‘dertien in een dozijn’. Als je als museum in zee gaat met een pop-up galerie, zou je daar ook zelf de selectie voor moeten doen. Of je moet je ervan distantiëren.

Peter Kantelberg, Zelfportretten, olieverf en bijenwas op doek, 2001-2009, collectie kunstenaar.

Peter Kantelberg, Zelfportretten, olieverf en bijenwas op doek, 2001-2009, collectie kunstenaar.

‘Dat is ook een portret! Van ego tot emo’ is nog t/m 14 augustus 2016 te zien in het Breda’s Museum.

www.breda-museum.nl
www.Dutchmasterpainters.com

bc201602-irma_van_bommel-tentoonstelling_portret-affiche-425

‘Dat is ook een portret! Van ego tot emo’.
Breda: Breda’s Museum / Dutch Master Painters 2016, 103 pp, ISBN 97890824990

(Foto aan het begin: Wiesje Peels, Bij ons in Breda, digitale print op dibond, 2011-2012, collectie Gemeente Breda.)

© Brabant Cultureel – april 2016