De vrije val van Victor Vroomkoning

Chrétien Breukers vraagt met de toegankelijke bloemlezing ‘Vrije val’ hernieuwde aandacht voor het werk van Victor Vroomkoning. Deze altijd actieve, productieve en van oorsprong Noordbrabantse dichter (Boxtel 1938) was de laatste tijd door privéomstandigheden wat stilgevallen, maar al bloemlezend slaagde Breukers erin om Vroomkoning te verleiden tot het opnemen van negen recente gedichten.

door Olaf Douwes Dekker

Vroomkoning voert meteen vanaf zijn eerste bundel uit 1983 steeds een zeer persoonlijke toon. Hij betrekt je bij zijn vaak verwonderende, eerste vaak ogenschijnlijk lichtgestemde waarnemingen, maar schuwt ook niet je en passant mee te nemen naar de diepste roerselen. Wie zijn werk een beetje kent zal zich ongetwijfeld de licht humoristische inkleuring van zijn ouderlijk huis herinneren, tegelijkertijd de lezer meevoerend op een intens melancholisch pad. Met name de onvergetelijke gedichten over zijn ouders zijn van een bijzondere trefzekerheid. Zijn alom bekende, iconische bijdrage aan de vaderlandse dichtkunst, ‘Vuilniszakken’, ontbreekt dan ook niet in Breukers’ selectie. Evenmin als het ontroerende ‘Latijn’.

 

LATIJN

Hoe het huis wekelijks meeleefde
als hij neerstreek, zingend onderaan
de trap, dronken tenor maar helder
alsof hij alleen beschonken het hoog
akkoord kon halen, klossend naar zijn
hemelbed, roeden uit hun klemmen
wippend, een wonder dat hij elke keer
weer bovenraakte waar de halve nacht
zijn vrouw, onze moeder, waakte
die hem kapittelend ontving maar
spoedig inbond als zijn gregoriaans
in een onvervalste smartlap over-
ging, ze mee ging neuriën met haar
gevallen engel tot hij stilviel aan haar borst.

 

Breukers wijdt in zijn inleiding een mooie zin aan ‘de zin van de dichtkunst’: een dichter kan, soms, heel even, iets laten zien dat al voorbij is en dat alleen binnen de regels van het gedicht nog wordt opgeroepen – en daarin misschien des te heviger bestaat. Prachtig. En het slaat inderdaad op bijna elk gedicht van Vroomkoning. Wie van erotisch geladen poëzie houdt wordt altijd bij deze auteur op zijn of haar wenken bediend. Veel opzien baarde destijds de onder het heteroniem Stella Napels in de bundel Lippendienst (1997) geschreven gedichten. In 2013 kwam in dezelfde lijn de bundel Paren uit bij De Arbeiderspers. Er is in Vrije val een vijftal uit Lippendienst opgenomen, zoals daarbij is:

 

MODEL

Laat mij hem uittekenen.
Hij zet de ezel op, beveelt mij
in de pose die hem lokt, zwijgend
moet ik nijgen, de stilte voor de vorm.

Het duurt wel even voordat iets
in hem beweegt. Kijk zijn mond
kieren, zie zijn tong week en vol
het lippenvlees toucheren.

Zijn adem rijst, uit zijn middel
zwelt de zucht, zijn hand aan het
penseel. Is hij met me klaar

geen veeg, geen fractie verf.
Het doek is leeg op het gebroken
wit na, dat ik uit hem heb geknepen.

 

Niet ten onrechte, men zou zich gemakkelijk kunnen vergissen, maakt bloemlezer Breukers melding van de ogenschijnlijk gemakkelijke stijl waarmee Vroomkonings werk ‘eenvoudig’ lijkt. Of ‘te licht’. Hij schrijft: ‘Zijn parlando regels vreten zich een weg door je gemoed en komen af en toe nog eens rondspoken, bijvoorbeeld als de weemoed komt.’ En hij sluit de bloemlezing af met een soort verantwoording: ‘Vrije val, deze bundel dus, bewijst bovendien dat het kernoeuvre van Victor Vroomkoning niet hoeft onder te doen voor de groten van zijn generatie.’ Waarvan akte. Het is goed te mogen vaststellen dat Vroomkoning sinds kort de pen weer gevonden heeft. En ware poëzie blijft schrijven. Dat het ouder worden zelfs deze eeuwig jonge dichter toch niet ontgaat lezen we in de laatste strofe uit ‘Wachten op de nacht’, dat, naar ik van de auteur begreep, een tekst is die in een recente dissertatie over Alzheimer werd gebruikt:

 

UIT: WACHTEN OP DE NACHT

Nu dooft hij langzaam uit, soms is er nog
een glimp van helderheid waarin de wereld
oplicht, een gelaat dat bij een naam past,
bij een ding een ander ding totdat het weten
hem ontvallen zal en er geen dag meer kraait.

Alsook in de eerste strofe van het opnieuw zo ogenschijnlijk humoristische ‘Zie mij aan’:

Zie mij hier zitten met vijf overrijpe appels
en twee schurftige bananen. Mijn bril rust naast
het lint dat uit een boek van Reve over tafel rafelt.
Drie moegegroeide planten versterven op de venster-
bank tegen de achtergrond van een lome sloot.

 

Victor Vroomkoning is met deze bloemlezing Vrije val recht gedaan en zijn vele lezers is hier beslist een plezier mee gedaan. Het boekje oogt eenvoudig, helemaal in de stijl van deze gevoelige dichter met zijn lichte pen. Wie nog meer van Vroomkonings werk wil genieten wijs ik graag op Ommezien, Gedichten 2008-1983, verschenen bij zijn vaste uitgever De Arbeiderspers (Amsterdam 2008). Deze bundel is weliswaar bij de uitgever inmiddels uitverkocht, maar hier en daar nog te krijgen. Hij was even te beschouwen als een soort ‘Verzamelde werken’, maar met de bundel Paren en het nieuwe werk in Vrije val is vast te stellen: er verschijnt gelukkig nog meer!

Vrije Val.

Vrije Val.

Victor Vroomkoning & Chrétien Breukers (samenstelling), Vrije val.
Utrecht: De Contrabas 2015, 104 pp., ISBN 978-94-91034-73-2, pb., € 15,00.

www.victorvroomkoning.nl

© Brabant Cultureel – december 2015