Drie gedichten

door Hans F. Marijnissen

 

REMEDIE

Je zou
een wandeling kunnen gaan maken,
door de stad, het park,
langs de rivier,
of een boek lezen,

of een gesprek beginnen
met die oude man in ‘t restaurant,
die altijd tegenover je zit.

Het beste
kun je stilzitten,
de zon je huid laten
aanraken,
en de wind,
en je ogen wijd open gesloten,

trillend.

Na enkele dagen
gaat het weer.

 

ANNA DANST

Anna danst,
Anna danst,
vallende engel,
smeulende vleugels,
en ik,
met mijn angel,
mijn stengel,
ontmand veulen,
sta te trappelen
tegen de wand
als een schaduw,
kansloos,
dansloos.

Koninginnen
komen binnen…

Anna danst,
Anna danst,
haar ogen meten mij
in de branding,
omranding van haar
schuchtere schouders,
en haar nuchtere ouders
kijken toe
hoe
hun Anna danst.

Koninginnen
komen binnen…

Anna danst,
en ik
hink stap dichter,
volg uit cadans,
in onbalans,
op de rand,
tegen de wand,
mijn denken op zijn engst,
ademloze hengst,
met te veel benen
terwijl
Anna danst.

Koninginnen
komen binnen…

Anna danst,
Anna danst,
ontankerd,
ontketend,
zij omvat
en omcirkelt
en zonder gelaat
word ik gedanst,
geketend,
leeg, hol,
en pas in mijn val
besef ik waarom
zij mij zo hoog
van de vloer hief.
Anna danst,
Anna danst,

koninginnen
komen binnen

en worden genegeerd
zolang zij regeert,
volledig volleerd
haar hakken klikken klakken,
tranen en zweet
en klevende kleding,
maar
dans Anna,
hos Anna,
hosanna halleluja,
ik ben je schaduw
tot je licht dooft.

 

ROOS  AAN ROOSENDAAL

Ik dans weer met moeder,
ooit Roos van Roosendaal.
Wielrem vast, loskoppelen,
voetsteunen opklappen,
driepuntsgordel los,
knieën fixeren,
kramp uit laten trillen,
rechtop in één beweging,
vallende domino.
Onze ingesleten tango,
quick-quick-slow naar
haastig achter bramenstruiken.
Tijd telt af.
Haar adem syncopeert,
brekende takken slagwerk,
boombladeren applaudisseren
ovationeel.

Niets heiligt.
Haar handicap overwon,
onteert, domineert
deze Roos van Roosendaal.
Geoefend, geroutineerd,
deze dans met haar zoon
in een ondergedoken zon,
in onze zielen gekerfd.
Tijd telt af,
en die muziek
ondergraaft, doorgrondt,
wortelt ons,
samen alleen.

Zij vormde mij,
botten, vlees,
lach en leed.
Alles van waarde
wordt afgenomen,
herinneringen blijven.
Voorheen Roos van Roosendaal,
geknakt en afwachtend
ongewild onwillig
in mijn onmachtige armen,
tijd telt af.
Heilig de taalloze woorden.
Heilig, heilig het huilen.
Heilig, heilig, heilig de tranen.
Zeg niet: amen.

 

Hans F. Marijnissen (Breda 1949) schrijft teksten vanaf 1964 en publiceerde vanaf 1971 poëzie in bundels van Opwenteling (Eindhoven) en tijdschriften in Nederland en België. In de jaren ’70 schreef hij songteksten voor de folk-rock groep Matrix uit Breda en de Nederlands/Belgische symfonische rockgroep Flyte. Later maakte hij deel uit van feestorkest De Stofhappers uit Eindhoven. Hij publiceerde korte en de romans Koorddansen op klompen (2013) en Van wolven en stolpen (2014). Een derde deel is in de maak. Ook in 2014 verscheen de dichtbundel Tot waar het wringt. Hij is percussionist in diverse bands en orkesten en was werkzaam in de metaalindustrie.

Zie ook zijn Facebookpagina /hans.marijnissen en blog
hansfmarijnissen.blogspot.nl

© Brabant Cultureel – december 2015