Club Solo treedt in voetsporen Lokaal 01

Lokaal 01 in Breda was een plek waar jonge kunstenaars elkaar konden ontmoeten en hun werk konden laten zien. Enkele jaren geleden ging die ruimte helaas ter ziele, maar een stuk of tien kunstenaars uit verschillende disciplines hebben het gebouw van Lokaal 01 kunnen behouden als expositieruimte. Het kreeg alleen een nieuwe naam: Club Solo. Niet alleen jonge kunstenaars, ook kunstenaars die al wat verder zijn exposeren hier. Daarnaast is Club Solo een platform voor discussies, lezingen, muziek – kortom een ontmoetingsplek. 

door Muriel Boll

“We hebben een nieuw concept bedacht”, vertelt Thomas Bakker. “Vier keer per jaar zijn er tentoonstellingen, solotentoonstellingen, waar telkens één kunstenaar centraal staat. Die kiest zelf wat hij wil laten zien en in welke context. Hij is helemaal vrij om naar eigen inzicht te experimenten. Op die manier hoeft niemand rekening te houden met conservatoren of museumpolitiek, dat kan vertroebelend werken. We passen er ook voor op dat er geen banen of zo uit voortkomen, door functies als organiseren en begeleiden van een tentoonstelling of beurs te laten rouleren. Zo krijg je een goede, zuivere en heel persoonlijke tentoonstelling, die de toeschouwer een unieke gelegenheid biedt inzicht te krijgen in werk en werkwijze van de kunstenaar. Kunstenaar en publiek kunnen zo belangeloos iets moois ervaren. Bij ons vind je vooral ‘mid-career’ kunstenaars. Die willen op een gegeven moment wel eens weten waar ze eigenlijk staan, wat men vindt van hun werk. Een solotentoonstelling helpt hen dat te ontdekken, je hebt publiek nodig voor zoiets. Daarnaast hebben we natuurlijk ook aandacht voor jonge kunstenaars.”

bc201601-muriel_boll-club_solo-foto_piet_den_blanken-_N008030-1000

Club Solo, het voormalige Lokaal 01, aan de Kloosterstraat in Breda. foto Piet den Blanken

Een tentoonstelling houdt bij Club Solo niet op bij die ene kunstenaar. Curatoren van het Van Abbemuseum in Eindhoven en het Museum van Hedendaagse Kunst Antwerpen (M HKA) reageren op het werk van de kunstenaar door uit hun eigen museumcollectie een werk te kiezen waarvan zij vinden dat het iets toevoegt of op gang brengt en dat aan de solotentoonstelling toe te voegen. Dat werk hangt apart in een kleine zaal en laat als het ware zien ‘kijk eens, dit hangt bij ons in het museum’. Er ontstaat zo een dialoog. De curatoren zijn geheel vrij in het kiezen van het toe te voegen werk; om de keus te maken hebben ze een gesprek met de kunstenaar in zijn atelier en in het museum. Club Solo kiest altijd de kunstenaar.

Tentoonstelling van Ton Boelhouwer. foto Piet den Blanken

Tentoonstelling van Ton Boelhouwer. foto Piet den Blanken

Drie partijen
Er zijn vier solotentoonstellingen per jaar, die een maand duren. Na afloop wordt een catalogus samengesteld, waarin Club Solo, curatoren en kunstenaar verslag doen. Handige, kleine en goed uitziende catalogi. Dit alles is mogelijk doordat er vorig jaar een subsidie kwam van de provincie uit de pot impulsgelden van het Brabants Kenniscentrum Kunst en Cultuur (bkkc), van de gemeente Breda en van het Mondriaanfonds. Voor dit jaar zegde de gemeente opnieuw een subsidie toe, ook van het Mondriaanfonds komt er subsidie voor het volgende seizoen. “Het was al bijzonder dat we vorig jaar, toen we nog maar nauwelijks waren begonnen, subsidie van hen kregen.”

Club Solo organiseert niet alleen tentoonstellingen, maar biedt ook ruimte voor het houden van lezingen en performances. En het tonen van examenwerk, dat soms in samenwerking met deelnemers van de Rijksakademie Amsterdam wordt gedaan. Verder presenteert Club Solo zich op diverse binnen- en buitenlandse beurzen, zoals in Brussel en Stockholm. Begin februari 2016 deden zij nog mee aan Intersections tijdens Art  Rotterdam. Daar was toen werk van Ton Boelhouwer te zien, een groot stuk vloer, floor 1 (series of large floors, 2007-2008). De keus van het M HKA was daarbij Kringloop (1979-1989) van Hugo Duchateau, een grote  cirkel op de vloer die helemaal gevuld was met het slijpsel van kleurpotloden, de overblijvende stompjes vormden de kern van de cirkel.

Ingang van Club Solo die tot de opening gesloten blijft voor publiek. foto Piet den Blanken

Ingang van Club Solo, die tot de opening gesloten blijft voor publiek. foto Piet den Blanken

De eerstvolgende solotentoonstelling zal van Ton Boelhouwer zijn. Volgens Boelhouwer is schilderkunst die gericht is op een voorstelling voorbij. Hij wil een schilderkunst waarin de maker, het tot stand komen van het werk en de rol van de beschouwer opgaan in één ritme. In zijn meest recente werk staat de beschouwer dan ook niet tegenover het werk maar er binnenin.

Lisa Wolters, net als Thomas Bakker kernlid van Club Solo, ziet Boelhouwer als vernieuwer, in die zin dat hij zijn eigen gang gaat, zich niets probeert aan te trekken van wat zich in de kunstwereld of kunstgeschiedenis afspeelt of afgespeeld heeft. Wolters: “Interessant om te zien hoe Boelhouwer naar kunst kijkt, wat kunst is en wat het moet inhouden, waar het uit voortkomt. Hij had het veel over gelaagdheid, gelaagdheid in ritme, en zachte stilstand. ‘Werken met de vloer’ en op die manier ‘ruimte innemen’, lijkt belangrijk voor hem te zijn, in zijn eigen werk ligt de nadruk op vloerwerken.”

Eerste dag van de tentoonstelling van Ton Boelhouwer. foto Piet den Blanken

Eerste dag van de tentoonstelling van Ton Boelhouwer. foto Piet den Blanken

Béla Bartók
Ritme, gelaagdheid en lijnen, vind je ook terug in de film Presto. Perfect Sound, 2006 van Manon de Boer, die tijdens de tentoonstelling te zien zal zijn. Wolters: “Je ziet violist George van Dam het vierde deel, Presto, uit Béla Bartóks Sonate voor soloviool Sz 117 spelen. De Boer maakte verschillende opnames van de spelende Van Dam, die ze later samenvoegde, om te proberen het  perfecte geluid te benaderen. Kwaliteit van het geluid kreeg de prioriteit boven die van het beeld. Dus haperingen in het beeld maar een prachtig Presto. Je ziet beeldwisselingen maar hoort ze niet, er zit een discrepantie tussen beeld en geluid, het verschil in tijd en duur.”

Het kan heel mooi werken, de combinatie van beeldende kunst, film en muziek. In januari, tijdens de Cultuurnacht in Breda, was er een dergelijke combinatie bij de tentoonstelling Songs for Sculptures van Dan Geesin. Houten vormen, mooi van ronding, heel glad geschuurd of gepolijst, met namen als Holy Ghost, Damien Hirst’s sunglasses of It came out of her ass in het lokaal beneden. Boven waren filmpjes, Sketchbook films, te zien, waarbij Dan Geesin lange sjamaanachtige gezangen zong. Bij een bord maïs met iets donkers erop hoorde je hem Slugs in my sweetcorn everyday zingen en pas dan zag je dat het donkere op de gele mais naaktslakken waren.

Bij het weggaan laat Bakker een boek zien met foto’s van het werk van Boelhouwer. Veel vloer, stukken vloer, al of niet met hoeken en met opstaande rand in profielen, soms in kleur gelakt. Leg zo’n stuk vloer in grote ruimtes en het gaat een eigen rol spelen, het verandert in lijnen, ritme, maten, mathematiek.

Affiche Club Solo Ton Boelhouwer.

SOLO 7: Ton Boelhouwer
28 februari – 27 maart 2016. Open wo t/m zo 11.00 – 17.00 uur.
Club Solo, Kloosterlaan 138, Breda

www.clubsolo.nl

© Brabant Cultureel – februari 2016